Martie
Dieperink
en
Michiel Schmidt
INHOUD
Inleiding
1 Onze jeugd
2. Een ontdekkingsreis door New Age
3. Goeroes en ashrams
4. Aan de voeten van de meester
5. Verlangen naar verlichting
6. Een onuitputtelijke bron van energie
7. Contact met Jezus en engelen
8. Inclusief of exclusief denken
9. Reïncarnatie bestaat niet?
10. Verborgen aspecten van het christendom
11. Een spiritueel avontuur
12. De nieuwe tijd
INLEIDING
Het aardige van de ontmoeting van Martie, de theologe en Michiel, de journalist
is dat wij allebei niet uit zijn op naam, faam en geld, maar dat we plezier
hebben in een zinnig project. De ontmoeting is om verschillende reden frappant.
We hebben gemeen, dat we allebei in de stad Utrecht opgroeiden en allebei
op het christelijk gymnasium met een stevig bijbelse traditie hebben
gezeten.
Verder hebben we gemeen het kennen van Piet Oussoren en wijlen Piet Vroon,
en verder andere pioniersachtige mensen zoals wijlen ds. Van der Werf van het
citypastoraat. Dat geeft een aparte band.
Het boek is om drie redenen een avontuur. We hebben de interesse voor New
Age gemeen en hebben ons jarenlang in dit spirituele avontuur begeven. We
hebben ook gemeenschappelijke ervaringen gehad.
Martie heeft als theologe in India Mira Alfassa, die ‘the Mother’ werd
genoemd, in den lijve meegemaakt en van
haar een inwijding gekregen, en Michiel heeft als journalist in Duitsland een
flink aantal keren van uiterst nabij de blik en aanraking ontvangen van Mother
Meera, die een medium is van de oude Mother.
We delen ook een hernieuwde keuze voor het geloof van onze jeugd. In 1981
had Martie een ontmoeting met Jezus Christus. Er begon een nieuw avontuur, want
een leven met Jezus bleek uiterst boeiend
te zijn.
Michiel is de laatste jaren het Evangelie ook aan het herontdekken na
jarenlange New Age-omzwervingen.
We hebben onze interesses kunnen delen, omdat we ook nu weer in dezelfde
woonplaats wonen. Op een zondagmiddag kreeg Martie een telefoontje van een voor
haar onbekende Michiel, die twee vragen had.
De kennismaking leidde tot een derde avontuur: het schrijven van een boek.
De gespreksvorm, die we bedachten om onze ervaringen uit te wisselen, bleek
voor het maken van een boek uitstekend te werken.
We hopen dat de lezer even geboeid het boek zal lezen als wijzelf geboeid
waren door het gesprek met elkaar.
1. ONZE JEUGD
Martie: Had je als kind al religieuze interesse? Vertel eens wat over je
jeugd.
Michiel: Ja, ik luisterde op school zeer goed naar bijbelverhalen en de
versjes die je uit je hoofd moest leren, dat vond ik wel leuk om te doen. Op
mijn veertiende herschreef ik de Heidelbergse Catechismus. Ik denk dat ik daar
een maand of vier over deed in mijn vrije tijd, en gaf hem uit in een
gestencilde oplage. Nog ben ik er verbaasd over, hoe ik dat heb gedaan, ik zou
het niet kunnen verbeteren.
Het is ook wel leuk om een paar moderne dominees te noemen, die mij goed
hebben gedaan: ds. van der Werf, van het dom-city pastoraat, die heel krachtig
het Evangelie en de Bijbel uitlegde, met buitenlanders aan de slag ging; een
ouderwetse man Gods, een beetje stroef in de omgang, maar in zijn werk
gepassioneerd.
Martie: Ik begrijp dat je in Utrecht bent opgegroeid, ik heb er ook 40 jaar
gewoond, en ds. van der Werf heb ik nog gekend.
Michiel: Ik had ook contact met ds. Wallet, Barend, die later een hoge
positie in de kerk kreeg. Toen was hij hulppastor. En ik had intensief contact
met Piet Oussoren, de eerste man, die als dominee zei: “Ik ben homosexueel.”
Martie: Hé, dat was een klasgenoot van mij. Op welke school ben je geweest?
Michiel: Het leukste en langste was het christelijk gymnasium in de
Diaconessenstraat.
Martie: He, dat is leuk, daar heb ik ook op gezeten. Jij bent zes jaar
jonger dan ik, dus je bent er na mij gekomen. In 1961 heb ik eindexamen gedaan.
Michiel: Ja, toen kwam ik daar op school. Na de derde klas ben ik er van af
gegaan. Ik vond dat ik genoeg had geleerd. Ik wilde naar Israël toe en het
liefst zo gauw mogelijk. Ik keek wel erg op tegen de lui die student werden,
maar zij dachten: “he, die jongen is na Israël direct de journalistiek
ingedoken.”
Martie: Had Israël te maken met je interesse voor godsdienst?
Michiel: Ja, dat denk ik. Ik heb nu een sterkere band met Christus dan
toen, maar ik vond het wel frappant, dat ik op een bepaald moment dacht:
“verdraaid, ik ben net een visser in Galilea”, ik stond o.a. in de visvijvers.
Martie: Ik zal nu vertellen hoe het met mij is gegaan. Ik had het net zo
als jij dat de bijbelverhalen op school een enorme indruk op me maakten, toen
ik zes jaar oud was. Ik had het toen al in me dat ik erg in godsdienst was
geïnteresseerd en ook het idee had: ik wil mijn leven aan God wijden.
Ik weet nog dat ik kinderen op straat over Jezus vertelde. Ik had liefde
voor Jezus en liefde voor God, hetgeen ik bij mij thuis niet meemaakte; ik was
een eenling thuis. Mijn vader wilde absoluut niets over godsdienst horen, hij
was volstrekt antikerkelijk. Mijn moeder ging nog wel eens naar de kerk, en dan
ging ik mee, maar ze praatte niet over het geloof. Ze was in Den Helder op een
HBS geweest, waar theosofen lesgaven, en daar was ze door beïnvloed. Er werd
thuis ook niet uit de Bijbel gelezen en gebeden. Van huis uit heb ik het niet
meegekregen. Ik voelde dat als een gemis.
Michiel: Had je specifiek iets met God als oerkracht of als Jezus?
Martie: Nee, God was voor mij echt een Persoon. Ook in mijn New Age-tijd is
Hij altijd een Persoon gebleven. Alleen het punt was, in die tijd in mijn jeugd
was mijn interesse op God gericht. Ik hield wel van Jezus, maar ik bad tot God
en mijn vraag was: waar moet ik Jezus plaatsen? Als ik bid krijg ik antwoord
van God. Als ik tot God bid, krijg ik alles. Waar heb ik dan Jezus voor nodig?
De meest opmerkelijke ervaring was dat, als ik tot God bad, ik een diepe vrede
ervoer. Dat was prachtig.
Michiel: Gebeurde dat regelmatig,
waar je ook was? Was je specifiek in je slaapkamer alleen of ook op straat?
Martie: Ik weet nog dat ik bad als ik in mijn bed was. Ik maakte dan een
holletje - ik had een opklapbed met een gordijn - en bad. Ik had er wel moeite
mee om te gaan bidden, omdat ik voelde dat God een heilig God is. Ik ervoer dan
dus een diepe vrede en heb ook voor anderen gebeden. Heb jij dat ook gedaan?
Michiel: Ja, als kind bad ik wel. Er werd ook stevig aan tafel gebeden. Ik
had een keer gebeden en toen waren mijn wratten weg. Mijn vader vond dat ook
wel heel leuk. Dat vond ik een buitengewoon boeiende zaak. Ik had bovendien het
grote voordeel, dat hij, ondanks een zeer zware ziekte - maagkanker -
buitengewoon vriendelijk bleef en geïnteresseerd was in de kinderen, en nooit
heb ik hem eigenlijk horen klagen over zijn ziekte, hij straalde vertrouwen
uit. Beide buren - dat vind ik nog steeds ontroerend - plaatsten een
advertentie toen hij was gestorven met de mededeling dat het een voorrecht was
deze man gekend te hebben, omdat hij af en toe vanuit de volheid van zijn
geloof - hij was vrijgemaakt gereformeerd - buitengewoon geïnteresseerd was,
hij straalde wat uit. Dat maakte indruk en dat is nu weer, na zo’n 35 jaar
teruggekomen. Er moet iets geweest zijn, een geheim, dat hij bezat. Want uit
vrije wil werd hij, als man van 24 jaar, vrijgemaakt gereformeerd. Hij zag: er
gebeurt onrecht in de kerk en ik ga mee met de groep die eerlijk is.
Martie: Het is heel herkenbaar voor mij wat je over je vader vertelt. Het
is inderdaad waar, dat christenen, als het goed is, een uitstraling hebben. Een
vriendin van me maakte mee, dat een jongen in de trein haar aansprak en vroeg:
“Hoe kom je aan je witte aura?” Ze legde uit dat ze een christen was.
2. EEN ONTDEKKINGSREIS DOOR NEW AGE
Martie: Vertel eens hoe je in de New Age-wereld geïnteresseerd bent
geraakt.
Michiel: Ik las en dacht uitvoerig, naast mijn andere werkzaamheden, over
middelen zoals LSD. Dat was kort na mijn terugkeer uit Israël. Daar was ik op
de kop af een half jaar geweest.
In die tijd kwam Brès uit en verwante bladen en al spoedig had ik het boek
van Ramana Maharshi, toen niet populair, gelezen. Vooral interesseerde mij de
grote doorbraak in het bewustzijn via mescaline en LSD. Een hoop mensen lachten over de arts die een gaatje in zijn
kop boorde. Daar kon ik niet om lachen. Hij zei - en dat vond ik zeer goed van hem - : “Waarom worden mensen over
het algemeen zo vervelend, afgestompt, gestagneerd, kortom: wij weten het, volwassenen?”
Die man leed daaronder. En ik heb toch een kunstenaarsnatuur. Ik voel dat aan.
Ik dacht ook: “waarom worden we inderdaad zo vervelend, warrelig, zorgelijk
boven de dertig? Er moet iets met de pijnappelklier (derde oog van het oosten)
zijn.”
Ik nam een trip met LSD, een lange, eigenlijk anderhalve trip aan de
vooravond van mijn 21ste verjaardag.
Martie: Hoe had je dat spul gevonden?
Michiel: Via een student. Ik nam dat spul mee, ik vertrouwde hem. Ik had
hem maar een paar keer ontmoet. We hadden samen de musical Hair meegemaakt. Nu
is het de tijd om te trippen. Nu wil ik weten wat die bewustzijnsverruiming
inhoudt. Ik heb dus LSD genomen en ik moet zeggen, behalve dat ik allemaal
kleuren zag, had ik het gevoel: nu zie ik echt hoe het is. Er zijn allemaal
deuren, schermen weg voor mijn geestelijk oog. Dat was heel frappant en het
duurde lang. Ik zag ook dat alle materie pulseert, zoals met ademhalen. Er was
een zijn, een rustend zijn, hetgeen misschien doet denken aan de vrede die je
in gebed ervaart. Het nadeel was dat je terug moest komen in het vernauwde
algemene bewustzijn van alledag. Dat vond ik moeilijk. Ik was
geluidsovergevoelig, helemaal geen pretje. Dit duurde bijna een etmaal.
Daarna was mijn hartstreek beklemd. Ik neem aan dat er iets is geopend,
maar niet geheel. Wat is nu het boeiende? Ik had vernomen dat je tijdens een
LSD ervaring geestelijk kunt sterven en herboren kunt worden. Ik keek in de
spiegel, en zag mijn gezicht verdwijnen. Ik zag dat bijna verdwijnen en toen
dacht ik: “nu moet ik stoppen, iets anders gaan doen.” Het echte verdwijnen,
waar ik over gelezen had, en het dan
terugkomen, dat ervoer ik niet. Dat vond ik achteraf jammer.
Wat ik nog steeds voor LSD vind pleiten is het feit dat de twee voormannen
van LSD, Ram Dass en Leary allebei gezond zijn gebleven. Leary was op een leuke
manier gek, hij was absoluut niet krankzinnig. Je kunt niet zeggen: “De
voormannen die het in Amerika propageerden in een vrolijke sfeer werden zo maf
als een ui.”
Martie: Je ziet er dus geen kwaad in, een keer een trip te gebruiken. Maar
ik heb veel gehoord over de gevaren van trips, zoals bijvoorbeeld
hersenbeschadiging.
Michiel: Dat komt natuurlijk omdat mensen soms door willen blijven trippen,
zoals bij alcohol. Maar ik geloof niet dat één trip je op de lange duur kan
schaden. Je krijgt er geen kater van. Dat geldt ook voor goede, zuivere hasj.
Het probleem is dat je in een samenleving terugkeert die niet erg deugt.
Ik ging anderhalf jaar later werken in een fabriek, ik wilde ook de onderkant
van de samenleving zien. Ik ben gelukkig geen junkie geworden. Maar een status
of titel zei me niets.
Na de LSD trip nam mijn leven een nieuwe wending. In 1970 kwam ik in
aanraking met brieven van en later verhalen uit de mond van oom Gert, de broer
van mijn vader, die nogal langdurig in India was geweest, in de Punjab bij
meester Charan Singh Ji van Santmat, een Sikhstroming waarin men meent dat de
meester een avatar is, en dat Christus
en andere stichters van godsdiensten zich in opperregio vier bevinden, terwijl
Charan Singh en opvolgers in opperregio zeven zich bevinden, genaamd
Satpurusha.
Enthousiaste brieven dus, interessante verhalen, en het schiet me nu te
binnen, dat een satsangi, een vrouw die bij hem op bezoek kwam in Bilthoven,
een aantal weken de gastvrijheid genoot van oom Gert, een lening met hem
afsloot van 3000 of 4000 gulden, daarna vertrok en nooit meer iets van zich
liet horen. Dat vond ik wel erg vreemd. Ze deed erg vroom over de “Master”,
toen ze er was. Maar goed.
Ik las, behoorlijk gefascineerd, een aantal boeken van Sant Mat. De groep
staat ook bekend als Radha Swami. Ik heb het toen een tijd gelaten voor wat het
was. Want er was trijntje en wijntje, de kroeg en de dames en het werk vooral,
journalistiek bij de grootste krant van Nederland. Met veel plezier en vaart
uitgevoerd, niet eens zo lang, maar wel heb ik heel veel geschreven in korte
tijd. Aan die beroemde golf van energie en creativiteit in de jaren zestig nam
ik volop deel en ik had het voorrecht om talloze bekende mensen uit Nederland,
maar ook van buiten, te interviewen. Ik noem even een paar voorbeelden: de
latere Nobelprijswinnaar Elias Canetti, de schrijver James Baldwin, de
schrijver Kosinsky, en in de popwereld interviewde ik de Rolling Stones, een
paar leden van de groep Who, en niet te vergeten de Beachboys, ook de zanger
Ray Charles en andere grote namen. Kon
ik ontmoeten voor de krant. Ik was toen 21 jaar oud.
Ik bleef toch wel zo af en toe dingen over India lezen. Intens ging ik me
weer met dit alles bezig houden - vooral parapsychologie en leven na de dood,
dat soort boeken - in 1974 en daarna, totdat ik stuitte op de geschriften van
Bhagwan.
In 1973 las ik een boek over Sai Baba. Ik was er wat dat betreft al vroeg
bij, want hij zou pas in de jaren ‘80 meer bekendheid in Nederland krijgen. Ik
ontmoette ook een Indiase, getrouwd met een Brabantse journalist, die het heel
leuk vond dat ik Sai Baba kende, want, zei ze, hij is een grootheid, heel erg
bekend, ook omstreden, in India.
Dat ik nooit naar India ben gegaan, is natuurlijk vreemd. Er was best kans
en gelegenheid. Ik was ondernemend geweest en inventief als reiziger op mijn
eentje naar Israël.
Martie: Ik denk kritischer over een trip dan jij, want ik geloof dat je
bewustzijn al door één trip ontregeld raakt. Wat me interesseert is dat veel
mensen die drugs hebben gebruikt in de New Age komen. Ik ben van mening dat er
door het gebruiken van drugs een soort openheid wordt geschapen naar de
geestenwereld toe. Door mijn trancetoestanden ben ik ook ontzettend open
geworden voor allerlei soorten invloeden. Die gevoeligheid krijg je ook als je
drugs gaat gebruiken. Dat betekent helaas dat je open wordt voor allerlei
invloeden en ook negatieve waar je normaal gesproken een bescherming tegen
hebt.
Michiel: Ja, dat is waar. Wat je zegt vind je heel duidelijk gedemonstreerd
in het leven en de werken van Simon Vinkenoog. Hoe je ook over deze man mag
denken, het is vaak een grote hutspot die hij opdient. Af en toe neemt hij een
stukje over Jezus, maar het gaat in wezen toch altijd weer over zijn ervaringen
in het “paradijs” of over het Oosten. Als je aan Vinkenoog vroeg: “Wat meen je
nu echt?” vond hij het allemaal mooi. Hij wilde zich niet vast aan iets binden.
Hij ging ook nooit een echte open dialoog aan met evangelische christenen.
Martie: Ik ken eigenlijk niemand die drugs heeft gebruikt en daardoor een
relatie met Jezus Christus heeft gekregen en christen is geworden.
Michiel: Of het kan zijn via via. Ik denk aan mensen die er met moeite uit
zijn getrokken. Zoals bijvoorbeeld de zanger Keith Green, die heeft het kort en
krachtig gedaan, hasj en ook LSD. Kan dus Jezus drugs of zelfs satansaanbidding
op een wonderlijke manier gebruiken om mensen tot Zich te trekken?
Martie: Ja, daar geloof ik wel in, dat wil zeggen God kan het kwaad ten
goede keren. Ik ben zelf in een diepe crisis tot geloof gekomen. Misschien was
dat nooit gebeurd als ik normaal had kunnen ronddartelen. Ik ken inderdaad meer
gevallen, die na ervaringen met drugs of meditatie Jezus hebben ontdekt. Dat
wil niet zeggen dat ik daarom vind dat al die ervaringen goed zijn, maar God
kan ook het kwade ten goede keren door de mens in zijn nood tot Zich te
trekken. Ik ken dus niemand die in een trip de echte Jezus heeft ontmoet, maar
wel door die ervaringen heen hebben ze God gezocht. Ik ken ook het voorbeeld van een Russische vrouw die aan yoga
deed. Het hoorde bij de yoga om het Onze vader op te zeggen en toen ze dat
deed, is ze tot geloof in Christus gekomen. De yoga heeft ze achter zich
gelaten. God heeft wonderlijke wegen.
Michiel: Velen kwamen door een LSD trip min of meer op het spoor van het
Oosten.
Martie: Ja, heel veel mensen zijn door het gebruiken van drugs New Agers
geworden. Marilyn Ferguson zegt ook in haar boek: “De Aquariussamenzwering”:
Er zijn veel manieren om je bewustzijn te verruimen. Het maakt niet uit hoe je
het doet. Het kan door yoga zijn, meditatieoefeningen, het kunnen toverformules
zijn, het kunnen ook drugs zijn. Ze stelt het allemaal op één lijn als een
ingangspoort om in die wereld te komen.
Michiel: Ja, dat wordt ook ondersteund door mensen als Hesse, Alan Watts en
Aldous Huxley.
Tal Brooke kwam tot de ontdekking dat iemand na een trip tegen de Bhagwan
in Poona had gezegd: “Ik heb ontdekt, dat voor mij Jezus de grootste is”. Bhagwan
zei bijna niets, hij siste ironisch: “Veel geluk ermee”. Hij wou daar niets van
weten.
Hij heeft ook ontdekt dat veel mensen die geflipt zijn - dat wordt in de pers vaak verzwegen - keihard naar een
inrichting of een gevangenis in India moesten, waar de omstandigheden bar zijn,
want die mensen kon men in de ashram niet gebruiken. Als iemand de mist inging,
moesten ze uit de ashram.
Martie: Je bent je dus door de drugs voor het oosten en speciaal voor de
Bhagwan gaan interesseren. Wat vond je nu eigenlijk bij de Bhagwan dat je
dacht: “dat is het?”
Michiel: Dat hij al de idealen van die tijd belichaamde: openheid, niet die
idiote nadruk op werk, werk en nog eens werk, kortom speelsheid en het
relativeren van dingen.
Bijvoorbeeld een stafvergadering bij de Bhagwan begon met een mop en
eindigde met een mop. En zijn schitterende visie op het bestaan, dat ondanks de
moeilijkheden die er zijn, gevierd moet worden. Een depressie kun je ook
vieren, want zei hij, vieren is niet steeds “smiling”. Alleen zijn en tijdelijk
bedroefd zijn kan een sleutel zijn voor allerlei piekervaringen. Daarin was hij
nieuw. Hij zei ook: “Pas je dan wel aan in het Westen.” We liepen natuurlijk
wel in het oranje. Laatst ontmoette ik nog een vrouw die zei: “Wat mis ik dat
toch, die mensen in het oranje, die zo vrolijk waren.”
Hij was vooral een grote synthesemaker. Hij kon zo praten dat een kind van veertien het kon snappen. Hij
hield het luchtig.
In een korte tijd kwam er een enorme uitwaaiering van centra, van
discotheken en zelfs apotheken in Friesland. Die man had in zeven, acht of
negen jaar een ongekend succes. Hij zei: “Kunstenaars staan het dichtste bij
God. Daarom hebben ze veel meer dan anderen te lijden onder verveling,
middelmatigheid, traagheid, bureaucratie, dat haten ze.” Hij zei ook: “Ik wil
gewoon een paar dromers in mijn ashram die vrijgesteld zijn van werkzaamheden,
die zijn er voor ideeën.” Boeiende ideeën zette hij gelijk in actie om.
Het feit dat je jezelf kon blijven en leren, dat heeft toch wel mijn leven
als het ware gered voor een aantal jaren. Dat die speelsheid van de jaren
zestig terugkwam via hem, trok me enorm aan. Hij was een antwoord op heel veel
vragen, zo leek het althans.
Vertel eens: hoe ben jij bij New Age betrokken geraakt?
Martie: Je zou kunnen zeggen dat de New Age-beweging inspeelt op allerlei
dingen die christenen hebben laten liggen. Zo heb ik dingen gemist in de kerk.
Ik zocht naar de levende God, een God die ik ontmoeten kon. Ik weet nog dat ik,
toen ik nog op school zat, naar de kerk ging
- de Hervormde Kerk - met de behoefte om Jezus te ontmoeten. Ik had niet
het gevoel dat dat gebeurde. Ik zal nu niet meer alle schuld aan de kerk geven,
het lag ook aan mezelf. Maar ik miste
een stuk beleving, er werd niet gesproken over hoe je heel praktisch God kan
ontmoeten. En ik wou graag God ontmoeten.
Ik ging theologie studeren, en wel als een zoekende. Mede door de invloed van mijn ouderlijk huis
was ik er niet zeker van wat christelijk geloof is. Ik had natuurlijk ook de
invloed van mijn vader en moeder ondergaan. Ik was, evenals mijn ouders
geïnteresseerd in paranormale dingen. Ik zocht er naar: wat is waarheid, wat is
nu eigenlijk christelijk geloof? Ik ging dus geen theologie studeren, omdat ik
zeker wist: ik word dominee of zo; nee, ik wou de waarheid zoeken.
Toen ik dus begon te studeren, werd ik lid van een studentenvereniging
Prometheus. Die was opgericht na de oorlog, was vrij idealistisch, ook een
beetje socialistisch. Er waren allerlei soorten mensen lid van. Ik vond dat
boeiend. Daar ontmoette ik ook een student in de psychologie, misschien ken je
de naam Pieter Langedijk, want hij schrijft New Age-boeken. Om lid te kunnen
worden, moest je kennis maken met een bepaald aantal personen en zo ging ik bij
hem op bezoek. Ik had echt het gevoel: naar hem moet ik toe. Hij begon allerlei
dingen te vertellen waar ik nog nooit van had gehoord, zoals reïncarnatie en
yoga. Dat sloeg in als een bom, wat hij vertelde vond ik heel boeiend. Toen ik
wegging, vroeg ik hem, op de valreep: “Weet je soms een interessant boek voor
me?” Hij beval een bloemlezing aan van de werken van Aurobindo, samengesteld en
vertaald door een Duits theoloog, Otto Wolff. Het boek lag op zijn tafel.
Dat boek heb ik besteld en het werd thuis bezorgd, net toen we gingen eten.
Ik keek nog even de eerste bladzijde in, omdat ik zo nieuwsgierig was, en toen
ging er een schok door me heen. Ik was op dat moment in de ban van het boek.
Wat jij met de Bhagwan had, had ik met Aurobindo: “dat is het.” Wat door me heen ging was: “dat is nu
precies wat Jezus heeft bedoeld met het Koninkrijk van God.” Het kwam heel
idealistisch en mooi over. Wat me ook boeide, was dat hij zei God te hebben
ervaren, en daar was ik naar op zoek. Ik was zo onder de indruk van dit boek
dat ik vanaf die tijd niet meer kritisch erover na kon denken: “klopt alles
wel?”
Ik ervoer wel een groot probleem bij zijn ervaringen. Ik had geleerd dat je
door Jezus Christus tot God komt en hij zou alles hebben ervaren buiten Jezus
Christus om. Hoe kan dat? Zijn boek had het effect dat ik mijn geloof in Jezus
Christus als unieke Verlosser verloor. Jezus werd voor mij een goeroe, een
verlicht meester, en ik besloot er maar “ruimer over te denken”: Ook Aurobindo,
die geen christen was, had God ervaren.
Het is dus bij mij begonnen, niet door drugs, maar door het lezen van dat
boek, dat de belofte gaf dat je God zou vinden. Die behoefte werd niet door
mijn theologiestudie bevredigd. Dat was een intellectuele studie.
3. GOEROES EN ASHRAMS
Poona
Martie: Je hebt dus verteld hoe je bij de Bhagwan bent gekomen. Vertel nog
een keer: wat sprak je het meest aan in Bhagwan?
Michiel: Zijn frisse manier van spreken. Het schiet me te binnen. Er is een
spreekwoord: “De mens is een god in ruïnevorm.” Bhagwan zei: “Ik vind dat de
mens een god in de maak is.” Dat vond ik een goeie.
Martie: Dat is natuurlijk niet origineel: “De mens is een god in de maak”,
want Aurobindo zei dat ook. Dat is ook wat Rudolf Steiner zei en wat velen in
New Age zeggen: “We zijn op weg om een god te worden.” Dat zei Bhagwan dus ook.
Michiel: Ja, hij was goed op de hoogte van de transpersoonlijke
psychologen, waarvan Fritjof Capra nog steeds de belangrijkste woordvoerder is
en doener, want hij geeft veel cursussen. Bhagwan had een heel programma met
technieken van mensen die vooral westerlingen aanspraken zoals Maslov. Hij
werkte met tal van technieken, deels gebaseerd op reeds bestaande Amerikaanse
stromingen, deels door hem aangevuld.
Martie: Je kunt dus zeggen van hem dat hij de oosterse spiritualiteit
aanvulde met westerse psychologie.
Michiel: Ja, precies, dat is het. Hij zei inderdaad: “Als wij de grote
schatten van het oosten combineren met de inzichten van Maslov en Wilson, dan
krijg je een heel heldere toegang tot het bewustzijn.” Want, zei hij, “Gewoon
gaan zitten en mediteren heeft geen zin. Er zit veel te veel troep in je hoofd.
Je moet er eerst de boel uitgooien via lichaamsgerichte meditaties met muziek.”
Ook veel Gurdjeff-oefeningen zaten
erin.
Martie: Wat zijn Gurdjeff oefeningen?
Michiel: Je bent bijvoorbeeld in een dans of beweging en plotseling zegt de
leider: “stop”. Waar je ook in bent, vijf of acht minuten lang moet je in die
houding blijven om te voelen wat er dan gebeurt. Je kunt staan of geknield
zijn. Het is een oefening om je lichaam te voelen. Daarna stilte.
Ik was meer theoretisch geïnteresseerd, maar ik heb een paar keer zoiets
gedaan en op zich vond ik het heel waardevol, want ik herinner me met name een
meditatie met fel licht, waardoor tijdelijk je gedachten worden stopgezet. Je
moet zelf proberen wat jouw weg is op meditatiegebied, of je bhakti wil doen,
de weg van overgave, of meer intellectueel wil worden toegerust. Aan het begin
en einde van zijn loopbaan legde Bhagwan grote nadruk op Zen, want in humor,
aardsheid en geleidelijkheid - Zen zegt niet: patsboem en je bent voor altijd
verlicht -, zag hij het meeste.
Waarschijnlijk ook omdat hij een groot kunstliefhebber was. Ik heb dus een
aantal meditaties uitgeprobeerd en het was grappig dat Bhagwan mij daarna
Satdhyano (zuiver meditatie) noemde. Ik kreeg die naam per post. Hij had die
brief zelf geschreven. Het heeft nog drie jaar geduurd voordat ik sannyasin
werd.
Martie: Wat houdt sannyasin in?
Michiel: Dat houdt drie dingen in: je krijgt een andere naam, een ketting
met de beeltenis van Bhagwan, - ik kon die in Drente afhalen - en je gaat in
het oranje; later werd het rood of roodbruin. Ik vond dit laatste op zichzelf
wel origineel, want de mensen, die zich bij Bhagwan hadden aangesloten, spraken
me aan. De huisarts bijvoorbeeld zat erbij. Ook kreeg je sannyasin-apotheken.
Er werd flink initiatief getoond.
In 1981 kwam er een bepaalde kentering: meer rood dragen, minder lang haar.
Dat was een aanpassing aan de westerse samenleving. Bhagwan ging zelf richting
Hollywood. Hij wou daar de groten lokken. Hij wou een grote gemeenschap met
verschillende kringen. De buitenste kring is voor liefhebbers, genotzoekers,
een mooi hotel, noem maar op. Ze kunnen een kaartje leggen of een gok wagen.
Allengs, als je meer naar binnen in de kringen gaat, wordt het serieuzer.
Martie: Heb je tot de binnenste kring behoord?
Michiel: Nee, ik heb nooit tot de binnenste kring behoord. Wel heb ik
langdurig nauw contact gehad met Jan Foudraine. Dat is een merkwaardig lot.
Martie: Ik heb zijn boek “Oorspronkelijk gezicht” gelezen, waarin hij zijn bekering tot de
Bhagwan beschrijft. Hoe ben je zo met hem in contact gekomen?
Michiel: Foudraine wilde literaire informatie over Gerard Reve, die ik goed
kende en die hij in een van zijn boeken verwerkte. Ik gaf hem die informatie en
dat heeft hij in zijn boek Struikelen over de waarheid vermeld. Toen
bleef er contact, want hij kon me op allerlei gebied raadplegen. Foudraine
bleef een beetje een uitzondering; hij werd wel eens de kardinaal genoemd in
sannyasinkringen.
Ik kon de humor van Bhagwan waarderen. Iemand vroeg aan hem: “Wat vindt u
van uw eigen ashram? Zou u zichzelf als jongere aanmelden?” Toen zei hij: “Als
ik als jong persoon in mijn eigen ashram zou komen, dan zou ik onmiddellijk de
benen nemen en weggaan.” Kortom, hij was geen groepsmens. Hij prees de
eenlingen zoals Wilhelm Reich. Hij was bekend om zijn leeshonger. Sannyasins
namen vaak stapels boeken voor hem mee, hij had een geweldige bibliotheek.
Martie: Wat was het doel dat Bhagwan nastreefde?
Michiel: De ashram was voor hem een experiment in bewustwording. We moeten,
zei hij, na zoveel eeuwen van waanzinnige oorlogen, bloedvergieten en
wreedheid, thans ook van -ismen en -logieën af en nu proberen - dat kwam heel
sympathiek over - een gemeenschap te vormen, die wellicht heel groot kan
groeien op de wereld, waarin we zoveel mogelijk van -ismen afmoeten. Hij kreeg
natuurlijk wel de vraag: “Is dit nou ook niet een nieuwe beweging?” “Ja”, zei
hij, “een noodzakelijk kwaad is natuurlijk dat je een tijdje een leider hebt.
Dat is het spel. Iemand moet de boel aangeven.” Hij zei: “Democratisch kun je
het in je eigen land doen. Hier in Poona is het niet een democratie. Ik geef de
toon aan.”
Martie: Als je zo vertelt wat hij wilde, zeg ik: “Hier zie ik niets nieuws
in.” Want in Auroville, de stad die de Moeder stichtte nabij de Aurobindo
Ashram, streeft men precies hetzelfde na. Er zijn meer idealen geweest van
mensen die zeiden: We moeten geen oorlog meer enzovoort. Het hele pacifisme is
zo’n beweging. Kan je dan aangeven wat dan toch origineel was van Bhagwan?
Michiel: Origineel was bijvoorbeeld, als je lezingen hoort van Bhagwan, dat
het inderdaad zijn mening was om iets serieus aan te pakken en even later
actuele anecdoten en grappen en schuine moppen in te lassen.
Martie: Maar daar stond Aurobindo ook om bekend, dat hij moppen inlaste.
Michiel: Oh, dat kan natuurlijk zijn. Het is wel opvallend dat Bhagwan alle
gevestigde namen, ook Aurobindo, ervan langs gaf; soms ging het creatief, later
werd het kwaadaardig. Want hij zei: “We moeten de boel ontledigen.” Op zich
vond ik wel boeiend dat Foudraine zei, toen hij het verwijt kreeg van critici:
“De man is gebrainwasht”: Hij antwoordde dan: “Inderdaad, elke keer als het
ware krijgen we een pak dreft mee van Bhagwan, waar de hersenen schoner van
worden. Het is een groot wonder als je van de universiteit komt en er zijn nog
een paar cellen open en ontvankelijk.”
Bhagwan’s thema was vaak: de
beruchte p’s: parents, pedagogics, politicians, pundits, priests and press. Hij
zei, en dat sprak me aan: “Wanneer wij gemeenschappen hebben, en de ouders
hebben alsmaar ruzie, dan is dat ellendig voor de kinderen. De kinderen moeten
naar een ander kunnen gaan, die bijvoorbeeld geen kinderen heeft. “En dat
lukte, zo ik hoorde, vrij goed. Ik dacht ook: “dit is een gezonde visie van
hem.” Ideaal is het natuurlijk nergens.
Maar hij vond, - en dat vind ik moedig - dat we gewoon nu moeten proberen al die eeuwen van getob,
verdriet en lijden achter ons te laten. We moeten het proberen en het kan. Om
een voorbeeld te geven. Foudraine dacht: “ik ga bijna stuk aan het succes van
mijn boek (“Wie is van hout”).” Hij kon daardoor niet meer goed aan de
bak komen in de psychiatrie. En toen kreeg hij van Bhagwan de opdracht:
“Schrijf nu eens opnieuw een boek en over dit gebeuren hier in Poona.” Dat
heeft hij gedaan.
Aanvankelijk, zo’n zes, zeven, acht jaar, was er een grote sfeer van
enthousiasme. Het was een leuke happening, culturele evenementen. Toen Bhagwan
zoek was, - hij was voor medische redenen in Amerika -, was er een grote
bijeenkomst in Amsterdam. Daar voelde ik me thuis. Dit was zijn grote kracht,
dat hij namelijk de gefrustreerde idealisten van de jaren zestig bij elkaar
bracht, die op de een of andere manier - dat heb ik ook sterk ervaren -
dachten: “de jaren zeventig, die zijn tam, dor, alles is opgehouden, wellicht
ook door harddrugs bij vele idealisten, de zaak is in elkaar gestort.” Parijs ‘68 met de studentenopstanden was
niet echt gelukt, en de hippiegeneratie was zo goed als weg.
Martie: Dus eigenlijk kan je zeggen dat Bhagwan in de jaren zeventig een
vacuüm opvulde van mensen, die dachten: “wat moeten we nu”?
Je kunt zeggen: hij had een groots ideaal - evenals Aurobindo en de Moeder
- en wie zou er niet graag willen dat deze wereld een paradijs werd. En dan kan
je zeggen: “We gaan er mee beginnen”, maar is dat realistisch gedacht? Heeft de
ashram van Bhagwan er inderdaad toe bijgedragen dat het beter in de wereld is
geworden?
Michiel: Misschien is het wel zo geweest dat hij een groot aantal dingen
heeft verhelderd. Het was voor veel mensen een openbaring dat hij zei: “Je
hoeft het niet swingend te vieren, maar je kunt wel vieren dat je alleen bent,
dat verdriet ook een andere dimensie heeft en niet alleen een ellende hoeft te
zijn, die je moet bestrijden met therapieën of pillen. Je kunt inderdaad ook
eens alleen zijn en een bepaalde vorm van weemoed of verdriet voelen.” Hij gaf
aan dat bepaalde golven in het emotionele leven van een mens normaal zijn.
Martie: Ik probeer er gewoon wat kritisch over na te denken. Zit er niet
een bepaalde tegenstrijdigheid in wat Bhagwan wilde. Aan de ene kant lijkt het
heel idealistisch. Hij wilde de wereld beter maken, maar aan de andere kant had
hij zulk een houding van speelsheid dat ik denk: hoe kan je dat doen in deze
wereld, alsof de ellende helemaal niet bestaat? Volgens mij moest hij niets
hebben van moeder Theresa, die daadwerkelijk iets voor de armen deed.
Michiel: Ja, dat is merkwaardig. Er is zelfs een briefwisseling geweest
tussen Bhagwan en moeder Theresa waarin ze zei: “Ik vergeef je diverse
uitlatingen.” Dat vond ik ook wel vreemd, want inderdaad, niet sociaal vond ik
dat je niet in optochten mocht meelopen. Hij zag in de bestaande orde heel
weinig. Hij was in dat opzicht heel rebels. Hij had in India natuurlijk te
maken met grote corruptie.
Martie: Maar ik zit nog steeds met die tegenstrijdigheid.
Michiel: Hij zei natuurlijk, dat was slim, net als Henry Miller:
tegenstrijdigheden en paradoxen horen bij de mystiek. Als je over volheid
spreekt, kan het over leegte gaan en omgekeerd. Hij zei als veel mystici:
“Uiteindelijk kun je het niet benoemen.”
Martie: Als je zegt: “Paradoxen horen bij de mystiek”, dan kun je in feite
alles goed gaan praten.
Michiel: Het gevaar kwam inderdaad later, toen het met de commune in
Amerika niet goed ging. Hij was daar niet de baas zoals in Poona. Hij werd gast
genoemd. Het was een vreemde constellatie, want niemand begreep goed waarom hij
4½ jaar zweeg. Toen Indhira Gandhi werd vermoord, zei hij: “Nu ga ik weer
spreken.” Sheela, die inmiddels de tent goed in handen had, vond dat helemaal
niet zo leuk. Hij heeft toen vooral politiek commentaar geleverd, op Reagan.
Wat ik gevaarlijk vond, - toen voelde ik nattigheid - was dat ze de dorpjes
rond de commune met onschuldige, vriendelijke mensen wilden gaan overnemen.
Toen kwam er een wonderlijke geruchtenstroom - daar is nog steeds een onderzoek
naar gaande door sommigen - over vergiftigingen en intimidaties. Een voorbeeld.
Er was een Bhagwanhotel in Oregon. Er waren twee bomaanslagen en niemand weet
tot op heden of die van de vijandige buitenwacht kwamen of door sannyasins zelf
waren opgezet om extra aandacht te
krijgen.
In 1983, toen ik innerlijk begon af te haken, kwam er een kleine zg. ‘Rajneesh
Bible’, een rood boekje, dat aan Mao deed denken, samengesteld door zijn
secretaresse Sheela, die steeds maar prominenter werd. Zie je, dacht ik, het
gaat over in een cultus. Veel mensen
gingen toen afhaken. Ik heb dat boek ook nooit willen hebben. Het was zg.
grappig. Het was een kleine namaak catechismus. Ik denk dat het een stunt was
vanwege de belastingen.
Martie: Mijn vraag is dus: Bhagwan trok aan, omdat er een vacuüm was, maar
heeft hij uiteindelijk, op den duur voor jou en anderen dat vacuüm opgevuld?
Michiel: Nee, duidelijk niet, want je bleef toch met vragen zitten. Dat
blijkt ook wel uit het grote aantal sannyasins dat al tijdens zijn leven het in
een andere richting ging zoeken. Op een moment claimde hij veel meer
volgelingen dan hij daadwerkelijk had. Het teleurstellende was dat er weinig
consistentie in zat. Een voorbeeld is leuk te noemen. De ‘humaniversity’ in
Egmond bestaat nog steeds, die trokken zich van al die instructies uit Oregon
niets aan en bleven rebels.
Het was een heel bont gebeuren. Heel veel New Age-muziek van nu is
gebaseerd op de melodieën van Deuter, een volgeling van Bhagwan, die al in de
jaren zeventig voor de meditaties bijbehorende muziek maakte.
Martie: Hoe zag de Bhagwan zichzelf, als een verlicht meester?
Michiel: Ja, als een verlicht meester. Hij heeft zijn verlichting uitvoerig
beschreven. Hij kon haast niet meer spreken, dat heeft een dag of honderd
geduurd. Hij moest tellen om nog verbinding te houden met zijn lichaam, hij was
totaal leeg. Een vrouw kwam af en toe bij hem kijken. Plotseling gebeurde het.
Hij ging rond middernacht naar een ommuurde tuin. Hij kreeg een zeer krachtige
ervaring, de tijd verdween en een volkomen helderheid en een gigantisch licht
omgaf hem. Hij was als het ware alleen nog licht. Dat heeft hem nooit meer
verlaten. Op een moderne manier zag hij dat de Boeddha gelijk had en hij
ervoer, zoals ik zelf in een LSD-trip heb ervaren dat in wezen de mens vrijheid
is, vrijheid tot kiezen. Of dat waar is, is een tweede, maar dat ervoer hij. Er
kwam een geweldige energie vrij en kort daarna kwam zijn zonnefase, zoals hij
dat noemde: naar buiten gaan, talloze dorpen en steden bereiken, debatten met
professoren in India. Hij was al heel bekend in India voordat wij hem leerden
kennen. Hij had al tal van technieken met redelijk ontwikkelde hindoes
uitgeprobeerd voordat hij eigenlijk begon.
Dus hij had wel degelijk een plan.
Martie: Hij heeft zichzelf de naam Bhagwan gegeven, dat is een sanskriet
woord voor God, het Hoogste.
Michiel: Dat heeft hij later teruggenomen, omdat velen zich eraan stoorden.
Hij heeft toen zijn naam veranderd in Osho, een soort Japans zenwoord voor
eerwaarde. Hij begreep wel: dat valt niet goed.
Martie: Ik vraag me ook af: Bhagwan had een mooi ideaal en was daarbij kritisch
naar anderen toe, naar -ismen en -logieën.
Wat is dan je eigenlijke motivatie voor die kritiek? Je kunt kritiek op
foute toestanden gemakkelijk gebruiken als excuus om je eigen agressie af te
reageren.
Michiel: Hij zei natuurlijk wel: “Als je niet oppast, zitten we zo in een
derde wereldoorlog.” En hij prees natuurlijk bepaalde uitingen van cultuur weer
wel, maar hij zei ook: “We staan op het punt van zelfvernietiging.” Eén van
zijn beroemde zinnen, die veel mensen aantrok was: “De aarde kan dit soort
mensen niet lang meer verdragen.” Het was hard tegen hard, je had de koude
oorlog. Inderdaad, het is een feit dat het leek alsof de mensheid geen snars
had geleerd van Auschwitz en Hiroshima. Dus hij zei: “De soort zoals hij nu is,
is rampzalig.” Er gaan zoveel dieren, plantensoorten ten onder. Dat ging hem
zeer ter harte. Dat sprak heel veel mensen aan.
Zijn hoofddoel bleef het goede van het oosten en het westen tot een
synthese samen te brengen. Het grappige is dat je nu ziet dat intelligentsia
van progressieve kring à la Vrij Nederland, die toen bang voor hem waren, nu
zeggen: “Hij kan wel eens de boeddha van de toekomst zijn, van het komende
millennium.” Nu is het veilig, nu is hij dood.
De Sri Aurobindo Ashram
Martie: Dit is een heel duidelijk verhaal. Het is natuurlijk wel leuk om te
zien in hoeverre dit verhaal parallel loopt met mijn zoektocht in de Aurobindo
Ashram. Ik ben dus inderdaad in India geweest en heb de goeroe, “the Mother”,
persoonlijk ontmoet.
Het is een interessant verhaal, hoe het mogelijk werd dat ik naar India kon
gaan. Ik studeerde dus theologie en mijn professor in de godsdienstwetenschap
stimuleerde het dat ik voor studie naar India zou gaan. Ik wilde natuurlijk
dolgraag naar de ashram toe om de Moeder te ontmoeten. Zij was voor mij iemand
die God had ervaren en God vertegenwoordigde, een Christusfiguur. Maar ik had
er geen idee van, dat ik daar werkelijk heen kon gaan.
Toen kreeg ik een Duits tijdschrift in handen: “Die andere Welt”,
waarin ik het adres vond van de Duitse Sri Aurobindo Society. Omdat ik van plan
was een jaar naar Heidelberg te gaan om daar te studeren, schreef ik naar dat
adres, want vanuit Heidelberg zou ik naar Karlsruhe kunnen gaan. Tot mijn
verbazing kreeg ik antwoord van een emeritus predikant die een Hollandse vrouw
had, die toen in de ashram was voor enige tijd. Ik schreef naar haar en toen
kreeg ik werkelijk het idee om te gaan. Het geld voor de reis kreeg ik ook op
een wonderlijke manier. Mensen zeiden tegen me: “Je moet gaan.” Redfield van de Celestijnse belofte zou dit
het hogere toeval noemen.
En zo ging ik in mijn eentje met de boot naar India waar ik op 20 september
1966 in de Aurobindo Ashram aankwam. Ik ben er exact een jaar geweest, tot 20
september 1967. Ik hoopte er echt God te vinden. Ik was vooral in mystiek
geïnteresseerd. Daar hoorde ik in de kerk in die tijd eigenlijk niet over
spreken. Dus ik dacht: “dat vind ik bij de Moeder.” Ze werd “de Moeder”
genoemd, omdat ze gold als de incarnatie van de goddelijke moeder, de grote
moedergodin. Je kunt dat vergelijken met de benaming “Bhagwan”. Ze was voor mij
ook een persoon die als het ware God belichaamde. Ik was heel blij dat ik naar
haar toe kon. Voor mij was de ashram een paradijs op aarde. Maandenlang keek ik
uit naar een darshan, een audiëntie, van de moeder. Ik ging alleen met een
probleem naar de ashram, want mijn professor vond het goed dat ik studie maakte
van de yoga, dat heeft hij zelfs gestimuleerd, maar ik mocht zelf geen yoga
beoefenen. Ik dacht: “wat mag dan wel of niet? Yoga betekent toch dat je met
God bezig bent en dat is niet verkeerd. Dat doe je als christen ook.” Maar in ieder geval: ik ging naar de ashram
en wilde de Moeder zien. Ik besefte niet dat alleen al het feit dat je daarheen
gaat, je onder een bepaalde invloed brengt.
Michiel: Zou dat ook gelden voor het in Nederland lezen van een boek over
Aurobindo of de Moeder?
Martie: Ja, daar gaat al invloed van uit. Zoals ik al heb verteld, toen ik
het eerste boek van Aurobindo ging lezen, was ik opeens in de ban. Ik weet ook dat
ik het boek Savitri bestelde al voordat ik naar India ging en dat ik voelde dat
er een enorme kracht van uitging. De Moeder zei ook: “Alleen al het lezen van
Savitri betekent dat je yoga doet.” Ik snap nu wat ze bedoelde. Als je het boek
leest, kom je onder een invloed.
Ik ging op mijn verjaardag, op 3 oktober, naar haar toe. Als je jarig was,
gaf ze darshan. Dat betekende dat je een paar minuten bij haar was in haar
kamer. Bhagwan heeft zijn naam nog ingeleverd, maar dat heeft de Moeder nooit
gedaan. Ze voelde zichzelf ook als iets heel bijzonders. Ze hadden geen stoel
bij haar neergezet, want het was de bedoeling dat je knielde.
Ik heb toen een inwijding ontvangen. Ik weet nog goed dat de bediende die
aanwezig was aan me vroeg: “Do you want to have the Mother’s blessings?” (Wil
je de zegen van de Moeder ontvangen?)
Er werd je niets bevolen, maar ik voelde zo’n enorme kracht op me
afkomen, dat ik, of ik wilde of niet, wel moest knielen. En zo ontving ik “de
zegen” van de goeroe. Ze heeft mijn hoofd vastgepakt bij mijn slapen en er
tegen aangedrukt, en ook heel hard op mijn hoofd geslagen. Ik dacht simpel: “er
gebeurt tenminste wat”. Ze heeft ook met mijn haren gespeeld en ik had het
gevoel, dat ze veel van me hield. Maar het merkwaardige was dat, toen ze me eerst aankeek voor een zekere tijd zonder iets te zeggen - het was een
zwijgende darshan - ik het gevoel kreeg dat ze me uitlachte. Ik weet nu zeker dat ze dat heeft gedaan.
Hier zie je ook weer het tegenstrijdige. Het lijkt net of ze van je houdt, en
aan de andere kant word je uitgelachen.
Ze had echt een bovenmenselijke kracht en ik dacht: “dat komt van boven,
dat is van God.” Ik heb dus helemaal geen angst gehad, dat dit verkeerd was of
zo. Het was voor mij een zeldzame belevenis.
Michiel: Heb je ook rust of vrede ervaren?
Martie: Als je vraagt naar een ervaring van vrede, dan zeg ik “ja”, en in
het bijzonder, toen ik op een darshandag, waarop de Moeder op haar balkon
verscheen, naar de kamer van Aurobindo ging. Je kon dan zijn kamer bezichtigen
waar hij 24 jaar lang in had gezeten.Toen ik naar boven ging, de trap op, had ik opeens het gevoel dat er een vrede op
me neerdaalde, zo immobiel, alsof er een blok steen op mijn hoofd viel. De
vrede was keihard. In de yoga moet je afzien van al je emoties. Ook mijn
gedachten verdwenen, dat gaf een heerlijk gevoel dat je een
verlichtingstoestand bereikte, het was als een roes. Ik heb dat nog wel eens
vaker gehad in de ashram. Alleen het gekke was - en dat vond ik toen toch wel
vreemd - dat het een soort bijeffect had alsof je heel passief werd en niets
meer kon doen, het was een verlammend gevoel. Ik heb het ook een keer gehad,
toen de Moeder darshan gaf op haar balkon, zodat iedereen haar kon zien. Ik
weet nog dat ik een keer in de straat stond. Opeens had ik het gevoel: ik krijg
een klap op mijn hoofd en daar stond de Moeder op haar balkon. Het was net
alsof ik niet meer kon lopen, ik stond helemaal vast aan de grond. Ik moet er
opeens aan denken dat dit ook bij Jomanda kan gebeuren, dat de mensen aan hun
stoel blijven vastzitten. Achteraf gezien, geeft dat helemaal geen goed gevoel.
Ik kon toen gewoon niet begrijpen wat het was.
Michiel: Ja, dat tegen de grond geslagen worden maakte ook een grote vriend
van mij mee in Amerika, tot twee keer toe. Hij stond achter in de tent en
patsboem. Hij kon het ook niet thuisbrengen.
Martie: Op zo’n darshandag was de sfeer fijn, zo voelde het aan. Als ik
zo’n verlammend gevoel had, dacht ik wel: “er klopt hier iets niet.” Ik heb het
onbehagelijke gevoel ook bij een andere gelegenheid gehad. Er was twee keer in
de week een collectieve meditatie op de playground. Er werd gesport en ook
gemediteerd. De oude mannetjes deden dan voordat de meditatie begon gymnastiek,
en hielden een z.g. “marchingpast” als ik me dat nog goed herinner. Ze
marcheerden voorbij het portret van de Moeder dat daar hing en deden dan hun
armen omhoog op de manier van “Heil Hitler”. Het deed me aan de Nazi’s denken.
Ik had er een heel naar gevoel bij. Over het algemeen genomen heb ik in die
tijd geen gevoel gehad van: het klopt hier niet of: het is hier duivels.
Wat me ook opviel, ik weet niet precies hoe het bij Bhagwan was, het was
sterk individualistisch. Wat je in het christendom hebt, dat je namelijk
gezamenlijke diensten hebt, samen zingt, en ook met elkaar contact hebben,
bijvoorbeeld met koffie drinken na de dienst, dat kende men daar niet. Je had
wel een collectieve meditatie - die was vrijwillig, daar kwam lang niet
iedereen -, maar dan zei je niets tegen een ander. Dus gemeenschapszin was er niet.
Ik heb ook nooit gezongen in mijn New Age-tijd. Heb je wel eens gezongen?
Michiel: Nee, zelden. Wel eens meegechant met de zonnemantra “Gayatri”.
Inderdaad, het van harte meezingen is er niet bij. Het viel me wel steeds op in
diverse gemeenschappen, ook bij Bhagwan, dat het spiritueel behoorlijk
autistisch is. Je moet het zelf uitzoeken. Aan de andere kant: het woord van de
meester is wet. In de literatuur over Auroville las ik steeds: “de Moeder zegt”
en dan kwam er weer een citaat.
Martie: Dat vond ik toen ook moeilijk, een soort tegenstrijdigheid. Want de
goeroe zei zelf: “Hier ben je vrij” en “Hier is het innerlijke licht”. Aan de
andere kant dicteerde zij alles. Ik wilde boeken uit de bibliotheek lenen, en
dat mocht helemaal niet.
Michiel: Dat is leuk dat je dat zegt, want recent is dat nog zo. Ik las dat
in Brès. Iemand moet nu een hele procedure volgen voordat hij in Auroville
eindelijk in de bibliotheek mag komen.
Martie: Wat me ook opviel, toen ik daar kwam - ik vond het wel een beetje
storend, maar heb me er bij neergelegd - was een behoorlijk hautaine houding.
Iemand zei letterlijk tegen mij: “Je komt net uit het Westen, je zult er nog
wel niet veel van snappen.” Zo van: “Wat weten jullie arme stumpers van
westerlingen nou, daar staan wij ver boven.” Heb je bij de Bhagwan ook wel eens
zo’n houding meegemaakt?
Michiel: Ja, de echte Poonagangers hadden daar ook wel iets van. Die gingen
dan voor een kleine Bhagwan spelen. De therapeuten in Poona waren ook
halfgoden. Toen Lin Stevens, die het boek “De schijn van heiligheid”
schreef, daar bezwaar tegen maakte, kreeg zij op haar donder. De halfgoden,
opgeleid door Bhagwan, mocht je niet tegenspreken.
Martie: Dat mocht in de ashram ook niet. Het is toch merkwaardig dat men
zoveel nadruk legt op geestelijke vrijheid, maar als het puntje bij het paaltje
kwam, dan had je geen vrijheid om te denken.
Michiel: Men was zeer streng wat betreft het bijwonen van lezingen. En als
je zo af en toe eens komt, hoor je er niet echt bij. Een voorbeeld. Als mensen
in het oranje liepen, maar geen ketting om hadden, werden ze toch subtiel onder
druk gezet om uiteindelijk toch bij de club te komen, misschien niet door
Bhagwan, maar wel door zijn psychotherapeuten. Je werd niet helemaal voor vol
aangezien, als je die stap niet had gedaan. Stevens wilde die stap niet doen en
kreeg een rare buitenbeenpositie. Haar bevrijding begon, toen zij midden in de
nacht in een raar hotelletje onder nare omstandigheden, hitte, noem maar op,
besloot: “ik word geen sannyasin.” Ze heeft er een boek over geschreven. Het
interessante is, dat is misschien wel leuk om te vertellen, toen Foudraine een
lezing had gehouden over zijn eerste boek, toen hij in Poona was geweest, vroeg
ik hem: “Ik begrijp er niets van. Het boek van Stevens geeft helemaal de
tegenkant, zij is veel meer bewogen met de Indiërs rond de ashram en met
menselijkheid in het algemeen. Wat is nu echt de waarheid volgens jou?” Toen
zei hij eerlijk: “Dat weet ik niet. Misschien ligt de waarheid in het midden.
Misschien moet je inderdaad beide boeken lezen.” Ik was helemaal in verwarring.
Want Stevens zei: “All right, hij heeft een aantal belangrijke dingen te
vertellen, maar de cultus rondom hem in Poona wordt te groot.” Overal hingen
foto’s van hem, zelfs op de WC.
Martie: Ja, dat was in de Aurobindo Ashram ook zo. Overal hingen foto’s van
de Moeder.
Michiel: Stevens had contact met veel Indiërs die ze even boeiend vond als
mensen in de ashram. In een discussieprogramma van Sonja Barends over Bhagwan
heeft ze uitgeroepen: “Die Bhagwan was een wandelende psychopaat. Die moeten ze
opsluiten.” Later, in een serie VU lezingen werd Foudraine helemaal woedend op
haar en zei: “Wil je nu eens al die beweringen terugnemen?” “Nee”, zei ze,
“geen denken aan.” De VU had zelfs zeven lezingen over Bhagwan georganiseerd
met dr. Kranenborg, noem maar op.
Dit vind ik een belangrijke en moeilijke vraag: wanneer wordt iets van een
beweging een sekte? Want een sekte, zo heb ik begrepen, is een groepering, die
een deelwaarheid maakt tot de waarheid. Het hoeft niet altijd een scheldwoord
te zijn. Het woord wordt gunstig gebruikt voor de eerste christenen en bij Zen.
Martie: Zou je de Bhagwan-beweging als een sekte typeren?
Michiel: Het is uiteindelijk tijdelijk een sektarisch gebeuren geworden, dat
is beangstigend. Dan gaan mensen bijvoorbeeld dingen ontkennen. Ik vroeg
Foudraine: “Wat is er gebeurd met Vivek, zijn levensgezellin, die nota bene
zelfmoord pleegde, in de ashram in Poona, zo zeven weken voor zijn eigen dood?“
Het is een rare zaak. Je gaat bijna aan een pact denken. Je gaat bijna denken,
dat Bhagwan zei: “Ga jij nu maar eerst, dan volg ik.” Maar Foudraine reageerde
niet. Hij zei niets. De een wil alles wegpoetsen, terwijl de ander fel tegen
is. Milne, een ex-lijfwacht, schreef een boek “De God die faalde”,
waarin hij de vloer aanveegde met alle praktijken in Poona.
Martie: Ik zou nu ook zelf de Aurobindo Ashram een sekte noemen, terwijl ze
zelf zeiden: “We zijn geen sekte”, maar dat zegt natuurlijk niets. Wat een
sekte typeert, is een gezaghebbende leider, zoals Bhagwan en de Moeder. Dat
zijn leiders die een goddelijk gezag hebben. Ook typeert een sekte dat ze geen
kritiek kunnen verdragen. Zelf zijn ze veroordelend naar anderen toe. Als
christen zeg je dan ook: ze hadden geen juiste kijk op Jezus Christus. De geest
uit God belijdt Hem als Zoon van God en Verlosser. Aurobindo en de Moeder
hebben Jezus slechts als één van de velen beschouwd, zij waren zelf nog hogere
avatars. Ook Bhagwan had een vreemde kijk op Jezus, is het niet?
Michiel: Ja, hij begint met een serie van ongeveer tien schitterende boeken
over Jezus, o.a. “Het Mosterdzaad”. In dat boek zegt hij: “Jezus is de
wijsheid zelve.” Het gekke is dat hij later, aan het einde van zijn leven op
een zeer kille en bijna psychotische manier Jezus afwijst. Dan komen er vreemde
opmerkingen zoals : “Er is helemaal geen leven na de dood. Laat die onzin toch
vallen”. Dan noemt hij Jezus psychotisch. Iemand met een grootheidswaan. Hij
projecteert in feite zijn eigen problemen op de figuur van Jezus. Dan schrik je
werkelijk. Dan laat hij zien wat hij er eigenlijk van vindt. Hij doet een
frontale aanval op J. van Nazaret, zoals hij Jezus noemde. In feite ontmantelt
hij zichzelf.
Sai Baba
Martie: Bhagwan was je belangrijkste meester, maar heb je nog andere
contacten gehad? Ik heb ook alles geprobeerd.
Michiel: Ja, je valt natuurlijk in een leegte, als het Bhagwan gebeuren
niet voldoet. Op een gegeven moment vond ik de aantrekkelijke en interessante
Sai Baba beweging. Zoals reeds gezegd, had ik een vrijgemaakte gereformeerde
oom die zei: “Sai Baba, die is het helemaal.” Ik heb overigens ook
ex-vrijgemaakt gereformeerden onder Bhagwan-aanhangers gevonden. Ik ben daar
vrij lang mee bezig geweest. Ik heb me echt een ongeluk gelezen. Ik wilde echt
weten: hoe zit het?
Ik heb een ervaring van de aanwezigheid van Sai Baba gevoeld, hier in mijn
huis. Het was een soort bezoek. Ik vond het niet onprettig, maar ik zei ook:
“Nu is het wel genoeg.”
Martie: Jij hebt het idee gehad dat Sai Baba er echt was. Wat mij
interesseert is: geloof je ook dat het echt zo is en hoe kan dat?
Michiel: Nou, ik dacht: “misschien is hij inderdaad de teruggekomen
Christus, want hij doet wonderen.” Hij benadrukt zeer sterk liefde en
activiteiten. Hij zegt dat hij de reïncarnatie is van Shirdi Sai en dat hij zal
terugkomen, - en dat trekt natuurlijk veel mensen aan - als Prema Sai rond
2040, zijn laatste incarnatie in de trilogie. Er zijn nu al beeldjes in India
opgericht waar hij geboren zal worden. Sterker, er schijnt al een meisje te
zijn dat zijn moeder wordt. Robert Lang, een oude psychiater, die ook jarenlang
had gedacht: “dit is toch link”, - hij was een christen -, schreef hem een
brief, want hij dacht toch: “hij is het.” Hij heeft een diepgaand en eerlijk
boek geschreven over de Sai Baba. Ik heb dat gelezen. Ik dacht ook: “dit is
razend interessant. Het is bijna zover. Binnenkort begint het allemaal een stuk
beter te worden.” Totdat de twijfels komen. Er kwamen rare geruchten over seks,
machtsmisbruik, gelden, niemand wist waar ze vandaan kwamen. Toch weer een
sekte?
De Sai Baba beweging Nederland haalde de krant toen zij kennelijk onbevoegd
- wel met goede bedoelingen - bij Albert Heyn geld en goederen vroegen voor
Tsjechië of Roemenië.
Allengs wordt het je toch ook weer duidelijk dat je er misschien in vliegt,
want voor mij is het belangrijkste, dat hij claimt en die claim kan ik nooit
aanvaarden: “In mij is Christus, Mohammed, Boeddha en nog een paar groten.”
Toen dacht ik: “daar geloof ik niets van.”
Hij representeert in zijn activiteiten wel een aantal goede dingen - zoals
ziekenhuizen -, maar uiteindelijk is het toch een zeer psychisch gericht
geheel.
Hij gebruikt behoorlijk bekende paranormale mensen in diverse landen als
medium, tussenfiguur. Hij heeft ook een soort queen, zou je kunnen zeggen,
Indra Devi, 97 jaar oud, koningin van de yoga, één van zijn topdiscipelen. Ze
heeft een potje met as dat nooit ophoudt; er komt steeds weer as uit voor ieder
die ze genezen moet.
Ze hebben dus een charisma dat heel wat mensen aantrekt en steeds komen er
weer nieuwe discipelen die boeken schrijven. Rond Sai Baba zijn wel enige
honderden boeken verschenen.
Martie: Heb je ook in Nederland contacten gehad met de Sai Baba groep?
Michiel: Ja, via o.m. Wim van Dijk, een jongen in het zuiden des lands, die
het boek “Bevrijding komt niet uit de hemel vallen” heeft geschreven.
Dat vond ik indrukwekkend, want ik vroeg hem: “Kun je wat vibhuti,
gematerialiseerde as, opsturen voor
Piet Vroon, die ook met de Ikon naar Sai Baba gaat?”
Wim kon het Sai Baba gebeuren ook relativeren; hij is geen sektarisch mens.
Zijn boek geeft op zich een goede, heldere voorlichting over het hele gebeuren.
Vandaag dat het soms zo moeilijk is om onderscheid te maken, want hij lijkt me
een vriendelijk en integer mens.
Martie: Was er ook een groep in Nederland?
Michiel: Het zal je verbazen hoeveel groepen er zijn. Ik heb een half jaar
geleden een gestencild Sai Baba magazine gekocht in Utrecht en ik denk dat er
nu zo’n vijftig groepen in Nederland zijn. Er wordt veel gechant, wat wierook,
een foto van de meester. Ik vond het niet zo indrukwekkend in Utrecht. Het leek
wel op een kerkdienst. Eerst chanten, dan legt iemand iets uit van een Sai leerling, de ander geeft weer de zoveelste
ronde van zijn bekende verhaal over de liefde. Ik werd er niet erg vrolijk van.
Daarna was het weer wel gezelliger. Ik ontmoette er ook aardige mensen, een
vrouw uit Overvecht, die behulpzaam was en zei: “Als je meer wil weten, kom dan
maar langs.” Ze houden zich een beetje anoniem, want Sai Baba werkt met golven
van publiciteit en dan weer niets. Hij heeft gezegd: “Rond het jaar 2000 zal ik
weer heel erg van me doen horen.” Dat is dus maar afwachten.
Martie: Maar hoe kun jij het verklaren, dat je in Nederland voelt dat Sai
Baba bij jou op bezoek is?
Michiel: Ja, dat is de grote vraag. Ik had hem niet uitgenodigd of zo. Ik
zat verdiept in een boek. En toen voelde ik ‘s middags plotseling zijn forse
aanwezigheid, niet onwelwillend. Het was een soort vrede. Ik wist niet precies
wat de bedoeling was. Misschien kan je zeggen, maar dat is een interpretatie
achteraf: misschien wou hij me wel claimen voor de club.
Maar toen ik zei: “Bedankt”, ging hij ook weer weg. Een paar dromen kreeg ik ook over hem. Een
medevolgeling zei: “Dat is geweldig, dat je van hem droomt, dat is lang niet
iedereen gegeven.” Het waren een paar welwillende dromen. Een voorbeeld is
misschien aardig. Hij belde vanuit de telefooncel in Den Dolder naar iemand.
Toen stak hij over naar de trein. Toen dacht ik: “nu heb ik een kans naar hem
toe te lopen”. Maar ik deed het niet.
Martie: Ik heb zelf wel gehoord dat yogi’s kunnen uittreden uit hun lichaam
en elders verschijnen. De Moeder deed dat ook. Dus dat zou je dan misschien op
zo’n manier kunnen verklaren. Over dromen gesproken, ik heb nog wel eens over
“de Moeder” gedroomd, maar dat waren hele akelige duistere dromen.
Michiel: In welke zin duistere dromen?
Martie: Het waren gewoon nachtmerries. Ze wees me af, ik mocht niet naar de
ashram toe, en ze deed heel lelijk. Het was steeds een negatieve en duistere
sfeer.
Michiel: Ja, dat is natuurlijk het slimme, dat dat dan in India vaak wordt
verklaard als volgt: je moet door alle lagen van je psyche heen en als dat
lukt, dan kom je uiteindelijk bij de leegte, het Al, de blijvende samadhi. Het
uitgangspunt van veel yogabeoefenaars is: als je door al die lagen heen durft
te gaan, kom je op het goede punt uit.
Martie: Dat is het punt dat ze dat beloven, maar je komt er nooit. Je kunt
de mensen veel beloven, maar het wordt niet waar gemaakt. Zo kun je iemand
altijd aan het lijntje houden, en als het niet lukt, dan ligt het aan jezelf,
dan heb je het niet goed gedaan.
Michiel: Ja, dat is zo. Veel mensen kennen een periode van opluchting,
helderheid en creativiteit, maar die wordt weer afgewisseld met een soort
inzinking.
Meera
Martie: Heb je daarna nog wat anders geprobeerd?
Michiel: Het ging eigenlijk langzaam over. Ik ben toen verscheidene malen
in Duitsland bij Meera geweest, die een medium is van jouw overleden
ex-goeroes, Aurobindo en de Moeder. De darshan, de audiëntie, die ik kreeg,
lijkt op de jouwe. Je knielt voor haar neer, dat is vrijwillig, je gaat zelf
naar haar toe in een volle zaal, je legt het hoofd op haar knieën, op de sari,
ze pakt je slapen met beide handen en schijnt dan van alles en nog wat te
kunnen zien van je leven of levens en hoe het er met je voorstaat, geestelijk
en lichamelijk.
Daarna, met een lichte beweging van haar vingers, duidt ze aan dat je weer
overeind moet gaan zitten. Ze kijkt je pakweg 15-20 seconden aan, onbewegelijk
en jij kijkt terug. Je ziet een bijzonder licht in haar ogen. Dat is geen
suggestie, dat kun je zien. Je ziet ook wel mededogen, als ik dat ervoer, maar
het is tegelijk ook onpersoonlijk. Je weet niet precies wat er plaats vindt. Ze
noemt dit alles het geven van licht, licht dat op allerlei manieren kan
doorwerken. Het kan een kettingreactie op gang brengen tussen levende wezens.
Het gebeurt in stilte. Er zijn geen symbolen, geen aumtekens, geen gezang, dus
alleen stilte. Net als de Ramana Maharshi beschouwt ze dit als de sterkste vorm
van overdracht: blik, aanraking, stilte.
Martie: Ze doet het dus inderdaad zoals de Moeder ook deed: in stilte.
Alleen ging het bij de Moeder privé in haar kamer en niet in een zaal met veel
mensen.
Michiel: Het grootste deel van de bezoekers gaat voor deze aanraking etc.
naar haar toe. In principe mag je zo vaak komen als je wilt. Er wordt geen
toegang gevraagd. De darshans die Meera geeft, zijn vier in getal per week:
vrijdag, zaterdag, zondag en maandag. Degenen die van ver komen, mogen vier
darshans achter elkaar meemaken.
In esoterische kringen is bekend dat bekende namen haar bezoeken.
Bijvoorbeeld, voordat mijn vriendin Deva en ik haar bezochten, was Ringo Starr
van de Beatles langs geweest bij Meera. We zagen dit o.a. door een artikeltje
in de regiopers.
Er is bij mijn weten geen echte cultus rond haar, hoewel er een kleine
inner circle van vrouwen in het wit gekleed is, die bijvoorbeeld naar mijn idee
nogal zwijmelend bij de stoel of het bankstel waarop ze heeft gezeten,
vertoeven. Er is ook geen herderlijk rondschrijven. Hooguit krijgt men een
stencil, waarin wijzigingen staan over vervoerstijden of kleine wijzigingen van
de darshan. Dat is op zich een vrij unieke zaak. Wat ze schenkt is gratis. Dit
is een gunstige uitzondering ten opzichte van veel andere groeperingen. De
hotelletjes zijn goedkoop en plezierig in de omgeving. De mensen, die daar werken, zijn vriendelijk
en behulpzaam. Als ik even objectief ben, zou ik geen kwaad woord willen
spreken over Meera.
Martie: Als je zegt dat ze geen cultus rond zich heeft, maak ik daar wel
een aantekening bij. Want als je jezelf een Avatar, een goddelijke incarnatie,
noemt, dan verwek je in je omgeving automatisch aanbidding. Dat is al te merken
aan die zwijmelende vrouwen. Ze laat ook het neerknielen toe.
Michiel: Ze heeft ook een vrouw naast zich die haar helemaal is toegewijd.
Het maakt niet zoveel uit of je als tachtigste of als eerste voor een
darshansessie komt, die uren kan duren, want Adi Lakhsmi, haar secretaresse en
helpster, regelt de boel met kloeke hand. Ze is doctor in de filosofie en heeft
in India haar hele carrière, vriendenclub en familie opgegeven om the Mother te
kunnen dienen, waar ze ook heengaat. Ze is rond de 57, ze heeft iets heel ouds,
ze heeft een moeilijk te beschrijven blik, die soms dof, vermoeid en berustend
lijkt. Het is een vriendelijke vrouw, maar je kunt niet zeggen dat ze vreugde
en geestdrift uitstraalt. Ik heb het idee dat ze een groot heimwee naar India
heeft.
Martie: Hoe is Meera een goeroe geworden?
Michiel: Meera heeft als jong meisje, toen ze 13,14,15 was, een tijd
doorgebracht in de Aurobindo Ashram en werd door sommigen als heel bijzonder
herkend. Daar zijn niet veel details over, maar het is wel interessant dat
Harvey in zijn boek een hele interessante ontstaansontwikkeling van het
Meera-gebeuren schetst. Het kan natuurlijk geen toeval zijn dat deze Mother die
wordt beschouwd als een Avatar door velen en zichzelf ook zo noemt, Meera heet. Want er zit een hoop symboliek in die
naam, het is dus met dubbel e, Meer
(zee) zit erin. Ook Mirror kun je zeggen, spiegel, maar ook mir in het Russisch
staat voor vrede en voor wereld. Meera is ook latijn voor wonder. Bovendien is
het een verwijzing naar de beroemde mystica Mira Bhai van enige eeuwen geleden.
Natuurlijk verwijst haar naam ook naar de oude Mother, Mira Alfassa. Er zit ook
nog era in, tijdperk, en als je ziet dat new age vooral draait om individuen,
dan zou je als woordgrapje kunnen zeggen: meera kun je splitsen in de me-era.
Er zit natuurlijk ook nog in: La mère, de moeder.
Martie: Als ik in trance, in een vreemde toestand verkeerde, ging ik ook zo
met namen om. Zo ‘ontdekte’ ik, dat ik
mijn eigen naam kon ontleden in: Mira te. Ik was nog meer dan Mira. Ik ben blij dat ik hiervan af ben. Maar ga
verder.
Michiel: Meera is niet rigide in de
zin dat ze helemaal niets zegt. Via de telefoon kan je haar dagelijks bereiken
vanuit de hele wereld. Ze geeft dan via een secretaris advies op allerlei
gebied aan mensen, zonder geld te vragen. Dat op zich vind ik een sympathieke
trek. Ze heeft in twee geïllustreerde boekjes een aantal vragen beantwoord.
Dat ze in Duitsland vertoeft kan als reden hebben, dat het land geestelijk
zo geteisterd is in de periode ‘33-’45 dat ze het kennelijk nodig acht daar te
zijn. Een andere theorie is, dat er een zeer krachtig punt is in de buurt van
Frankfurt. Een antroposofisch schrijver heeft onlangs in een boek verteld dat
één van de krachtigste leypunten (krachtpunten) van Europa of zelfs van het
hele grote continent van Siberië tot met de Engelse schiereilanden, zich
inderdaad vlak bij Keulen bevindt en dat in een grote straal van 700 kilometer
eromheen een hele bijzondere creatieve energie heerst. Wat op zichzelf niet zo’n
gekke gedachte is, omdat Nederland en vooral Amsterdam legendarisch is bij tal
van Amerikaanse artiesten, die hier komen uitblazen. Ik denk speciaal aan
jazzmusici. Het is niet helemaal ondenkbaar dat deze antroposoof op zijn wijze
het bij het juiste einde heeft.
Hoe groot de aanhangerschare is van Meera, is moeilijk in te schatten. Ze
zit al vanaf 1984 in het dorpje in de buurt van Frankfurt en ik denk dat
inderdaad over maar weinig tijd een uitbreiding van haar woonstek nodig is,
want er komen ongetwijfeld nog veel meer belangstellenden. De wachtlijsten zijn
vrij lang, je moet meestal zo’n zeven,
acht weken wachten. Soms kan je sneller
komen.
Martie: Hoe vaak ben je bij haar geweest en wat heb jij daar voor
ervaringen gehad?
Michiel: Hoewel ik Meera dus boeiend vond, ging ik toch meer richting
christendom. Ik bekeek vrij veel EO-programma’s en was benieuwd hoe dat in
elkaar stak. Het is over me gekomen.
Dus ik onderzocht eigenlijk beide werelden. Ik bleef de andere wereld
onderzoeken: Rudolf Steiner, diverse boeken van de Rozenkruisers, vaak heel
spannend, en van de soefi’s en zen.
Martie: Zoals jij heb ik ook al dat soorten boeken gelezen. Ik heb ook een
cursus gevolgd bij de Rozenkruisers in Utrecht.
Michiel: Ik heb me ook een tijd op de Advaita gestort. In Nederland werd de
Advaita door Rama Polderman en wijlen Alexander Smit gedoceerd. Tegelijkertijd
werd ik aangetrokken door het geloof van mijn vader. Hij had kennelijk toch een
geheim. Als je zo ziek bent dat je niet kunt praten en je bent toch nog
sprankelend, dan moet er iets zijn.
Martie: Dus eigenlijk had je vader datgene wat mensen in de New Age zoeken.
Michiel: Ja, duidelijk. In zijn zware ziekte was hij zeer concreet gelovend
en putte daar allerlei troost uit.
Ik heb dat vaak gehoord van mensen die hem bezocht hebben. Het is
interessant dat je via een omweg terugkomt bij zijn geheim. Ook dat hij er
helder van kon vertellen, heeft een blijvende indruk op me gemaakt. Ik denk dat
ik mede daarom de Bijbel weer vaak ter hand nam en ook lectuur er omheen.
Martie: Wat waren in de New Age-tijd je lievelingsboeken?
Michiel: Onder meer ”Het boek van Mirdad”, van een Libanees. Over
het algemeen las ik vrij veel boeken van Bhagwan en van de Amerikaan Da Free
John. Die heb ik als een soort tweelingbroer van Bhagwan gezien. Bhagwan had
het ook over gezondheid, seks, ecologie, wonen in communes, tal van belangrijke
dingen. Nog steeds vind ik pakweg zijn acht, negen eerste boeken geniaal.
Alleen het aspect: Ik ben de grootste, de beste, dat is jammer, dat komt steeds
weer opnieuw bij mensen op. Hij had grote inzichten.
Een boek van Satprem, een leerling van Aurobindo en de Moeder, heb ik
twintig jaar als lijfboek gehad: “Uit het lichaam der aarde”. Van Satprem dacht ik : “dit is magistraal.”
Ik heb er een keer een lang artikel over geschreven in de Bhagwan-krant in
Nederland: “dit is een vierdimensionaal boek.”
Martie: Ik vind dat wel frappant, want mijn lijfboek was ook een boek van
Satprem: “Het avontuur van het bewustzijn”. Aan de andere kant was ik zeer
teleurgesteld over zijn boek over de “Übermensch”. Daarin dreef hij de spot met het Evangelie. De hele sfeer
stond me zeer tegen.
Ik heb in mijn New Age-tijd ontzettend veel gelezen. Uiteindelijk was
Aurobindo het eerste boek dat ik vond, maar in mijn studententijd heb ik veel
onderzocht. Ik ben wel eens bij de soefis geweest, daar heb ik een dienst
meegemaakt, ik heb de boeken van Rudolf Steiner gelezen, van theosofen, ik heb
me in Tarot-kaarten verdiept en ik heb een séance meegemaakt. Een vrouw werd door
haar man onder hypnose gebracht en dan gingen overleden geesten door haar heen
spreken. Pieter Langedijk heeft een keer mijn horoscoop gemaakt. Ik heb me in
handlijnkunde verdiept. Ik heb ook een avond met Croiset meegemaakt en heb
college bij prof. TenHaeff gelopen. Ik leerde hathayoga. Ik las de
tijdschriften Brès en Prana. In de alternatieve wereld heb ik zo’n beetje alles
onderzocht.
4. AAN DE VOETEN VAN DE MEESTER
Martie: Laten we nu meer inhoudelijk over goeroes praten: hoe moet je tegen
goeroes aankijken? Ben je het ermee eens dat goeroes een belangrijke rol spelen
in de New Age?
Michiel: Ja, die waren in het circuit waar we inzaten heel belangrijk.
Bijvoorbeeld Bhagwan meende dat je een tijd lang hem kon volgen, maar dat was
geen eeuwige band. Ook in de Advaita, de filosofische stroming van het
non-dualisme, zie je dat men niet wil dat er een persoonlijke binding komt. Dat
is natuurlijk paradoxaal, want zegt men, door zo’n persoonlijke binding gaat de
leerling verloren. Dat wij allen zelf Bhagwan zijn, moet de les zijn.
Martie: Hier wil ik even op inspringen. In de ashram heb ik een soort
dubbelheid meegemaakt. Aan de ene kant werd er gezegd: “Hier ben je vrij, hier
is het innerlijke licht”, maar anderzijds moest je je helemaal aan de Moeder toewijden,
want zij deed het. Je werd totaal van haar afhankelijk. Dat ging zelfs zover dat ze zei dat ze je aan een
koord had vastgebonden, als je een jaar in de ashram was geweest. Dan zat je
eeuwig aan haar vast. Er werd vrijheid beloofd maar het was haar bedoeling je
volledig aan haar vast te binden. In Nederland ben ik dat inderdaad gaan
voelen: ik ben niet vrij, ik zit aan haar vast. Mensen hebben ervoor moeten
bidden om dat te verbreken. Kan je dat ook bij andere goeroes herkennen?
Michiel: Ja, het is goed dat je dat zegt. De belofte: “ik maak je vrij,
jullie moeten rebellen zijn”, wordt vaak weersproken door de praktijk. Want bij
Bhagwan waren in de ashram plakkaatjes bevestigd: “Ga niet naar U.G.” Dat was
iemand die tekeer ging tegen alle goeroe’s.
Bhagwan kon ook niet tegen Nisargadatta, die een groot Advaitaleraar was.
Terwijl hij wel zei, plagerig: ”Ga maar naar Krishnamurti, die kan niet tegen
al dat oranje en die kettingen.”
Martie: Wat had Krishnamurti ertegen?
Michiel: Hij zei: “Jullie hebben toch je eigen goeroe?” Bhagwan zei
inderdaad: “Ga maar naar andere goeroes toe voor onderzoek. Ieder heeft zijn
eigen natuur en aanleg.” Krishnamurti werd daar flink door geïrriteerd. Dat
kwam tot uiting in een gesprek met Jan Foudraine. Hij smeekte Foudraine bijna:
“Laat dat Bhagwangedoe toch vallen, doe dat oranje uit. Wees geen afhankelijke
leerling.” Natuurlijk was Krishnamurti tegen zijn zin ook weer een beetje een
goeroe.
Martie: Ik heb Krishnamurti in Zwitserland gehoord, in 1965, op aanraden van
Pieter Langedijk, die er heel lyrisch over was. Dus we gingen met een groepje
geïnteresseerden in de vakantie naar Zwitserland om Krishnamurti te horen. Wat
me opviel was dat hij preekte dat je geen goeroe moest hebben, maar intussen
zaten de mensen aan zijn lippen te hangen en was hij voor hen een goeroe. Dat
heb ik heel vreemd gevonden.
Michiel: Dat is een rare tegenstrijdigheid die soms heel diep gaat. Je werd
vrij geacht om de mala, de ketting, van Bhagwan terug te sturen, voorzien van
een bedankje, als je er genoeg van had om sannyasin te zijn. Maar ik dacht,
toen het in Amerika in zijn ashram heel raar ging lopen: “ik verbrand de mala
zelf.” Daar heb ik nooit spijt van gehad. Eind 1986 heb ik hem verbrand: “Ik
verbreek nu deze band, want hij maakt niet waar wat hij heeft beloofd.”
De Bhagwan predikte de rebellie, het je zelf-zijn, je eigen intuïtie
volgen. Dan moet je dat ook doen. Ik heb wel vrij lang contact met Jan
Foudraine gehad, die zo’n beetje de kardinaal van de Bhagwanbeweging in
Nederland is. Aan dat dubbele ontkom je niet. De goeroes doen natuurlijk een
slimme zet, daar kan ik wel inkomen. Ze zeggen: “Wie wil leren hengelen,
fietsen, schaatsen, noem maar op, heeft een leraar nodig. Dus hoeveel te meer
heb je dan niet voor belangrijke zaken van leven en dood een gids nodig.” Maar
hun vermeende onfeilbaarheid is natuurlijk gevaarlijk.
Ik heb gelukkig altijd wel gevoeld, dat je regelrecht beduveld wordt door
de Maharishi van de Transcendente Meditatie.
Martie: Maar kan je daar ook een voorbeeld van geven, hoe je beduveld
wordt?
Michiel: Een goed voorbeeld, wat ik ook door boeken begreep, o.a. van Rolk
Wennekes: “Tussen wetenschap en mystiek” is, dat hij steeds zijn
afstamming van een hoop goeroes in India, zelfs terugvoerend tot Krishna, verzwijgt.
Wanneer je dieper gaat in dat TM-gedoe, met name leraren, dan blijkt het
helemaal niet om een onschuldig verhaaltje te gaan, - wat hij pretendeert -,
waardoor sportlieden, wetenschappers, zakenlieden en ook huisvrouwen, noem maar
op, zich kunnen ontspannen.
Martie: Dan wil ik wel even vermelden dat ik van mensen, die aan TM hebben
gedaan, ook heb gehoord dat er een dubbelheid was, dat het namelijk aan de ene
kant neutraal leek, maar dat je je aan de andere kant bij de inwijding moest
toewijden aan de overleden meester van de Maharishi. Daar kwam hij dan zelf wel
voor uit.
Michiel: Exact. Bij de inwijding komt al een beetje meer de aap uit de
mouw. Hij wil het steeds niet als metafysica, maar als wetenschap presenteren.
Het zijn eigenlijk vrij kinderlijke aanspraken die hij maakt: verlaging van de
misdaad, verbetering van het milieu, maar concreet kun je na al die decennia
niet veel aanwijzen, want er zijn toch heel wat mensen of ervan verward
geraakt, of er al vrij snel mee opgehouden.
Bijvoorbeeld het exclusieve geven van een mantra, een spreuk met kracht,
aan mensen, na een flinke som geld. Daarvan blijkt dat het eigenlijk helemaal
geen exclusieve mantra is. Er zijn er maar vier, vijf of zes, waarmee gewerkt
wordt. Vandaar dat het ook een flauw grapje is wat men zegt: “Houd die mantra
toch geheim.”
Martie: Ik denk dat er ook een financieel belang achter schuilt. Nu kunnen
ze hem voor een paar honderd gulden verkopen. Als je hem gratis van een ander
kan krijgen, hoef je er geen geld voor te betalen.
Michiel: Ja, heel slim zeggen ze dan: “Jouw karakter is afgestemd op die of
die.” TM is een goed voorbeeld van handige verlakkerij. Ik moet het toch de
Beatles wel nageven, dat ze het redelijk snel in de gaten hadden. John Lennon
dacht: “die man zit te donderjagen met meisjes, dat klopt niet.” Hij werd er
erg kwaad over. De drummer wilde er eigenlijk helemaal niets mee te maken
hebben.
Martie: Jij zegt hiermee dat goeroes niet altijd te vertrouwen zijn. Je
noemt als voorbeelden de Bhagwan en de Maharishi. Zelf ben ik teleurgesteld in
de Moeder. Tot mijn verdriet heb ik gemerkt dat er dingen niet klopten. Tot
mijn verdriet, want ik heb jarenlang volledig op haar vertrouwd. Zij was iemand
voor mij die gekomen was om de wereld te redden. Ik las, toen ik in de ashram
was, al iets in haar boeken dat ik ongerijmd vond, wat ik niet kon plaatsen:
“De God van de religies is onze grote vijand.” Ik vond dat heel vreemd, want
voor mij was er maar één God. Dat las ik ook in de boeken van Aurobindo: “Er is
één God of goddelijke.” Dus de God van het christendom - ze bedoelde met de God
van de religies in eerste instantie die van het christendom - is die ene God.
Voor mij kon het dan ook Allah en Vishnu zijn, dat maakte voor mij in die tijd
niet uit. Maar God is mijn vijand niet. Hoe kan dan God je vijand zijn? Dat
klopte niet. Bovendien zei ze ook dat je het paradijsverhaal ook andersom kon
uitleggen. Dat had ze van een occultist, haar leraar, geleerd. Die omgekeerde
uitleg komt vaker voor, het is een typische uitleg van satanisten. Voor hen is
de slang de persoon die het goed heeft gedaan en is God de boeman.
Als satanisten het over God hebben, bedoelen ze de duivel. Dat is hun God.
Bijbelse begrippen draaien ze om. Dat deed de Moeder ook. Toen ik bij haar
kwam, ontving ik “de zegen” van de Moeder. Maar wat schreef ze in één van haar
boeken over een zegen? Ik las: “Een zegen is als alles je tegenzit.” Dat heb ik
in Nederland ook ervaren. Alles ging me tegenzitten. Ik ben in een hel van
lijden terechtgekomen. Nu, in de Bijbel wordt dat niet onder een zegen
verstaan. Een zegen is voorspoed. Wat zij onder een zegen verstond is in
werkelijkheid een vloek. God legt geen lijden op, of het moet een oordeel zijn
over je eigen zonden. In het geval van Job, die rechtvaardig was, was zijn
lijden een beproeving die God wel toeliet, maar die de satan oplegde. De satan
is een sadist, die de mens een hel van lijden oplegt.
Tenslotte gingen mijn ogen nog meer open, toen ik in een geschrift, niet
lang voor mijn bekering, las dat haar broer bij haar kwam en tegen haar zei dat
hij een transcendente kracht had gevoeld, maar die had afgewezen, omdat hij de
mensheid wilde dienen. Toen had ze tegen hem gezegd: “Jij bent een dwaas.” Toen
dacht ik: “dat is geen zuivere koffie.” Altijd werd er voorgewend dat ze het
goede met de mensheid voorhad. En tegen haar broer die de mensheid wil dienen,
zegt ze: “Jij bent een dwaas.” Toen wist ik: dan bedoel je het niet goed. Dan
is ook die transcendente kracht geen kracht van God. Want God geeft je de
kracht om mensen te dienen. Jezus is gekomen om mensen te dienen.
Toen ik dan kort daarna Jezus Christus ontmoette en ik een bijzondere
verlichting ontving, zag ik ook heel duidelijk en ervoer ik dat ik bedrogen
was. Ook het boek van Satprem over de Moeder bevestigde me dat het niet klopte.
Michiel: Misschien, als ze inderdaad, zoals je zegt, de satan aanbad, kan
dat ook het succes in de wereld verklaren. De omstreden gemeenschap van
Findhorn, die misschien goed van start ging, werd een behoorlijk occult centrum
en vaak in één adem met Auroville genoemd. Dan zie je dat dat wordt voortgezet
door Bhagwan in Amerika. Het succes van deze beweging is veel groter dan van
een bescheiden en naar mijn idee vriendelijke ashram van Ramdas.
Martie: Voor mij is een herkenningspunt bij bewegingen dat ze niet van God
zijn, maar van de verkeerde kant, dat het in het begin mooi en idealistisch
lijkt, maar later het zoete bitter wordt. De duivel verschijnt eerst als een
engel van het licht, maar het einde is bitter.
Michiel: Natuurlijk, de aantrekkingskracht van het idee van een nieuwe
mensheid, zoals je dat bij Auroville, Findhorn en de Bhagwan vindt, is groot,
omdat we allemaal zien dat met oorlogen, vervuiling de wereld naar de knoppen
gaat en iedereen graag ziet dat er iets anders gaat plaatsvinden. De goeroes
kwamen precies op tijd. Vandaar waarschijnlijk het grote succes.
Achteraf vond ik het boeiend, - ik weet niet of jij dat hebt gevolgd, ik
denk dat ik in het midden van de jaren zeventig er iets over hoorde -, dat de
Jesus movement ook een opgang maakte.
Martie: Ja, dat is het boeiende, dat bewegingen op het christelijke erf en,
laten we zeggen, op het niet-christelijke erf, parallel lopen.
Michiel: Maar ze krijgen verschillende aandacht in de media. Bhagwan
bijvoorbeeld was altijd nieuws, wat hij ook deed. De beweging van de Jesus
people kreeg minder aandacht. Het werk van Floyd Mc Clung kwam helaas niet
prominent in de media.
Martie: Valt het je ook niet op dat goeroes altijd van zichzelf zeggen dat
ze iets bijzonders zijn, God zelf? Ze hebben altijd iets wat een ander niet
heeft. Aurobindo en de Moeder zeiden dat ze het lichaam onsterfelijk konden
maken. Ze hadden het supramentale bewustzijn ontdekt, wat niemand anders had.
Ze waren allebei Avatars, goddelijke incarnaties. Dat valt me bij de meeste
goeroes op, dat ze zeggen iets bijzonders te hebben.
Michiel: Ja, precies. Ze hebben steeds iets schijnbaar unieks, of dat nu de
mind-verlossing in korte tijd is of een instant verlichting, pakweg in 15
maanden, ze hebben altijd iets aparts. Sai Baba heeft de wonderen.
Interessant is misschien ook om te noemen, dat ze vaak hun imitatoren
hebben, die soms echt lelijk door de mand vallen. Ik noem nu Premananda, een
man die er precies als Sai Baba uitziet, maar die jaren in de gevangenis moet
doorbrengen vanwege alle mogelijke onheilen (financieel, seksueel) en
waarschijnlijk ook bedrog van zijn naaste kring. Het grappige is dat dan in
Nederland foldertjes liggen in diverse New Age-winkels waarin oproepen worden
gedaan om hem te steunen, nu hij zo’n ellendige gevangenisstraf moet doormaken.
Martie: Nu zijn we wel erg kritisch geweest. Maar kun je ook zeggen dat er
ook goeroes zijn, die als mens wel betrouwbaar zijn en het goed bedoelen?
Mother Meera in Duitsland noemt zichzelf ook een avatar. Dan denk ik met mijn
nuchtere verstand: dat is een soort hoogmoedswaan. Dat hoeft natuurlijk nog
niet te beteken dat ze kwade bedoelingen heeft.
Michiel: Ja, dat is een goed voorbeeld. Meera is onzelfzuchtig en vraagt
absoluut geen geld. Zoals die journalist recent opmerkte: “Zij moet werkelijk
idealisme hebben, want het is één van de meest vervelende manieren van bestaan
die je je maar kan denken: elke week vier keer honderden mensen in stilte
behandelen, licht geven. Er is weinig sensationeels van buitenaf aan.”
Je kunt misschien ook Charan Singh Ji uit de Punjab noemen - hij heeft zo’n
800.000 mensen ingewijd - die mij drie keer als niet-lid van de club een brief
stuurde, toen ik in twijfel zat. Ik vond het een sympathieke brief. Dat leek me
wel een oprecht iemand. Hij had een eigen baan, een eigen levensonderhoud. Ook
bekend was zijn gastvrijheid en vriendelijkheid en zorg voor de westerse
bezoekers. De oogklinieken die hij in India had waren beroemd. Dit is een heel
goed punt dat je aan de orde stelt.
Recent heb je ook weer, een paar jaar nog maar, hier bekend in Europa,
Amma, een vrouw geboren in 1954, ook een avatar, die als het ware nog sneller
dan Sai Baba - en ik neem aan dat het toch een goed onderzoek is - weeshuizen,
ziekenhuizen, leprakolonies en noem maar op sticht en ook zelf, dat is heel
aantrekkelijk voor mensen, op het land werkt, met de mensen mee doet, wanneer
ze daar tijdelijk is, want ze reist erg veel.
Amma kan dus een zoveelste voorbeeld zijn, want de vrouwelijke goeroes zijn
op het ogenblik duidelijk in opkomst. Ook in de Advaita traditie kan ik er wel
vier of vijf noemen. Dus je ziet, dat de gedachtegang van sommigen in New Age:
“het goeroedom houdt op”, denk ik, onjuist is. Het verandert.
Martie: Maar als je jezelf een avatar noemt, - Mother Meera en Amma doen dat bijvoorbeeld -, dan denk ik:
“hier klopt iets niet, dat je jezelf zo hoog inschat. Dat kan nooit waar zijn,
ook al bedoel je het goed.”
Ik kan hierbij ook aan mezelf denken, want ik herinner mij dat toen ik in
trance geraakte en daardoor in een vreemde, je zou kunnen zeggen psychotische
toestand kwam, kwam het idee tot me dat ik Savitri was, een verlosserfiguur,
ook een soort avatar, die Aurobindo in zijn fantasie had geschapen. Hij had er
een epos over geschreven: Savitri. Ik ben blij dat ik van dat vreemde
idee af ben. Het was een kwelling. Ik moest er niets van hebben. Achteraf
gezien vind ik het een waanidee, dat je vanuit de geestenwereld wordt opgelegd.
Maar zijn er ook goeroes die deze pretentie niet hebben? Die simpel een
ander willen helpen of zo.
Michiel: Ja, dat is een kwestie van onderzoek. Je kan aan Ramdas denken,
die geen behoefte had om proselieten te maken of om de boel te beduvelen. Dat
maakt ook de boel ingewikkeld.
Er schiet me te binnen een mooi interessant boek dat ik heb gelezen over
Sri Sri Ravi Shankar. Dan weet je eigenlijk niet precies wat je eraan hebt. Hij
heeft een hoop vestigingen in India, Canada en Amerika. Hij ziet er vrij jong
uit en heeft een prachtige uitstraling en je kunt, zoals je zegt, van een
opmars van het Hindoeïsme spreken, van een neo-beweging. Het lijkt een hele
goede organisatie, een combinatie van kennis, gezondheid en arbeid. De
aantrekkingskracht begrijp ik wel, want die mensen hebben bij zo iemand een
heel duidelijk doel in een verwarrende wereld. Of we er nog veel van horen, dat
weet ik niet. Maar ik kan me voorstellen dat journalisten zoals Mick Brown, die
vrij veel goeroes heeft bezocht, en een eerlijk verslag daarvan doet, ook als
hij gedeprimeerd raakte in een ashram, benadrukken dat het van belang is, dat
je gaat kijken om te zien wat er gaande is. Hij onderzocht ook de
afhankelijkheid van leerlingen. Het is natuurlijk een wereld die enorm veel
voet aan de grond heeft gekregen. Een simpel voorbeeldje: een Bhagavad Gita-les
kun je zomaar een wijk verderop krijgen. Dat was vroeger toch iets
uitzonderlijks voor het tropeninstituut in Amsterdam.
Het is een ongelofelijk grote ‘movement’ geworden, die zich steeds weer
vertakt en ontwikkelt. Steeds komt er weer een nieuw iemand.
Martie: Wat is dan het nieuwe van het huidige goeroedom?
Michiel: Ik denk dat het zo is dat
leerlingen kritischer worden, meer kijken naar de handelingen van de meester.
Een goed voorbeeld vind ik de Dalai Lama, die midden jaren negentig zei:
“Leerlingen van wie dan ook, wees oprecht over je meester. Wanneer er dingen
niet kloppen, sta dan op in het zaaltje of in de gemeenschap, en zeg het. Word
je uitgelachen, houd vol.” Neem dus niet zomaar alles aan. Het leuke is, Marcel
Messing heeft het onlangs ook gezegd: “Wees voorzichtig met het volgen van de
goeroes.” Veel mensen worden gelukkig
wel kritischer.
Martie: Ik heb een boek gelezen, getiteld Over leiden, de dynamiek en
structuur van het religieus leiderschap. Tineke Nugteren beweert in een
hoofdstuk over goeroes dat in de jaren zestig Indiase goeroes naar het Westen
kwamen: Maharishi, Maharaj, Bhagwan en Bhaktivedanta en dat zij enkele decennia
het beeld bepaalden dat men in het Westen van Indiase goeroe’s had. Maar nu zou
de goeroemode over zijn. “Er wordt in de nieuwsmedia nauwelijks meer over
Indiase goeroes gesproken.”
Michiel: Dat is eigenlijk onjuist. Er zijn nu veel vrouwen, waaronder
Mother Meera, maar ook Amerikaanse vrouwen, ik weet er zo al vier. Ze krijgen
gewoon wat minder aandacht omdat het nieuwtje eraf is. Overal kun je ze vinden: Shanti Mai, Amma
uit India, die talloze mensen “hugt”.
Ik noem nog even Andrew Cohen, maar ook Shapiro, en meer. Er zijn nog wel
degelijk erkende goeroes die vele mensen trekken. Er is een nieuwe lichting.
Martie: De oude bekende goeroes zijn er ook nog steeds: Maharishi en Sai
Baba. Ze hebben miljoenen aanhangers. Maar Nugteren zegt: “Het lijkt er zelfs
op dat de aanduiding goeroe in het westen wijst op achterhaald en verouderd
taalgebruik: de nu populaire Indiase meesters, zoals Mansukh Patel en Deepak
Chopra, worden hier bijna of nooit goeroe genoemd, behalve door niet bij de
tijd gebleven buitenstaanders.” Dat kan een nieuwe ontwikkeling zijn.
Michiel: Ja, daar zit iets in. Want Chopra en Patel willen zich geen goeroe
laten noemen. Het zijn hele briljant lijkende tussenfiguren. Het goeroedom is
subtieler geworden. Over de dood van Alexander Smit is nog vrij veel bericht,
maar nu is er al weer iemand die in zijn voetsporen treedt en die een boek
heeft geschreven. Maar het nieuwtje is eraf.
Martie: Wat denk je van de figuur van Chopra?
Michiel: Chopra lijkt me een kundig wetenschapper, die duidelijk in een gat
gesprongen is, die ontstaan is door de dood van Bhagwan, Krishnamurti en andere
meesters.
Martie: Ik heb een boek van Chopra gelezen: “Vrij van verslaving”.
Hij is arts en speciaal op gezondheid gericht. Dat is heel aantrekkelijk.
Michiel: Het is ook keurig en middelmatig. Niemand hoeft bang te zijn
uitgelachen te worden als hij zijn boeken leest. Je kan het vergelijken met
James Redfield, helemaal geen groot schrijver, maar een handige scribent.
Elk gat wordt steeds weer gevuld.
Martie: Wat mij opvalt, is dat Chopra hele simpele adviezen geeft. Hij
beweert met de Maharishi - door wie hij is beïnvloed - dat als je maar een
tijdje iedere dag mediteert, al je problemen opgelost kunnen worden. Dat veel
mensen door Transcendente Meditatie de mist zijn ingegaan, wordt niet verteld.
Michiel: Redfield is ook niet origineel. Hij heeft ideeën, nl. de tien
punten, van Blavatsky overgenomen.
Martie: En ik heb ideeën herkend uit de integrale yoga van Aurobindo en de
Moeder, namelijk dat je lichaam kan transformeren en tot een hoger
energieniveau kan opstijgen. Men zei zelfs dat de Moeder lichamelijk
onsterfelijk was. Ze is toch gestorven.
Michiel: Ja, het is heel duidelijk voorbereid. Ik wou ook nog even noemen:
de haptonoom Ted Troost, die ons voetbalelftal begeleidt. Dat zijn
pseudo-goeroes. Dat zijn omstreden mensen die veel macht hebben. Die zeggen
bijvoorbeeld: je moet een goede WC bouwen en de tuin zó doen.
Martie: We zijn er dus beiden over eens, dat het verschijnsel “goeroedom”
of “spiritueel leiderschap” niet achterhaald is. Het blijft dus belangrijk over
het goeroedom na te denken.
Ik geloof dat je een aantal kritische antiboeken over goeroes kent. Kun je daar wat meer over vertellen?
Michiel: Ja, er zijn een aantal boeken op de markt van de afgelopen 8,9
jaar, die gaan over de donkere kanten van mystici. Dat was ook niet te
vermijden.
Een voorbeeld is Paul Brunton, die de leringen van Ramana Maharshi
verspreidde in het Westen. Brunton, altijd al kritisch en erg hoogmoedig,
meende op latere leeftijd dat hij in wijsheid zelfs de Boeddha oversteeg. De
man was duidelijk niet goed snik geworden.
Martie: Het is leuk dat je Paul Brunton noemt. Ik heb vroeger zijn boeken
geïnteresseerd gelezen, vooral zijn verhaal over een nacht in de grote
pyramide. Wat je vertelt, dat heeft er altijd al in gezeten, want ik herinner
me een boek van hem dat heette: “Hoger dan yoga”.
Hetzelfde geldt verder ook voor Aurobindo. Hij meende ook dat hij de
Advaita-ervaring van de Boeddha had overstegen en dat hij een nog veel hogere
trap van bewustzijn had ontdekt, het z.g. supramentale bewustzijn dat nog nooit
iemand eerder had gevonden en dat hij had ontdekt. Hij noemde zichzelf ook een
avatar.
Michiel: Een ander voorbeeld is G.
Feuerstein, een bekend Amerikaans yogakenner en beoefenaar. Hij schreef
een vrij lijvig boek: “Mad caps” over o.a. zijn ex-meester Da Free John,
een man die binnen twaalf jaar 24 verschillende benamingen heeft aangenomen,
vrij bizar. Deze Da, zoals zoveel meesters, begon goed, creatief, in
Californië, in de beginjaren zeventig. En nu zegt hij: “Ik ben de grootste
avatar, mensheidsleraar die ooit is gekomen op deze planeet.” Niet alleen
Feuerstein, ook Ken Wilber, die hem volop de hemel in prees, heeft afstand
genomen van Da Free John. Lange tijd noemde de zeer begaafde geniale Wilber Da
Free John de meest bijzondere krachtige leraar van alle tijden, plaatsen en
culturen. Dat loog er niet om. Nu neemt hij afstand, omdat hij de
grootheidswaan van Da heeft ingezien. En zo vergaat het dus veel meesters en
veel vooraanstaande leerlingen.
Een frappant geval is Sai Baba met zijn ex-discipel Tal Brooke. Brooke
heeft vele dingen over de financiële en seksuele levenswandel van Sai Baba
onthuld, in twee of eigenlijk drie boeken, vaak diepgaand en authentiek
overkomend, een knap schrijver. Ook heeft hij, a.h.w. in één adem door, de
vreemde praktijken rond Muktananda en Bhagwan onthuld.
De verdwijningen van mensen, drugsmokkel (mogelijk ook van wapens), het
illegaal aan geld komen, het keihard behandelen, lichamelijk en ook psychisch,
van mensen die aan het ashramsysteem niet mee willen doen, dit zijn allemaal
gedocumenteerde zaken.
Martie: Ik kan niet zeggen, dat ik zelf gedurende het jaar in de Aurobindo
ashram zulke praktijken heb meegemaakt. Wat ik wel heb vernomen is dat mensen
in Auroville heel hardhandig konden worden behandeld. Zo sprak ik in de Kosmos
in Amsterdam een man, die in Auroville was geweest en daar meedogenloos uit was
gezet, omdat hij zogenaamd voor Auroville niet geschikt was. Ik vond het
onbegrijpelijk, dat hij toch nog vertrouwen had in die gemeenschap. Ook heb ik
harde uitspraken van de Moeder gehoord. Over een echtpaar dat wilde komen, zei
ze gewoon: “I do not want to have them” (ik wil ze niet hebben). Zelf heb ik
een keiharde behandeling ervaren van een vriendin, die in vakanties een trip
naar de ashram maakte. Het was gewoon haat.
Toen ik Jezus Christus ontmoette en mij van de ashram afwendde, kreeg ik
een brief van een yogi in de ashram, die tijdens mijn verblijf heel aardig
deed, maar toen liet doorschemeren dat hij kwade bedoelingen met me had. Het
valt me op dat je nog al eens zegt: “In het begin gaat het goed.” Dat het in
het begin mooi lijkt en goed, zegt dus niet alles. In het begin merk je niet
altijd hoe de mensen werkelijk zijn. Ze doen zich aardig voor om je vertrouwen
te wekken.
Michiel: Ik spring nu even over naar twee boeken over de Bhagwan (Poona): “De
God die faalde”, van Milne, en “The promise of heaven” van een
Amerikaanse vrouwelijke discipel. Laatstgenoemde verscheen op de TV bij Larry
King om te vertellen over haar ervaringen en boek. Het is duidelijk dat veel grote
en bekende en ook geëerde leraren
blijken te falen.
Martie: Nu zijn er ook mensen die zeggen dat het boek van Milne roddel is.
Michiel: Ja, een ander bekend verhaal is dat hij geholpen is door
overheidsdiensten om een flinke stoot terug te geven. Ik kan het moeilijk
beoordelen. Hij zat inderdaad wel eens naast Bhagwan. In hoeverre hij
privé-vertrekken is geweest en conversaties heeft afgeluisterd is moeilijk te
zeggen, maar dat is redelijk waarschijnlijk, want naderhand in Amerika zijn
talloze tapes gevonden, waarmee Bhagwan zelfs in zijn privé-vertrekken werd
afgeluisterd.
Martie: Dus het is niet allemaal onzin wat Milne schreef.
Michiel: Nee. Als je daarnaast de Bhagwan-’diaries’ ziet, de geïllustreerde
dagboeken, dan zijn het bijna altijd jonge, intelligente, rijke, ontwikkelde en
aantrekkelijke mensen, die op de voorgrond treden in zijn gemeenschap.
Martie: Wat zijn dat voor dagboeken?
Michiel: Het zijn verslagen van zittingen die hij ‘s avonds met zijn
discipelen hield. Je ziet constant ‘smiling’, ‘all loving faces’, heel
paradijselijk, schitterend uitgevoerd door de allerbeste drukkerijen van India.
Die boeken op zich zijn enorme verleiders. Die geven een geïdealiseerd beeld.
Martie: Zijn er ook kritische antiboeken geschreven over Mother Meera?
Michiel: Ja, een zeer merkwaardig geval dat Mother Meera betreft, is het
volgende. Alweer een briljante man, de schrijver-dichter Andrew Harvey, schreef
tot volle verbazing eerst een lovend, prachtig boek over Meera. Dit boek: The
Hidden Journey, werd na een jaar of twee gevolgd door een ander boek,
waarin hij zich ten sterkste tegen Mother Meera keerde met de beschuldiging,
dat haar topdiscipelen en zij zelf, getracht hebben zijn leven en carrière te
vernietigen. Hij heeft het over Meera en haar bende, die hem en zijn vriend op
allerlei manieren, telefonisch en per brief, hebben geïntimideerd. Harvey zegt:
“Ze wilde me getrouwd zien met een vrouw”, terwijl hij meent nu zijn mannelijke
wederhelft gevonden te hebben. Het komt er op neer dat Meera hem de opdracht
gaf: “Schrijf nu eens een boek waarin je laat zien hoe je door mijn invloed
gelukkig getrouwd en aan de vrouw gekomen bent.” Daarvoor voelde hij kennelijk
niets. Dit alles is wonderlijk omdat zijn eerste pro Mira boek door erkende
schrijvers als Iris Murdoch en door heel wat stevige namen uit de New
Age-wereld werd geprezen. Het is in zeker opzicht jammer dat wij veel
Engelstalige werken in Nederland weliswaar snel kunnen verkrijgen, maar niet
belangrijk genoeg vinden om te vertalen. Vandaar dat wij, Martie en Michiel,
een samenvatting kunnen geven als een soort hint over wat op dit gebied te
koop, te lezen en te weten valt.
Nog een voorbeeld dat Krishnamurti betreft. “Leven in de schaduw” is
een boek van een vrouw die de oude Krishnamurti meemaakte en zag hoe hij een
dubbelleven, ook weer op erotisch gebied, leidde door twee vrouwen te kennen en
bijbels gezegd te bekennen, in India en in Engeland, maar die van elkaars
bestaan niet mochten weten. Deze vrouw is een dochter van een vrouw die dus vrij
vaak seksueel contact had met Krishnamurti. Krishnamurti heeft misschien nooit
een echte celibaatgelofte gedaan, maar iedereen nam a.h.w. vanzelfsprekend aan
dat hij ‘beyond sex’ was en ook ‘beyond money’. Dat laatste was ook flauwe kul,
want hij was dol op geld. Hij had dure maatkleding en dure auto’s. Op zich
hoeft daar nog niet veel mis mee te zijn, maar het hele optreden en alle
toespraken suggereren dat die te maken hebben met een ander mens dan die vrouw
beschrijft. Ook hij was zeer dubbel en gespleten, als het erop aan kwam. Hij
moest van de ‘Holy Business’ niets hebben, maar intussen was het niet zo dat
hij ‘talking was as walking’. Hij handelde niet naar wat hij zei.
Een krachtig en nogal shockerend voorbeeld uit het boek over Krishnamurti
is, dat hij de man van de vrouw, met wie hij iets had in Engeland, zomaar uit
een belangrijke functie in zijn organisatie onthief, en ook een lastercampagne begon. De schrijfster
is verbaasd - hoewel zij niet alleen anti-Krishnamurti is, ze zag ook mooie
kanten van de man - dat haar vader hier zo erg onder moest lijden. Ik geloof
dat zij zelf intussen helemaal overgegaan is tot Sai Baba.
Martie: Maar zijn hier ook bewijzen dat het niet om roddel gaat?
Michiel: Ik denk dat dit een helder verhaal is. Ze leefde heel nauw met
hem. Ik heb het ook elders gecontroleerd, dat gedoe met die vader, die eruit
werd gezet. Haar boek komt authentiek, intellectueel en vanuit het hart
geschreven over. Ze had dit boek thans ook niet kunnen publiceren, als het niet
waar was, want velen over wie ze schrijft, leven nog.
Martie: Wat Krishnamurti betreft, wat me in Saanen, toen ik hem hoorde,
opviel, was dat hij zo’n sombere indruk maakte. Je miste de echte vreugde. Dat
is toch wonderlijk voor iemand die de verlichting heeft bereikt.
Michiel: Als ik het nu even tracht samen te vatten, dan zijn er vaak
diverse boeken over een meester
verschenen. Het gaat hierbij niet om de roddel, maar om te weten hoe de
boel echt in elkaar steekt.
Ze gaan over Bhagwan, Sai Baba, Krishnamurti, Da Free John, Mother Meera
and niet te vergeten Andrew Cohen, de leerling van de nu bekende meester
Poonja.
Cohen heeft inmiddels hetzelfde syndroom als Brunton. Ook hij denkt dat hij
verder dan Boeddha kan reiken. Zijn moeder die aanvankelijk heel erg in hem geloofde,
letterlijk en figuurlijk, heeft zich nu afgewend in een cynisch en hard werk,
misschien ook wel nodig, getiteld: “The Mother of God.”
Het is een interessant gegeven dat een hele rij van dit soort boeken
verschijnt. Ik ben ervan overtuigd dat in Amerika nog veel meer boeken over
o.a. Bhagwan en waarschijnlijk over de genoemde Poonja, eind 1997 overleden,
zijn verschenen of binnenkort zullen verschijnen. Men moet steeds weer
vaststellen - dat is pijnlijk - dat de oprechtheid of de grootheid van leraren
helemaal niet kloppen.
Een inmiddels berucht voorbeeld is Chögyam Trungpa, een Tibetaanse meester
die zich dooddronk rond zijn zesenvijftigste. Hij ontbeet met glazen jenever.
Dat is natuurlijk een pijnlijk iets voor iemand die zoveel technieken kende en
verspreidde.
Ook Alan Watts, een soort wonderkind, dat rond zijn twintigste een
belangrijke Zen-introductie schreef, stierf aan overmatig drankgebruik, ook
rond zijn zesenvijftigste.
Martie: Ik heb in mijn New Age tijd een man meegemaakt, die getrouwd was en
in de vakantie een tijd naar een Zen-klooster ging. Het vreemde was dat in die
tijd zijn vrouw tot de conclusie kwam dat ze niet langer met hem getrouwd wilde
zijn. Ze zijn toen inderdaad gescheiden. Hij vond dat heel erg. Zijn avontuur
had hem alleen een ramp bezorgd.
Michiel: Ik benadruk opnieuw dat het er niet gaat om te zeggen: “Kijk eens,
wat een rare mensen dit zijn.” Het gaat erom dat je inderdaad kunt zeggen van
die mensen: “He is not walking as he is talking.” Het lijkt me belangrijk dat deze
dingen ook in de spotlights komen, omdat een hoop bladen af en toe spottend
melding maken van zo’n boek en er verder niet op ingaan.
Mij fascineert de vraag: waarom kan iets goed beginnen in de zin van
zinnig, speels, rebels, vernieuwend, en waarom eindigt het vaak met een enorme
kater, en zelfs met zeer gevaarlijke toestanden zoals de stad van Bhagwan in
Oregon? Die gemeenschap explodeerde door geweldige fraude van naaste
medewerkers.
Martie: Dezelfde ervaring heb ik gehad met de Aurobindo Ashram. Het leek zo
mooi in het begin, maar ik ben met een afschuwelijke kater wakker geworden. De
mensen blijken anders te zijn dan ze zich voordoen. Paulus heeft ook gezegd dat
de satan zich voordoet als een engel van het licht. Het is inderdaad opvallend
dat het in het begin altijd mooi lijkt. Ik ben uit India naar Nederland
teruggekomen met een optimistisch gevoel: ik heb een nieuwe inspiratie
ontvangen.
Michiel: Wat de Maharishi betreft, dat is duidelijk bedrog. Over de
Maharishi van de T.M. is al behoorlijk veel gepubliceerd. Er schiet mij een
boek te binnen “Call no man master” (Noem geen mens meester) van een
engelse vrouw op leeftijd, die het bedrog van de Maharishi al vijfentwintig
jaar geleden helder doorzag.
In Nederland hebben we het boekje van Rolf Wennekes: “Tussen mystiek en
wetenschap.” Het kan geen kwaad om het nog steeds populaire TM-systeem aan
te klagen wegens onechtheid, subtiel bedrog en ook grof bedrog. Leraren moeten
voor hun opleiding veel betalen, eindeloos lang mediteren en nog wel eens meemaken,
dat de Maharishi zich aan allerlei beloften jegens hen niet houdt. Een
interessant gegeven is dat de Maharishi al jarenlang verblijf houdt in Vlodrop
in Nederland.
Martie: Ik heb veel negatieve verhalen gehoord van ex-TM-ers. Een kennis
van me, die TM heeft beoefend, meldde me zelfs dat hij een aantal
zelfmoordgevallen had meegemaakt. Een andere ex-TM-er vertelde me dat zijn
zenuwgestel blijvend schade had opgelopen. Weer een andere kennis, die door TM psychisch en lichamelijk ziek is
geworden, vertelde het volgende interessante verhaal. Toen hij een keer bij de
Maharishi, de vredesapostel, was geweest, had hij daarna de hele nacht van de
spanning niet kunnen slapen!
Er is onlangs een heel interessant boek verschenen van Jacques Verlinde: L’experience
interdite. Deze wetenschapper die jarenlang TM heeft beoefend, vond
tenslotte niet wat hij zocht, ook al ging hij zelfs in India in een ashram
zitten mediteren. Toen hoorde hij een stem die zei: “Waarom heb je me zo lang
laten wachten?” Dat was de stem van Jezus Christus. Daar hij van katholieke
huize was, is hij teruggekeerd naar de katholieke kerk en is priester geworden.
Michiel: Het is goed hier te wijzen op nog andere interessante boeken van
New Agers en hindoes die Jezus Christus hebben gevonden. Ik denk bijvoorbeeld
aan De goeroe is dood van Rabi Maharaj, Rest from the Quest van
Elissa McClaine, Herbouw de muur van Jef Vriens, en dan jouw boek
Jezus of de goeroe. Deze boeken hebben grote indruk op me gemaakt.
Martie: Jacques Verlinde had dus een nieuwe meester, Jezus Christus,
gevonden en dat brengt mij op een andere vraag. Marcel Messing heeft zich dus
ook heel kritisch over goeroes uitgelaten, dat je niet zomaar alles moet
geloven en je aan hen moet ophangen. Zijn remedie is: “Zoek het bij jezelf.”
Vind je dit een bevredigend antwoord?
Michiel: Dat is een belangrijk onderwerp. Wat hij zegt is afgeleid van het
beroemde “Ken uzelf” van Delphi. Het grijpt eigenlijk ook terug naar Socrates
en Plato. Men stelt zijn vertrouwen in eigen ontdekkingen en ideeën en men
zegt: “Al het goddelijke bevindt zich in je.” In Advaita zegt men: “Train u
vier, vijf en of zes jaar onder leiding van de meester, dan heb je geen meester
of boeken meer nodig.” Dit is inderdaad het grote verschil met instructies uit
de Bijbel, die ons gegeven zijn.
Martie: Inderdaad, de Bijbel zegt juist: “Vertrouw op de Here met uw ganse
hart en steun op uw eigen inzicht niet... Wees niet wijs in eigen ogen” (Spr.
3:5,7). Een zekere mate van zelfkennis wordt hiermee natuurlijk niet veroordeeld.
Maar vind jij het bevredigend om het uitsluitend in jezelf te zoeken?
Michiel: Het is niet bevredigend, maar het is verleidelijk. Want het is
waar: wanneer je een redelijke intelligentie hebt en je leest Nisargadatta, dan
komt het heel overtuigend over. Hij heeft het steeds over de rust van de mind.
Het mooiste is, maar dat is wel erg fanatiek, zoals Ramana zegt: “Destroy the
mind”. Dat komt ons westerlingen wel heel vreemd voor. Het verleidelijke ervan
is - al weet ik dat het voor mij en voor anderen niet werkt - dat je kunt zeggen: “Van alles is goed, want
het is toch maar een droom.” Als ik dat maar doorzie, kom ik tot mijn eigen
kern en die is verwant met het wezen van God.
Martie: Dat gaat dus van het idee uit dat je in diepste wezen God bent, dat
je goed en goddelijk bent. Dat is te
optimistisch. Ik denk dat Jezus realistischer is als Hij zegt: “Want uit het
hart komen boze overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal,
leugenachtige getuigenissen, godslasteringen” (Matt. 15:19). Je moet op grond
hiervan niet overdrijven en zeggen: de mens is alleen maar een poel van
verderf. Nee, maar je kunt niet zeggen: ga maar bij jezelf te rade en dan kom
je er wel. Ik geloof dat dit een illusie is. Alleen al het feit dat we samen
een boek schrijven, bewijst al dat je meer tot je recht komt, als je met een
ander samenwerkt, en dat je de ander nodig hebt. De mens is geschapen voor
gemeenschap, met God en met elkaar. En dan niet alleen maar met een God in het
diepst van mijn eigen gedachten - dan is er geen gemeenschap, dan ben je nog
alleen met jezelf - maar met een
levende God, die werkelijk bestaat en een Persoon is, met wie je gemeenschap
kan hebben. Dat is de diepste behoefte van de mens: die gemeenschap.
Michiel: Ja, want door over het diepste of hoogste Zelf te spreken, heeft
men toch weer via een achterdeur een hulp gecreëerd. Als men aan de meester
vraagt: “Wat is dit zelf?”, dan zegt
hij: “Het is niet te beschrijven, het is alles.” Er is niets over te vertellen,
maar het beheerst alles.
Martie: Ja, dit is voor mij een utopie, een fantasie. Het is voor mij reëel
dat ik een hart heb met gevoelens en dat ik behoefte aan gemeenschap heb. Dat
wordt niet bevredigd door te denken: “ik ben goddelijk”, maar door gemeenschap
met God die door Jezus Christus mogelijk is.
Michiel: Ik denk dat goeroedom en christendom wel het begrip transformatie
gemeen hebben. Vandaar dat je zo vaak de meester Jezus en de Nazarener
tegenkomt in New Age-boeken.
Martie: Het hebben van een meester hoeft op zichzelf nog niet verkeerd te
zijn, als het een goede meester is. Voor mij gaat Marcel Messing dus te ver. Je
moet niet het kind met het badwater weggooien. Jezus is de goede Herder. New
Agers hebben toch ook behoefte aan een geleidegeest en zelfs aan een meester
Jezus. Dan zou ik willen zeggen: Zoek het dan bij Jezus als de levende
opgestane Heer en Verlosser. Hij is een Gids die je veilig in de hemel, op je
bestemming, brengt.
Ik las net nog in het blad Herstel van maart 1999 over een hindoe die door
een visioen Jezus leerde kennen. “Een 23-jarige man uit India zag in een
visioen een man in witte klederen staan. Zijn gezicht straalde van
heerlijkheid. In een tweede visioen zag hij iemand een weg door de lucht
bereiden en een andere man die de weg wees. De jonge hindoe begreep het gezicht
niet, totdat hij zijn visioenen beschreef aan twee zendingswerkers van de
organisatie Every home for Christ. Zij legden uit dat Jezus aan hem was
verschenen en hem riep om het Koninkrijk van God binnen te gaan. De man nam
Jezus als Heer en Verlosser aan en werd gedoopt.”
Michiel: Mij is de afgelopen 6 tot 12 maanden duidelijk geworden, dat het
Evangelie zichzelf bewijst, door een droom, een ontmoeting bijvoorbeeld.
5. VERLANGEN NAAR VERLICHTING
Martie: Zou je kunnen aangeven wat verlichting voor een oosterling is?
Michiel: Ik heb verlichting, moksha of bevrijding al die jaren begrepen als
bevrijding uit de aardse moeilijkheden via diverse levens, door het geluk een
grote meester te ontmoeten en ook de dorst naar waarheid te bezitten om er via
oefeningen, vooral meditatie er vanaf te komen. Ik heb vrij lang het
Advaitasysteem gevolgd. Ik had er goede hoop op want ik dacht: “als je de boel
maar als illusie beschouwt, dan komt het wel goed,” totdat ik besefte dat
behalve voor een paar exceptionele figuren die geleefd hebben, het eigenlijk
toch voor mij kolder was, omdat je te maken hebt met allerlei reële emoties en
dromen.
Martie: We stellen dus vast dat verlichting voor de oosterling, zo heb ik
dat ook geleerd, bevrijding betekent uit de beperktheid van het aardse bestaan.
Het gaat om een poging om het gewone menselijke bestaan te boven te komen. Dat
is een diepe menselijke behoefte omdat we nu eenmaal onder de last van het
bestaan gebukt gaan.
Het is interessant om te zien dat het begrip verlichting ook in de Bijbel
bekend is. Je leest in het Evangelie dat Jezus het verstand van de discipelen
opende. Hun verstand moest verlicht worden om de waarheid te begrijpen. Dat
zegt een oosterling ook: “Met je normale verstand zie je de waarheid niet
helder.” Daarom moest Jezus hun
verstand openen.
Er staat in de Hebreeënbrief over mensen die christenen zijn geweest en
afvallen: “Na eens verlicht te zijn geweest.” In evangelische kringen weet men
niet precies wat dat betekent, maar uit de geschriften van de oude kerkvaders
blijkt, dat dit op de doop slaat. “Verlichting” is een term voor de doop. Als
je christen werd en je liet je dopen, kwam je tot een enorme helderheid. Om een
voorbeeld te geven van wat verlichting voor een christen betekent, citeer ik de
kerkvader Cyprianus (200-258). Hij kwam op 46-jarige leeftijd tot bekering en
vertelt als volgt hoe de doop hem als volwassenen verlichtte en reinigde:
“Ik was gebonden door de talloze
zonden van mijn oude leven en ik kon niet geloven dat ik daarvan kon worden
bevrijd, dus ik was geneigd om maar in deze situatie te berusten en aan mijn
ondeugden toe te geven, alsof ze nu eenmaal bij me hoorden. Maar nadat, door
het bad van de wedergeboorte (de doop) deze smet van mijn vroegere jaren was
weggewassen en een licht van boven, helder en zuiver, in mijn verzoende hart
was binnengekomen - nadat door de Geest van boven een nieuwe geboorte mij tot
een nieuw mens had gemaakt - toen begon, op een wonderbare wijze, wat onzeker
was voor mij, zeker te worden; verborgen dingen werden geopenbaard, duistere
dingen werden helder. Wat tevoren moeilijk had geleken, kon nu verwerkelijkt
worden en wat onmogelijk leek, kon mogelijk worden. Vroeger was ik vlees,
zondig, van de aarde, maar nu was ik van God en was ik bezield met de Geest van
heiligheid” (brief 1).
Dit is toch ook in principe waar een New Ager naar verlangt. Daar verlangde
ik tenminste naar in mijn New Age tijd, namelijk bevrijd te worden van de
aardse smetten, van God te zijn en een geest van heiligheid te hebben. Dit
ervoer Cyprianus. Hij had de moed om martelaar te worden. Hij stond bekend als
een integer mens. Het straalde ook van zijn gezicht af.
Nu is de grote vraag of de verlichting van oosterse goeroes ook van God komt. Wat me in het Oosten en in
de New Age opvalt is dat men kritiekloos en zonder onderscheid van geesten
ieder licht voor het echte aanziet. We moeten echter het valse licht van het
echte onderscheiden. Als de verlichting echt van God is, wordt wat duister is
helder. De zware zondelast wordt weggenomen, men ontvangt een geest van
heiligheid en heeft ook de kracht om het goede te doen. Jezus gaf als kriterium
om geesten te onderscheiden: “Aan de vruchten kent men de boom.”
Je hebt verteld dat de Bhagwan ook een licht heeft gezien. Mijn vraag
hierbij is wat voor licht dat is geweest.
Michiel: Bhagwan noemde vaak zijn verlichting psychedelisch. Die is dus
verbonden met drugs. Hij heeft, toen hij het moeilijk had in Amerika, veel
lachgas en ook veel tranquillizers gebruikt. Dan zwieberde hij heen en weer na
een toespraak. Dan lachte en huilde hij tegelijk, hij was dan in een
wonderlijke staat, nogal beangstigend. Het is frappant dat hij dan zei:
“Psychedelisch, dat wil zeggen verrukking van de geest en ook uitbreiding van
de geest “. En als iemand dan vroeg: “Hoe zit het met LSD”, dan zei hij in
principe hetzelfde als Sai Baba: “Als je één of twee trips hebt genomen, zit je
goed.” Dan heb je vast een opening gehad. Meer is niet goed. Het is dus
opvallend dat Bhagwan en Sai Baba er voorstanders van waren een keer een trip
te hebben genomen, want dan was je op het spoor. Ik zie nu ook duidelijk dat
mijn belangstelling voor LSD en de bewuste trip die ik heb gemaakt, samenhangen
met de belangstelling die ik daarna voor het Oosten heb gekregen.
Wat opvalt bij dit soort verlichting is dat goed en kwaad gaan wegvallen en
het benadrukken, dat goed en kwaad relatief zijn. Uiteindelijk zei Bhagwan tot
mijn schrik: “Wie geheel verlicht een mens ombrengt, die kan niets gebeuren.
Wie in totale verlichting een ander mens ombrengt, is van alle smetten vrij.”
Dat ging me te ver.
Martie: Dat laat dus al zien dat we twijfels kunnen hebben over de aard van
zijn verlichting. Bij Cyprianus betekende verlichting integendeel, dat hij een
scherp en helder bewustzijn van goed en kwaad kreeg.
Je hebt me ook verteld dat Bhagwan, voordat hij goeroe werd, een soort
licht heeft gezien.
Michiel: Ja, dat is op zichzelf wel een spannende beschrijving. Na een tijd
van vasten en ervoor zorgen dat hij contact met zijn lichaam hield door zijn
hoofd tegen de muur te stoten, veel te rennen en steeds te tellen van 100 naar
1, kwam dan plotseling het moment dat hij zei: “Ik moet uit dit benauwde
kamertje weg” en geheel instinctief ging hij lopen naar een park, midden in de
nacht - het doet een beetje denken aan de ervaring van de Boeddha - en onder
een grote boom kreeg hij een geweldige ervaring van een kosmisch bewustzijn.
Hij beschrijft het mooi. De tijd viel weg, alles was licht. Hij voelde zijn
oude ego en de zorgen daarmee verdwijnen. Toen zei hij: “Dit is het. Ik ga door
met mijn studie.” Hij werd een briljant student in de filosofie en won talrijke
debatten. Hij was al bekend in India, voordat hij als leraar voor het Westen
begon. Het gevoel van: “Ik ben er niet meer, de oude Rasjneesh is weg”, dat
voerde hem tot deze staat van verlichting.
Maar het wonderlijke is, dan begin je al vreemd te kijken, dat er een boek
verschijnt van hem: Beyond Enlightenment (boven de verlichting uit).
Martie: Ja, dat wijst erop dat hij zich iets bijzonders ging voelen. Ik heb
dan ook mijn twijfels of dit een echte verlichting is, die van God komt. Je
kunt ook een vals licht zien. Om een voorbeeld te geven. Toen de kluizenaar
Abraham eens in concentratie in gebed was, zag hij onverwacht zijn hele cel
vervuld van een heerlijke lichtglans, die de nacht in heldere dag veranderde,
en tegelijk hoorde hij de woorden: “Gelukkig zijt gij, Abraham, en niemand is
gelijk aan u, omdat gij mijn hele wil hebt vervuld.” Abraham echter, die de
Geest Gods had, herkende onmiddellijk wie het was (nl. de duivel), die hem met
groot vertoon van zo’n veelheid van licht bezocht en hem zo een vleiende
boodschap bracht, en wees hem met afschuw af door hem tegen te werpen: “Uw
duisternis zij met u tot verderf, o geest vol bedrog en valsheid! Ik ben een
zondig mens, maar de naam van mijn Heer Jezus Christus, die ik beminde en nog
liefheb, is mij een muur waarmee ik u berisp, gij onreine hond.” Toen was het
licht verdwenen. Een aanwijzing voor het zien van een vals licht is het feit
dat mensen zich iets bijzonders gaan voelen, zelfs een god of een avatar. Dat
is ook Bhagwan gebeurd.
Het volgende punt is dat alle tijd wegviel. Ik kan dat herkennen. Toen ik
in trance geraakte en in een wonderlijke, een soort rare psychotische toestand
verkeerde, waarvan ik nu weet dat het niet een echte verlichting is geweest,
toen viel ook het normale besef van tijd weg. Dat was heel vreemd. Het kan ook
een soort ontregeling van je bewustzijn zijn.
Michiel: Ja, dat is zo. Want bij hem bleef de toestand van tijdloosheid,
zodat leerlingen steeds borden moesten ophouden met: “Lezing over”.
Martie: Dit ervaar ik niet als positief. Het tijdsbesef is juist een gave,
die we ontvangen hebben om hier te kunnen leven en werken. Het is daarom een
ontregeling van je bewustzijn om dat tijdsbesef kwijt te raken.
In de tweede plaats kan het wel mooi lijken dat je je ego kwijt raakt, maar
deze ervaring van je ego te verliezen komt op mij over als een negatief proces
van depersonalisatie. We hebben onze persoonlijkheid volgens de Bijbel als een
kostbare waarde van God gekregen. We moeten wel ons egoïsme overwinnen, maar
niet onze individualiteit, onze persoonlijkheid.
Verder is een belangrijke toetssteen de geest van heiligheid. Cyprianus
stond bekend om zijn enorme inzet, zijn positieve instelling, zijn liefde
straalde van hem af. Gebeurde dat ook bij de Bhagwan? Jij vertelde dat hij
zelfs een moord kon goedkeuren.
Michiel: Ja, dat is een goede vraag. Hij wilde een “rich men goeroe” zijn.
Toen een journalist daarnaar vroeg, zei hij: “Ja, ik ben een “rich men goeroe”.
Ook rijken hebben een goeroe nodig.” Zijn goeroeschap nam in Amerika een hele
vreemde wending. Want hij deed zeer onverschillig over de mensen, die als een
soort kuddedier voor hem werkten. Die kregen weinig tot geen aandacht van hem,
behalve dan een klein groepje dat naar zijn lezingen mocht luisteren. En ook is
vreemd, dat hij - misschien om de boel in de soep te laten draaien - plotseling
viereneenhalf jaar ging zwijgen en hij weer besloot te gaan spreken toen
Indhira Gandhi vermoord werd. Hij had iets moois met haar.
Toen begon er een zeer rare ontbinding van de commune plaats te vinden,
omdat de secretaresse met heel veel geld en juwelen vertrok en allerlei
wonderlijke dingen gebeurden: afluistergedoe, drugsmisbruik, intimidatie van de
bevolking, vergiftigingen. Er ontstond verwarring. De creativiteit en de omvang
van de ashram namen echter geweldig toe. Op het hoogtepunt waren er in de
Benelux zo’n 60 centra van klein tot groter, waar tapes, boeken enzovoort te
krijgen waren en waar gemediteerd kon worden. Je zou bijna zeggen dat hij
geholpen werd door de vorst der duisternis. Een beroemd zinnetje van hem, dat
hij handenwrijvend, grinnikend kon zeggen, was: “I have caught you” (ik heb je gevangen).
Martie: Dat is toch een heel veeg teken. Wat goeroes doen die niet goed
bezig zijn en wat de Moeder bij mij heeft gedaan, is mensen binden. Christus
maakt werkelijk vrij. Je volgt Christus wel, maar nooit als iemand die gebonden
is. Christus maakt waarlijk vrij.
Michiel: Ja, precies. Bhagwan paste de onderlinge druk toe, dat is
natuurlijk slim. Iedereen liep in het oranje met een mala in de ashram.
Als iemand de moed had in een spijkerbroek te verschijnen, was dat prima, maar
men dacht of zei dan: “Jij wordt vanzelf wel helemaal een Bhagwanmens.”
Het is misschien nog interessant te wijzen op Lin Stevens,
psychotherapeute, die veel zag in zijn leerlingen, maar uiteindelijk zei: “Mijn
eigen verlichting was in een klein kamertje, midden in de nacht, toen ik doodziek
was. Ik besloot toen om het niet te doen.” Ze voelde toen inderdaad al, eind
jaren ‘70, dat het niet klopte. Ze heeft er een goed boek over geschreven:
Een schijn van heiligheid. De zelfreclame en de subtiele dwang van mensen:
“Ga er toch bij” waren haar te groot.
Ze zag - dat is ontroerend - veel meer in de gewone Indiër en de bedelaar
met wie ze een speciale relatie had. Ze besefte dat ze natuurlijk niet alle
armoede kon oplossen, maar wel dat het raar was dat Bhagwan plotseling het
karma op deze mensen van toepassing liet zijn. Als hem werd gevraagd: “Waarom
ben je er niet ook voor de hindoes?” dan heette het plotseling: “Dat is hun
karma. Dat is nu eenmaal zo. Door armoede en die troep moeten ze heen. Daar
moet je je niet mee bemoeien. Ik ben er vooral voor jullie. Hindoes snappen dit
nog niet.” Dat is ook weer wonderlijk want anderzijds prees hij India als de
schatkamer van alle wijsheden.
Martie: Als je de toetssteen: “Aan de vruchten kent men de boom”, gebruikt
om te zien of de verlichting echt is, dan concludeer ik uit jouw verhaal dat
Bhagwan die toets niet kan doorstaan.
Michiel: Nee, want - om nog een voorbeeld te geven - hij haalde een grap
uit, die op zichzelf leuk zou kunnen zijn, maar die verwarrend werkte. Hij gaf
titels van swami en ma - eretitels- en later ook arhat en bodhisattva aan
mensen in Amerika. Niemand begreep dat. Twintig mensen, geloof ik, werden met
een certificaatje heel ver gevorderd verklaard. Dan maak je er een raar spelletje van.
Martie: Dat betekent natuurlijk niet dat hij niet intelligent was en geen
kwaliteiten had.
Michiel: Ja, de sfeer van humor op zichzelf was leuk. Die werd door velen
gewaardeerd. Hij had een soort democratisch principe: we hoeven niet steeds 30
jaar te mediteren totdat je een swami bent. Hij heeft tegen heel veel
aangeschopt, tegen allerlei hypocrisie in India. Hij zou ook, maar dat weet ik
niet zeker, de agressie van hindoes tegen christenen nu veroordeeld hebben.
Zijn enorme aantrekkingskracht was natuurlijk zijn charisma. Hij gaf
buitengewoon heldere toespraken, die 14,15 jarigen die een beetje Engels
kenden, konden volgen en dan had je zijn ‘practical jokes’. Hij was een groot
entertainer en daarbij komen dan natuurlijk de vele meditatiegroepen en de
vrije seks opdat je van trauma’s verlost zou worden. Kortom, een heel
programma. Ook slim was zijn werkschema: er werd heel hard gewerkt, twaalf tot
zestien uur per etmaal in keuken, noem maar op.
Hij kon ook magistraal - dat is het verleidelijke - tal van mystieke
systemen uitleggen: Kabbala, Soefisme, Zen, Tantra, noem maar op. Hij had het
indrukwekkende vermogen per elf dagen een boek af te leveren. Ze stonden wel
steeds vol met foto’s van hem.
Een sterke zet van hem was dat hij in hoog tempo - ik denk dat hij dat
gepland had - zes tot tien boeken over Jezus, met name gebaseerd op het
Evangelie van Thomas, heeft geschreven. Die boeken - twee waren er in het
Nederlands vertaald - werden door christelijke familieleden geïnteresseerd
gelezen. Dat was natuurlijk handig om westerlingen voor je te winnen, want hij
wist dat velen uit kerken kwamen. Het leuke is dat ouders die eerst kritisch
waren, toen dachten: “dat is een prima man.”
Wat mij tegenstond was de overdreven verering van hem; dat het allemaal om
hem ging.
Martie: De geest van heiligheid kan ik in het verhaal niet herkennen.
Bovendien, wat me opvalt bij de verlichtingsverhalen uit het Oosten is dat
Indiërs helemaal niet kritisch zijn over de aard en de bron van de verlichting.
Als je bewusteloos raakt of je wordt psychotisch, dan zeggen zij dat je een
verlicht persoon bent. Zo lees ik in het boek van Ramdas: “God ervaren”,
dat hij mensen als verlicht beschouwt, waar ik mijn twijfels bij heb. Ik geef
een citaat uit zijn boek: “Er zijn drie soorten van siddhas of volmaakte
zielen; unmatta, pishacha en bala (de dwaas, de demon en het kind). De unmatta
is zo diep verzonken in God-bewustzijn dat de wereld en haar gebeuren hem
volkomen onverschillig laten” (p. 112).
Dit kun je ook bij de Bhagwan wel herkennen. Uiteindelijk lieten zijn eigen
discipelen hem onverschillig. Die arme hindoes vielen ook buiten zijn
perspectief. Ik kan niet geloven dat je zo een verlichte ziel van God bent. Al
je echt verlicht bent, zoals Jezus was, dan zet je je in voor het heil van je
medemens. Dan heb je een diepe bewogenheid voor je naaste, je wilt zo veel
mogelijk zielen redden en helpen.
Michiel: Juist. Dan laat je niet mensen in Amerika, die voor je komen
werken en die zich uit de naad werken voor een nieuwe commune - een voorbeeld
voor de wereld - barsten, want dat deed hij.
Martie: En dan de pishacha, dat is nog erger. Ramdas schrijft: “De pishacha
gaat als een demon te keer, is onbeheerst, een wildeman in zijn gedragingen.
Hij scheldt mensen uit, slaat ze en gedraagt zich als een krankzinnige.” Dan denk ik: “die man is bezeten.” Dat is
helemaal geen verlichting. Ik vind het een beetje eng dat zo’n man ook nog een
verlichte wordt genoemd, want je geeft een vrijbrief voor alles wat zo’n
krankzinnige doet. Hij is een verlichte, hij is God.
Michiel: Ja, wat je daar noemt is een mooi voorbeeld. Diverse malen wordt
ook nu nog waargenomen, dat een man op een hoop van troep, misschien wel poep
en vuilnis zit. Een hindoe kan nog wel eens nuchter zeggen: “Die man is
schizofreen, die is gek”, maar de naïeve westerling denkt dat die man verlicht
is, omdat hij een paar dingen uit. Het is inderdaad een raar verschijnsel.
Misschien ken je het woord avadhuta, dat is iemand die alles heeft losgelaten.
Ze kunnen misschien nog wel een shockmethode die voor mensen nuttig is, hanteren,
maar wat eng is dat men - in het geval van Muktananda - zelfs het badwater gaat
opdrinken. Dat neemt extreme vormen aan.
Extreem is ook dat men zelfs sandalen die Bhagwan een paar keer heeft
gedragen, gaat vereren. Men zegt zelfs: “De goeroe is hoger dan God, want hij
is degene, die jou bij God en in God brengt.”
De Bhagwan had de intelligentie om ook de gekte van het goeroedom te
doorzien. Hij heeft ook vaak de spot gedreven met overdreven vormen van
verering. Daarom was het zo’n schrik, zo’n shock voor mensen dat hij zelf dat
gedrag ook ging vertonen. Hij heeft zelfs enkele malen uitgeroepen: “Die
Hitler, dat was toch iemand. Die kon echt spreken.” Kortom, hij verlangde
eigenlijk naar de invloed van een Hitler. Hij verlangde ernaar dat zijn mensen
in korte tijd de wereld zouden veranderen, doen lachen en swingen. Dat is
onmogelijk.
Mijn conclusie is - dat is een wonderlijke paradox - : hij kan heel nuttig
zijn omdat hij je terugvoert naar het Evangelie vanwege de vele
teleurstellingen, die er waren, ook de overdreven duurte van allerlei
meditaties en van verblijven in zijn ashram. Dit vind ik echt te dol: in Egmond
is nog steeds een groot instituut, gebaseerd op zijn leringen, waar je eerst
geld moet betalen voordat je binnen mag en dan word je ook nog direct aan het
werk gezet. Onder de Bhagwan heb je weer submeesters, die ook hun eigen gevolg
creëren, met hun eigen bladen en beweging. Kortom, het lijkt een leuk spel,
maar het is eigenlijk gebakken lucht.
Martie: We maken nu een beetje een omweg. De derde soort verlichte, die
Ramdas noemt is: “bala, is als een kind, erg speels, vriendelijk, gelukkig en
opgewekt.” Als je die criteria neemt, dan zou een mongool een verlicht persoon
zijn. Jezus heeft wel gezegd: “Word als de kinderen”, maar Hij heeft niet bedoeld
dat we kinds, infantiel moeten worden.
Michiel: Ik kan wel begrijpen dat mensen het moeilijk vinden om iemand als
Ramakrishna te laten vallen, want die was als een kind, heel open, heel speels.
Martie: Dit is natuurlijk de aantrekkelijkste soort. Je kunt Ramdas ook wel bij dit soort
rekenen: altijd blij en opgewekt. Maar
ook hierbij heb ik vraagtekens. Het is voor een mongool gewoon om altijd blij
en opgewekt te zijn, maar niet voor een normaal denkend mens. Er is zoveel leed
en ellende in de wereld, er is ook genoeg om te huilen. Altijd maar blij zijn
maakt een onnatuurlijke indruk. Wat heeft Ramdas dan voor een verlichting gehad
dat hij zo is geworden?
Hij blijkt tot een permanente staat van trance te zijn gekomen, heel
opmerkelijk. Ik ken trance als een tijdelijke bewustzijnstoestand waar je met
een kater uit komt. Hij schrijft: “Trance ontstaat door uit te stijgen boven
fysiek en mentaal bewustzijn... Wanneer je die toestand bereikt, vergeet je je
lichaam, maar wordt het weer gewaar wanneer je er uit terugkeert. Blijvende
ervaring van die staat is slechts mogelijk wanneer er geen gedachteleven meer
is en het lichaam grotendeels vergeten is. Zo’n mens leeft niet meer in de
zinnenwereld, zingenot heeft geen bekoring voor hem. Het denken is volkomen
stil.. Hij taant niet naar de dingen dezer wereld, naar eerzucht, rijkdom, naar
iets van deze aard. Eeuwige vrede is met hem. Onderscheid dat mensen in de
wereld zien, ziet hij niet... In zaligheid is hij verzonken, die van hem
uitstroomt zonder onderbreking. Dit heet sahaja samadhi” (p. 28).
Maar als je geen gedachteleven meer hebt, ben je als de mongool. De unieke
waarde van iemands persoonlijkheid omvatten ook zijn gedachten en gevoelens.
Wat Ramdas beschrijft zie ik eerder als een proces van depersonalisatie dan als
echte volwassenwording.
Hij verloor ook het besef van realiteit. Hij schrijft over zichzelf: “Hij
trok als in een droom van plaats tot plaats als werd hij door een ander
voortbewogen.” Daar kan ik ook mijn eigen trancetoestand in herkennen. Toen ik
in trance raakte, kreeg ik ook het gevoel dat een andere geest door me heen
ging werken. Ik heb dat als heel eng ervaren.
Hij schrijft ook: “Hij liet zich gaan als een dor blad waar de
goddelijke wind naar willekeur mee speelde.” Nu, dat geldt niet voor een kind
van God. God gaat niet naar willekeur met je om. Dit is eng, want zo heb je een
geest die alles met je kan doen wat hij wil. Stel je voor dat die geest jou
aanzet om een ander een mep te verkopen of nog erger. Nu heeft Ramdas dat nooit
gedaan, hij was van het onschuldige soort, hij stond niet onder invloed van een
gewelddadige geest. Toch blijft de vraag door welke geest hij zich liet
bewegen. God doet je nooit naar willekeur als een marionet bewegen.
Hij heeft zich overgegeven aan de geest Ram. Dat is ook merkwaardig. Want
in Advaita is God zonder naam en vorm. Maar hij had wel een naam nodig om tot
God te komen. Dan heb ik het idee: hij kan het wel God noemen of het
goddelijke, maar hij heeft een soort geestelijke entiteit, die Ram heet, opgeroepen. Bedenk wel, niet alle
geestelijke entiteiten of demonen zijn
gewelddadig. Ze kunnen zich ook vroom gedragen.
Michiel: Ja, dat moet wel. Men zegt vaak buitengewoon knap, dat de
tegenstander zich allerlei gedaanten kan aanmeten, Rama of Krishna of wie dan
ook. Bij Ramakrishna is dat een moeilijk iets omdat hij een orde stichtte die
veel goeds doet. Dit is aantrekkelijk voor mensen die genoeg hebben van de kerk
en hier helderheid vinden. In de praktijk is gebleken en dat ken ik ook uit
mijn eigen leven, dat deze leer haast niet uit te voeren is. Niet alleen
gelijkmoedigheid, maar ook steeds denken: dat is allemaal illusie. Dat kan je
wel eens overkomen, maar daar kun je niet in leven. Dan moet je in India gaan
leven, waar je gevoed wordt door een paar mensen, die denken: hij heeft het
oranje aan, maar concreet komt er bijna nooit veel uit.
Martie: Wat ik wil zeggen is, dat het een systeem is, dat idealistisch
overkomt, maar waar je niet normaal mee kunt leven. Na mijn buikgriep heb ik
zitten genieten van een beschuitje, heerlijk na enkele dagen, maar in Advaita
mag je er niet van genieten. Het moet allemaal illusie zijn. Je mag ook niet
boos zijn dat je brommer het niet doet. Zo word je wel onmenselijk.
Michiel: Van Ramakrishna herinner ik me dat hij toch ook wel weer menselijk
was in deze zin: er was een man die na veertig jaar waanzinnige ascese beoefend
te hebben Ramakrishna het volledige Advaita-bewustzijn wilde bijbrengen.
Ramakrishna moest maar af van die godinnenverering. Dus met een stuk glas in
het voorhoofd werd Ramakrishna duidelijk gemaakt: laat alles vallen; vermoord,
als het ware, innerlijk de grote moedergodin en wees vrij.
Het merkwaardige nu was dat deze man na veertig jaar keiharde ascese zo
veel last van zijn darmen kreeg, dat hij dacht: “ik heb het niet gered na al
die oefeningen, ik loop de rivier in, ik ben een mislukkeling alsnog.” Toen
ging Ramakrishna hem op zijn menselijke kant wijzen: “Wees maar blij dat je ook
een mens bent. Je hoeft niet van steen of graniet te zijn.”
Ramakrishna, die een echte aanhanger van Advaita was, ging ook klagen, toen
hij een pijnlijke arm kreeg: “Waarom doet God me dit aan?” Dit is heel
tegenstrijdig.
Martie: Dit is inderdaad tegenstrijdig. Waar ik het nu over wil hebben, is
de ethiek, over de manier waarop men zich in de praktijk gaat gedragen. Ramdas
zegt dat hij naar willekeur wordt voortbewogen. Dan denk ik: “met zo iemand
valt niet te leven.” Hij geeft ook een voorbeeld dat hij zich heel willekeurig
gedroeg. Vrienden vroegen of hij bij hen wilde komen eten. Dat stemde hij toe.
Maar hij kwam niet opdagen. God vertelde hem dat hij ergens anders heen moest
gaan. Zijn vrienden zaten tevergeefs te wachten. Ramdas had er niet eens spijt
van. Zo kan je er nooit van op aan, wat iemand doet. Het criterium van waarheid
in de Bijbel is juist trouw. Het hebreeuwse woord voor waarheid betekent trouw.
God is waar, want Hij houdt zijn beloften. Dus als je belooft naar iemand toe
te gaan, moet je volgens de bijbelse ethiek ook gaan. Bij Ramdas weet je niet waar
je aan toe bent. Je zit op hem te wachten, maar hij komt niet.
Michiel: Bhagwan had hetzelfde. Hij werd meerdere malen gevraagd: “Gaat u
ook naar Amerika?” “Nee”, zei hij, “daar zitten nep-goeroe’s, niets voor mij.”
En hij ging toch. Dat was ook heel raar. Het heette dat hij daar medisch
geholpen zou worden, maar hij had kennelijk wel degelijk plannen daar een grote
club te stichten.
Een ander verhaal is weer dat Sai Baba meerdere malen zei: “Ik zal komen
daar en daar, in die en die landen.” Als hij dat steeds maar niet doet - dat is
al decennia gaande - dan zegt hij wel: “Ja, ik bedoel dat met mijn geest.” Maar
hij komt gewoon niet. Het is interessant om je af te vragen waarom hij niet
werkelijk komt, omdat hij voor 1999 heeft aangekondigd: “De wereld zal veel van
mij horen”. Daar kunnen diverse redenen voor zijn. Ik vermoed omdat hij
androgyn, dat wil zeggen man en vrouw tegelijk schijnt te zijn - Piet Vroon
heeft dat nog beschreven - en omdat hij bang is dat hij door de mand zal vallen
en in een ziekenhuis zal belanden. Of misschien vreest hij douanemoeilijkheden.
Het blijft vreemd dat zo’n actieve wereldmeester niet naar de mensen gaat
aan wie hij het beloofd heeft, bijvoorbeeld aan zijn devotees in Amerika. De
volgelingen gingen destijds al dolblij dingen voorbereiden, maar dan kwam hij
niet. “In de geest”, zei hij dan, maar daar heb je niets aan.
Martie: Het gaat er bij mij niet in dat je door God als een dor blad wordt
voortbewogen. Dat kan helemaal niet. Wat ik nog het meest eng vind, is dat in
die verlichting het verschil tussen goed en kwaad verdwijnt. Dat vind je ook
bij Ramdas. Hij schrijft bijvoorbeeld: “Tenslotte moet je de begrippen goed en
kwaad te boven zien te komen” (p. 204). Dan verlies je je geweten en ben je tot
alles in staat.
Michiel: Ja, ook boeiend is in dit geval, dat ze vaak officieel afraden
allerlei occulte spelletjes te doen, tarot en pendelen bijvoorbeeld, maar in de
praktijk deelt Sai Baba wel degelijk pentagrammen ter bescherming uit.
Pentagrammen zijn zeer aanvechtbaar. Ook is merkwaardig dat sommige meesters
zich houden aan gebruiken zoals op astrologisch ongunstige tijden niet weggaan.
Wat ze zeggen overstegen te hebben, daar wordt echter ten volle gebruik van
gemaakt.
Martie: Je merkt zelfs dat het Ramdas niet interesseert als iemand vermoord
wordt. Hij schrijft: “De moordenaar denkt dat hij een moord pleegt. Als hij
wist dat God de drijfveer van al zijn daden was, zou hij niet moorden” (p. 36).
Ramdas werd gelukkig niet door een agressieve entiteit voortbewogen en hij heeft
nooit een moord gepleegd. Maar in zijn Advaitasysteem wordt het moorden wel
goedgepraat. Hij schrijft: “Moorden worden gepleegd en de moordenaar houdt
zichzelf voor de dader. Het is in feite God die hem daartoe aanzet. Hij is het
die hem de moord doet plegen. Het is Gods wil dat de man vermoord wordt. Waar
maak je je zorgen over?” (p. 36). Nu, als God mij ertoe aanzet, dan mag ik
moorden. In de Bijbel staat er als een absoluut gebod, een objectieve norm van
waarheid: “Ge zult niet doden.” Bij Ramdas heb je die objectieve norm niet
meer. Het is maar net, waar de geest die je voortdrijft, je toe aanzet, en dat
kan alles zijn. Hitler dacht ook dat het Gods wil was dat hij al die joden
ombracht.
Michiel: Dit is inderdaad een zeer gevaarlijk terrein. Dan kan eigenlijk
alles. Als toch alles een illusie is. Dan krijg je een tegenstrijdigheid.
Bhagwan wilde de wereld bevrijden van priesters en ayatolla’s, maar creëerde
zelf een heel nieuw pausdom. Het houdt geen stand; het is in tien, vijftien
jaar zo’n beetje afgelopen.
Martie: We zijn het er dus over eens dat er gevaarlijke, irreële kanten aan
wat oosterlingen verlichting noemen zitten, waar je in je gewone doen niets aan
hebt. Toen ik vreselijk in de put zat, kon ik wel denken dat ik goddelijk was,
maar dat hielp me niet uit de put.
Michiel: Ja, ik ben het met je eens dat het geheel van de verlichting ook
slim en knap in elkaar zit. Want de tegenstander met een hoofdletter, de satan
of zoals de hindoes zeggen: “kal”, helpt deze meesters kennelijk in voortvarend
tempo. Want sommige bewegingen groeien heel snel. Maar de vraag is wel: gebeurt
er iets mee? Om een concreet voorbeeld te geven: het grote, supermoderne
hartoperatiecentrum van Sai Baba wordt maar heel matig bezocht. Het is in
principe gratis, dat is mooi. Maar het draait niet.
Martie: Je hebt ook nog, zei je, een voorbeeld van een verlichting, waar je
ook je twijfels over hebt. Iemand voelt zich niet goed worden en dat zou dan
een verlichting zijn?
Michiel: Ja, het verhaal stond in nr. 190 van het blad Brès. Ik citeer:
“”Ik wilde (van Andrew Cohen, een verlicht meester, de zoon van Luna, de
schrijfster) de verzekering dat zijn liefde alle verschillen tussen ons kon
overbruggen,” schreef Luna in haar boek,
“ik wilde wanhopig graag dat hij begreep hoe ik me, voor het eerst in
mijn leven, met handen en voeten gebonden voelde door mijn angst om hem kwijt
te raken. Maar toen we samen op een bank zaten aan de voorkant van het dak,
overviel me plotseling een vreemd gevoel. Het was alsof mijn geest stierf, alsof
ik door een verschrikkelijke, uiteenscheurende kracht werd verzwolgen. Ik
hoorde mezelf fluisteren: “Ik glijd weg. Ik ben bang. Ik glijd weg, glijd weg -
(...) Ik weet niet langer wie ik ben. Je hebt me ervan overtuigd dat mijn
leven, mijn ervaringen niets betekenen. Niets. Ik ben niets. Ik voel me
walgelijk. Ik wil mezelf ombrengen.” (...) Ik keek naar Andrew. Hij
glimlachte!”
Daarop verkondigde Andrew dat Luna verlicht was. Dat weigerde zij te
geloven. Alle anderen namen het wel van hem aan. Ook Poonja (een andere
verlichte meester) was overtuigd van Luna’s verheven staat. In een brief
schreef hij haar: “O Goddelijke Luister, Moeder van het Universum die de
Verlichte heeft gebaard, ik zend u mijn liefde, zegen en dankbaarheid namens
mijn eigen Zelf en namens alle Waarheidszoekers. U bent als Sidha geboren, in
een oogwenk kon ik in een hotel in Delhi ruiken dat er iets stond te gebeuren
door uw eigen Zelf. Het is een wonder, omgezet in vaste werkelijkheid. Ik ben
er zeker van dat uw aanwezigheid al diegenen zal helpen die in uw nabijheid
komen, wetend of onwetend. Ik feliciteer u, heilige Ma! Hiep hiep hoera! Geniet
van het Leven zoals het is. U bent een vrij man. Twijfel niet.”
Maar ze twijfelde wel. Ze vond dat Poonja idiote dingen over haar beweerde,
die gewoon niet klopten en de woorden van “een vrij man” leken haar een
seksistische slip of the pen.”
Martie: Het valt me inderdaad op dat als iemand een negatieve ervaring
heeft dat haar geest stierf, dat dan positief wordt geduid: dan ben je
verlicht. Dit is gewoon raar. De reactie van Poonja is niet normaal. Luna wilde
zelfs een einde aan haar leven maken.
Michiel: Om hierbij aan te knopen. Frappant is, een raadsel, dat ook Foudraine niet snapt: hoe kan een gezellin
van Bhagwan, ze heette Vivek, zeven weken voor zijn overlijden zelfmoord
plegen?
Iemand kan depressief zijn, all right. Misschien heeft Bhagwan wel gezegd:
“Ga maar vooruit in de dood, dan volg ik je wel.”
Martie: Het valt me op - wat ik bij meerdere goeroes signaleer - dat nauwe
medewerkers depressief raken. Een nauwe medewerkster van de Moeder in India
raakte vreselijk depressief. Ze zag het niet meer zitten. De naaste
medewerkster van de jonge Meera in Duitsland, zo heb je gezegd, die maakt ook
een depressieve indruk. Ik heb ook twee mensen gekend, die in een
antroposofisch tehuis gingen werken en depressief raakten. Gaat er dan niet van
die goeroes een uitstraling uit dat anderen depressief raken? Door mijn
verbintenis met de goeroe ben ik ook in een zware depressie terechtgekomen. Dan
moet je zeggen: als je in de aanwezigheid van die mensen komt, kan je tijdelijk
een kick krijgen, maar op de lange termijn kan het flink mis gaan.
Michiel: Het is belangrijk dat nu onderzoek wordt gepleegd door diverse
mensen naar de zelfmoorden die plaatsvonden in Poona. Een meisje dat uit Poona
terugkwam, vertelde dat er een paar “oranje” mensen uit wanhoop van een dak
waren gesprongen en dood waren. Wat dat betreft is de huidige pers lui. Ze
hebben niet door wat er werkelijk gebeurt. Dit zijn ernstige dingen. Maar dan
wordt er gezegd: “Ja, die mensen waren al labiel.”
Martie: Ja, dat heb ik zelf ook gehoord. Dat is kletskoek. Ik was helemaal
niet labiel. Ik was kerngezond, geestelijk en lichamelijk. Ik kon goed
studeren. Mijn ellende is opeens na terugkeer uit India begonnen, toen ik in
trance raakte.
Michiel: Je hebt ook de mensen die nooit verder komen. In dit geval kan ik
noemen een man, die na de dood van Ramana in Zuid India zevenentwintig jaar
lang bij die berg bleef, en geen meter, ja geen centimeter was opgeschoten. Hij
was heel triest.
Martie: Als ik nu nog een keer terug ga naar het begin, toen ik zei dat de
kerkvader Cyprianus een verlichting heeft gehad, die de toets der waarheid kan
doorstaan. Dat merk je aan de vruchten van zijn leven. Als ik dan kijk naar
mijn eigen leven. Ik heb door de trance, naar ik dacht, iets goddelijks
beleefd, maar dat was tijdelijk. Ik ben met een kater wakker geworden. Maar de
grootste verlichting heb ik gehad, toen ik in het diepst van mijn ellende
Christus zag. Als je je dan afvraagt of dat een echte verlichting is geweest,
kijk dan naar de vruchten. De mensen om me heen hebben het kunnen meemaken.
Voor mijn bekering kon ik niet werken, de tijd voor mijn bekering kon ik zelfs
niets, ik lag in mijn kamer. Daarna heb ik een vruchtbaar leven gekregen.
In de tweede plaats was het een verlichting die blijvend was en die naar
twee kanten toe werkte. Ik zag wie Jezus werkelijk was. Ik had mijn geloof
terug en heb ook nooit meer getwijfeld. Aan de andere kant was het een
verlichting dat ik door had waar mijn problemen vandaan kwamen. Ik ervoer heel
concreet dat er uit boeken en foto’s van Aurobindo en de moeder een duisternis
straalde. Toen snapte ik wat er gebeurd was, wat ik voor die tijd niet kon
begrijpen. Ik kreeg met mijn bekering het vermogen om geesten te onderscheiden.
Dat is een gave van de Heilige Geest.
In de Advaita is er geen onderscheid tussen licht en duisternis, maar God
heeft licht van duisternis gescheiden. De apostel Johannes zegt: “God is licht,
in Hem is er in het geheel geen duisternis.” Geestelijke duisternis komt van de
duivel. De Heilige Geest maakt het verschil tussen licht en duisternis
duidelijk.
Michiel: Ja, precies. Het is frappant dat mensen die werkelijk in Jezus
geraken, heel duidelijk onderscheid gaan maken en ook dat ze kunnen zeggen
zoals een jonge man in New York tot verbazing van studenten die op een campus
rond een baardig man met charisma zaten: “U heeft niet de geest van Christus.”
“Ik heb de geest van Rama, Krishna...” “Nee”, zei de jongen, “Ik zie het aan
je.”
Martie: Het is een gave van de heilige Geest om geesten te kunnen
onderscheiden. Deze gave mist men in de
New Age. Vroeger had ik die gave ook niet. Ik dacht simpel: “Wonderen komen van
God.” Nu ben ik kritischer geworden. Jezus heeft gewaarschuwd voor de valse
messiassen met hun bedrieglijke tekenen en wonderen. “Want er zullen valse
christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen
doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden”
(Matt. 24:24). Men moet ook niet zoals de Farizeeën te kritisch zijn en té veel
occult noemen, maar New Agers zoals ik zelf vroeger, vinden haast alles mooi en
goed. Valse profeten en bedrieglijke tekenen zijn er ook in deze tijd.
6. EEN ONUITPUTTELIJKE BRON VAN ENERGIE
Martie: Ik wil nu het onderwerp “energie” aansnijden. Volgens New Age is
God of het goddelijke een vat vol energie. De kunst is dat je de energie uit
dat kosmische vat kunt tappen. Er wordt verschillend over gesproken: kundalini-energie,
d.w.z. slangenkracht, kosmische energie, en Jomanda noemt het liefdesenergie.
Michiel: Ja, en men noemt het ook het derde oog.
Martie: We kunnen ook nog denken aan yin-yang. Het is opvallend dat er
altijd over twee aspecten wordt gesproken. In de yogafilosofie spreekt men van
twee energiebanen en in de Chinise filosofie van yin en yang. In de
alternatieve geneeswijzen, zoals bijvoorbeeld yoga, acupunctuur, reiki en touch
for health, wordt met energieën gewerkt.
Het valt hiernaast op dat er in de Bijbel ook veelvuldig over kracht, over
energie wordt gesproken. De Heilige Geest is een bron van onuitputtelijke
energie. De vraag daarbij is: gaat het altijd om de kracht van God? En hoe kan
eenzelfde energie een dubbele kant hebben? Dit zijn boeiende en belangrijke
vragen. Uit wat voor bron komt de energie? Zijn er verschillende soorten
energieën of is er maar een soort energie?
Michiel: Misschien is een goede invalshoek de energiedarshans die door
Bhagwan werden ingesteld in Poona en waar veel mensen eigenlijk geen raad mee
wisten. Iedereen werd daar voor uitgenodigd, vooral merkwaardig genoeg een hoop
leuke jonge vrouwen. Het verhaal ging - want de lichten gingen uit - dat hij in
het sekscentrum iets met de genitaliën deed. De beroemde druk met zijn duim op
het voorhoofd, op het derde oog, werd wel eens gefotografeerd, maar hij gaf
geen uitsluitsel van wat hij nu eigenlijk precies deed. Sommigen vermoedden dat
hij sommige mensen nog méér inwijdde, maar niemand begreep zijn systeem. Het is
frappant dat een ex-priester, Siddharta genaamd, beschreef dat hij zich
unheimisch voelde als hij in de ashram was: plotseling gingen de lichten een
uur lang uit, alles werd stil gelegd. Ook Foudraine wist er niet goed raad mee.
Dit is een interessant voorbeeld van de vraag: bindt hij wellicht die mensen
nog meer aan zich?
Lin Stevens heeft daar ook iets van meegemaakt en dacht: “hier moet ik weinig van hebben.” Ik heb dat zelf ook raar
gevonden. Misschien was het het aanreiken van bepaalde siddhis, paranormale
vermogens, maar het kan natuurlijk zijn, en dat is niet onmogelijk, dat hij met
extra kracht de mensen aan zich bond. Met betrekkelijk weinig mensen heeft hij
toch in korte tijd een heel imperium gesticht, waarin zoveel geld omging - dat
heeft ook met energie te maken - dat menigeen zich afvroeg: waar komt dat
vandaan?
Martie: Als je het echt doet om mensen aan je te binden, dan is dat geen
zuivere motivatie. Dan kan het ook niet om zuivere energie gaan. Ik heb dat ook
zelf ervaren - en anderen met mij - dat spirituele genezers mensen aan zich
binden, bewust of misschien ook onbewust. Ik heb met Mira Alfassa meegemaakt
dat ze mij aan haar heeft gebonden. Ik kan me dat unheimische gevoel van die
ex-priester goed voorstellen. Maar ik vind het interessant dat we bij de
Bhagwan geen antwoord krijgen op de vraag: wat is dat voor een energie? Wat
gebeurt er? Je hebt zelf dus deze overdracht van energie bij de Bhagwan niet
meegemaakt?
Michiel: Nee, niet meegemaakt. Wat dat betreft heb ik misschien geluk gehad
dat ik buiten bepaalde groeperingen ben gebleven. Mij schiet nu ook te binnen
dat bij Da Free John ook zeer krachtige inwijdingen plaats vinden met kriya’s.
Kriya’s zijn allemaal wonderlijk onbeheerste bewegingen die staan voor
zuivering en meer energie krijgen, maar voor een buitenstaander heel gek
aandoen. Bij Da gaat het heel ruig toe, de mensen schreeuwen, vaak
dierengeluiden, of ze zijn in de wonderlijkste extase. Het wonderlijke is dat
de meesters zelf wellicht kunnen doorschieten naar een gebied van gekte dat wij
niet goed kunnen peilen, terwijl de leerlingen - dat is de tragiek - nog wel
zuiver op de graad kunnen zijn, zoals bijvoorbeeld Jan Foudraine, die voor
Bhagwan opereerde. Frans Bakker, arts uit Rotterdam, was, nu misschien nog,
langdurig publiciteitsman van Da.
Martie: Ik ga er ook niet vanuit dat Jan Foudraine verkeerde bedoelingen
heeft, net zo goed als er in de Aurobindo Ashram veel discipelen waren die het
goed bedoelden. Als ik zijn boek lees, denk ik: “hij is te goeder trouw bezig
en gelooft erin.”
Michiel: Ja, het lijden van de wereld gaat hem aan. Daar heeft hij als
psychiater ook veel mee te maken. Hij heeft inderdaad een kleine revolutie in
de psychiatrie gebracht. Hij ziet met smart dat deze prachtige planeet naar de
bliksem gaat; daar heeft hij vaak over verteld, en meent in zijn wanhoop erover
in Bhagwan het antwoord te hebben gevonden.
Martie: Wat mij interesseert is dat goeroes en spirituele genezers energie
overdragen. Ik heb dat ook meegemaakt. Maar heb jij in dat circuit ook zelf ervaringen
gehad?
Michiel: Ja, dat is een goede vraag, omdat ik veelvuldig de heilige as van
Sai Baba, genaamd vibhuti heb gebruikt. Dat kunnen veel mensen in Nederland
tegenkomen, want in Woerden of Gouda is er ook een eeuwig overvloeiend potje
met de as, die hij veelvuldig materialiseert in India vanuit zijn handen en met
een cirkelbeweging in de lucht. Maar ook de as, die geproduceerd wordt in een
fabriekje van gemalen koeienstront, en door hem wordt ingezegend - dat doet een
beetje aan Jomanda denken - is gemakkelijk in Utrecht te verkrijgen bij
devotees van Sai Baba.
Martie: Dus als ik jou goed begrijp, maakt Sai Baba, om as te voorschijn te
toveren, een cirkelbeweging in de lucht.
Michiel: Ja, horizontaal maakt hij een beweging en hij stroopt vaak zijn
mouw op, en dan komt er as, soms ook olie, uit zijn hand en dat geeft hij soms
in ruime mate aan iemand die een kwaal heeft. Regelmatig wordt verzocht aan de
persoon om het ter plekke door te slikken en op te eten ter genezing van zijn
psychische of fysieke
moeilijkheden. In de centra zijn ze
heel scheutig met die as.
Martie: Dit doet mij erg aan een magisch ritueel denken. Ken je dit ritueel
ook uit andere kringen van tovenaars of heksen?
Michiel: Nee, dit is een ritueel wat in het openbaar gebeurt. Een
parallelverschijnsel, - wat er precies gebeurt zegt Sai niet, wellicht heeft
hij contact met geesten; hij zegt met andere devotees in de rest van de wereld
te communiceren -, is dat je hem regelmatig met de linkerhand gebaren ziet
maken, kolkend omhoog, zwaaiend en dan gewoon rond ziet lopen. Dan zegt hij:
“Ik doe iets met devotees in de rest van de wereld.”
Martie: Wat heeft het voor effect op jou gehad?
Michiel: Het gaf me degelijk wel eens energie. Het kan seksenergie geven,
want er zit een papiertje bij, waarop staat: “Gebruik het niet voor sensuele
doeleinden.” Het kan ook kracht geven om je lichamelijk beter te voelen en
geestelijk gezien meer helder. Het kan voor veel doeleinden gebruikt worden.
Een vrouw die het een aantal jaren geleden bijzonder moeilijk had kwam bij een
devotee van Sai Baba, die haar wat as gaf, en ze was die nacht rustig. Het zal
een bepaalde geneeskrachtige eigenschap hebben. Het is één van de meest bekende
verschijnselen in de New Age wereld van vandaag, want velen zien Sai Baba, na
het wegvallen van Krishnamurti en anderen, als de grootste levende goeroe. Het
is natuurlijk ook niet gering wat hij pretendeert te zijn: de levend geworden
God op aarde. Hij is de enige die van zichzelf zegt: toen, zo’n tachtig jaar geleden leefde ik, nu leef
ik tot ik 95 jaar ben en dan kom ik terug als Prema Sai in de volgende eeuw.
Dan zal hij vermoedelijk een hele knappe Christusimitatie neerzetten want er is
al een portret van de toekomstige Sai Baba in een Zuid-Indiase deelstaat.
Martie: Het is interessant dat je het hebt over Christusimitatie. Want
Christus had het over de valse messiassen die de echte wonderen Gods imiteren.
Mijn vraag bij deze vibhuti is daarom: kun je dit vereenzelvigen met het werk
van de Heilige Geest zijn of is het een imitatie-wonder uit de verkeerde bron?
Michiel: Nou, het kan dus prettig en energiek maken. Het moeilijke hierbij
is natuurlijk dat over het algemeen de devotees van Sai die ik ken vaak
sympathiek, weinig pretentieus en hardwerkend zijn. Een vrouw gaf me eens, dat
vond ik wel aardig, drie pakken tegelijk. Haar man, die betrokken is bij
Stichting Emmaus was wel blij dat het spul het huis uit was. Je moet natuurlijk
niet te veel nemen, want ik heb wel degelijk een jongen, die al labiel was,
flink gek ervan zien worden.
Martie: Dit is voor mij al een veeg teken, dat het zo’n negatieve
uitwerking kan hebben. Dat mensen aardig en vriendelijk zijn, dat was ik in
mijn New Age tijd ook, wat wil niet zeggen, dat het dan het werk is van de
Heilige Geest. Je kunt ook te goeder trouw, zoals ik heb ervaren, bedrogen
worden. Goede mensen worden vaak het eerst bedrogen, omdat ze zo goed van
vertrouwen zijn.
Bij de as, die je zelfs moet opeten, moet ik denken aan wat Jezus een
namaakwonder noemde. Dit doet me namelijk sterk denken aan een interessant
voorval dat Gottliebin Dittus heeft beleefd. Deze vrouw, die in de vorige eeuw
in Duitsland leefde, werd zwaar gepijnigd door zwarte magie. Ds. Blumhardt
heeft twee jaar nodig gehad om haar te bevrijden.
Voordat die vreselijke problemen begonnen, had ze een keer in haar kamer
een zak meel zien staan. Hoe kwam het meel hier? De voorkamer was afgesloten en
door het venster kon het niet op tafel zijn gelegd. Maar ze had het opgegeten.
Dat bleek achteraf gematerialiseerde meel te zijn geweest. Tijdens het
bevrijdingsproces vertelde een demon, dat dat meel bedrog van de duivel was
geweest en dat zij dat meel niet had moeten gebruiken. Ik vraag me in alle
ernst af wat er met mensen gebeurt die die as gebruiken. Dat moet je ook op langere
termijn nagaan. Het negatieve effect hoef je niet altijd direct te merken.
Wat as betreft, dat heeft in de Bijbel te maken met verbranding en dood en
is het tegendeel van wat God geeft, namelijk leven. Het is dus heel vreemd dat
hij dan met as tevoorschijn komt. Er is er een interessante tekst in de Bijbel,
Jesaja 44:20: “Wie zich met as bezighoudt, die heeft zijn bedrogen hart
verleidt. Hij redt zijn leven niet en vraagt zich niet af: is er geen bedrog in
mijn rechterhand?” De enige manier waarop as in het Oude testament wordt
gebruikt is voor boetedoening. Daar komt het spreekwoord vandaan: in zak en as
zitten. En dan gaat het om as, die normaal ontstaan is, dus geen
gematerialiseerde as.
Je kunt je dus in alle ernst afvragen of as geen imitatie is van echte
wonderen. In de Bijbel hebben wonderen altijd met leven te maken. As kan ik
niet associëren met een teken dat God geeft.
Michiel: Sadhus smeren zich met as in en denken zo onthecht te raken. Sai
Baba zegt zelf: “Het is het kleinste dat afgebroken kan worden.” In zekere zin
altijddurend: alles zal tot as vergaan. Met het vergankelijke wil hij mensen
genezen. Het is inderdaad belangrijk wat de uitwerking is. Dat zou goed
onderzocht moeten worden. Er is een onderzoek geweest waarbij duidelijk werd dat
de echtheid van zijn aanspraken over het algemeen wel klopte. Twee
parapsychologen hebben maandenlang in die streek uitvoerig allerlei interviews
kunnen houden met mensen die de as hebben gebruikt. Sai beschikt duidelijk over
machten en krachten.
Martie: Daar ben ik ook van overtuigd. De vraag is dus wel: wat zijn dat
voor machten en krachten? Uit wat voor bron komen die? Zelf heb ik, dat zal ik
zo vertellen, de ervaring gehad dat een overdracht van energie heel negatief
kan uitwerken. Weet je wat over het leven van Sai Baba, hoe hij aan zijn
machten en krachten is gekomen? Dat is ook vaak onthullend. Ik heb gelezen dat
hij zich na een aanval van bewusteloosheid - waarin je je naar mijn ervaring
openstelt voor demonische beïnvloeding -
heel vreemd gedroeg en dat zijn vader bang was dat hij bezeten was
geraakt door de duivel.
Michiel: Ja, forse rituelen heeft hij ondergaan. En toen zijn vader hem
vroeg: “Ben je nu eigenlijk een demon of een god?”, toen zei hij: “Ik ben Sai
Baba, ik ben gekomen om de mensen te helpen. Mijn missie begint nu.” Mensen
hebben in zijn jeugd meegemaakt dat hij vijf, zes, zeven verschillende vruchten
aan een boom kon laten ontstaan. Een ander beroemd verhaal is dat hij zich
meerdere malen razendsnel verplaatste; dan stond hij opeens vrolijk lachend op
een hoge heuvel. Hij had ook wel eens ondeugende streken zoals Krishna.
Martie: Vroeger dacht ik: “als iemand wonderen doet, dan komen die wonderen
van God. Alles wat bovennatuurlijk is, is van God.” Daar ben ik kritischer in
geworden. In de Bijbel lees je dat mensen die door de duivel bezeten zijn, ook
meer kunnen doen dan normaal. Er was een man die bezeten was en die ze hadden
vastgebonden met ijzeren ketenen, hij was blijkbaar agressief. Maar hij was in
staat die ijzeren ketenen te verbreken. Dat kan een normaal mens niet. Dus je
moet rekening houden met het feit dat als Sai Baba dingen kan doen die een
normaal mens niet kan doen, dit niet hoeft te betekenen dat die wonderen van
God komen. Alleen al het feit dat hij denkt dat hij God is, is niet normaal.
Michiel: Om op de imitaties door te gaan, het valt mij op dat men in India
in mythologieën rond mukta, verlossing vaak de aap, de rat, de olifant, de
schorpioen, de slang en de adelaar aantreft. Bij Sai Baba was een grote slang aanwezig
toen hij geboren werd. In het Evangelie vind je dat zachtmoedige dieren zoals het lam, de duif, de vis, en de ezel
een rol spelen. Maar in India worden angstaanjagende dieren op een trotse wijze
beheerst door menselijke goeroes. Sai Baba heeft een slang en leeuwenkop bij
zich op zijn zetel.
Van Ramana Maharshi was wel bekend dat hij uiterst zachtmoedig rondliep bij
dieren, die hem gemakkelijk hadden kunnen aanvallen. Hij was een soort Indiase
Franciscus van Assisi.
Martie: Ik ga er ook van uit dat er bonafide goeroes zijn, die uit oprechte
bedoelingen met krachten werken. Maar dat is nog geen garantie dat je
inspiratie uit God is. Ik wil een voorbeeld noemen uit Handelingen 16:16.
Paulus en Silas kwamen in Philippi een vrouw, een slavin, tegen met een
waarzeggende geest. Deze vrouw was bonafide: ze hielp oprecht mensen met haar
gave. Ze waren er ook blij mee, want ze gaven er veel geld voor. Deze vrouw
liepen Paulus en de zijnen achterna, luid roepende: “Dit zijn dienstknechten
van de allerhoogste God die u de weg tot behoudenis boodschappen.” Ze zei ook
nog de waarheid. Dit deed zij vele dagen lang. Nu, dat is al merkwaardig. Want
ze was gewoon een soort slaaf, een marionet, van die geest. Ze kon niet meer
ophouden met praten. Als je de controle over jezelf verliest, is dat een teken
dat je niet wordt geleid door de Heilige Geest, want Hij maakt geen slaaf en
marionet van je. Dat zij aan die geest gebonden was, verdroot Paulus zo dat hij
de geest heeft uitgedreven. Ze was daarmee de waarzeggende geest en haar gave
kwijt. Alhoewel deze vrouw bona fide was, onderkende Paulus toch de geest als
een boze geest die de vrouw te pakken had genomen.
Michiel: Daar komt nog bovenop het interessante geval van George Harrison,
de Beatle, die zei: “Ik kan het Evangelie pas nu begrijpen na een lange
zwerftocht door het Oosten. Ik heb geen moeite met de wonderen.” Veel
christenen gaan de wonderen ontkennen. Maar New Agers hebben daar minder moeite
mee. Je moet je inderdaad afvragen: “Komen ze uit een zuivere bron zoals bij
Jezus? “ Dat is duidelijk. Het fascinerende is dat mensen die het Oosten hebben
doorleefd, en daarvan zijn teruggekomen, vaak met meer passie het Evangelie
kunnen aannemen en zich minder verbazen over de wonderen van Jezus, want als
vals licht al voor hen bewezen is, dan moet er ook echt licht zijn.
Martie: Als het valse er is, is het echte er ook. Het is inderdaad waar dat
New Agers in dit opzicht gemakkelijker het Evangelie kunnen ontdekken dan
rationeel ingestelde mensen. Ik heb alleen de onderscheiding der geesten
gemist.
Michiel: Je zou dus kunnen zeggen dat wie behoorlijk goed imitatie kan
onderscheiden, ook het echte en
authentieke tot zich kan nemen. Mij heeft zeer getroffen dat, als je echt de
waarheid zoekt, je dan een tekst tegenkomt waarin Jezus zegt: “Ik ben de weg,
de waarheid en het leven.” Gek eigenlijk, mijn zoektocht moest dus kronkelend
en vreemd gaan voordat ik dit herontdekte.
Martie: Ik kan nog een interessant voorbeeld, dat ik in een boek las, geven
hoe het ware en de imitatie op elkaar lijken. Er was een vrouw, die gewend was
geweest aan spiritistische séances. Daarna kwam ze in een christelijke kapel en
ze omschreef als volgt haar ervaring: “Zodra ik de kapel binnenkwam en op een
stoel tussen de mensen ging zitten, was ik me bewust van een bovennatuurlijke
macht. Ik was me bewust van dezelfde soort bovennatuurlijke macht als die waar
ik in onze spiritistische bijeenkomsten aan gewend was, maar er was een
groot verschil: ik had het gevoel dat
de macht in de kapel een reine macht was.”
De Heilige Geest is een reine geest, een bron van onuitputtelijke zuivere
energie, de enige bron van energie. De duivel is geen god, hij schept niet zijn
eigen energie, maar hij gebruikt de energie die hij oorspronkelijk van God
heeft gekregen. Maar doordat de duivel onrein is, wordt in zijn handen de
zuivere energie verontreinigd. Als dus energie, die goeroes of genezers
gebruiken, een troebele bron heeft, kun je dat merken aan negatieve
bijwerkingen. Hiervan wil ik een paar voorbeelden geven vanuit mijn eigen
ervaring.
Ik heb al verteld over de inwijding die ik heb gehad van Mira Alfassa,
namelijk dat ze mijn hoofd vastpakte en er hard tegen aansloeg. Het is opvallend dat het eerste waar ik na
mijn eerste trance last van kreeg, mijn hoofd was. Ik voelde een enorme druk op
mijn hoofd, waardoor ik niet meer kon studeren.
Overigens is het opvallend dat ik hetzelfde heb gevonden in het boek van
prinses Irene: Dialoog met de natuur. Ze had een séance gehouden samen
met een kennis van haar en bij die gelegenheid is haar geleidegeest Zoro
opgeroepen. Daarna is ze overspannen geraakt, zonder dat ze het verband met het
genoemde gebeuren zag, wat er voor mij wel is. Ze voelde ook een druk op haar
hoofd zodat ze niet meer normaal kon werken. Dat is voor mij heel herkenbaar.
Michiel: Als je dit noemt, is het belangrijk om erop te wijzen, dat ze ook
communiceert met de zon, letterlijk een contact met de zon onderhoudt, zoals er
ook een boek bestaat van een zoekster, Surya Green genaamd: Als de zon
spreekt. Zij zijn dus
representanten van een hele oude voorchristelijke religie.
Martie: Wat ik uit het boek van prinses Irene begrijp is dat ze zogenaamd
praat met bomen en dolfijnen, vooral met bomen, maar ik merk uit haar boek, -
dat heeft ze zelf wel door -, dat het
niet de boom zelf is die praat. Een boom kan niet praten, maar als ze tot een
boom begint te spreken, begint die geleidegeest, die demon in haar, antwoord te
geven. Dat verstaat ze als een antwoord van de boom.
Zo zal het met de zon ook zijn. Ze hoort, waar veel meer mensen last van
hebben, gewoon stemmen.
Michiel: Dus die geest kan zich in allerlei vermommingen manifesteren. Maar
ja, een demon....?
Martie: Ja, zo kan je de geleidegeest noemen. De Griekse filosoof Socrates
noemde zijn geleidegeest ook ‘demon’. Het is dus niet de zon die spreekt. Haar
geleidegeest geeft haar dat gevoel. De stem komt uit de streek van haar
hartchakra.
Michiel: Misschien heeft ze dit meegekregen van haar moeder Juliana, die
het in tal van richtingen heeft gezocht. Bekend is geworden, ook via Foudraine
dat prinses Juliana een briefwisseling met Bhagwan heeft gehad. Dus niet alleen
de Greet Hofman affaire, maar tal van andere interessen op esoterisch gebied,
hebben steeds bij haar aan de deur geklopt. Ook de eerste man, die op Mars is
geweest in een UFO, Adamski, werd door haar op het paleis ontvangen. Later viel
hij door de mand. Ze heeft altijd een hang daarnaar gehad.
Martie: Dat kan kloppen, want Irene had het als kind al.
Dit was even een zijweggetje, maar op een bepaald moment kreeg ik ook
elders in mijn lichaam klachten. Het begon ermee dat ik midden in de nacht
wakker werd met een vreselijke pijn in mijn borst. Het was zo erg dat ik niet
meer normaal in een stoel kon zitten. Ik heb maanden meestal op mijn bed gelegen,
en in mijn nood heb ik een brief naar Mira Alfassa, de goeroe, geschreven. Ze
heeft toen een ‘blessingspacket’ gestuurd. Het is opmerkelijk dat zij dezelfde
methode toepaste als nu Jomanda, die kaartjes instraalt met haar energie. Mira
droeg haar energie over door middel van een ‘blessingspacket’, dat uit een
bloemblad bestond, in plastic verpakt. Ze had haar energie daar heel sterk op
geconcentreerd en zond het met de mededeling: “This is to cure her”, het zou me
dus genezen. Wat er toen gebeurde was heel opmerkelijk. Eerst kwam ik weer in
een geestelijke crisis, zoals ik ook tijdens een trancetoestand had beleefd.
Het leek wel of de wereld ten onder ging, er was een vreselijke strijd gaande.
Het was heel moeilijk, maar ik kwam er doorheen. Maar toen, in enkele dagen
tijd, werd mijn borst op een wonderbaarlijke manier genezen. Ik merkte dat er
werkelijk heel concreet uit dat ‘blessingspacket’ een enorme energie kwam. Het
was voor mij een fantastische ervaring. Dat kwam heel positief over. Ik was
heel blij. Ik kon weer normaal zitten en ik kon weer aan het werk. Ik had een
baan gekregen aan de universiteit en ik dacht echt: “nu ben ik van mijn ellende
af.”
Alleen het feit is: als er iets niet zuiver is met de energie die je
ontvangt, dan kan je dat merken aan negatieve bijeffecten op langere termijn.
Wat is er namelijk gebeurd? Twee maanden later begon ik me opnieuw beroerd te
voelen, zonder enige aanwijsbare aanleiding. De pijn in de borst kwam terug, en
vanaf die tijd is de pijn ook overal in mijn lichaam gekomen. Het werd nog veel
erger dan eerst. Ik zal het kort houden. Ik heb jarenlang onder vreselijke pijn
en spanning geleefd. Ik had het gevoel dat ik tegen een macht moest opboksen
die sterker was dan ikzelf. Dat is echt een vreselijke ervaring. Ik heb aan den
lijve ervaren dat er inderdaad duistere machten en krachten zijn.
De pijn begon in mijn benen te komen; ik heb opgesloten gezeten in mijn
kamer omdat ik bijna niet lopen kon; ik kreeg pijn in mijn armen zodat ik niet
eens mijn eten kon koken; ik kreeg pijn in mijn rug waardoor ik jarenlang op
mijn bank heb gelegen, ik kon niet gewoon in een stoel zitten. Het is mijn hele
lichaam doorgegaan. Af en toe kwam er even een betere tijd, maar dan begon het
weer opnieuw. In feite ging het, met zijn ups en downs, van kwaad tot erger. Ik
kwam er niet echt vanaf. Ik zat ergens in waar ik niet uit kwam.
Michiel: Als een soort web.
Martie: Ja, dat kun je zo zeggen. Dat is dus begonnen met dat
‘blessingspacket’ van Mira Alfassa. Intussen was Mira overleden (in 1973) en er
kwam iemand anders op mijn pad, de man die in Nederland de Aurobindo Society
oprichtte. Hij zei tegen mij: “Ik ben een mental healer, een spirituele genezer
en ik kan energie overdragen, ook op afstand, door de telefoon bijvoorbeeld.”
Weer heb ik hetzelfde patroon meegemaakt.
Eerst kreeg ik een crisis, maar dan ging het beter. Ik ervoer dat hij
kracht had. Maar na een tijdje werd het weer erger.
Ook in dit contact deed ik een vreemde ontdekking. Hij leek eerst een hele charmante man en was
erg aardig. Maar tot groot verdriet van
zijn tweede vrouw zette hij haar opeens, zomaar aan de kant en trouwde met een
jonge vrouw. Dat had al mensen afgestoten. Toen hij op een keer zei: “God, dat
zijn we zelf”, sprak ik dat tegen. Dat geloofde ik niet. Op deze manier was ik
geen New Ager. Toen is hij vreselijk kwaad geworden en het was gedaan met zijn
vriendelijkheid.
In 1981 gebeurde het ergste wat ik had meegemaakt. Ik had mijn hoofd
gestoten en lag maanden op mijn bed want mijn hoofd was zo verlamd dat ik het
niet eens kon oprichten. Ik kon dus niet van mijn bed af komen. Mijn moeder
heeft toen voor me gezorgd. Toen kwam de ontknoping. Hij kwam bij me voor een
behandeling, om me zogenaamd te helpen met zijn energie. Maar hij werd
handtastelijk. Ik lag op mijn bed en ik kon me niet verweren. Ik kon ook niet
weglopen. Ik merkte toen dat hij gestoord was. Hij deed heel vreemd. Toen kwam
het moment, na mijn bekering, dat ik hem belde en zei, dat ik geen contact meer
wilde hebben. Hij zei toen: “Ik zal je iedere dag een behandeling geven.” Dus
terwijl ik het niet wilde. Zulke mensen willen je niet loslaten en willen je
blijven binden.
Wat ik met dit verhaal wil zeggen is, dat de energie die ik ervaren heb,
iets dubbels had, het was geen zuivere energie. Bepaalde lidtekens heb ik nog
steeds in mijn lichaam. Het was in wezen zwarte energie. Een tijdje geleden
heeft nog een dominee voor me gebeden en die kreeg toen het beeld van een bol
met zwarte energie. Dat heeft Mira in mijn lichaam gebracht. Met een mooie naam
noemde ze dat “supramentale transformatie”. Is dit een duidelijk verhaal?
Michiel: Dit is een duidelijk verhaal. De zwarte bol doet me denken aan
Elisabeth Haich, die in haar boek Inwijding beschrijft hoe ze een
zwart-groene bol van uiterste kwaadaardigheid in haar kamer ziet. Voordat deze
bol haar verlaat moet ze daarmee een heel gevecht aangaan.
Martie: Wat je vertelt is interessant. Dat boek heb ik gelezen vlak voor ik
voor de eerste keer in trance ging. Ik kan me dat voorbeeld niet meer
herinneren. Wat zegt ze over die bol?
Michiel: Ze moest daar mee vechten. Het was angstaanjagend. Het was in haar
slaapkamer, los van haarzelf. Uiteindelijk verdween het, maar dat heeft wel een
tijdje gekost. Ze moest er een enorme strijd voor leveren. Als ik het goed heb
onthouden, was het een vloek, zei ze, uit het vorige leven. Het is frappant dat
dit verhaal er zo op lijkt.
Martie: Wat betreft haar verklaring van een vloek uit het vorige leven,
daar kan ik anders over denken, daar gaat het me nu niet om, maar het punt is
dat zij ook zo’n ervaring had. Alleen het verschil is, dat het bij haar buiten
het lichaam was en bij mij in mijn lichaam is gekomen. Het was het specifieke
van de integrale yoga om de supramentale geest in het lichaam te brengen.
Daarom is het ook zo moeilijk om het kwijt te raken. Het is bijzonder
hardnekkig.
Michiel: Ja, het moet letterlijk gereinigd worden van zwartheid. Dit is
eigenlijk een hele goede waarschuwing voor met name jonge lezers, om zich niet
op paden te begeven, die leuk esoterisch, zacht en bevestigend en veelbelovend
lijken, terwijl ze je steeds verder weg kunnen voeren.
Misschien heb je wel gehoord, dat mensen die een Paravisiebeurs bezoeken -
ze zijn heel populair - daar een hele zware, zwarte sfeer ervaren. Er zijn een
heleboel beunhazen bezig met allerlei
soorten dingen: tarot, numerologie, kabbala, veel alternatief genezen etc. Of
het echt of niet echt is, is niet eens belangrijk voor ze. Er zijn ook hoge
toegangsprijzen. Kortom, het is een enorme markt, die overal in grote hallen in
dit land plaatsvindt. In België ook.
Ik kan nog een praktijkvoorbeeld geven. Een vriend van mijn neef in Utrecht
- hij heette Emmanuel, grappig, zijn vader was Bhagwanfreak zoals ik en had hem
eerst zelfs Jezus willen noemen -, vroeg aan mij een half jaar geleden: “Zal ik
aan TM gaan doen?” Toen zei ik: “Doe dat a.u.b. niet, er zijn genoeg boeken
over en ook verslagen van mensen die geflipt zijn.” Hij vertrouwde me wel. Dan
ben je al blij dat je waarschijnlijk iemand van een ding hebt afgehouden.
Je had ook een zekere Charan Singh, al negen jaar dood. Op zich
verleidelijk, want hij sprak buitengewoon kundig over de Bijbel en met name het
Evangelie van Johannes, dat hij heel clever toepaste op zijn systeem. Zijn
systeem was shabd yoga, geluidsyoga, een bekend systeem voor sikhs. Hij kwam
ook sympathiek over. Toen ik in verwarring was schreef hij me een paar brieven,
in vrij korte tijd, want ik was bang dat ik met Bhagwan helemaal op het
verkeerde spoor zat. En hij zei toen in zijn brief: “Meesters kunnen nooit
bedelaars zijn.” Hij wilde geen commentaar op Bhagwan zelf geven, dat vond ik
sympathiek, maar toch moet ik er ook bij zeggen, dat ik in de kring van hem
twee gevallen van zware psychose en suïcide heb meegemaakt. Misschien hebben
jij en ik het wonderlijke voorrecht om mensen die geflipt zijn, te moeten
ontmoeten om daarvan te leren en dat ook weer door te geven.
Martie: En ik kan zeggen dat ik zelf ook ben geflipt.
Michiel: Precies. Nog een voorbeeld van twee jaar terug. Ik ontmoette een
bekende satsangi (volgeling) van deze meester Charan Singh in het
Antroposofenkliniekje voor geestesziekten bij Maartensdijk. Ze kwam net uit de
ashram in de Punjab en zei: “Ja, dit heb ik wel vaker, het is voor mij vrij
normaal om, als ik uit India kom, hier een tijdje te zitten.” Ze kon zich niet
aanpassen. Ze was gewoon een beetje gek. Dat vond ik ook al vreemd. Dat had ik
zo vaak in die paar jaar - ik heb haar
tussen 1990 en 1998 ontmoet - dat ik aan het denken ging: ”waar is men
toch mee bezig?”
Natuurlijk, dat moet ik ook wel zeggen,
heb ik ook een leuk en goed contact gehad met oom Gert. Hij had veel
humor. Hij heeft de meester nog rondgereden over de afsluitdijk, door de
polders, met hem Amsterdam heeft bezocht. Hij was helemaal niet zo’n trouw
mediteerder. Als ideeënman was hij heel origineel. Je krijgt hier kennelijk
veel mee te maken om iets door te geven.
Martie: Dat geldt ook voor mij. Als ik alleen maar zelf ellende had beleefd
door de integrale yoga, dan zou ik denken: “dat zal wel aan mezelf liggen.”
Maar ik heb zoveel gevallen meegemaakt of er over gehoord dat mensen door
bepaalde New Age praktijken psychische of lichamelijke schade hebben opgelopen,
dat je daar niet omheen kunt. Ik herken bepaalde patronen.
Michiel: Er zijn ook boeken over. Die ken je ook wel zoals bijvoorbeeld
Het lieflijke gelaat van de boze.
Wanneer men twee boeken leest over twee genezers op Cyprus - de schrijver
is Marcydes - dan zit je je af te vragen: “is dit occult”, want veel mensen
zijn op het eiland toch wat beducht voor deze genezers, of is dit toch goed? Het is opwindend om
zo’n boek te lezen.
Martie: Nu komen we op een ander terrein. Ik zou het boek voor een goed
oordeel zelf moeten lezen. Maar wat ik in het algemeen wil zeggen is: Als je
ervan uit gaat dat er een energiebron is, dat is de Geest van God, de Heilige
Geest, dan komt alle energie daar vandaan, maar die energie kan vertroebeld
worden, zelfs duistere energie worden. In het proces van verduistering heb je
verschillende gradaties. Ook als men Jezus belijdt, kunnen er nog
twijfelgevallen zijn dat je denkt: “zit dit nu goed of verkeerd?”
Ik kan hier nog een interessant voorbeeld geven, dat er verschillende
gradaties zijn. Samen met pater Amedeus heb ik een gesprek gehad met Jomanda.
Ze viel Amedeus aan omdat hij negatief over haar praktijken had geoordeeld. Hij
mocht niet oordelen. Maar het opvallende was dat Jomanda zelf oordeelde over
Rostelli, dat dit geen zuivere koffie was. Voor haar werkt hij met negatieve
energie. Vanuit haar niveau gezien gaat het om een lager niveau van energie. Ze
werkt blijkbaar vanuit een ander niveau.
Daar heb ik ook mijn twijfels over. Ik heb toen tegen Jomanda gezegd:
“Jomanda, hoe weet je zo zeker dat het bij jou om goede geesten gaat?” Ze zei:
“Ze zijn van een heel hoog niveau.” Toen heb ik gezegd tegen haar: “Jomanda,
dat zegt niets. Want de opperste der demonen, satan, is in de Bijbel van
oorsprong een van de hoogste engelen. Hij is van een heel hoog niveau.”
Michiel: Had ze wel wat bijbelkennis?
Martie: Nee, dat bleek ze niet te weten. Ze werd opeens heel kwaad. Dat wou ze eenvoudigweg niet horen. Wat zij
deed was goed, vond ze. Wat ik zeggen wil is: in het rijk van satan is een
hiërarchie. Je hebt een gradatie van minder zuivere tot hele duistere energie.
Michiel: En kennelijk ook jaloezie. Want Jomanda werd weer aangevallen door
diverse mensen uit New Age, toen ze nogal vreemd beweerde: “Het wordt tijd dat
Sai Baba wordt ontmaskerd.”
Je krijgt inderdaad het beeld van een hiërarchie. Jammer dat Simon
Vinkenoog, die een aantal interessante dingen in zijn leven heeft geschreven,
ook geen onderscheid kon maken. Hij begon, tot mijn verbazing, in het blad Brès
regelmatig Crowley, de satanist, die zichzelf het beest noemde, op te hemelen.
Die man had een heleboel poeha en werd uit diverse loges en verenigingen gezet.
Maar het blijft raar, dat Simon Vinkenoog, die goed over meesters kan berichten
en boeken kan samenvatten, een lofzang begint op de eerste satanist die
inderdaad aangaf dat met behulp van drugs en tamtam en sex de hele geest
veranderd kon worden en “het echte leven” zou beginnen.
Martie: Crowley was dus een bewuste satanist. Maar ook zonder je ervan
bewust te zijn kun je werken met negatieve energie. Je moet dus heel goed weten
met wat voor energie je te maken hebt. Ik ben ervan overtuigd dat de Heilige
Geest een onuitputtelijke bron is van zuivere energie. Daarom heb ik er
vertrouwen in dat, als iemand bidt in de naam van Jezus, de kracht van de
Heilige Geest wordt overgedragen.
Michiel: Er zijn natuurlijk heel wat omstreden mensen; het is een hele
heikele zaak.
Martie: Het wezenlijke voor mij is dat je bidt om de werking van de Heilige
Geest, in de naam van Jezus.
Michiel: Ja, je kunt dit met name zien aan het grote succes van het centrum
dat helaas niet wordt gesubsidieerd: De Hoop, in Dordrecht. Met ongeveer 70 %
van de mensen gaat het langere tijd goed, dat is een uniek percentage. Iedereen
die ermee in aanraking is geweest, is heel enthousiast. Ze werken zuiver met
het Evangelie.
Martie: Je merkt dan dat het werkt. Wat ik tenslotte constateer is dat een
botsing van geesten kan plaats vinden.
Het is heel opvallend, dat een New Ager van zijn kant kan ervaren dat de
energie van een christen voor hem
negatief is. Ik kan het voorbeeld geven van een vriendin, die contact had met
een genezer die energie overdroeg door middel van voetreflexologie. Deze man
zei gebeten tegen mijn vriendin: “U heeft zo’n
negatieve uitstraling, ik kan u niet behandelen.” Zij van haar kant, voelde
ook dat het niet goed was, ze werd er depressief van.
Ik ken ook het voorbeeld van een vrouw die naar een magnetiseur ging om
zich te laten behandelen. Ze wist alleen niet zeker of het wel goed was en ging
in de wachtkamer zitten bidden. Toen kwam de magnetiseur binnen met een kwaad,
rood hoofd en zei: “Er moet hier iemand zijn die bidt, want ik kan mijn werk
niet meer doen.”
Zo kun je zien dat er een botsing van geesten kan plaats vinden en dat de
overdracht van energie geblokkeerd kan worden, doordat een christen bidt. In
feite kan ik dit verklaren op grond van de Bijbel waarin staat dat er twee
rijken zijn: het Rijk van God, met de drie-ene God en de engelen, en het rijk
waar satan regeert met zijn demonen, de gevallen engelen. Tussen deze rijken is
een voortdurende strijd gaande.
Michiel: Het is goed om hierbij aan te sluiten met het voorbeeld van
duidelijke satanaanbidders, die een Billy Graham bijeenkomst wilden verstoren.
Het publiek werd zenuwachtig. Billy Graham voelde dat, hij had waarschijnlijk een waarschuwing
gekregen, maar hij trok zich er niets van aan en zei tegen de mensen: “Wees
rustig. Maak een haag, zend liefde uit of raak ze aan.” Het ging heel simpel.
En merkwaardigerwijze droop de grote groep - enige honderden - satanisten
af. Ook een tweede aanval is niet
gelukt. Ik noem Billy Graham een krachtige ijsbreker Gods; hij is voor mij een
belangrijke man. Hij is inspirerend omdat hij steeds voorbeelden uit de
praktijk noemt van mensen die het zeer zwaar hebben gehad op allerlei niveaus
en er bovenop gekomen zijn. Hij is ook eerlijk omdat hij zegt dat hij bepaalde
dingen niet snapt van het lijden. Hij zegt: “Dat zal ik wel aan God vragen na
mijn dood. Daar kijk ik naar uit.” Hij wil niet altijd alles weten, maar is een
man van de praktijk. Het is leuk dat hij hoopt - dat wil ik nog wel eens
meemaken - om volgend jaar, in de zomer van 2000, in Amsterdam te zijn om het
grootste evangelieoffensief ter wereld te starten voor al degenen die het nog
niet hebben gehoord. Dat vind ik een schitterende vorm van energie, die hij op
die manier wil gaan overdragen.
7. CONTACT MET JEZUS EN ENGELEN
Michiel: Hoe zie jij het volgende? Als een New Ager voelt: ik kan de
waarheid vinden in het Evangelie, hoe kan hij de eerste belangrijke stap zetten
naar dat Evangelie? Mijn eigen gedachte is: als je waarheid zoekt, kom je vroeg
of laat terecht bij het Evangelie, bij Jezus Christus. Wat kan je dan het beste
als eerste doen, naar de kerk gaan, of het evangelie lezen of met een mens
bidden?
Martie: Het gaat eigenlijk steeds verschillend. Waar het om gaat is dat je
beseft wie Jezus Christus werkelijk is. In mijn geval sprak ik niet met mensen
over het Evangelie, maar ik zag wie Jezus werkelijk was: Zoon van God en
Verlosser. Daarna heb ik gedacht: “ik wil naar een kerk toe.” Je wilt je
aansluiten bij een christelijke gemeenschap. Ik kreeg ook mensen op mijn weg
die met me baden. Je hebt mensen nodig. Maar de weg van ieder is uniek. Denk
bijvoorbeeld aan het geval van de Indiër Sadhu Sudhar Singh, die christen werd
doordat Jezus hem verscheen. Hij is altijd een soort einzelgänger geweest. Bij
de Heer is dat allemaal mogelijk; het gaat erom dat je Jezus liefhebt. Je hoeft
niet per se een bijzondere ervaring van Jezus te hebben. Je kunt ook simpel
geloven dat Hij je Verlosser is en Hem als je Verlosser aannemen. Het werkt al,
als je Jezus vraagt in je leven te komen.
Michiel: Het is leuk dat je Sadhu Singh noemt, ik geloof dat hij als een
christelijke Vivekananda met een enorme geestdrift rondtrok.
Martie: En men weet niet wanneer hij gestorven is, men heeft zijn lichaam
nooit gevonden zoals bij Elia. Veel New Agers denken nog wel eens: “het
christendom is een godsdienst van strenge wetten en regels, nu moet je dit en
nu moet je dat”, maar dat is juist niet
zo. De wet van de liefde voert de boventoon. Als je op zondag niet naar de
dienst gaat, wil dat niet zeggen dat je verloren bent. Het is wel goed om te
gaan. We hebben gemeenschap nodig. Dat heeft de Heer ook aangegeven. Hij heeft
bijvoorbeeld gezegd: “Laat je dopen.” Dat doe je niet zelf, een ander doopt
jou. Met al die kerken kan je wel denken: “waar moet ik heen?” Er zijn
christenen die niet weten waar ze het zoeken moeten. Het belangrijkste en
allereerste is dat we de genade en liefde van Jezus ervaren. Dan willen we Hem
volgen en zoeken we gemeenschap met anderen die Hem kennen.
Michiel: Kwam die ervaring bij jou in de vorm van een gestalte, of hoe moet
ik het me als een buitenstaander voorstellen dat Jezus naar jou toekwam?
Martie: Ook New Agers kennen het verschijnsel dat er gechanneld wordt. Dan
komt de stem van Jezus door, althans dat gelooft men. Ik weet niet of New Agers
er weet van hebben dat Jezus in dromen en visioenen Zelf kan verschijnen, zoals
bijvoorbeeld Sahu Sudhar Singh meemaakte. Ik zag ook wie Jezus is.
Je moet wel goed uitkijken of het de echte Jezus is of een demon, die zich
Jezus noemt. Will Baron beschrijft in zijn boek Misleid door de New Age,
dat hij zo’n verschijning kreeg, toen hij New Ager was, maar later bleek hij
door een nep-Jezus bedrogen te zijn.
Michiel: Je zou kunnen spreken van schone schijn.
Martie: Ja, schone schijn. Bij mij was er geen stem die sprak, ik zal niet
zeggen dat het helemaal fysiek was, maar ik zag met mijn geestelijk oog wie
Jezus werkelijk was. Hij heeft Zich simpel aan mij bekend gemaakt als Verlosser.
Dat geloof was ik door New Age kwijt geraakt. Ik heb nooit meer
getwijfeld. Het was een totale
omschakeling. Ik heb bijvoorbeeld twintig jaar lang in reïncarnatie geloofd.
Die gedachte was weg, in één moment. Ik kreeg er een andere verlichting voor
terug, waardoor ik begon te begrijpen wat me overkomen was. Dat had ik daarvoor
nooit begrepen. Er staat ook in de Evangeliën dat Jezus het verstand van zijn
discipelen verlichtte.
Michiel: Ja, dat is boeiend. Je kan natuurlijk wel degelijk een verlichting
krijgen door Jezus.
Martie: Ja, dan een ander soort verlichting. Als New Ager kan je natuurlijk
denken: “zou dat een soort spookgedachte
zijn geweest, dat Jezus Verlosser is of zou het een schijngestalte zijn
geweest? “ Maar dan zeg ik, dat, als ik gewoon de vruchten zie, wat er daarna
in mijn leven is gebeurd, ik ervan overtuigd ben dat het werkelijk Jezus is
geweest. Het was in een crisissituatie, totaal onverwachts. Je kunt ook niet
zeggen: ik heb een stickie gerookt of ik heb deze ervaring zelf opgewekt. Ik
was er totaal niet mee bezig, het kunnen niet mijn eigen gedachten zijn
geweest. Ik weet dat er echt wat is gebeurd.
Daarna kreeg ik wel een enorm schuldgevoel, want ik besefte wat ik daarvoor
had gedaan. Ik begon te beseffen in wat voor duistere wereld ik had geleefd. Ik
had er ook andere mensen in getrokken. Ook zei een stem tegen mij: “Je kan niet
worden vergeven, het wordt nooit meer wat met je.” Dat is een hele strijd
geweest, maar achteraf weet ik dat die stem niet van Jezus was, maar dat dat de
goeroe was, die me niet wou loslaten.
Michiel: Dus de tegenstander wil jou blijven claimen.
Martie: Ja, ik maak een onderscheid tussen een echt schuldgevoel en een
vals schuldgevoel. New Agers denken wel eens: “in het christendom ben je zo
zondig.” Maar je kunt een echt schuldgevoel hebben vanwege dingen die je
verkeerd hebt gedaan. Dat is positief, want als je je zonden voor God belijdt,
word je vergeven en breekt de bevrijding aan. Een vals schuldgevoel geeft de
duivel of de tegenstander, die je in de put wil drukken door te zeggen: “Je
komt er nooit meer uit.”
Michiel: Dit herken ik wel, moet ik zeggen. Want als je echt in jezelf
duikt en het wordt je getoond wat je allemaal aan luiheid of nalatigheid hebt
of dat je andere mensen erin hebt geloodst - dat heb ik ook gedaan - , dan is
dat heel wat geweest, en als je eerlijk bent en jezelf onderzoekt ben je
helemaal niet zo lief en zo aardig, niet alleen niet in het verkeer maar ook
jegens ex-relaties. Dan ben je inderdaad helemaal niet zo’n vrolijk persoon
waarvoor je jezelf hield. Een bepaald schuldbesef is nuttig: ik heb
bijvoorbeeld dingen die ik heb willen schrijven, nagelaten en iemand bedanken
dat stel je maar uit.
Martie: Nu we hier zo over praten voel ik ook het gevaar dat, als er in New
Age benadrukt wordt: “Je bent God, je bent goed”, je dan ieder schuldbesef
verliest en ook je geweten. Dat is gevaarlijk, want er is een echt
schuldgevoel. Je wordt afgestompt voor de fouten die je maakt. Als je God bent,
kan je eigenlijk alles doen, want je bent God.
Michiel: Wat je zegt, wordt heel krachtig onderstreept door het griezelige
feit - dat veel mensen niet weten -, namelijk dat Himmler, die in bepaalde
opzichten misschien nog griezeliger was dan Hitler, niet alleen de Bhagavad
Gita goed kende en de oosterse godsdiensten in het algemeen, maar ook uitging
van een soort non-dualistisch standpunt: als we god zijn kunnen we alles uit de
weg ruimen wat ons niet zint. Met een volkomen onbewogen gezicht ging hij de
concentratiekampen binnen. Inderdaad zei hij: “Ja, dat pas ik toe.” En dat niet
alleen in zijn filosofie over de kampen, maar ook in riten in een kasteel in
Duitsland, allemaal riten, die een imitatie van het Evangelie waren. Er waren
twaalf plekken en daar zou hij soms als dertiende eregast bij zijn. Hij had
daar een occulte godsdienst. Het is belangrijk om te weten van de occulte
scholing van Hitler omdat veel erop wijst dat nu inderdaad die beruchte mens
der wetteloosheid en de antichrist hetzij komende is hetzij reeds werkzaam is.
Martie: Ik zal niet zeggen dat iedere New Ager in praktijk brengt wat
Hitler en Himmler deden want de meeste mensen zijn van goede wil en zoeken wat.
Maar het is wel goed om te beseffen wat voor soort consequenties zo’n denken
kan hebben. Ik heb ook bij anderen die zich overgaven aan de New Age bemerkt,
dat het geweten afstompt. Het gevoel verdwijnt.
Michiel: Misschien is het toch wel frappant, dat de tegenstander de besten
zal trachten te verleiden. In de tijd van afval zal hij de besten proberen tot
zich te trekken, zoals Jezus voorzegde. Het is absoluut waar dat mensen zich
grote opofferingen getroosten. Vaak zijn er ontroerende pogingen tot het
oprichten van leefgemeenschappen. Het is lang niet altijd zwavel en damp.
Het is frappant dat juist in de zoete en vriendelijke TM veel narigheid
voorkomt. Ik citeer nu een bekende arts, Rama Polderman: “Ik heb met name veel
mensen uit de TM-wereld in een inrichting zien verdwijnen.” Het lijkt allemaal
zo zacht. En als ze zich er van af wenden, maken ze ook een hele zware tijd
door.
Martie: Dat heb ik ook meegemaakt. Ik heb zelf ontzettend veel ellende en
pijn in mijn New Age-tijd gehad totdat de ommekeer kwam. New Agers zeiden
daarover: “Dan was je zeker al ziek of je was labiel.” Maar je kunt daarvan ook
een heel andere verklaring geven. Waarom ben ik zo ontzettend gepakt? In wezen
behoorde ik niet tot de yogi’s in de Aurobindo Ashram. Ik was anders. Ik zocht
naar de ware God. Ik denk, juist omdat ik anders was, en ze het in me voelden,
dat ze me zo vreselijk onder handen hebben genomen.
Michiel: Het is goed dat je de Aurobindo Ashram noemt. Twintig jaar lang is
mijn favoriete boek geweest Uit het lichaam der Aarde van Satprem. Ik
vind het nog steeds een mooi boek, maar wat me wel opvalt, is dat de
hoofdpersoon in dit boek schrijft over “het zwart van het zwart” en “de dood in
de dood” en hij wist “ik ben reddeloos verloren, wanneer niet een hand - in dit
geval een jong meisje - mij grijpt.” Hij windt er geen doekjes om: het zwart
des zwarts en de dood in de dood moet hij door. Hij overleeft het, maar zijn
compagnon pleegt naderhand zelfmoord; die redt het niet.
Martie: Ik heb ook zo’n duisternis beleefd. Ik werd door een absolute
duisternis overvallen. Toen ben ik ook bewusteloos geraakt. Het was geen
normale duisternis zoals we kennen als het ‘s avonds donker wordt. Dan raak je
ook niet bewusteloos. Ik heb me in zekere zin getroost met een uitspraak van
Aurobindo: “Een bovennatuurlijke duisternis valt op de mens, als hij God
nadert.” Maar dit klopt niet.
Ik ken natuurlijk ook het verhaal van christelijke mystici over hun donkere
nacht van de ziel. Toch zijn er duidelijke verschillen met mijn verhaal en dat
van Satprem. Mystici hebben ook hun moeilijke tijden, maar ik ken geen
christelijke mysticus die bewusteloos is geraakt of zelfmoord heeft gepleegd.
De mystici konden aanvechtingen hebben, dat demonen om hen heen stonden, maar
ze hadden de kracht om stand te houden, en op een bepaald moment brak er weer
de hemelse vreugde aan. Maar dat gebeurde mij niet. Nooit is in die periode een
tijd van de hemelse vreugde aangebroken. Ik ben er wel uitgekomen, maar het
duurde niet lang, of er begon weer een nieuwe ellende. Ik voelde altijd: “ik
ben niet vrij en kom er niet echt uit.” Dat we een hand nodig hebben is waar.
Wat me werkelijk uit die kringloop heeft gehaald - ik heb nooit meer zulke
vreselijke aanvallen van de duisternis gehad, nooit meer van die rare
toestanden - dat was de hand van Jezus.
Michiel: Maar nogmaals, was het een gestalte of een wolk van licht?
Martie: Nee, ik zag echt Jezus. Het was in een flits. Ik wist: dit is
Jezus. In de geest heb ik echt Jezus gezien. Jezus heeft me toen laten zien:
“Ik ben het.”
Michiel: Je zegt dat het in een seconde is gebeurd. Het gekke is, iemand
die werkelijk in nood is op welk gebied dan ook - er zijn heel veel mensen met
noden - die kunnen dus werkelijk door een simpele vraag Hem direct als vriend
en beschermer hebben.
Het kan je soms enorm pakken dat Hij wordt genoemd: Vredevorst, Lam Gods,
Brood des Levens, Licht der Wereld, De Opstanding, de Weg , de Waarheid en het
Leven, de Ware Wijnstok en het gekke is dat is iets wat je hebt ervaren, net
zoals ik - ik misschien meer met horten en stoten - namelijk dat dit de
waarheid is. Het leuke is: je kunt er niet omheen. Ik heb een tijd gedacht:
“laat me maar, we zien wel.” Een tijd afwachten kan goed zijn, maar het is waar
wat je zegt over het grote verschil in mystiek. Dat is opvallend. Je ziet dat
Eckhart en Theresia van Avila altijd praktisch bleven.
Martie: Ja, neem Theresia van Avila. Ze was van nature ziek en zwak. Ze is
zelfs bijna dood geweest, men had haar graf al klaargemaakt, maar ze genas. Ze
heeft een ontzettend productief leven geleid. Ze was ook helder van geest. Ze
heeft extases gekend, maar dat was geen bewusteloosheid; ze beleefde dan de
hemelse vreugde.
Michiel: Het grappige is dat ze er helemaal niet zo naar zat te snakken.
Mensen die het oosten, ik zal maar zeggen, aanhangen, willen dat graag
verwerven. Zij vond dat ook wel eens onhandig, want ze wilde zich niet boven de
zusters verheffen.
Martie: Maar de christelijke mystici zeggen ook dat het levensgevaarlijk is
om ervaringen te zoeken, ook als christen, want dan word je misleid door valse
ervaring.
Michiel: Dat is heel verleidelijk. In een nieuw boek van Riet Okken zie je
dat de cursieve gedeeltes waar Jezus aan het woord zou zijn, dat die gedeeltes
op zich wel knap zijn en redelijk klinken, maar tegelijk voel je: “dit is wel
heel onwaarschijnlijk.” Ze zei namelijk dat, toen ze enige tijd terug met, naar
ze meende, goede geesten in aanraking kwam, aan haar en haar vriendin werd
getoond waar ze moesten wonen in Frankrijk, wat voor werk ze moesten doen
enzovoort. En ik moet zeggen, ik vond de hele sfeer van de uitreiking van het
boek niet erg prettig, niet erg hartelijk, en het leek me ook een beetje
gezocht allemaal. Er zijn al zoveel Jezus-channel boeken. Ze zei zelf, dat moet
ik wel zeggen: ”Het is een grote, enorme kracht in het universum.”