4. DE VERBORGEN CHRISTUS

 

Een nieuw Jezusbeeld

 

De mens van deze tijd zoekt ook naar een nieuw verstaan van het Evangelie. Hij blijft geïnteresseerd in Jezus Christus. Maar in de alternatieve paranormale wereld wordt er anders over Jezus Christus gedacht dan in het traditionele christendom. We willen in dit hoofdstuk het verschil zien te begrijpen. Bij het moderne Jezusbeeld valt ons het volgende op.

 

In de eerste plaats is het nieuwe denken sterk relativerend. Zoals we hebben gezien, schrijft hypnotherapeut Van der Heide:

“Niemand weet precies hoe God, Jezus, Maria, Allah of Krishna alles heeft bedoeld.”

 Jezus, Mohammed en Boeddha worden op één lijn geplaatst. Een reiki-meester schreef mij:

“Jezus, Boeddha, Mohammed of hoe het in de wereld ook wel wordt genoemd, het is hetzelfde stralende licht waar we over praten.”

 En hypnotherapeut Van der Heide vult aan:

 “We zijn met zijn allen op weg naar HET LICHT. En ‘hoe’ dat er precies uit zal zien? Niemand weet  ‘het’.”

Een reden dat men zich verzet tegen het beeld van Jezus als unieke Verlosser, is dat dit discriminerend overkomt. Boos zei iemand tegen mij: “En denkt u dan werkelijk dat Jezus meer is dan Boeddha of Mohammed?” Hij wilde me dwingen voor alle religies en hun stichters evenveel respect te hebben. Inderdaad moeten we alle mensen, ook al hebben ze een afwijkende mening, met respect behandelen en liefhebben. We hebben in ons geloofsleven een fundament nodig, anders bouwen we ons leven op drijfzand, - we mogen dus een vaste overtuiging hebben -, maar fundamentalisme is verkeerd als het getuigt van haat en agressie. Daar mogen we niet aan meedoen. Maar dat wil niet zeggen dat alle religies hetzelfde zijn en evenveel waarde hebben. Als we tussen religies – en ook tussen Jezus, de Boeddha en Mohammed - geen enkel onderscheid meer mogen maken, wordt er in feite een redenering toegepast die buiten de werkelijkheid staat. In de gewone wereld valt niemand erover dat de ene mens anders is dan de ander en dat mensen ook verschillende posities hebben. Niemand protesteert tegen het feit dat we maar één koningin hebben. Een volk kan maar één koningin of koning hebben. Mohammed staat bekend als de profeet, de Boeddha als een wijsheidsleraar, maar Jezus, Gods Zoon, is in de wereld gekomen als Verlosser. God heeft maar één Zoon. Er is maar één Verlosser nodig en mogelijk. Het is daarom niet gerechtvaardigd te protesteren tegen één unieke Verlosser, alsof we dan discrimineren. Het is wel begrijpelijk dat mensen zich afvragen of Hij inderdaad de unieke Verlosser is. Want waarom zou Jezus dan uniek zijn?

 

New Agers geloven niet dat Jezus als de unieke Zoon van God in de wereld is gekomen. Men gelooft dat Jezus, Mohammed en Boeddha in wezen dezelfde boodschap hadden en dus hetzelfde licht uitstraalden. Dan is Jezus niet anders dan Mohammed of Boeddha. Maar is dit waar? De engel Gabriël kondigt in de Bijbel de komst van Jezus aan als de Zoon van God. In de Koran loochent de engel Gabriël die aan Mohammed verschijnt dat Jezus de Zoon van God is. “God heeft geen Zoon”, verkondigt de Islam. Als er zo’n grote tegenspraak is, dan kunnen we toch moeilijk beweren dat het om hetzelfde licht gaat. Al mag het mij persoonlijk niet uitmaken of een voorwerp wit of zwart wordt genoemd, daarmee blijft het objectief gezien wel wit of zwart. We hebben gezien dat de Bijbel onderscheid maakt tussen echt en vals licht. De satan doet zich voor als een engel van het licht. We hebben daarom wel degelijk te overwegen met welk licht we te maken hebben.

 

Ook in de alternatieve wereld maakt men in feite onderscheid tussen echt en vals. Want de traditionele dogma’s worden voor vals aangezien. Het nieuwe denken is in de tweede plaats sterk antidogmatisch. Deze moderne antidogmatische houding betreft specifiek de christelijke dogma’s.

In het New Age tijdschrift Prana (dec. 2001/jan. 2002) zijn de lezingen gepubliceerd die tijdens twee  Ankh Hermes symposia op 4 november 2000 en op 19 mei 2001 werden gehouden. In het “Ten geleide” lezen we:

“De laatste jaren zijn steeds meer mensen oprecht geïnteresseerd in de mens Jezus, los van de dogmatiek die om zijn persoon is geschapen.”

 Men is wel geïnteresseerd in de mens Jezus, maar niet in Jezus als de Zoon van God en de Verlosser. Voor veel mensen zijn dat verouderde dogma’s. Men beschouwt ze als ‘projecties’ op de mens Jezus. En zo wordt er een felle aanval gericht op het kerkelijke dogma.

 

Heilservaringen in de Bijbel

 

Maar wat is een dogma? Is het slechts een theoretische constructie van theologen die macht willen uitoefenen? Hoe zijn de christelijke dogma’s ontstaan? Als we de ontstaansgeschiedenis ervan onbevangen bestuderen, krijgen we een heel andere indruk. Maria ervoer hoe de engel aankondigde dat ze een zoon zou krijgen die de Zoon van de Allerhoogste zou worden genoemd. Zieken en bezetenen ervoeren dat Jezus Verlosser en Bevrijder was. Hij vergaf de zonden en genas zieken en mensen die gebonden waren. De apostelen ervoeren dat Hij uit de dood was opgestaan. Het gaat hier niet om subjectieve theoretische speculaties, maar om een existentiële gegevenheid. Men speculeert niet, maar heeft een ervaring. En wat men ervaart is niet slechts een eigen fantasie, maar een objectieve werkelijkheid. Het gaat niet om subjectieve bewustzijnservaringen, maar om heilservaringen. Het dogma drukt uit dat het bij de ervaringen om een objectieve werkelijkheid gaat. Petrus schrijft:

 “Toen we u de machtige komst van onze Heer Jezus Christus bekendmaakten, waren we niet afhankelijk van gefantaseerde verhalen. Nee, met eigen ogen hebben we zijn luister gezien. Want toen God, de Vader, Hem eer en glorie verleende en vanuit de hemelse heerlijkheid tot Hem sprak: Dit is mijn geliefde Zoon, de man naar mijn hart, hebben wij dat gehoord. Die stem hoorden wij uit de hemel klinken, toen we met Hem op de heilige berg waren” (2 Petr. 1:16-18).

 

Maar waarom is er dan zo’n weerstand tegen die dogma’s? Waarom wil men, zoals bijvoorbeeld Jacob Slavenburg, niet geloven dat Jezus daadwerkelijk de dood heeft overwonnen en uit de dood is opgestaan? Als men nog in een opstanding wil geloven, beschouwt men die als een parapsychologisch verschijnsel. Vroeger heb ik een boek gelezen, getiteld Het opstandingsverhaal in het licht van de parapsychologie. De opstanding van Christus werd vergeleken met verschijningen van overledenen. We hebben vermoedelijk allemaal wel eens een spookverhaal gehoord dat een overledene in een huis is verschenen. Maar was Jezus werkelijk zo’n spook? Verscheen Hij als een dode? Als Hij na de opstanding aan zijn discipelen verschijnt en zij schrikken, laat Hij zien dat Hij niet meer dood is, maar werkelijk leeft.

“En terwijl ze erover aan het praten waren, stond Hij opeens zelf in hun midden. ‘Vrede’, zei hij. Ze waren verstijfd van angst en dachten dat ze een geest zagen. Maar Hij zei: ‘Waarom schrikken jullie zo? En waarom komen zulke gedachten in jullie op? Kijk, mijn handen, mijn voeten: ik ben het zelf; raak me aan: een geest heeft geen vlees en botten, en ik wel, zoals jullie zien.’ Bij die woorden liet Hij hun zijn handen en zijn voeten zien. Toen ze het van blijdschap en verbazing nog niet konden geloven, vroeg Jezus hen: ‘Hebben jullie hier iets te eten? Ze gaven hem een stuk gebakken vis. Hij nam het aan en at het voor hun ogen op” (Luc. 24:36-42).

Een spook kan niet eten. Hier is een groter wonder geschied. Jezus is werkelijk opgestaan, met een verheerlijkt lichaam. De apostel Paulus bevestigt dat de apostelen de opgestane Heer hebben gezien. Hij heeft zelf de Heer gezien, maar ook van de apostelen hun ervaringen vernomen. In de eerste brief aan de Korintiërs, die zelfs door bijbelkritische theologen als echt wordt beschouwd, schrijft hij:

“Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven en dat ik zelf ook van anderen heb ontvangen, is dat Christus gestorven is voor onze zonden in overeenstemming met de Schrift; dat Hij is begraven en dat Hij op de derde dag is opgewekt, in overeenstemming met de Schrift, en dat Hij verschenen is aan Kefas (Petrus) en daarna aan de twaalf apostelen. Toen is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd van zijn volgelingen tegelijk; sommigen van hen zijn overleden, maar de meesten zijn nog in leven. Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen.

En ten slotte is Hij ook verschenen aan mij…” (1 Kor. 15:3-8).

 

In de New Age wereld gelooft men weer in wonderen. Maar het grootste wonder aller tijden: de opstanding van Jezus Christus uit de doden, daar wil men niet in geloven. Dat is vreemd.

 

Moderne ervaringen

 

Een moderne toetssteen is de ervaring. De authentieke ervaring telt. “Het gaat om de innerlijke ervaring”, zo schrijft een reiki-meester. Ik wil dan ook aandacht besteden aan ervaringen van mensen in deze tijd omtrent de persoon Jezus Christus en ik begin met mijn eigen verhaal.

Het  belangrijkste effect dat de boeken van de Indiase goeroe Aurobindo op mij had, was dat ik anders over Jezus Christus ging denken. Hij was voor mij niet langer de eniggeboren Zoon van God, de ene  Wereldheiland, maar Hij werd gelijk aan een oosterse goeroe, een van de velen. Ik kon ook Jezus, Mohammed en Boeddha op één lijn plaatsen. Maar in de diepste crisis, die ik meemaakte in 1981, kwam er een ommekeer. Ik kon mijn hoofd niet meer oprichten en lag zo verlamd op mijn bed. Ik voelde me geestelijk ook in een hel wegzinken waar ik niet meer uit kon komen. Ik had geen hoop meer. In die toestand zag ik opeens Jezus Christus. Hij was er en ik wist toen dat Hij werkelijk de Zoon van God en de Verlosser is. Dat Jezus de Zoon van God is, was voor mij geen intellectueel dogma meer, maar een levende ervaring. Nu weet ik dat Hij werkelijk de levende opgestane Heer is. Na een paar dagen kon ik opstaan van mijn bed en langzaamaan werd ik door Hem uit de put opgetrokken. Ik kon een nieuw leven beginnen.

Velen in onze tijd hebben een indringende ervaring gehad dat Jezus leeft. Luister naar het volgende verhaal.

“Alex, een kennis van Eddy Leo in Indonesië, had hersenkanker in een terminaal stadium. De artsen hadden hem al opgegeven. ‘Eet en doe wat je wilt. Je bent ten dode opgeschreven’, zeiden ze hem. Alex was geen christen, maar toen hij dit vreselijke bericht hoorde, stapte hij over zijn weerstand heen  en bezocht een ‘Vaderliefde-samenkomst’. Hij besloot om Jezus te volgen en ging er de volgende dag weer heen. Tijdens het eten verscheen Jezus aan hem en ze voerden een stil gesprek. Ten slotte vroeg Alex aan Jezus: ‘Kunt u mijn kanker genezen?’ Jezus knikte, en Alex voelde onmiddellijk dat er iets gebeurde in zijn hoofd. ‘Ik denk dat ik genezen ben’, zei hij tegen Leo, die hem adviseerde terug te gaan naar de doctoren die hem hadden onderzocht. Vier professoren, alle gespecialiseerd in hersentumoren, onderzochten hem en konden allen maar ongelovig hun hoofd schudden. Alex is volkomen genezen, zijn hersenen functioneren normaal. ‘Het is een onverklaarbaar wonder’, aldus de artsen.”[1]

 

Luister ook naar het volgende verhaal.

“Een jong zendelingenechtpaar uit Zuid-India was uitgezonden naar de Malthos, een nog onbereikt volk in India. Daar werkten ze jarenlang zonder zichtbaar resultaat. Toen werden de man en het kind ziek en stierven. Daarop keerde de vrouw terug naar haar huis in Zuid-India.

Op een bepaalde dag kwam een filmteam met de Jezusfilm, die een getrouwe vertolking van het Evangelie van Lucas is, in die streek en ze kwamen ook in het dorp waar het zendelingenechtpaar had gewoond. De mensen zeiden dat op de avond dat de zendeling overleed, er wolken aan de hemel waren verschenen en dat ze in die wolken een levensgrote man huilend over hun kale heuvels hadden zien lopen. Hij was naar een boom toegelopen en had er een tak van afgeplukt.  En die tak was meteen verwelkt. Ten slotte was het beeld van de man uit de lucht verdwenen. De dorpelingen hadden gedacht dat  God misschien wel boos op hen was omdat ze de boodschap van de zendeling hadden verworpen.

Het filmteam maakte de projector, het scherm en de generator klaar voor de voorstelling. Maar de projector wilde niet draaien. Ze baden en claimden Jezus’ macht over de boze geesten in dat gebied. Daarop werkte de apparatuur weer.

Toen de film het punt bereikte waar Jezus werd gedoopt en Zijn gezicht voor het eerst zichtbaar werd, begon de menigte plotseling te schreeuwen. Het team stopte de film om te vragen waarom ze zo schreeuwden. ‘Dat is hem!’ riepen ze uit. ‘Dat is de man die we in de wolken hebben zien lopen!’ Die avond kwamen de meeste dorpelingen tot Christus.”[2]

Dit laat zien dat de Evangeliën Jezus beschrijven zoals Hij werkelijk is en dat het niet om projecties van theologen gaat.

 

In het bovenstaande verhaal ervoer het filmteam de tegenstand van boze geesten toen ze de film wilden draaien. Toen ik Jezus had gezien en mijn christelijk geloof had herkregen, ervoer ik ook een enorme tegenstand en een felle strijd. De machten werden nu pas goed openbaar.

Dat boze machten zich gaan openbaren als we ons tot Christus wenden, laat ook het volgende verhaal van Luc zien. Hij vertelt:

“Ik ben christelijk opgevoed en ik ging elke week naar de kerk. Maar ik was al sinds heel jonge leeftijd geïnteresseerd in de Aziatische mystiek. Ik ging naar verschillende sekten, studeerde verschillende oosterse religies en aanbad verschillende goden.

In 1995 ging ik naar Japan. Toen was ik een fervent aanhanger van het Tibetaans boeddhisme. Mijn Japanse vrouw Mari motiveerde mij door te zeggen dat ik een reïncarnatie was van een Japanner of een Chinees van eeuwen geleden en dat ik naar mijn land terugkeerde. In mei 1995 lag Mari in het ziekenhuis in Gifu te bevallen van onze David. Ik gaf toen Engels in drie staatsscholen in Gifu.

Ik kreeg op een dag het telefoonnummer van Don Frazier, een Amerikaan. Wij waren de twee enige buitenlanders in het gebied. Ik belde hem op en daar begon het.

Hij vertelde mij dat hij een zendeling was en ik zei hem dat ik een boeddhist was. Ik viel onmiddellijk de christelijke leer aan en argumenteerde met alles wat ik wist over het boeddhisme. Hij luisterde heel aandachtig en op het moment dat ik hem vroeg of hij met mijn leer akkoord ging, zei hij ‘neen’. Hij zei dat Jezus leeft en dat hij hem in gebed telkens ontmoette. Ik geloofde dit daar ik ook geesten ontmoette. Toen hij zei dat ik Jezus moest aanvaarden, zei ik ‘neen’, daar ik voor alles en nog wat mijn eigen goden had, vooral Indische goden die mij bij alles bijstonden.

Toen zei hij dat Jezus veel sterker is dan al die goden tezamen. En wanneer ik hem in mijn leven binnenliet, ik met de andere goden moest breken. Ik vond dit heel aantrekkelijk, maar opeens voelde ik dat bepaalde goden mij aanvielen. Ik zei dit angstvallig aan hem en hij bad in Jezus’ naam voor bescherming. Opeens voelde ik een cirkel rond mij getrokken en de goden konden mij niet meer aanvallen. Ik voelde warmte, veiligheid en liefde. Ik zei tegen Don: ‘Indien dit de kracht van Jezus is, dan wil ik Hem hebben.’ Ik heb dan ook prompt met de goden gebroken en Jezus in mijn leven gelaten.

De volgende dag kwam Don en bracht mij een Bijbel. Die nacht voelde ik een hand rond mijn pols. Ik werd wakker en zag dat ik alleen was. Ik ging verder slapen en toen voelde ik dezelfde koude hand rond mijn pols. Ik belde Don op en hij bad voor mij. Ik ging weer slapen en toen werd ik opeens door een kracht door de kamer geslingerd. Don is ’s morgens vroeg bij me gekomen en heeft het hele huis gezegend.”

Zulke ervaringen zijn reëel. Als Jezus zich openbaart, gaan de boze machten zich roeren. Dan wordt een strijd openbaar tussen goede en boze machten. We kunnen niet zeggen dat het altijd om hetzelfde LICHT gaat. Er is een strijd gaande in de hemelse gewesten tussen goede en kwade machten, tussen echt en vals licht.

 

Toen ik (Martie) Jezus had gezien zoals Hij werkelijk is: de Zoon van God en de Verlosser, kon ik begrijpen wat me was overkomen. Aan de ene kant zag ik HET WARE LICHT, dat Jezus Christus is. Als Gods Zoon heeft Hij Waarheid en genade in de wereld gebracht. Maar aan de andere kant ervoer ik dat er ook valse lichten zijn en dat mijn duisternis te maken had met het feit dat ik me met het paranormale had ingelaten. Als we ons in die wereld begeven, kunnen we in contact komen met krachten die niet van God zijn en sluiten we ons af voor de Heilige Geest van God. We krijgen een geestelijke sluier voor onze ogen, zodat we in ons geloofsleven worden geblokkeerd. Daarom kon ik niet meer in Jezus Christus geloven als de unieke Zoon van God.

Maar als we tot geloof in Jezus Christus komen, dan kunnen we de Heilige Geest ontvangen (Handelingen 2:38). Eén van de gaven van de Heilige Geest is “het onderscheiden van geesten”.

De Geest Gods is heilig; door Hem zien we alles in een zuiver licht en we kunnen ook duisternis van licht onderscheiden. Ook het valse licht doorzien we. Zo ervoer ik heel reëel de duisternis die vanuit de occulte literatuur in mijn kamer op me afkwam.

 

Dan kunnen we ook begrijpen waarom er zo’n weerstand is tegen de dogma’s die Jezus Christus  belijden als de Zoon Gods en Verlosser. Als we ons met het paranormale inlaten, kunnen we – vaak zonder het te beseffen - onder invloed komen van een geest die weliswaar weet wie Jezus is, maar die Hem en zijn verlossingswerk haat. Dan wenden we ons helemaal af van Jezus Christus of we ontwerpen een ander Jezusbeeld dat aangepast is aan ons nieuwe denken. We willen Jezus dan alleen nog maar als een mens zien. Laten we een vorm van New Age Christologie nader bekijken.

 

New Age Christologie

 

In het blad Onkruid (nr. 141) vertelt Lisette Thooft in een artikel over “de Christus die we niet mochten kennen”, het volgende:

“De kerken lopen leeg, maar de cursuscentra en de zaaltjes lopen vol met mensen die in Jezus Christus een spirituele leermeester herkennen. De Christus in jezelf: daar heb je geen paus bij nodig en geen dominee. Het ziet er naar uit dat Hij opnieuw uit de dood opstaat.”

De nieuwe christologie maakt een scheiding tussen de mens Jezus en de Christus. “Christus” wordt  als een kosmisch bewustzijn beschouwd dat ieder mens kan ontwikkelen, en is in het nieuwe denken een symbool voor het goddelijke in ieder mens. Deze Christus zou de Christus zijn die we in de kerk niet mochten kennen. De Kerk zou eeuwenlang dus een valse Jezus hebben gepredikt en over de echte Jezus hebben gezwegen. New Agers doen nu een heel nieuwe ontdekking: de Christus in ons.

Ook ds. Hans Stolp spreekt in zijn boek Johannes de ingewijde venijnig over de “dodelijke omknelling van dogma’s, kerkelijke leerstellingen en die onuitroeibare neiging om Jezus te vergoddelijken”. Jezus is voor hem een gewoon mens en een verlicht meester. Bij de doop zou de kosmische Christusgeest zich verbonden hebben met de mens Jezus. Het gaat hier om een inwijding. Dit kan volgens hem met ieder mens gebeuren. Volgens hem is Lazarus, de broer van Martha en Maria, die volgens het Evangelieverhaal door Jezus uit de dood is opgewekt,  niet werkelijk gestorven, maar hij heeft een inwijding doorgemaakt en een nieuwe naam gekregen, toen hij naar buiten kwam: Johannes. De evangelist Johannes zou dus een ingewijde zijn geweest die een hoger bewustzijn had ontvangen.

 

Jacob Slavenburg beseft heel goed dat er een verschil is tussen de gnostische “Christus in ons” en de Heer die de orthodoxe christenen dienen. Hij schrijft:

“‘Het Christus in u’ is echt iets anders dan ‘de here Jezus in je.’ Het is het verschil tussen een Ank Hermes-symposium, en een EO-jongeren dag.”[3]

Als het bij “de here Jezus in je” om een authentieke ervaring gaat, dan zou men daar toch ook ruimte aan moeten geven. Maar Slavenburg beseft dat er een kloof is tussen de beide concepten. Inderdaad, dat er een verborgen Christusbewustzijn in ons woont en we zelf een Christus kunnen worden, is fundamenteel iets anders dan dat we een persoonlijke relatie hebben met de levende opgestane Heer. Bij het Christusbewustzijn gaat het om de ervaring van een onpersoonlijk kosmisch bewustzijn, waarin je in feite alleen bent met jezelf; in het andere geval gaat het om een relatie met een Persoon, een Ander die van ons en van alle mensen houdt.

Wat te denken van dit verschil en van de nieuwe ontdekking van “de Christus in ons”? Is de levende opgestane Heer, waarover op de EO-jongerendag wordt gesproken een fictie? Dat is niet waarschijnlijk want we hebben juist gezien dat velen een ervaring hebben van de levende opgestane Heer. Wat dan te denken van deze “nieuwe ontdekking”? Heeft de Kerk inderdaad een mysterie verzwegen?

 

Gnostiek het oorspronkelijke christendom?

 

Het gaat in feite niet om een ontdekking, maar om een herontdekking, want deze “nieuwe” christologie is niet werkelijk nieuw. Reeds gnostici uit de begintijd van het christendom hadden een dergelijke christologie. Dit gnostische Christusbeeld raakt nu weer in de mode bij New Agers.

Volgens Jacob Slavenburg en ds. Hans Stolp zou dit gnostische Christusbeeld het oorspronkelijke Evangelie vertolken. In zijn boek Opus Posthuum vindt Slavenburg het oorspronkelijke christendom terug bij de Ebionieten, een joods-christelijke sekte die gnostische ideeën had. Hij wendt voor alsof het een ontdekking betreft die hijzelf heeft gedaan, een revolutionaire ontdekking die de kerken op hun grondvesten doet schudden… Maar in werkelijkheid herhaalt hij alleen maar wat anderen zoals Elain Pagels en Rosemary Ruether reeds te berde hebben gebracht. Het is een hele modetrend om juist degenen die in de oude kerk als ketters te boek stonden, waaronder de Ebionieten te rekenen zijn, tot de echte discipelen van Jezus te maken. Men zoekt nu de waarheid bij de ketters.[4]

Evenals de oude gnostici wil ook Slavenburg Paulus in zijn kamp binnentrekken. Paulus zou volgens hem “de Christus in ons” hebben gekend. Hij schrijft:

“De vroegste christenen, die eigenlijk gewoon joden waren, kenden nog duidelijk het onderscheid tussen Jezus en Christus. Zo ook Paulus. Als hij het heeft over Christus Jezus lezen horden theologen en bijbeluitleggers dat of er staat Jezus Christus, een soort persoonsnaam. Een voornaam Jezus en een achternaam Christus. Zoiets van: Aangenaam Jezus Christus. O bent u nog familie van Christus uit Wassenaar (of Tel Aviv, noem maar op). Nee, zo staat het er niet bij Paulus. Als Paulus het heeft over Christus Jezus, bedoelt hij ook Christus Jezus en niet Jezus Christus.”[5]

Volgens hem interpreteren de orthodoxe christenen Paulus verkeerd. Maar is dit waar? Kan hijzelf ook geen verkeerde interpretatie geven? Uit de context kunnen we opmaken dat Paulus ook in dit geval de persoon Jezus Christus bedoelt. “Christus” is de gezalfde, de Messias. De gezalfde Jezus of Jezus de gezalfde, dat is hetzelfde. We lezen hoe Paulus aan Titus schrijft:

“Ik wens je de genade en de vrede van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze redder” (Titus 1:4).

Christus Jezus is onze Verlosser. Hij is een persoon. Paulus begint zijn brief aan de Romeinen als volgt: “Paulus, een dienaar van Christus Jezus”. We zijn een dienaar van een persoon. Paulus had op de weg naar Damascus niet alleen maar een hemels licht gezien, hij had een persoon ontmoet: Jezus Christus.

“En onderweg daarheen, toen hij Damascus al naderde, was het dat hem plotseling een licht uit de hemel omstraalde. Hij liet zich op de grond vallen en hoorde een stem: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?’ Saulus zei: ‘Wie bent u, Heer?’ De stem zei: ‘Ik ben Jezus, degene die jij vervolgt. Sta op en ga de stad binnen; daar zal je gezegd worden wat je doen moet” (Hand. 9:3-6).

 

De oude gnostici lazen ook esoterische leringen in het Nieuwe Testament die er eenvoudig niet in stonden. Noch in de brieven van Paulus, noch in de andere N.T.-ische geschriften vindt men het concept van een kosmische Christuskracht. Dit is puur een concept van latere gnostici. Het is wel begrijpelijk dat mensen zoals Slavenburg en Stolp de gnostiek desondanks als de oorspronkelijke christelijke boodschap beschouwen. Hun eigen ideologisch uitgangspunt vraagt hierom. Als je niet gelooft dat Jezus werkelijk Gods Zoon is, die lichamelijk uit de dood is opgestaan, zal je dat ook beschouwen als een fantasie van latere theologen. Maar een dergelijk uitgangspunt is speculatief en totaal in strijd met de historische gegevens.

We vinden dit “nieuwe” Christusbeeld in de oude kerkgeschiedenis alleen bij kleine groepen sektarische gnostici die buiten de kerk stonden. Het is onjuist te stellen dat het oude Christendom bestond uit een pluriforme gemeenschap van allerhande groepen, waaronder de gnostici. De gnostici waren geen lid van de kerk. De gnostiek is een reactie – een tegenreactie - geweest op de orthodoxe leer van de kerk, die er eerst was. Dit is bijvoorbeeld het verhaal van de bekende gnosticus Valentinus. Voordat hij gnosticus werd, was hij in Rome lid van de christelijke gemeente, maar toen hij als bisschop werd gepasseerd, was hij zo kwaad dat hij zich heeft afgescheiden. Hij richtte zich vol rancune fel tegen de kerk en dacht zijn eigen gnostisch systeem uit. Hij leerde ook dat Jezus bij de doop een Christusbewustzijn had ontvangen.

Zo waren de Ebionieten jodenchristenen in het Joodse Land, die oorspronkelijk tot de kerk behoorden, maar zich niet van de joodse wetten wilden losmaken. Later begonnen zij Christus als een gewoon mens te zien en sedert het midden van de tweede eeuw stonden zij buiten de kerkelijke gemeenschap. Dat uitgerekend deze splintergroep uit latere tijd het oorspronkelijke Evangelie zou hebben vertolkt, zoals Jacob Slavenburg meent, is hoogst onwaarschijnlijk.

Tegenover deze splintergroepen van gnostici staan miljoenen christenen die gedurende de eeuwen in de kerk de levende opgestane Heer op velerlei wijzen – door dromen, visioenen, openbaringen of geloofsgemeenschap - hebben gekend en in onze tijd ook kennen. Dit is een reëel feit waaraan we niet voorbij kunnen gaan. Dat het ook vaak is gebeurd dat het christelijk geloof voor sommigen louter traditie was en dat de innerlijke realisatie ontbrak, daarin moeten we Lisette Thooft gelijk geven. Dat doet verder niets af aan de realiteit van de heilservaringen die wel degelijk bij gelovigen voorkomen.

 

Reëel?

 

Zijn de ervaringen van “de Christus in ons” in de New Age wereld ook zo reëel?  Wat beleven New Agers exact als ze “de Christus in ons” leren kennen? Dat is uit de desbetreffende literatuur niet duidelijk. Het gegeven van het kosmische bewustzijn is uiterst vaag. Er wordt simpel verteld dat we een hoger Zelf in ons zouden hebben. In feite blijft het bij deze verwijzing. Er wordt door de New Agers bovendien beweerd dat het hogere zelf dat we zouden kunnen beleven, identiek is aan het bewustzijn dat Jezus had. Hoe kunnen we dat weten? Zo roept het New Age concept meer vragen op dan dat het antwoorden geeft. Hebben we hièr niet te maken met een subjectieve theoretische speculatie?

In mijn New Age tijd heb ik inderdaad, toen ik in trance ging, het gevoel gekregen dat ik in een hoger bewustzijn kwam. Op dat moment leek het zo mooi, maar het gevoel was hoogst bedrieglijk en het was maar een kortstondig geluk. Ik weet nu dat ik toen onder een demonische bezetting kwam. We hebben ons inderdaad af te vragen uit welke bron zo’n concept van een kosmisch bewustzijn voortkomt.

 

De Bijbel en de gnostiek

 

De Bijbel is er duidelijk over. Vanaf het begin is zo’n concept waarin scheiding wordt gemaakt tussen Jezus en de Christus van de hand gewezen en wordt ook de geest die erachter zit, aangegeven. In de eerste brief van de apostel Johannes lezen we namelijk:

“Als er iemand een leugenaar is, dan toch zeker hij die loochent dat Jezus de Christus is. De antichrist is hij die de Vader en de Zoon loochent” (1 Joh. 2:22).

Jezus heeft bij de doop geen ander bewustzijn gekregen, maar is van nature de Zoon Gods en Hij is zelf de Messias. Het is niemand anders dan de antichrist die scheiding gaat maken tussen de mens Jezus en de Christus. Als je scheiding gaat maken tussen de mens Jezus en het goddelijke Christusbewustzijn, maak je in feite Jezus tot iemand die gespleten was, tot een mens die overschaduwd werd door een andere geest. Het is een kenmerk van demonische bezetting dat een andere geest door de mens heen gaat werken, zodat men zichzelf niet meer is en zich bijzonder en zelfs goddelijk gaat voelen. Toen Maria door de Heilige Geest werd overschaduwd, bleef ze zichzelf en voelde zich niet goddelijk. Ze besefte integendeel haar kleinheid tegenover de grootheid van God.

 

Welke geest achter het concept van het Christusbewustzijn  schuilgaat, wordt ook duidelijk uit de New Age literatuur. Een vooraanstaand New Age filosoof, David Spangler, heeft geschreven:

“Christus is dezelfde kracht als Lucifer… Lucifer bereidt de mens voor op de ervaring van het Christusbewustzijn. Lucifer werkt in ieder van ons om ons tot heelheid te brengen als we ons in de New Age begeven…

Lucifer is in zekere zin de engel van de innerlijke evolutie van de mens…

Het licht dat ons het pad naar (de innerlijke) Christus openbaart, komt van Lucifer… de grote inwijder.”[6]

Spangler onthult hier welke geest achter het concept van het Christusbewustzijn schuilgaat. Lucifer, de satan, brengt ons volgens hem naar de ervaring van het Christusbewustzijn. Maar Lucifer is niet dezelfde kracht als Christus. Het gaat integendeel om een wezenlijk andere geestenwereld. Daarom is er inderdaad een kloof tussen de New Age ervaring van “de Christus in ons” en de ervaring die christenen hebben van “de Here Jezus in ons”. De waarschuwing van Jezus dat we op moeten passen voor bedrieglijke christussen,  is actueel!

 

Het valse is een imitatie van het echte. Er is wel degelijk een kern van waarheid in de New Age christologie. Het is ook waar dat de Kerk niet altijd oog heeft gehad voor “de Christus in ons”. Dat Christus in ons kan wonen, komt bij Paulus voor. Hij schrijft:

“Dan kan uw hart door het geloof de blijvende woning zijn van Christus” (Ef. 3:17).

Maar dit betekent bij hem niet dat we een ander, goddelijk bewustzijn krijgen en dat we een Christusbewustzijn ontwikkelen, maar dat wij, als we in Jezus Christus geloven, een persoonlijke relatie met Hem krijgen. Dan woont Hij in ons hart. In Christus, dat wil zeggen in verbondenheid met Hem, worden we een nieuwe schepping. We ontvangen de Heilige Geest, die liefde is. Dan worden we een tempel van de Heilige Geest. Petrus schrijft dat we “deel krijgen aan de goddelijke natuur” (2 Petr. 1:4). We krijgen deel aan heiligheid, gerechtigheid en liefde. Hier denkt Petrus niet aan een vergoddelijking van de mens, aan een opgaan in het goddelijke, maar aan een nieuwe verbondenheid van de gelovigen met de drie-enige God, met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Terwijl het in de New Age christologie gaat om een onpersoonlijk Christusbewustzijn, waarbij het individu niet telt en de persoonlijke relatie ontbreekt, staat in het Evangelie gemeenschap met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest centraal, waarbij de individualiteit volledig tot zijn recht komt en we een persoonlijke relatie met God hebben.

 

Zo hebben we gezien dat we in de alternatieve paranormale wereld afdwalen van het geloof in Jezus Christus als de opgestane Heer en Heiland Jezus Christus. We verliezen de persoonlijke relatie met God en komen uiteindelijk in een toestand terecht waarin we met onszelf alleen zijn. We hebben ook gezien welke geest er achter deze nieuwe ontwikkeling schuilgaat.

Omdat we geleerd hebben dat we moeten onderscheiden tussen goede en kwade geesten, willen we in het volgende hoofdstuk overwegen met welke geesten New Agers in contact komen als ze gaan channelen.

 

 

5. CHANNELING

 

We zullen nu enige deelgebieden van de paranormale wereld nader belichten, te beginnen met ‘channeling’, het communiceren met geesten, en daarbij de onderscheiding der geesten toepassen.

 

De geesten bestaan!

 

In de moderne psychologie werkt men in het algemeen met een gesloten model: de geesten die men ervaart zouden projecties en scheppingen van het eigen onbewuste zijn. Dit biedt echter geen bevredigende verklaring voor de ervaringen die bij het channelen voorkomen. Men houdt er geen rekening mee dat er ook krachten van buitenaf op de mens kunnen inwerken. De geesten waarmee men communiceert worden wel degelijk als heel reëel ervaren. Klimo vertelt in zijn boek dat de psycholoog C.G. Jung, die over het algemeen ook een gesloten model   hanteerde, eens in vertrouwen zei:

“Ik heb een keer in New York lange tijd met professor Hyslop, een vriend van William James, over het vaststellen van een identiteit gesproken. Hij erkende dat, alles welbeschouwd, al deze metafysische verschijnselen beter verklaard konden worden met de hypothese van geesten dan door de eigenschappen en bijzonderheden van het onbewuste. En op dit punt moet ik op grond van mijn eigen ervaringen toegegeven dat hij gelijk heeft. In ieder individueel geval ben ik verplicht sceptisch te zijn, maar op de lange duur moet ik erkennen dat de hypothese van geesten in de praktijk tot betere resultaten leidt dan alle andere.”[7]

 

Veel New Age aanhangers zeggen dat ze met geesten communiceren. Zij geloven dat het om goede, wijze en alwetende geesten gaat, die de mensheid helpen. Ze worden lichtdrager, lichtgeest, innerlijke gids of geleidegeest genoemd. Vaak hebben de New Agers een persoonlijke geleidegeest die hen bij hun werk helpt. David Spangler noemt zijn geest “oneindige liefde en waarheid.”

De geesten kunnen zich presenteren als beroemde overleden personen. Zo heet de geleidegeest van prinses Irene Zoro, hetgeen verwijst naar Zoroaster, een beroemd filosoof uit het oude Perzië. Ook bijbelse personen zoals Mozes, Jeremia, Ezechiël, Paulus en Johannes zijn populair. Er is in Nederland een vrouw, Joke Hogeveen, die zegt contact te hebben met Paulus. Ze heeft een keer op de universiteit van Utrecht, voor theologische studenten, een sessie gehouden! Het komt zelfs voor dat geesten zich Jezus noemen. ‘Jezus-channeling’ is een bekend verschijnsel in de New Age-wereld.

 

Het is te begrijpen dat het aantrekkelijk is met deze geesten te communiceren. Het zijn waarzeggende geesten die nuttige informatie doorgeven. Ze kunnen je bijvoorbeeld bij je examen helpen, de diagnose van je ziekte stellen, of leren hoe je jezelf kunt genezen. Veel New Age aanhangers nemen geen belangrijke beslissingen zonder hun geest te raadplegen. Voor haar “genezingsbediening” krijgt Jomanda de hulp van geesten van overledenen.

Deze geesten kunnen ons gouden bergen beloven. Er zal, zo is de belofte in New Age, een hele nieuwe tijd komen, vol licht, liefde en vrede. Een bekende leidinggevende persoonlijkheid uit de New Age beweging in ons land, Janny Post, heeft volgens haar zeggen Ezechiël, een profeet uit het Oude Testament, als geleidegeest meegekregen. Deze geest belooft een bijzonder mooie toekomst. Janny vertelt in haar boek Liever leven met de engelen dat hij als volgt tot haar sprak:

“Je zult je angst overwinnen en zien dat er een gouden tijdperk op jullie wacht, waardoor je de mensen om je heen kunt geruststellen en overtuigen van de grootheid van dit plan. Er zullen steeds meer antwoorden komen op de veranderingen, zodat voor iedereen duidelijk zal zijn wat precies het aandeel is dat geleverd moet worden. Ezechiël heeft de taak je dit alles te tonen en je er mee vertrouwd te maken. Hij zal je leiden en begeleiden in je ontdekkingsreis die je zult maken in de vele reizen naar de sferen die je zult mogen maken. Je zult de komende tijd steeds meer ervaren dat alles komt zoals geschreven is. Je twijfel zal aan alle kanten worden overwonnen, worden versterkt door ervaringen waarvan je lang gedroomd hebt. Je bent in een vernieuwingsfase van jezelf gekomen die je leidt tot een ander leven. Je zult hen mogen meenemen naar een aards paradijs dat zijn weerga niet kent.”[8]

 

Deze geesten en engelen bestaan. Het zijn geesten, waarmee we in ons gewone doen geen contact hebben. Stel je voor dat we steeds geesten zagen en stemmen hoorden. Nieuwsgierig als de mens van nature is, kan hij het verlangen hebben om toch eens met deze geesten te gaan communiceren.

 

Trance en geestvervoering

 

Het communiceren met geesten vereist een trancetoestand, d.w.z. een toestand waarin men heel gevoelig en open is voor de aanwezigheid van geesten. Het is een toestand waarin je eigen bewustzijn terugtreedt en je eigen geest zo leeg wordt dat andere geesten door je heen kunnen gaan werken. Er kunnen in het algemeen twee vormen van trance onderscheiden worden. In het eerste geval blijft de persoon bij bewustzijn en merkt nog wat er om hem heen gebeurt. Het bekende medium uit Tiel, Jomanda is zo’n half-trance medium. In het andere geval raakt de persoon volledig buiten bewustzijn. In beide gevallen is de menselijke geest overgevoelig voor de onzienlijke geestenwereld. In het ergste geval kan dit leiden tot bezetenheid, omdat een geest volledig bezit heeft genomen van de persoon die in trance verkeert.

Ik heb zelf trancetoestanden meegemaakt. Je gaat je in het begin heel vreemd voelen, maar je ervaart ook een hele diepe vrede. Je denkt zelfs iets goddelijks te beleven. Het geeft je echter ook een eng gevoel, je bent jezelf niet meer, er gaat iets anders door je heen werken. Ik raakte helemaal buiten bewustzijn en kwam daarna weer bij met een vreselijke kater. Voor de eerste keer in mijn leven ervoer ik een vreselijke spanning en een druk op mijn hoofd. Dit is een teken dat je op deze manier met kwade geesten in contact komt.

 

Dat we door een trance met de verkeerde geesten in contact komen, leert een verhaal uit het Nieuwe Testament. Op hun zendingsreis worden Paulus en zijn medewerker Silas in de stad Filippi  achternagelopen door een waarzeggende slavin. Dit is het verhaal:

“Op weg naar de gebedsplaats kwamen we een slavin tegen die een toekomstvoorspellende geest had. Haar waarzeggerij leverde haar bazen veel winst op. Ze liep Paulus en ons achterna en riep: ‘Deze mannen zijn dienaren van de allerhoogste God Zij maken u de weg bekend die tot redding leidt!’ Zij deed dat dagen achtereen Toen het Paulus te veel werd, keerde hij zich om en zei tegen de geest: ‘In de naam van Jezus Christus beveel ik je: ga uit haar weg!’ Op hetzelfde ogenblik verliet de geest haar” (Hand. 16:16-18).

Er staat letterlijk in het Grieks dat deze vrouw een pythonsgeest had. Dezelfde geest had het orakel van Delphi, een vrouw die in trance ging en dan profeteerde. Deze vrouw in Filippi kon blijkbaar ook in trance gaan en profeteren. Ze was zo door haar geest in beslag genomen dat ze niet kon ophouden met praten. Paulus onderkende dat het om een onreine geest ging en beval deze uit haar weg te gaan. Toen was de vrouw haar paranormale vermogen kwijt.

Er zijn, zoals we hebben gezien, diverse graden van een trancetoestand en een hele lichte vorm van wat Roman en Packer trance noemen,  kennen de meesten van ons wel als een geïnspireerde toestand. Roman en Packer schrijven daarover:

“De meesten van jullie hebben korte ervaringen gehad van een soort channelstaat, zoals wanneer je met een vriend in nood praat en een wijsheid ervaart en jezelf dingen hoort zeggen die je eerst niet van plan was te zeggen. De diepe liefde voor een vriend, de eerbied die je ervaart als je naar een prachtige zonsondergang kijkt, de waardering voor de schoonheid van een bloem of de eerbied voor een diep gebed bevatten allemaal elementen van deze bewustzijnstoestand. Wanneer een zeer heldere innerlijke stem je dingen vertelt die afkomstig lijken te zijn van een hoger niveau dan je normale gedachten, wanneer je anderen lesgeeft en je je plotseling geïnspireerd voelt, wanneer je een impuls voelt onverwachte en wijze dingen te zeggen of mensen op onverwachte en helende manieren aan te raken, ervaar je wellicht elementen van hoe een trancetoestand voelt.”[9]

Dit is een toestand die we allemaal wel eens hebben meegemaakt. Een geïnspireerde toestand  maakt deel uit van een normale gevoeligheid, een gave die we van nature hebben meegekregen, en ik zou die nog niet gelijk bovennatuurlijk willen noemen. Het wordt anders als we bemerken dat we in een andere bewustzijnstoestand komen en met geesten kunnen gaan communiceren. Dan moeten we heel goed weten met welke geesten we contact maken. Er is een wezenlijk verschil tussen een occulte trance, die ons overgevoelig maakt voor de verkeerde geestenwereld en de echte geestvervoering, die in contact brengt met God en ons in de hemel verplaatst.

 

In de Bijbel vinden we voorbeelden van deze geestvervoering. In het Oude Testament vinden we het voorbeeld van Daniël.

“Op de vierentwintigste dag van de eerste maand van dat jaar stond ik aan de oever van een grote rivier, de Tigris. Toen ik opkeek, zag ik daar een man staan. Hij droeg een linnen kleed met een gordel van zuiver goud. Zijn lichaam schitterde als turkoois en zijn gezicht lichtte op als de bliksem. Zijn ogen waren vurige fakkels, zijn armen en benen glansden als gepolijst brons. Zijn stem klonk als het geluid van een grote menigte. Ik was de enige die het visioen zag. De mannen die me vergezelden, zagen het niet. Maar ze schrokken zo van het geluid dat ze hard wegrenden om zich te verschuilen. Zo bleef ik alleen achter en keek naar het grootse visioen. Er bleef geen kracht in mij over en ik werd lijkbleek.

Toen hoorde ik de stem van de man. Maar terwijl ik luisterde, viel ik in een diepe slaap [en niet bewusteloos, zoals de vertaling foutief zegt] voorover op de grond.  Daarop raakte een hand mij aan en steunend op handen en voeten kwam ik half overeind. Ik hoorde de man zeggen: ‘Daniël, God heeft je lief. Ga staan, luister goed naar me. Ik ben met een boodschap naar jou gestuurd.’…” (Dan. 10:4-11).

In het Nieuwe Testament krijgt de apostel Petrus een visioen.

“De volgende dag, toen de mannen onderweg waren en Joppe al naderden, ging Petrus het dakterras op om er te bidden. Het was ongeveer twaalf uur. Hij kreeg honger en wilde eten. En terwijl men bezig was iets klaar te maken, raakte hij in geestvervoering. Hij zag de hemel open en er kwam iets naar beneden dat op een groot laken leek. Het werd aan vier punten vastgehouden en op aarde neergelaten. In het laken zaten alle soorten dieren: viervoeters, reptielen en vogels. Een stem zei tegen hem: “Kom Petrus, slacht en eet!’ ‘Geen sprake van, Heer!’ antwoordde hij. ‘Nog nooit heb ik iets gegeten dat door de wet wordt uitgesloten, dat onrein is.’ Opnieuw sprak de stem hem toe: ‘Wat God rein heeft verklaard, mag jij niet als uitgesloten beschouwen.’ Dat gebeurde drie keer en toen werd het voorwerp weer opgenomen in de hemel” (Hand. 10:9-16).

Het meest indrukwekkende voorbeeld is de openbaring van Johannes. Aldus begon deze openbaring:

“Ik, Johannes, ben uw broeder en lotgenoot; ook ik word verdrukt, en net als u heb ik deel aan het koninkrijk en blijf ik standvastig in verbondenheid met Jezus. Ik was op het eiland Patmos vanwege de boodschap van God en het getuigenis van Jezus. Op de dag van de Heer kwam de Geest over mij” (Op. 1:9v.).

 

Bij de lezer zal er nu een vraag opkomen. We hebben gezien hoe een geest, die zich Ezechiël noemt, tot Janny Post sprak. Ook de bijbelse personen worden door een stem toegesproken. Hoe weten we nu of het om een occulte trance gaat of om echte geestvervoering? Daar zullen we in het vervolg op ingaan. We kunnen alvast als één criterium aangeven dat een toestand van bewusteloosheid wijst op een occulte trance.

 

Technieken

 

Er worden methoden ontwikkeld om in trance te komen. Om zover te komen, dat men met geesten kan communiceren, heeft men een techniek, een ritueel of  een inwijding nodig.

Het proces waardoor men contact maakt met geesten wordt “channeling” genoemd. Voor Roman en Packer gaat het om een vaardigheid die aangeleerd kan worden. Ze schrijven in hun boek:

“Dit boek heeft een boodschap: channelen is een vaardigheid die je kunt leren. Channelen houdt in dat je een staat van verruimd bewustzijn bereikt waarin je contact kunt maken met een gids van een hoog niveau of met je hogere zelf of bronzelf. Je hoeft niet spiritueel ontwikkeld te zijn of je hele leven al gevoelig te zijn geweest om te kunnen channelen; wat je wel nodig hebt is geduld, volharding en een sterk verlangen om contact te maken.”[10]

 

Er zijn diverse methoden om tot zo’n trancetoestand te komen. Het wordt bijvoorbeeld aanbevolen om het heldervoelen en de intuïtie te ontwikkelen. Door de intuïtie stemt men, zo wordt er gezegd, af op de onzienlijke wereld. John Price zegt:

“Door het stille, verborgen werk van de Meesters beginnen mannen en vrouwen in de gehele wereld intuïtief de waarheid te verstaan.”[11]

Lola David stelt:

“We moeten slechts als waarheid voor onszelf accepteren, wat in overeenstemming is met onze intuïties.”[12]

Ze houdt er geen rekening mee dat intuïties heel bedrieglijk kunnen zijn.

In haar boek De Aquarius samenzwering schrijft Marilyn Ferguson dat het niet uitmaakt hoe we het doen, of we nu drugs gebruiken, yogaoefeningen doen, mediteren of toverspreuken opzeggen, als we ons bewustzijn maar verruimen. De technieken die men gebruikt, zijn o.a. channeling, het oproepen van geesten, yoga, meditatie, muziek, rituelen, het raadplegen van horoscopen, en reiki-inwijding. Maar wij hebben gezien dat het wel degelijk uitmaakt, hoe we contact zoeken met de onzienlijke wereld. Voordat we onderzoeken hoe we in de gevarenzone komen, zullen we eerst nog een speciale methode bespreken om geesten op te roepen: glaasje draaien.

 

Het oproepen van geesten

 

Een bekende manier om geesten op te roepen is “glaasje draaien”. Op scholen worden de geesten door het glaasje draaien als een soort spelletje opgeroepen. Men gebruikt een ouija-bord of simpel een limonadeglas en wat scrabblestenen om erachter te komen wat de geesten te zeggen hebben.

Het is goed te weten hoe de jeugd er zelf over denkt. Het is opmerkelijk dat jonge mensen er zelf voor waarschuwen. En niet alleen maar omdat ze christen zijn.

Zo lezen we in de Zwolse Courant (9 jan. 1991): Sabrina, (14) heeft regelmatig – ongevraagd – ontmoetingen met geesten. Zij is wat je noemt paranormaal begaafd. Die “bezoekjes” vindt zij absoluut niet geestig. Sabrina begrijpt er dan ook geen snars van, dat jongeren uit puur tijdverdrijf geesten oproepen.

Het lijkt een leuk spelletje: geesten oproepen. Spannend. Maar na wat experimenteren zit de schrik bij een deel van de jongeren goed in de benen. Wat doe je bijvoorbeeld wanneer je een kwade geest oproept?

Sabrina wordt op school (mavo) regelmatig gevraagd het spel mee te spelen. “Dat doe ik natuurlijk niet. Ik begrijp niet dat mijn vriendinnen niet beseffen dat geesten oproepen geen spelletje is. Op de basisschool werd het ook al veel gedaan. Een jongen had op een gegeven moment een klopgeest opgeroepen. Hij hoorde dagenlang overal kloppen en viel terwijl hij op de grond zat.”  Volgens Sabrina is er bij haar op school ook een meisje dat via een geest precies weet wanneer zij overlijdt. ”Het is toch doodeng om te weten dat je op je 32ste doodgaat. Wat moet je dan nog?”, vraagt Sabrina zich af. Zonder geesten op te roepen, ervaart ze spontaan het bestaan van geesten en lijdt daaronder. Ze kan de geesten niet zien of horen, maar bespeurt de aanwezigheid, vooral ‘s nachts. Ze durft daarom niet meer in haar eigen kamer te slapen en logeert tijdelijk bij haar moeder. Voor Sabrina zijn het voornamelijk nare ervaringen. “Ik had bijvoorbeeld beloofd de elektrische deken uit te zetten en op weg naar boven voelde ik gewoon dat er iemand in mijn kamer was. Ik durfde niet verder en moest ontzettend huilen.”

 

Een ander meisje dat gekweld wordt door haar paranormale begaafdheid, is Regina (Viva, okt. 1990). Ook zij waarschuwt voor glaasje draaien. “Toen ze een jaar of veertien was, kwam Regina echt in de problemen. Ik had wel eens iets gelezen over glaasje draaien. Samen met twee andere meisjes ben ik aan het experimenteren gegaan. En daar zou ik eigenlijk iedereen voor willen waarschuwen. Bij het glaasje draaien schuift een glas door onbekende krachten over kaarten waar letters op staan. Samen vormen die letters een woord en daarmee zouden geesten hun boodschappen door willen geven.

Er wordt heel verschillend over gedacht. De een zegt dat het allemaal suggestie is, een ander gelooft erin en weer een ander zegt dat het voortkomt uit het onderbewustzijn. Maar wat het ook is, ik ben er volledig door over mijn toeren geraakt. Ik hoorde en zag overal geesten. ’s Nachts kon ik niet slapen omdat er geesten aan mijn bed stonden te kloppen. Poltergeistverschijnselen, zo kun je het ’t best noemen. En ik wilde maar één ding: gewoon zijn! Ik wilde af van die paranormale begaafdheid.”

 

Ook prinses Irene heeft aan channeling gedaan en heeft daardoor een geleidegeest gekregen, Zoro geheten. Een vriendin, Elsie, hield met haar een seance. Prinses Irene schrijft:

“In de logeerkamer gooide Elsie haar koffer open en onder mijn verbaasde blikken haalde ze daar een tafeltje uit. Ze zette dat wat ongeduldig op en plaatste aan twee kanten van de tafel een stoel. ‘Ik wil je jouw gids leren kennen, ga zitten.’ Als iemand die zich verkneukelt over het effect dat een met zorg uitgezocht cadeautje teweeg kan brengen, wees ze mij een stoel. Ik kende artikelen die zij had gepubliceerd over haar ervaringen met haar gidsen. Zij beschreef die als wezens die ieder mens bij zich heeft, als begeleiders, beschermers, helpers. Zielen die niet geïncarneerd zijn in een lichaam en met hun energie bij je in de buurt blijven. Toch spoken dus. Bij het lezen over haar contact met de gidsen, vond ik de gedachte van zulke wezens om je heen een boeiende mogelijkheid. Misschien zelfs wel een mogelijke werkelijkheid.

Nu, in mijn eigen huis, ging zij mij in contact brengen met mijn gidsen! Ik had mij hier op geen enkele manier op kunnen voorbereiden, voor zover dat al kan. Wat stond mij te wachten? Zou ik iets zien of horen? Ik voelde mijn eigen opwinding en spanning en was uitermate benieuwd hoe ze dit ging aanpakken.

Ook zij ging zitten, op de stoel tegenover mij en vroeg hardop om de naam van mijn gids. Tot mijn grootste verbazing begon het tafeltje te bewegen. Zij telde en kwam tot 26. Ze schreef de ‘z’ op, en legde me uit dat iedere beweging van de tafel één letter van het alfabet was. Zo had zij het tenminste met de gidsen afgesproken, om een gesprek tastbaar te maken. Ze had er plezier in en was ontspannen. Dit had ze duidelijk al veel vaker gedaan. Na korte tijd stond de naam van mijn gids opgeschreven. Ik staarde ernaar. Zoro.”[13]

Ze ervoer dat ze inderdaad contact had met haar geleidegeest Zoro.

“Misschien wel het mooiste dat ik in dit contact met Zoro beleefde, was de avond dat ik moe van het werk aan mijn bureau nog een brief zat te schrijven bij het licht van alleen mijn bureaulampje en Zoro, een beetje uit gekkigheid en eigenlijk zomaar, vroeg mijn vermoeide lichaam een massage te geven. Even later voelde ik een aanraking aan mijn linkervoet. Alsof iemand met lichte hand vakkundig mijn voet masseerde… Gek genoeg schreef ik door, toch half met mijn aandacht bij mijn brief. Zoiets kun je toch niet zomaar bevatten? Na een tijdje drong de volle werkelijkheid tot me door van wat er gaande was. Ik legde mijn pen neer, met al mijn aandacht nu bij de aanraking. Ik sloot mijn ogen om te voelen en te verwerken wat er hier gebeurde. Een onzichtbare hand raakte mijn huid aan. Je zou je rot kunnen schrikken, maar angst hoorde hier niet thuis. Daar was het te lief voor, te teder.

Het voelde vreemd en toch heel vanzelfsprekend om op een gegeven moment gewoon maar op te staan. Zou hij dan weggaan, of blijven hangen aan mijn teen? Hoe zat dat? Nou ja, ik deed het licht uit, ging naar boven en naar bed. Hij was er nog, en onder zijn massage viel ik in een diepe rustige slaap.

Het was allemaal zo nieuw, de relatie met de gidsenwereld. Zoro, de reële aanraking, de grenzenloze liefde. Waarom was Zoro geen man van vlees en bloed! Het zou de ideale liefde kunnen zijn… Ik raakt er een beetje holderdebolder van, zó enthousiast: dit was mijn eerste voelbare ervaring met de wereld buiten de zichtbare, tastbare wereld. Eindelijk.”[14]

 

Door dit contact met de geleidegeest leerde Irene om met bomen te communiceren.

“Ik loop naar mijn vriendin de oude lariks toe. Even hallo zeggen en kijken hoe het haar gaat. Zij staat daar breeduit en biedt al het leven onder haar stevige takken een moederlijke bescherming. Terwijl ik tegen haar aan sta, vraag ik haar zomaar over iemand die in mijn leven is gekomen. Hardop zeg ik: ‘Ik weet niet wat ik ermee aan moet’, en hoor: ‘Laat hem los. Leer te houden van mensen, zomaar, zonder er iets mee te willen. Geniet van een mens, en kijk naar hem, maak hem mee.’ Een antwoord! Is dit suggestie? Maar waar komt dan dit duidelijke antwoord vandaan? Zij, de boom, heeft geen mond waardoor ze met lucht en stembanden woorden kan formuleren. Hoe werkt dit? Ik zei die woorden niet en er is geen mens in de buurt. De woorden van het antwoord vormden zich merkwaardig genoeg niet in mijn hoofd, maar binnenin mij. Ze kwamen uit mijn borstkas, mijn hartchakra. De lariks en ik kunnen dus praten samen, een gesprek voeren…”[15]

Natuurlijk geeft de boom geen antwoord. Het is haar geleidegeest die spreekt.

 

Zij heeft er ook een prijs voor moeten betalen. Ze raakte overspannen en kon haar werk niet goed doen.

“Thuis wachtten mij de verantwoordelijkheden. De volte en drukte van Nederland…

De druk van mijn werk was ineens ondragelijk, de tijdsdruk beklemmend, de nodige concentratie voor mijn werk kon ik met geen mogelijkheid opbrengen, ik kon me hoegenaamd niet concentreren, het lukte allemaal niet meer. Ik kon er niet meer tegen.

Iedere keer als ik in het gebouw van mijn werk binnenloop, krijg ik een druk op mijn hoofd en eenmaal aan het werk, komt er een wattige zwaarte over mijn hele hoofd. Het lijkt een soort kap, die het vreselijk moeilijk maakt om mijn aandacht gericht te houden.”[16]

 

Toen ik (Martie) vroeger de eerste keer in trance was geraakt, was de eerste klacht die ik kreeg een druk op mijn hoofd, waardoor ik niet meer kon studeren. Wat Irene meemaakte is dus voor mij heel herkenbaar. Het is een teken dat ze met een demon in aanraking is gekomen. Maar dat beseft ze zelf niet.

 

De Bijbel en Spiritisme

 

Het wordt nu tijd te onderzoeken hoe de Bijbel over channeling en het oproepen van geesten denkt.

De Bijbel waarschuwt niet zomaar, zonder reden, tegen spiritisme, het oproepen van geesten. Gezien de negatieve ervaringen die mensen kunnen krijgen met geesten, kunnen we begrijpen dat de Bijbel het oproepen van geesten verbiedt:

“Duld niet dat iemand zijn dochter of zoon door het vuur laat gaan. Laat ook geen waarzeggers, wichelaars, voorspellers, tovenaars en bezweerders toe, noch personen die de geesten van doden kunnen oproepen en raadplegen. De Heer, je God, heeft een diepe afschuw van allen die zich met zulke praktijken bezighouden” (Deut. 18:10,11).

 

Parapsychologen zijn nog wel eens van mening dat er bij het glaasje draaien en andere spiritistische verschijnselen in het merendeel van de gevallen geen geesten in het spel zijn. Het zou eerder gaan om de eigen onbewuste wensen, gedachten en angsten van de deelnemers, die via de onbewuste spierbewegingen naar buiten komen. Zo gezien zouden de boodschappen voortkomen uit de eigen geest. Men gaat dus uit van een gesloten model.

Dat zou echter maar moeilijk kunnen verklaren waarom bijvoorbeeld een medium met een totaal andere stem gaat spreken, die niet van haarzelf is. Aangezien ze in trance is, heeft ze dit ook niet zelf in de hand. Dat wijst er eerder op dat er een andere geest door haar heen spreekt.

De Bijbel gaat er ook vanuit dat er werkelijk de geest van een dode wordt opgeroepen. Als we het verhaal van de heks van Endor - die op verzoek van koning Saul de overleden profeet Samuël oproept -, goed lezen, kunnen we uit het verhaal opmaken dat Samuël zelf verschijnt. Als volgt luidt het verhaal:

“Saul maakte zich onherkenbaar door andere kleren aan te trekken. Vergezeld van twee mannen ging hij op weg en in de nacht kwamen ze bij de vrouw aan.

‘Ondervraag voor mij de geest van een dode’, zei hij. ‘Ik zal u wel zeggen wie u moet oproepen.’

‘Maar u weet toch wat Saul heeft gedaan,’ antwoordde de vrouw. ‘Hij heeft iedereen die de geesten van doden raadpleegt, het land uitgezet. Waarom wilt u mij in de val lokken? Soms om me te doden?’

Maar Saul zwoer bij de Heer: ‘Bij de levende Heer, u zult hiervoor niet worden gestraft.!’

‘Wie moet ik dan voor u oproepen?’ vroeg de vrouw.

‘Samuël,’ antwoordde Saul.

Toen de vrouw Samuël zag, begon ze luid te gillen.

‘Waarom hebt u mij bedrogen?” zei ze tegen Saul. ‘U bent Saul zelf.’

‘Wees niet bang,’ antwoordde de koning haar. ‘Zeg liever wat u ziet.’

‘Ik zie een geest uit de aarde opkomen.’

‘Hoe ziet hij eruit?’

‘Het is een oude man, gehuld in een mantel.’

Saul begreep dat het Samuël was. Hij knielde en boog zich eerbiedig neer” (1 Sam. 28:8-14).

 

Saul heeft het rampzalige gevolg van zijn daad ervaren door het plegen van zelfmoord. Het raadplegen van doden is geen vrijblijvende zaak, maar we hebben er een hoge prijs voor te betalen. De Bijbel maakt als volgt het verband duidelijk tussen het oproepen van een dode en het plegen van zelfmoord.

“Saul vond de dood omdat hij de Heer ontrouw was geworden en de woorden van de Heer in de wind had geslagen. Het ergste was dat hij de geest van een dode om raad was gaan vragen in plaats van de Heer te raadplegen. Daarom had de Heer hem gedood en het koningshuis overgedragen aan David, de zoon van Isaï” (1 Kron. 10:13,14).

 

We hebben met twee verklaringen kennis gemaakt: enerzijds dat er dingen uit het eigen onderbewuste naar boven kunnen komen, en anderzijds dat er werkelijk de geest van een dode kan spreken. Maar er is nog een derde mogelijkheid, dat we namelijk niet met een overledene zelf contact hebben, maar met een demon, die de overledene imiteert. Ik denk dat het in veel gevallen zo is. Wanneer New Agers zeggen dat ze communiceren met beroemde personen uit het verleden, ook bijbelse personen zoals Paulus en Ezechiël, dan moeten we er rekening mee houden dat het om demonen kan gaan die zich als deze personen presenteren.

 

Hekserij

 

In het bovengenoemde verhaal hebben we kennisgemaakt met de heks van Endor, die geesten opriep. Omdat in onze tijd de hekserij enorm in opmars is, willen we daar ook nader aandacht aan besteden. Zijn moderne heksen ook bezig met het oproepen van geesten en occulte zaken?

Wanneer vrouwen zich heks gaan noemen, hoeft dat nog niet altijd te betekenen dat ze met occulte zaken bezig zijn. Het kan ook gewoon een erenaam zijn die speciaal feministen hebben aangenomen. Maar in veel gevallen duidt de naam wel degelijk op terugkeer naar heidense religiositeit met de daarbij behorende occulte praktijken. De heksen zeggen zelf dat we de oorspronkelijke bron van het huidige heksendom moeten zoeken in de oude vruchtbaarheidsreligies, in de vrouwelijke vorm van religie.[17] In de moderne hekserij bespeuren we vooral een verlangen naar kracht, energie, en een vrouwelijke vorm van religie. Dit komt tot uitdrukking in de nieuwe verering van de Moedergodin of God als “Zij” en het doen van rituelen om spirituele krachten op te wekken.

In mijn eigen woonplaats bleek een echte heksenkring te bestaan. In de informatie die ik ontving, las ik:

“De Wicca (naam voor heks) in Nederland is op dit moment nog maar een heel kleine beweging. Dat is ook niet zo verwonderlijk, als je bedenkt dat het een religie is waarin  naast de religieuze feesten veel met magie wordt gewerkt. De essentie blijft echter een uiterst persoonlijke band tussen de mensen en de Goden – en deze intieme relatie wordt weerspiegeld in de organisatie van de moderne hekserij.”

Men gelooft noch in Satan, noch in Jezus, maar zoekt contact met goden en godinnen.

 “We vereren de Godin, de Godin van de Maan. In haar drievoudig aspect van Maagd, Moeder en Wijze Vrouw… We vereren de God, de Heer van leven en dood…”

De vraag is echter of deze Heer van leven en dood dezelfde is als de God van de Bijbel, de Vader van Jezus Christus die de sleutels van het dodenrijk heeft. Of gaat het om de grote Leugenaar die weliswaar onsterfelijkheid belooft, maar in werkelijkheid de eeuwige dood veroorzaakt.

 

De meeste heksen zijn hele normale mensen die bezig zijn met hun eigen geestelijke ontwikkeling en met het geven van hulp aan anderen in hun omgeving. Die hulp kan heel aards zijn, maar kan ook een talisman, een gesprek met tarotkaarten of magisch werk omvatten. Als je heks wilt worden, is het essentieel dat jij je voelt aangetrokken tot het religieuze deel van de Craft (deze heksenstroming), de jaarfeesten, de verbinding met de natuurkrachten en dergelijke. Daarnaast is het belangrijk dat je openstaat voor het occulte en magische, dat je erin bent geïnteresseerd en dat je de wil bezit om je daarbinnen een of twee gebieden eigen te maken. We treden dus de occulte wereld binnen met alle gevolgen van dien.

 

Zelfs bij vrouwen in de kerk is een groeiende interesse in hekserij te vinden, getuige het boek  Ruimte en Richting. In het boek worden drie heksen ondervraagd door Eva Ouwerhand. Zij schrijft:

“Vanaf het begin van mijn studie had ik me eigenlijk nauwelijks meer met de kerk bemoeid. Ik vond het maar een saaie boel in de kerk en ik had het gevoel dat de meditatiegroep waarin ik zat, mij veel meer te bieden had.

Met deze groep gingen we elk jaar naar een klooster, en daar ontdekte ik dat christen-zijn en je bezig houden met andere religieuze tradities, of het volgen van een boeddhistische meditatiemethode, elkaar niet hoeven uit te sluiten…

Zo langzamerhand kreeg ik het gevoel dat ik mij op een weg bevond, waarvan ik niet precies wist waar hij uit zou komen, maar die zich toch steeds duidelijker af begon te tekenen…

Na een tijd van afzetten tegen wat er allemaal mis was in de kerk, kreeg ik nu de gedachte dat ik de kerk misschien wel wat te bieden had. Ik besloot om de kerkelijke opleiding van de Nederlands Hervormde Kerk (opleiding tot predikant) te gaan volgen, en die keuze werd door mijn reis naar India nog versterkt.”[18]

Dat ze eerst door oosterse meditatie is heengegaan en zich nu voor hekserij interesseert, is niet verwonderlijk. Beide wegen voeren naar dezelfde occulte wereld.

 

In het boek doet Marieke uit de doeken hoe een heksenbijeenkomst precies verloopt.

“We zijn vriendinnen, dus eerst kletsen we even bij en drinken thee en zo. Voor het ritueel begint, trekken de vrouwen een energiecirkel door de vier elementen aan te roepen. Ieder element behoort bij een bepaalde windstreek en correspondeert met een bepaalde kleur, hoewel elke vrouw daarbij haar eigen associaties kan hebben…

De elementen worden opgeroepen en de energiecirkel wordt getrokken met een mes…

Binnen de cirkel roepen de vrouwen energie op. Ze roepen ook bescherming aan, dat er niet allerlei rare krachten binnenkomen. Binnen de energiecirkel worden de rituelen en meditaties gedaan.”[19]

Op een dergelijke wijze worden geesten opgeroepen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Amelie op een gegeven moment in meditaties allemaal godinnen is gaan zien.

 

Amelie beseft dat hekserij ook een gevaarlijke kant kan hebben. Ze ziet bepaalde zeer rechtse en fascistische tendensen in onze maatschappij die haar beangstigen. Deze sluiten in hun ideeën op sommige punten goed aan bij de herwaardering voor het vrouwelijke en de aarde in de Godinbeweging. Ze zegt:

“Daar heb ik het met mijn groepje heel duidelijk over gehad, dat we daar goed voor moeten opletten. Want de natuurreligie als zodanig kwam ook naar boven in de tijd van de opkomst van Hitler. De heksenbeweging, Wicca, was er toen ook al, en daar zaten heel enge figuren bij, daar moetje dus goed op letten. Op bepaalde punten sluit je heel goed aan bij het fascisme: het natuurlijke en de natuur, gymnastiek, gezond en Germaans. In die tijd is er veel onderzoek gedaan, juist naar oude rituelen.”[20]

Inderdaad, de nazi’s hielden zich bezig met meditaties en occulte zaken en vonden in de oosterse religies modellen voor hun nieuwe nazi-religie.[21]

 

Welke geesten?

 

Wat Amelie niet beseft is dat het gevaar van hekserij niet slechts iets bijkomstigs is. We moeten er rekening mee houden dat we door heksenrituelen in contact kunnen komen met de wereld van demonen. De vraag is actueel met welke geesten wij door dergelijke rituelen gaan communiceren.

Dan zijn we nu aan de vraag toe hoe we kunnen onderscheiden met welke geesten we te maken hebben. Wie zijn de godinnen die heksen zien? En als we met de verkeerde geesten in aanraking kunnen komen, waarom zou Janny Post dan door een demon zijn bedrogen en Johannes op Patmos de levende Heer hebben gezien?

New Agers maken terecht onderscheid maken tussen lagere entiteiten en hoge gidsen. Evenals er een rangorde is in de wereld van goede engelen – zo zijn er bijvoorbeeld aartsengelen en engelen -, is er ook in de wereld van de kwade engelen sprake van hoge gevallen engelen en lagere demonen. Maar New Agers beseffen niet dat er ook hoge gevallen engelen zijn. Ze geloven simpel dat de hogere gidsen goed zijn. Als ze zich goed voordoen, dan moeten ze wel goed zijn. We lezen bij Roman en Packer:

“Een gids van een hoog niveau zal inspirerend, liefdevol en prachtig aanvoelen. Je zult een gevoel van welzijn ervaren.”[22]

Dit vertelt de gids zelf aan hen. De geesten doen zich liefdevol voor. Maar de auteurs vragen zich niet kritisch af of ze werkelijk wel goed zijn. De satan doet zich voor als een engel van het licht; ook hij doet zich liefdevol voor, maar hij meent dat niet werkelijk. Op dezelfde manier kunnen mensen liefde bedrieglijk voorwenden. In de krant las ik het volgende verhaal.

“Scholen voor voortgezet onderwijs in Harderwijk gaan contactpersonen aanwijzen om meisjes beter voor te lichten in de strijd tegen de oprukkende loverboys. In totaal zitten al zestien meisjes in de hulpverlening na slachtoffer te zijn geworden van de knappe jongens die meisjes verleiden met als uiteindelijk doel hen in de prostitutie te brengen.

De meeste slachtoffers van loverboys zijn tussen de dertien en achttien jaar. De werkwijze is simpel. Meisjes worden, na een tijdje geobserveerd te zijn, benaderd door knappe jongens die de indruk wekken stapelverliefd te zijn. De meisjes worden overladen met cadeaus, etentjes en ritjes met mooie auto’s.

Vaak worden kwetsbare meisjes uitgekozen. Het gaat om meisjes met problemen thuis, of die al eerder slachtoffer zijn geweest van een zedendelict. Geleidelijk aan weken ze hun slachtoffers los van thuis en laten ze bij hen inwonen. Daarnaast worden meisjes vaak aan de drugs gebracht en na enkele maanden wordt ze tot prostitutie gedwongen” (ND, 15-1-2002).

Blindelings vertrouwen New Agers echter op hun geesten. In het boek van Janny Post heb ik geen enkele kritische vraag gevonden of de geleidegeest die zich Ezechiël noemt, werkelijk wel de echte profeet Ezechiël uit het O.T. is.

 

Janny Post meent het echte van het valse te kunnen onderscheiden door het licht dat een engel uitstraalt. Ze schrijft:

“De werkelijke overstijgende energie van liefde is altijd herkenbaar aan het licht. Entiteiten uit het licht zijn als het ware helder als kristal, waarin alle kleuren aanwezig zijn.”[23]

Maar ze beseft niet dat de duivel zich kan voordoen als lichtende gestalte, waarvoor Paulus waarschuwt (2 Kor. 11:14). Enkel aan het licht kan men de geesten niet toetsen.

 

Klimo vroeg een socioloog, Earl Babbie, in een interview naar het onderscheid tussen goede en slechte gechannelde wezens. Deze heeft het de entiteiten zelf gevraagd. We lezen:

“Als je ervan uitgaat dat het echt is, hoe kun je dan een goede van een slechte entiteit onderscheiden? Wij hebben dit benaderd door het de entiteiten te vragen. En we beginnen er enigszins een lijn in te ontdekken… het heeft te maken met een volmacht: Als de entiteit probeert jou zover te krijgen dat je hem volgt of probeert jou je macht te laten overdragen, dan moet je echt oppassen… Veel entiteiten zeggen dat het hun bedoeling is zichzelf overbodig te maken. Zij willen de mens alleen in staat stellen met zijn eigen intuïtie of hogere zelf of wat dan ook in contact te komen… (zodat) in de toekomst iedereen iets in mindere of meerdere mate zal channelen.”[24]

 

Een goede geest zal inderdaad mensen niet aan zich binden en de entiteiten in het citaat geven op zichzelf een juist criterium aan. Maar dat vrijheid wordt beloofd, kan echter ook een bedrieglijke belofte zijn. In de ashram in India zei men: “Hier ben je werkelijk vrij. Je hebt hier je eigen innerlijk licht.” Maar intussen werd je aan de goeroe gebonden die zelfs zei dat ze je eeuwig aan een koord had vastgebonden, als je een jaar in de ashram was geweest.

 

Voor Ursula Roberts is de zuiverheid van iemands geest van fundamenteel belang.

 “Als de aandacht en ontwikkeling echter worden gericht op hoge en zuivere gedachten, is het zeer waarschijnlijk dat tijdens de uittreding contact wordt gemaakt met een zuivere en hoge dimensie.”[25]

Er schuilt een kern van waarheid in haar betoog, als we tenminste onder zuiverheid ook nederigheid verstaan. We hebben gezien dat de satan een geest van hoogmoed is. Als iemand trots wordt door visioenen, weten we dat er van een verkeerde beïnvloeding sprake is. Demonen geven je het gevoel  dat je iets heel bijzonders bent en dat je een belangrijk werk te doen hebt. Janny Post schrijft in haar boek:

“Maar langzamerhand begon het kwartje te vallen en kreeg ik echt door dat ik zeer bijzonder was.”[26]

Maar ook als je oprecht bezig bent kun je nog misleid worden. Zelf zocht ik naar de waarheid, maar toch werd ik misleid.

 

Bijbelse richtlijnen

 

Aangezien al deze toetsingscriteria niet voldoen, gaan we nu verder om te onderzoeken hoe de Bijbel de geesten onderscheidt. De Bijbel leert ons niet af te gaan op subjectieve gegevens die bedrieglijk kunnen zijn, maar geeft objectieve criteria aan waar we ons aan vast kunnen houden.

Waarom worden toverij en het oproepen van geesten, zoals we hebben gezien, verboden? Ze brengen ons in het rijk van de duisternis. Waarom het gaat is dat we met de verkeerde geesten in contact komen, als we technieken toepassen om eigenmachtig, buiten God en Christus om, met de onzienlijke wereld contact te maken. De goede engelen kunnen we niet door een techniek oproepen. Als we bewust op ervaringen uit zijn, gaat het verkeerd. En dat gebeurt bijvoorbeeld in de hekserij.

Toen Catherina van Siëna, die zelf visioenen en openbaringen kreeg, zich afvroeg hoe ze misleiding kon onderkennen, gaf de Heer haar volgende onderricht.

“De duivel geeft wat de mens graag wil hebben. Wanneer hij ziet dat de mens begerig is naar spirituele visioenen en vertroostingen, dan doet de duivel zich aan die mens voor als een engel van het licht. Hij doet dat op verschillende manieren: soms als een engel, dan weer onder het mom dat hij Jezus is,  en een ander keer als een van de heiligen (of bijbelse personen).”[27]

Daarom is de techniek van het channelen gevaarlijk genoeg.

 

Maar stel dat we spontaan een bijzondere ervaring hebben. Dan nog hebben we de geesten te onderscheiden. Welk wapen hebben we dan? Hoe toetsen we dan die verschijning? Een monnik uit het Oosten had lang geleden deze ervaring. Hij kreeg een prachtige ervaring. Hij kreeg een verschijning van vurige paarden en wagens en er werd hem verteld dat ze hem in de hemel bij Jezus en Maria zouden brengen, als hij instapte. Hij wilde inderdaad instappen, maar op dat moment maakte hij volgens zijn gewoonte een kruisteken. Toen waren de paarden en wagens eensklaps verdwenen. Het was een satanische manifestatie geweest. Zijn wapen was dus het kruisteken geweest. We hebben al geleerd dat de satan het kruis van Jezus Christus haat. Daar, op het kruis is hij door Jezus verslagen. Een valse geest buigt niet voor het kruis van Jezus Christus. De goede engelen belijden en dienen Jezus Christus als de Gekruisigde, de eniggeboren Zoon van God en de Heiland der wereld. Daarom gaf Catherina van Siëna het juiste antwoord toen iemand haar vroeg hoe ze wist dat ze niet misleid werd.

“Ik geloof inderdaad dat ik misleid kan worden. Maar ik wend me tot de boom van het meest heilige kruis van Christus, de Gekruisigde; daar steun ik op. Daar wil ik mezelf aan vastnagelen. Ik ben er zeker van dat, als ik met Hem vastgenageld ben in liefde en nederigheid, de duivels geen macht over me hebben. En dit niet vanwege mijn eigen kracht, maar vanwege de kracht van Christus, de Gekruisigde.”[28]

Inderdaad, voor de gelovige is Jezus, de Gekruisigde, de enige betrouwbare Gids die ons werkelijk naar de hemel leidt.

 

De apostel Johannes reikt ons het enige echte criterium aan om werkelijk goede van slechte geesten te kunnen onderscheiden:

“Vrienden, de valse profeten die in de wereld rondgaan, zijn talrijk. Geloof niet iedereen, maar onderzoek of iemand door de Geest van God bezield wordt. Of het de Geest van God is, ziet u hieraan: iedereen die erkent dat Jezus Christus als mens gekomen is, behoort de Geest van God toe. Een iedereen die Jezus’ menszijn ontkent, behoort de Geest van God niet toe. Zo iemand wordt bezield door de geest van de vijand van Christus” (1 Joh. 4:1-3).

Johannes had het hier tegen gnostici die leerden dat Jezus een schijnlichaam had. Dat betekent dat Hij niet werkelijk aan het kruis zou zijn gestorven. Op deze wijze wordt de kruisdood geloochend. In het algemeen kunnen we zeggen dat een geest die Jezus Christus niet de eer geeft die Hem als Zoon van God toekomt en zijn verlossingswerk in diskrediet brengt, niet van God is.

Op de volgende manier beschrijft Paulus het verschil tussen de geesten:

“Daarom verklaar ik u: iemand die gedreven wordt door de Geest van God, kan nooit zeggen: Vervloekt zij Jezus, en nooit kan iemand belijden: Jezus is de Heer, als hij niet gedreven wordt door de heilige Geest” (1 Kor. 12:3).

 

De Heilige Geest is niet op te roepen

 

Met demonen kunnen we door een techniek contact maken, maar de Heilige Geest en ook de goede engelen kunnen we niet door een techniek oproepen. We kunnen de Heilige Geest ontvangen, als we in Jezus Christus geloven. Het is niet zo dat de gaven van de Geest van nature in de mens verborgen zijn en dat we ze zelf kunnen ontwikkelen. De Geest geeft zijn gaven aan wie Hij wil.

“Er zijn verschillende gaven, maar de Geest die ze geeft, is een en dezelfde. Er zijn verschillende manieren om elkaar te dienen, maar de Heer die de opdracht geeft, is een en dezelfde. Er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is een en dezelfde God die dit alles in allen bewerkt. Maar iedereen ontvangt de Geest tot welzijn van allen. De een ontvangt van de Geest de gave van wijsheid, een ander heeft dankzij dezelfde Geest de gave van kennis, en een derde legt door de werking van diezelfde Geest een groot geloof aan de dag. Door die ene Geest krijgen anderen de gave om zieken te genezen of de kracht om wonderen te doen, weer anderen de gave om uit naam van God te spreken, goede geesten te onderscheiden van duivelse, te spreken in vreemde klanken of de betekenis van die klanken uit te leggen. Maar al die gaven zijn het werk van een en dezelfde Geest, die daarvan aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil.” (1 Kor. 12:4-11).

Maar betekent dit we zelf niets kunnen en mogen en dat we ons passief moeten opstellen? Bepaald niet. We mogen wel bidden om de Heilige Geest. Jezus heeft beloofd dat wij de Heilige Geest ontvangen als we God daarom bidden:

“Is er een vader onder jullie die zijn kind een slang zal geven als het om vis vraagt? Of een schorpioen, als het om een ei vraagt? Ondanks jullie slechtheid weten jullie je kinderen dus goede dingen te geven. Hoeveel meer zal dan de Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen” (Luc. 11:11-13).

De belangrijkste gave van de Heilige Geest is de liefde. Het belangrijkste waar we om kunnen vragen en waar we volgens Paulus ook intens naar moeten streven, is de gave van de liefde. We mogen ook om andere gaven vragen.

“Jaagt de liefde na, en richt u ook op de gaven van de Geest, vooral op die van de profetie”, zegt Paulus (1 Kor. 14:1).

Maar dat betekent helemaal niet dat wij een techniek toepassen om die gaven te bemachtigen.

 

Gebed in de naam van Jezus is een middel om contact met de echte God te krijgen. We kunnen als christen dus ook een bewustzijnsverruimend middel toepassen: het gebed. Bedenk wel: de duivel imiteert alles. Hij stelt voor het goede gebed een verkeerde techniek in de plaats.

 

 

6. JEZUS-CHANNELING

 

We hebben in het vorige hoofdstuk diverse criteria behandeld waaraan we een valse geest kunnen herkennen. Er is het subjectieve criterium of iemand nederig is en liefdevol, maar er is ook de objectieve toetssteen of Jezus Christus als de Gekruisigde wordt beleden. We zullen in dit hoofdstuk doorgaan met het leren onderscheiden van geesten en dan speciale aandacht schenken aan Jezus-channeling.

 

Een valse Jezus

 

Het kunnen onderscheiden is noodzakelijk, want er zijn zelfs demonen die zich als Jezus presenteren! Dat dit mogelijk is, weten we uit de praktijk van het exorcisme en de bevrijdingsbediening. Als een exorcist boze geesten gaat uitdrijven, maken die zich soms als “Jezus” bekend. De Duitse evangelist Kurt Koch vertelt dat, als demonen die beweren Jezus te zijn, in de naam van Jezus Christus het bevel krijgen zich bekend te maken, ze gaan uitroepen: “Ik ben de onheilige Jezus” of: “Ik ben de Jezus van satan.”

Mensen kunnen een verschijning krijgen van een valse engel die zich Jezus noemt en/of ze horen een stem die zich als Jezus bekend maakt. Een pater-exorcist had in zijn bediening herhaaldelijk te maken met valse Jezussen, waarbij het om vroomgeesterij ging. Hij vertelde eens:

 “Laatst had ik te maken met een jongeman die beweerde dat Jezus hem verschenen was: die ‘Jezus’ had hem gezegd dat hij meer moest bidden. Wat hij ging doen. Een tijdje later verscheen die Jezus hem weer en beval hem het doen van een drietal goede werken aan. Wat hij ging doen. Maar weer wat later zei diezelfde Jezus ineens: ‘Maar die zonde zal ik je niet vergeven, ik ben heel boos op je!’ Waarop die jongen helemaal in elkaar klapte en hij bij mij terechtkwam. Ik heb hem verteld dat hij te grazen was genomen door een nep-Jezus: een demon die zich voor Jezus uitgaf.”

Een valse geest herkent men o.a. aan zijn hardheid. Men heeft niet altijd onmiddellijk door dat men bedrogen wordt, omdat demonen goed beginnen en vroom overkomen.

 

 

Dwaalleren?

 

Ook Janny Post, over wie we hiervoor geschreven hebben, beweert dat ze Jezus heeft gezien.

 “Zijn helblauwe ogen gingen dwars door me heen… Daar stond Hij in het kruis van licht… Daar leerde ik dat het kruis van het licht de Christusenergie is. De overschaduwing van Jezus in Christusgedaante. Jezus zag ik ook wel eens als persoon, dan zag ik hem als mens. Maar als er een bijzondere gebeurtenis plaatsvond zoals nu, dan was hij overschaduwd met het Christuslicht. Een zeer hoge energie van kracht van Weten, een kracht, een licht, een energie, die wij allen over ons heen kunnen laten schijnen als we tot vervolmaking van de ziel komen. Wanneer we verlicht zijn, kunnen we allen het contact maken met de Christusenergie.”[29]

Het is dus de vraag of ze de echte Jezus heeft gezien. We kunnen denken: waarom zou Paulus de echte Jezus hebben gezien en Janny Post niet? Hoe beoordelen wij dat? Helaas moeten we constateren dat ze dezelfde dwalingen omtrent de persoon van Christus verkondigt als de gnostici in de oude Kerk. De gnostici bedachten, zoals we gezien hebben, de dwaling dat Jezus bij de doop in de Jordaan een kosmisch bewustzijn, een Christusbewustzijn kreeg. Evenzo is voor New Agers Jezus dus een mens die door een Christusbewustzijn overschaduwd werd. Wij allen kunnen volgens hen een Christus worden.

Een valse geest zal dwaalleren en een onzuiver evangelie, ja een onzuiver Jezusbeeld verkondigen. Om een onzuiver Jezusbeeld te ontmaskeren is het belangrijk dat we de Bijbel goed kennen. Veel interesse heeft Janny Post niet om de Bijbel te lezen.

 “De Bijbel is voor mij een naslagwerk die ik af en toe nodig heb om mezelf te begrijpen.”[30]

Zo kan ze gemakkelijk worden misleid.

 

Volgens de Bijbel is er meer aan de hand dan alleen verkeerd denken als een dwaalleer verkondigd wordt. Achter de dwaalleer gaat een verkeerde geest schuil. Er zijn dus dwaalleren omdat er dwaalgeesten zijn. Zoals God een mens kan inspireren door de Heilige Geest, zo kan ook satan de gedachten van mensen beïnvloeden.

“De Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen het geloof zullen opgeven door te luisteren naar dwaalgeesten en naar wat demonen hun leren” (1 Tim. 4:1).

 

In het postmoderne denken is het niet meer gebruikelijk om van dwaalleren te spreken. Iedereen kan zijn eigen waarheid hebben. Men gaat niet meer van één Waarheid uit. Een reiki-meester schreef me: “Laat mijn Waarheid zuiver, dan kan ik jouw Waarheid ook zuiver houden.” Ook al denken we verschillend, we zouden dus beide waarheden als zuiver moeten beschouwen. Op deze wijze wordt alles tot waarheid en is er geen plaats meer voor dwaling en leugen. Dat lijkt op het eerste gezicht erg mooi en aantrekkelijk, maar het betekent wel dat we niet meer alert zijn op misleiding en de leugens van de satan niet meer doorzien. En daar is het de satan juist om te doen.  Hij is maar al te blij als we niet meer in dwaling, leugen of zonde geloven… Dan kan hij ons gemakkelijk op zijn pad meetrekken.

Het New Age denken is voor velen aantrekkelijk, omdat het minder dogmatisch zou zijn en minder zwart-wit. Dat zwart-wit denken van de christenen stoort de mensen zo. Maar de schijn bedriegt. Als we het New Age denken gaan analyseren, vinden we net zo goed stellige uitspraken. Ze zijn alleen niet christelijk of zelfs uitgesproken antichristelijk. Zelfs een nieuwe manier van zwart-wit denken vinden we in de New Age: New Age denken is dan prima, maar christelijk denken vals.

Omdat we nu in verband met De Cursus in wonderen nader met New Age leringen gaan bezig houden, willen we eerst in het algemeen de principes van het nieuwe denken onder de loep nemen.

 

New Age leringen

 

New Agers zijn van mening dat we het christelijke denken achter ons moeten laten. We moeten anders leren denken. Als de Bijbel zegt dat we geen geesten moeten oproepen, zeggen zij: dat willen we juist wèl doen, dat is goed, want dan verruimen we ons bewustzijn.

Hun ideeën wijken heel sterk af van wat christenen geloven:

 

 

Voor New Agers is het christelijke denken duister, maar voor de christen zet dat “nieuwe” denken de realiteit op zijn kop. Het is maar net van welke kant je het bekijkt. Pas als we zicht hebben op de onzienlijke geestenwereld, begrijpen we wat hier in feite aan de hand is.

 

Een Cursus in wonderen

 

Een ander voorbeeld van “Jezus-channeling” is Een cursus in wonderen[31]. Er zijn in de gehele wereld reeds miljoenen exemplaren van dit boek verkocht en ook in Nederland gaan ze als zoete broodjes over de toonbank. De cursus wordt verstaan als “een heilzame correctie op de bijbelse boodschap”, maar is dit waar?

 

Als volgt kwam het boek tot stand. “Dit is een cursus in wonderen. Maak alsjeblieft notities.” Zo begon in 1965 een wonderlijk proces van channeling, dat zich gedurende een periode van zeven jaar aan de psychologe en atheïste Helen Schucman voltrok. In die tijd was Helen Schucman als professor in de klinische psychologie werkzaam aan de Columbia universiteit in New York. Omdat de sfeer op haar afdeling uiterst competitief en gespannen was, had ze kort tevoren samen met haar collega William Thetford besloten dat er ‘een andere weg moest zijn’. Vanaf dat moment begon Helen Schucman mystieke visioenen te krijgen. Deze waren de voorbode van de innerlijke geluidloze stem, die zich als niemand minder dan Jezus aan haar bekend maakte. Ondanks de weerstand die ze voelde, volgde ze de aanwijzingen op en maakte ze in steno aantekeningen, die Thetford dan naderhand uittypte. Het uiteindelijke resultaat was een dik boekwerk in drie delen: een Tekstboek, een Werkboek met 365 lessen (één voor elke dag van het jaar) en een Handboek voor leraren. Tot haar dood toe heeft Schucman echter de grootste moeite met de inhoud van de Course gehouden. Ooit schijnt ze te hebben gezegd: “Ik weet dat het werkt, maar ik geloof er alleen niet in.”[32]

Alleen al de wijze waarop de Cursus is ontstaan wijst erop dat ze de stem van een valse Jezus heeft gehoord, want ze wordt als een robot gebruikt. De stem, die ze de baas noemt, gebruikt haar voor zijn eigen doel: een boodschap door te geven. Het interesseert hem niet of zij er zelf in gelooft, als zij zijn boodschap maar opschrijft. Maar wanneer de echte Jezus zich openbaart, is er sprake van een persoonlijke relatie. Jezus is in ons geïnteresseerd. Hij vraagt van ons geloof en vertrouwen.

 

Tal van New Age leringen herkennen we in de Cursus. Het begint er al mee dat we totaal anders moeten leren denken. We lezen:

“Om deze cursus te leren dien je bereid te zijn iedere waarde die jij erop nahoudt in twijfel te trekken.”[33]

We ondergaan een soort grootscheepse hersenspoeling. Niet alleen wordt het traditionele christelijke denken aangevallen, ook het gewone menselijke denken wordt net als in de Hindoefilosofie, op zijn kop gezet. Waar het om gaat is dat we alles wat aards en tijdelijk is, ook onze eigen unieke persoonlijkheid, het ego genoemd, als een illusie leren zien. Pijn en lijden, zonde en welk kwaad ook tot aan de dood toe, zijn maar schijn. Wanneer ons iets naars overkomt, stel bijvoorbeeld dat een vriend ons in de steek laat, en we lijden eronder, dan hebben we de illusie van de pijn niet doorzien. Het kwaad zit volgens de cursus in ons eigen denken: wij denken ten onrechte dat onze vriend de schuldige is. We moeten leren vergeven, hetgeen betekent dat we erkennen dat de ander ons totaal niets heeft aangedaan. We lezen:

“Vergeving ziet dat wat je dacht dat je broeder jou heeft aangedaan, niet heeft plaatsgevonden. Wat ze niet doet is: zonden kwijtschelden en ze werkelijk maken. Ze ziet dat er geen zonde is geweest.”[34]

We moeten daarom de volgende oefening doen en het volgende leren beseffen:

 “Het zijn alleen jouw gedachten die je pijn bezorgen. Niets buiten je denkgeest kan jou op enigerlei wijze schaden of verwonden. Er is geen oorzaak buiten jezelf die op je neer kan komen en bedruktheid kan brengen. Niemand anders dan jij beïnvloedt jou. Er is niets ter wereld dat de macht heeft jou ziek bedroefd, zwak of fragiel te maken.”[35]

 

In feite maken wijzelf de wereld. De wereld zou dus slechts een projectie van onszelf zijn, alsof we zelf God zijn die schept. In New Age zijn we zelf onze eigen god.

 “Wonderen stellen je in staat zieken te genezen en doden op te wekken, want jij hebt ziekte en dood zelf gemaakt en kunt daarom beide afschaffen.”[36]

Op deze manier zijn we zelf schuldig aan al het lijden dat we ondergaan. Ook iedere ziekte is onze eigen schuld. Is dit geen keiharde filosofie? We hebben reeds gezien dat hardheid het kenmerk is van een valse geest. Als het niet uitmaakt wat er gebeurt, worden we bovendien totaal onverschillig. Wat in de Cursus “liefde” wordt genoemd, is in wezen een hele diepe onverschilligheid.

De oplossing die ons wordt geboden is om te doen alsof we goddelijk en onaantastbaar zijn.

“Je moet tegen jezelf zeggen: Ik ben de heilige Zoon van God zelf. Ik kan niet lijden, ik kan geen pijn hebben, ik kan geen verlies lijden, noch nalaten alles te doen wat verlossing me vraagt.”[37]

Stel je voor dat iemand kanker heeft en ondraaglijke pijnen lijdt. Dan zouden we tegen hem moeten zeggen: “Verbeeld je maar dat je geen pijn hebt. Jouw pijn is maar irreëel.”

 

Het lichaam als zodanig wordt als onwerkelijk en waardeloos beschouwd.

“Zolang je het lichaam als jouw werkelijkheid ziet, zolang zul jij jezelf als eenzaam en misdeeld beschouwen.”[38]

We worden opgeroepen tot een passiviteit die een psychiatrische patiënt kan kenmerken.

“Met iets doen is het lichaam gemoeid. En als je inziet dat je niets hoeft te doen, heb je uit je denkgeest de waarde van het lichaam weggenomen. Het is de snelle openstaande deur waardoor jij voorbijglipt aan eeuwen van inspanning, en aan de tijd  ontsnapt.”[39]

Het aardse leven moeten we als waardeloos beschouwen.

“De wereld die jij ziet, heeft jou niets te bieden wat je nodig hebt, niets wat jij op enigerlei wijze kunt gebruiken, en helemaal niets wat dient om jou vreugde te verschaffen.”[40]

Ja, hier word je bepaald niet vrolijker van.

Als je zo normaal bent om de wereld als werkelijk te beschouwen, word je in deze Cursus voor krankzinnig uitgemaakt.

“Een krankzinnige denkt dat de wereld, die hij ziet werkelijk is en twijfelt er niet aan.”[41]

 

We kunnen niet anders dan concluderen dat we in de Cursus met een perverse geest te maken hebben.

Als deze geest het normale menselijke denken op zijn kop zet, hoeven we ons er ook niet over te verbazen dat hij bovendien het gewone christelijke denken op zijn kop zet. Wat in het traditionele christelijke denken als essentieel wordt aangemerkt, moeten we in de Cursus als waardeloos en zelfs als krankzinnig beschouwen.

Het zou volgens deze Cursus geen zin hebben om God te loven en te prijzen, zoals in de christelijke eredienst gebeurt.

“In de Bijbel wordt herhaaldelijk gezegd dat je God moet prijzen. Dit betekent beslist niet dat je Hem zou moeten zeggen hoe geweldig Hij is. Hij heeft geen ego waarmee Hij zo’n lofuiting in ontvangst kan nemen, en geen waarneming waarmee Hij die beoordelen kan.”[42]

God wordt hier dus in diepste wezen als onpersoonlijk beschouwd.

Weliswaar worden veel christelijke begrippen gebruikt in de Cursus: God, de Zoon van God, Christus, de Heilige Geest, vergeving, verzoening, genade, gebed, vrije wil, zegen, naastenliefde, laatste oordeel, wederkomst en antichrist, maar deze begrippen krijgen een heel andere inhoud. Zo is Jezus niet de unieke Zoon van God, want wij zijn allemaal de Zoon van God.

“Er moet vooral worden opgemerkt dat God slechts één Zoon heeft. Als al Zijn scheppingen Zijn Zonen zijn, moet elk een integraal deel van het gehele Zoonschap uitmaken.”[43]

Jezus als God vereren noemt de cursus afgoderij.

“Wrange idolen zijn er gemaakt van hem die slechts een broeder voor de wereld wilde zijn.”[44]

We zouden Jezus ook niet nodig hebben om in de hemel te komen.

 “Je hebt geen hulp nodig om de Hemel binnen te gaan, want je hebt die nooit verlaten.”[45]

Deze cursus biedt zodoende beslist geen heilzame correctie van de bijbelse boodschap, maar bevat een vlijmscherpe aanval op het christelijke geloof.

 

We proeven in de Cursus de woede van satan, als het om het kruis van Christus gaat. Daar hebben de apostelen volgens de stem natuurlijk niet veel van begrepen. Het is begrijpelijk dat de stem de boodschap van de apostelen niet kàn en niet wil accepteren. De duivel haat het kruis omdat Jezus hem door zijn kruisdood verslagen heeft. Daarom probeert de “Jezus” van de Cursus de kruisdood in diskrediet te brengen als zinloos en dwaas. We lezen bijvoorbeeld:

 “Ik heb je ook gezegd dat de kruisiging de laatste zinloze reis was die het Zoonschap moest maken en dat ze voor ieder die haar begrijpt bevrijding van angst betekent.”[46]

Zoals we hierboven hebben gezien wist Catherina van Siëna zich veilig door zich aan het kruis vast te klampen. Natuurlijk wil de duivel dit niet hebben, want dan is hij ons kwijt en daarom zegt de

stem:

“Bega niet de jammerlijke fout je vast te klampen aan het oude, robuuste, ruwhouten kruis. De enige boodschap van de kruisiging is dat je het kruis overwinnen kunt.”[47]

 

We hebben dus een drietal aanwijzingen gekregen dat we met een valse Jezus te maken hebben: de “Jezus” van de Cursus gebruikt Schucman als een robot en hij kent geen persoonlijke communicatie. Zijn filosofie is keihard en hij haat het kruis van Jezus Christus. Als Schucman deze geest kritisch had getoetst, had hij zich waarschijnlijk bekend gemaakt als de “Jezus van satan.”



[1]  Herstel, mei 2001, p. 16.

[2]  Paul Eshleman. Geraakt door Jezus, Doorn: Agape, 1999, p. 75,76.

[3]  Prana, nr. 128, p.57.

[4]  zie Jenkins. Hidden Gospels. Oxford: University Press, 2001.

[5]  id. p.57.

[6]  Reflections of the Christ, Findhorn 1977, p. 36v..

[7] Channeling, p. 250.

[8]  Janny Post. Liever leven met engelen, Eeserveen: Akasha, 1997, p. 127,128.

[9]  Contact met je gids, p. 32.

[10]  Id., p. 9.

[11]  Texe Marrs. Dark secrets of the New Age, Illinois:Crossway books, p. 100.

[12]  Id. p. 101.

[13]  Dialoog met de natuur, p. 32.

[14]  Id., p. 34.

[15]  Id., p. 55.

[16]  Id., p. 58.

[17] Gisela Graichen. De nieuwe heksen. De Kern, 1987.

[18] Riet Bons-Storm e.a. Ruimte en Richting,  Boekencentrum, 1990, p. 30.

[19] Id. p. 93,94.

[20] Id., p. 107.

[21] Victor en Victoria Trimondi. Hitler-Buddha-Krishna, Wenen:Ueberreuter, 2002.

[22]  Contact met je gids, p. 48.

[23] Id, p. 58.

[24]  Channeling, p. 214.

[25]  Alles over mediumschap, p. 55.

[26]  Liever leven met engelen, p. 164.

[27]  Catherina van Siena. De Dialoog, paragraaf 71.

[28]  The letters of St. Catherina of Siena, Birghanton 1988, p. 79.

[29]  Liever leven met de engelen, p. 132,133.

[30]  Id., p. 163.

[31]  Een cursus in wonderen, red. Glaudemans, Deventer: Ankh-Hermes, 1999.

[32]  Onkruid, nr. 132.

[33]  T23,XXIV,In.

[34]  W deel II,1,1.

[35]  W190,5.

[36]  T1,I,24.

[37] W191.

[38] T15, XI,5.

[39] T18,VII,7.

[40]  W128,1.

[41]  W132,1.

[42]  T4,VII,6.

[43]  T2,VII,6.

[44]  VvT5.

[45]  VvT1.

[46]  T6I,2.

[47]  T4,III,In.