In New Age kent men tal van
technieken om het bewustzijn te verruimen en met geesten te communiceren. Men
maakt daarbij vaak gebruik van oosterse meditatietechnieken. De bekendste zijn
Zen-meditatie en Transcendente Meditatie.
Oosterse goeroes hebben ze in
het Westen geïntroduceerd als neutrale technieken die niet aan een bepaalde
religie gebonden zouden zijn en die men dus ook als christen zou kunnen
beoefenen. Inderdaad zijn ook christenen deze meditatietechnieken gaan
beoefenen en er zijn zelfs kloosters waar men yoga en zen in de christelijke
spiritualiteit heeft geïntegreerd. Is dit verantwoord?
Wijlen ds. Van Dam, een bekende
protestantse exorcist, vertelde eens dat demonen hadden uitgeroepen: “Wij
hebben toegang tot de katholieke kerk door de yoga en de zen in de kloosters.”
Of dit waar kan zijn en hoe dit mogelijk is, willen we nu zien te begrijpen.
In de oosterse filosofie gaat
men er van uit dat men de verlichting kan bereiken door het denken uit te
schakelen. De goddelijke werkelijkheid is, zegt men, boven alle woorden en
gedachten verheven. Verlichting betekent dan ook dat men alle woorden en
gedachten overstijgt en in een toestand van innerlijke leegte opgaat in het
goddelijke. De toestand die men zo bereikt is niet in woorden te vatten. De
Boeddha kon ook niet werkelijk in woorden uitdrukken wat deze toestand van
verlichting, die hij het Nirvana noemde, inhoudt. Het is echter nooit het doel
van christelijke spiritualiteit geweest het denken totaal uit te schakelen en
een leeg vat te worden. Theresia van Avila waarschuwde voor een dergelijke
geestestoestand. Ze zei:
“Nooit
mogen wij proberen het eigen verstand door allerlei kunstgrepen stil te leggen
om daar innerlijk, leeg en werkeloos als dwazen te blijven wachten en uit te
kijken of God (de verlichting) niet komt.”[1]
Het is niet alleen dwaas om jezelf leeg te maken, maar ook gevaarlijk. Want als je je denken uitschakelt en je jezelf innerlijk leeg maakt, word je een vat voor allerlei machten en krachten die niet van God zijn. Zo kunnen de demonen inderdaad greep op je krijgen. Dan kunnen we ook het verhaal begrijpoen van de hindoe die een strijd tegen krankzinnigheid te voeren kreeg, omdat hij meditatie beoefende en zijn geest leegmaakte. Maar geldt dit ook voor zen?
Laten we nu eerst zien wat men door zen-meditatie kan ervaren. Prof. H. van Straelen SVD, die zelf een tijdlang in Japan zen-meditatie heeft beoefend, vermeldt in zijn boek De niet christelijke godsdiensten en het christendom hoe Imagita Kôsen, een van de grote zen-meesters uit de Meiji- Periode (1868-1912) de volgende beschrijving van zijn verlichtingservaring geeft:
“Gedurende de nacht, tijdens een za-zen oefening, was plotseling de afscheiding tussen vroeger en later weggevallen. Ik trad het rijk van het wonderbaarlijke binnen en bevond mij in het land van de grote Dood. Iedere waarneming van het Zijn van alle dingen en van het Ik was verdwenen. Ik voelde slechts hoe in mijn lichaam een geest zich tot duizenden werelden uitbreidde en hoe een oneindige lichtglans ontstond. Na een korte wijle begon ik te ademen. Als bij een bliksemflits waren ineens zien, horen, spreken en mij bewegen geheel anders geworden. Toen ik de hoogste waarheid en de wonderbaarlijke betekenis van het universum zocht, was mijn eigen Zelf zeer helder en alle dingen lagen voor mij open. In een overmaat van verrukking vergat ik dat mijn handen zich vanzelf op een neer bewogen en dat mijn voeten begonnen te dansen.’”[2]
Kôsen is niet in contact
gekomen met de levende God, maar met een Doodsgeest.
Hakuin (1685-1768), die door
Suzuki de stichter van de moderne zen wordt genoemd, beschrijft zijn eerste
verlichtingservaring als volgt:
“In
mijn 24ste levensjaar verbleef ik gedurende de lente in het
Eiganji-klooster en beoefende ijverig ascese. Ik sliep in het geheel niet noch
overdag noch ’s nachts en ik vergat te
eten. Plotseling stond de Grote Twijfel voor me. Ik voelde me geheel verstijfd
en bevond me in een vele duizenden kilometers grote ijsvlakte. Een heel
buitengewone heldere ongereptheid kwam in mij op. Ik kon noch vooruit noch
achteruit lopen, maar was buiten mijn zinnen. Alleen het éne woord niets
stond voor me. Bij de les van de meester hoorde ik wel de verklaring en toch was
het nu alsof ik in de lucht zweefde. Deze toestand duurde verschillende dagen
tot ik ’s nachts de tempelklok hoorde en de omwenteling ervoer. Het was als het
barsten van een ijslaag of het ineenstorten van een kristallen toren. Toen ik
plotseling wakker werd, gebeurde met mij hetzelfde als met meester Yen-t’ou,
die de drie momenten van de tijd, te weten verleden, heden en toekomst,
doorleefde. Met luider stem riep ik uit: Hoe wonderbaarlijk toch! Er is geen
ontlopen meer nodig uit de kringloop van leven en dood, noch is er een streven
naar verlichting vereist. De 1700 ingewikkelde kôan-opgaven zijn niet waard
bekeken te worden. Mijn trots verhief zich als een berg, hooghartigheid
en geestdrift borrelden op als een vloed. Ik dacht heimelijk dat er sedert twee-of
driehonderd jaar nog nooit zo’n doorbraak gepaard met zulk een verrukking als
de mijne geweest was. In deze stemming vertrok ik naar de provincie Shinano.”[3]
Ook hij heeft God niet ontmoet,
maar de Twijfel en het Niets. Zijn ervaring heeft hem vreselijk trots gemaakt.
We hebben geleerd waar een geest van hoogmoed vandaan komt.
Oosterse verlichting is heel
wat anders dan wat in de Bijbel met “verlichting” wordt bedoeld. In de brief
aan de Hebreeën (zie Hebr. 6:4) wordt met de verlichting, zo leren we uit de
oudchristelijke literatuur, de doop bedoeld. Wat deze verlichting inhoudt,
vertelt de kerkvader Cyprianus (210-258 n. Chr.), die na zijn bekering als
volwassene werd gedoopt:
“Ik was
gebonden door de talloze zonden van mijn oude leven en ik kon niet geloven dat
ik daarvan bevrijd kon worden. Dus was ik geneigd om maar in deze situatie te
berusten en aan mijn ondeugden toe te geven, alsof ze nu eenmaal bij me
hoorden. Maar nadat door het bad der wedergeboorte (de doop) deze smet van mijn
vroegere jaren was weggewassen en een licht van boven, helder en zuiver, in
mijn verzoende hart was binnengekomen, - nadat door de Geest van boven een
nieuwe geboorte mij tot een nieuw mens had gemaakt -, toen begon, op een
wonderbare wijze, wat onzeker was voor mij zeker te worden. Verborgen dingen
werden geopenbaard, duistere dingen werden helder, wat tevoren moeilijk had
geleken, kon nu verwerkelijkt worden en wat onmogelijk leek, kon mogelijk
worden. Vroeger was ik vlees, zondig, van de aarde, maar nu was ik van God en
was ik bezield met de Geest van heiligheid.”[4]
Deze verlichting betekent dat
we een nieuwe schepping worden: we worden een kind van God en ontvangen de
Geest van liefde en heiligheid.
Het Zenboeddhisme is in China
ontstaan en vanuit China naar Japan gekomen, waar het grote invloed heeft
uitgeoefend op de literatuur en de kunst. Omdat het moeilijk is aan niets te
denken, zijn er allerlei hulpmiddelen, zoals bijvoorbeeld de mondo
(dialoog) of de kôan (een irrationele spreuk), om het denken te laten
doordraaien en de mens zo voor de “verlichting” rijp te maken.
Om een paar voorbeelden van een
mondo te geven:
Een kôan is een korte,
veelal onlogische en onbegrijpelijke spreuk. Om een paar voorbeelden te geven:
Soms wordt er fysiek geweld
toegepast. Prof. van Straelen schrijft:
“Wij
horen van een meester die de zware deur van de kloosterpoort dicht wierp juist
toen een leerling passeerde en zo diens been brak. De leerling bereikte op dit
ogenblik de verlichting. Een andere meester liet zijn leerlingen onbarmhartig
afranselen terwijl hij zei: ‘Als je het niet begrijpt, dertig stokslagen. Als
je het wel begrijpt, ook dertig slagen.’”
Een tweede stap op de weg naar
het bereiken van deze innerlijke leegte, - zo vervolgt Prof. van Straelen –
bestaat uit bepaalde voorstellingen, die als in een hallucinatie voorbijtrekken.
“Men
ziet bijvoorbeeld de gestalten van wezens die er niet zijn. Soms verschijnen
wilde dieren of één groot oog waardoor men aangestaard wordt. Doordat het
verstand in zijn normale werking stilgelegd wordt, is het alsof uit de diepten
van het onderbewustzijn vormen en gedaanten opstijgen en zelfs tot dusver
ongekende krachten zich presenteren. Dit moet verklaard worden door het
onderbreken van wat men het gewone positieve denk- en wilsleven kan noemen… Na
enige tijd is het alsof hij ‘uitgeleefd’ is en wordt het stil in hem.”[5]
En dan kan de verlichting
komen, denkt men.
Het doel van de zen-meditatie
is dus ook om het normale denken volledig uit te schakelen. We moeten er dan
ook ernstig rekening mee houden dat de ongekende krachten die worden opgewekt,
demonische machten zijn.
Dat men op deze wijze niet God
ontmoet maar duistere geesten, blijkt ook uit de “ethiek” van Zen.
Zo vindt men in een van de
oudste zen-gedichten de volgende raadgeving:
“Als
gij de volle waarheid wilt weten, bekommert u dan niet om goed en kwaad. Het
conflict tussen goed en kwaad is juist de ziekte van de geest.”
Door de zen-verlichting houdt
de zedelijke orde op, hetgeen fundamenteel in strijd is met de christelijke en
ook algemeen menselijke normen en waarden. In het christendom geeft de
verlichting ons een geest van naastenliefde en heiligheid, zoals we bij
Cyprianus zagen.
Door de Maharishi, een Indiër,
die in Nederland, in Vlodrop, woont, en de goeroe is van de Transcendente
Meditatie (T.M.) wordt ons een mooie belofte gedaan: we hoeven per dag maar
twee keer twintig minuten te mediteren en dan breekt voor ons het paradijs, de
tijd van de grote verlichting aan. Als er wereldwijd een bepaald aantal mensen
gaat mediteren, dan zal de hemel op aarde komen.
We hebben in een vorig artikel
geleerd dat mooie beloften die niet waar gemaakt worden, uit de koker van
demonen komen. We zien in de praktijk dat mensen, die er vol verwachting aan
begonnen, negatieve ervaringen hebben opgedaan. Van mensen die aan T.M. hebben
gedaan heb ik vernomen, dat velen met psychische klachten afhaken of zelfs
zelfmoord hebben gepleegd.
Toch zegt de Maharishi dat het
om een neutrale ontspanningstechniek gaat die door iedereen beoefend kan
worden, ongeacht de religieuze achtergrond. Maar we hebben hierboven gezien dat
oosterse meditatie niet neutraal is, maar uitgaat van principes die haaks op
het christelijk geloof staan. Dat geldt ook voor de T.M. De Maharishi verzwijgt
dan ook belangrijke achtergrondinformatie.
Wil de meditatietechniek
effectief zijn, dan moet men worden ingewijd. De meeste mensen die aan T.M.
beginnen, beseffen helemaal niet wat ze meemaken. In werkelijkheid gaat het om
een puja. Daarover vertelt Rolf Wennekes het volgende:
”Iedere
vorm van offerande of puja is hecht verweven met het dagelijkse leven
van de hindoe. Zij neemt in zijn leven op de cruciale momenten een belangrijke
plaats in en verzekert hem in beslissende levensfasen, zoals geboorte,
naamgeving van de pasgeborene, huwelijk en dood, van de kracht van zijn
spirituele mentor (goeroe) of de gekozen godheid (ishtadevata). De
oosterling wordt vanaf zijn geboorte vertrouwd gemaakt met inhoud, betekenis en
functie van de puja die in zoverre een lange traditie heeft daar het
principe van offeren teruggaat op de oud-vedische yajna-gedachte zoals
vervat in de Yajurveda: rituele teksten waarmee de zegen van godheden over de
mens wordt afgeroepen.”[6]
Een puja houdt dus een
offerande in aan Indiase goden en goeroes. Daardoor kunnen goden en geesten
worden opgeroepen. Tijdens de inwijdingsplechtigheid worden de overleden
meesters van de Maharishi en andere overleden leraren aangeroepen. De grote
aanroeping is als volgt:
“Onophoudelijk buig ik mij eerbiedig neer voor
Narayana (en andere overleden leraren) enz. Ik buig neer voor de woonplaats van
de openbaring, de traditie en de Purana’s, de woonplaats van mededogen, voor de
voet van de Eerwaarde, voor Shankara, de wereldbegunstiger. De goedgunstige
Meester Shankara enz. prijs ik keer op keer. Bij wiens poort de volledige
vergadering der goden ononderbroken om volmaaktheid smeekt, na gebogen te
hebben voor de voet van de wereldleraar… en Brahmananda Saraswati (de overleden
leraar van Maharshi) de voortreffelijkste van de goeroes, die één en al licht is.”
Men gaat zo deel uitmaken van
de religieuze traditie van Indiase goeroes. Een meisje dat werd ingewijd zag
dat, terwijl de leraar alle namen in het Sanskriet opriep, één voor één mannen
in vreemde kledij met bloemen verschenen in de bewierookte halfduistere
initiatiekamer. Dit betekent dat er daadwerkelijk geesten worden opgeroepen.
De inwijdelingen behoren fruit,
bloemen en een witte zakdoek mee te nemen. Gewoonlijk beseft men niet dat een
dergelijke puja voor de goden bedoeld is. Een van de goden die worden
aangeroepen is Shiva, de meester van de yoga, de god van de vernietiging. Als
volgt luidt de offerande aan hem:
“Ik
buig voor hem die wit is als kamfer, de belichaming van mededogen, de essentie
van de samsara, hem die de koning der slangen als halssnoer draagt (Shiva), die
gedurig woont in de lotus van het hart, voor Shiva tezamen met Parvati. Ik bied
de kamferlicht-ceremonie aan; heil de lotusvoeten van de luisterrijke leraar.”[7]
Omdat de teksten in het
Sanskriet zijn, weet de inwijdeling totaal niet dat hij zo contact maakt met de
Indiase godenwereld.
Bovendien krijgt men een spreuk
(mantra) mee die men in de meditatietijd moet repeteren om het gewone
denken stil te leggen. Zelfs T.M.-leraren weten niet beter of het zou om een
neutrale spreuk gaan, maar Rolf Wennekes legt op overtuigende wijze uit dat dit
bepaald niet het geval is. Hij schrijft:
“Niet
of nauwelijks bekend in T.M.-kringen is, dat de leer van de mantra’s in het
klassieke Indiase denken uitvoerig wordt behandeld door de diverse tantra-scholen.”[8]
In werkelijkheid reciteert men
het machtswoord van een hindoegod, waardoor men in contact komt met die god.
Wennekes schrijft:
“In de
klassieke mantrashastra’s wordt een mantra dan ook altijd aan een
bepaalde godheid gerelateerd. Mantra’s behoren, aldus Arthur Avalon, tot
bepaalde godheden… Voor de hindoeïstische tantristen bewerkstelligen mantra’s
de identiteit met de godin; het samensmelten met wat een mantra
symboliseert, is het uiteindelijke doel van de mantra.”[9]
Iedere leeftijdgroep blijkt een
eigen mantra te hebben. In groep I (4-24 jaar) behoort de mantra
tot Saraswati, de godin van de wijsheid. In groep II (25-35 jaar) behoort de mantra
tot Lakshmi, de godin van de rijkdom. In groep III (36-45 jaar) behoort de mantra
tot Kali, de meest afschuwwekkende godin van het hindoeïstische pantheon. Haar
blote lichaam is zwart, zij heeft een ketting van schedels om en staat in een
boot op een zee van bloed. In groep IV (46-55 jaar) behoort de mantra tot
Bhuvaneshvari, de heerseres van de aarde. Alleen in de laatste groep gaat het
om een bestaand woord uit het Sanskriet dat “rust” betekent.
Volgens de Maharishi brengt de mantra
de mediterende in contact met een neutrale transcendente toestand. We
kunnen echter de goden moeilijk neutraal noemen. We komen niet in aanraking met
“iets neutraals”, maar met krachten en machten in de geestenwereld. In de
onzichtbare geestenwereld hebben we te maken met machten die of goed of slecht
zijn, met engelen en demonen. Iemand die ermee begon, ervoer dat ze heel hard
op haar hoofd werd geslagen; dat was zo gauw niet meer te stoppen. Ze ervoer
concreet dat men door T.M. onder invloed van demonische machten kan komen.
Ik wil nu Harry aan het woord laten die zelf aan T.M. heeft gedaan.
“Omdat ik behoorlijk tegen
mezelf aanliep ging ik op zoek naar een methode om rust te vinden in mijn
leven. Ik meende dat te vinden in T.M. wat aanvankelijk leek te werken. Maar ik
merkte dat je al gauw meer cursussen moest volgen die duizenden guldens kostten.
De zgn. rust die je meende te ervaren bracht overigens weinig praktisch
resultaat met zich mee.
Hoe verder ik vorderde hoe meer
ik me in feite afzonderde van de dagelijkse activiteiten. Ik stond steeds later
op, was altijd enorm moe en verlangde voortdurend naar het moment om weer in
meditatie te gaan. Naarmate ik meer gevorderde technieken leerde, bemerkte ik
dat de mantra’s niet zomaar klanken waren zoals beweerd werd, maar dat
het namen van Hindoegoden waren.
Gaandeweg merkte ik dat mijn
T.M.-vrienden steeds vaker geestelijk in de problemen raakten. Sommigen moesten
worden opgenomen voor psychiatrische behandeling.
Het begon me echt op te vallen
hoe velen in de vernieling raakten, dat zette me echt aan het denken: was het
wel zo goed, ik was immers ook altijd zo moe. Je hoorde ook van zelfmoorden.
Het keerpunt kwam voor mij toen een vriendin van me geestelijk in de war raakte. Ze moest worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, en hoorde alsmaar stemmen en zag voortdurend licht. Een dwingende stem beval haar alsmaar in kringetjes rond te lopen, waardoor ze voortdurend tegen de muur van haar kamer aanliep. Ten slotte, na een miserabel jaar, gebood de stem haar voor een aanstormende trein te springen. Deze verdrietige voorvallen stonden niet op zichzelf, maar je hoorde ze links en rechts van T.M.-ers om je heen. Voor mij was dat de druppel die de emmer van twijfel deed overlopen.
En toch had ik zo’n verlangen
naar een geestelijke tegenhanger voor het materialistische leven, er moest toch
wat meer zijn. God had mijn roepstem gehoord en liet me precies de juiste
passages uit het Nieuwe Testament van de Bijbel lezen. Ik had immers geleerd te
mediteren op een klank en was onderwezen in het feit dat in een klank of naam
een scheppende kracht schuilde. Toen las ik Filippenzen 2:9 waardoor plotseling
alles duidelijk werd en op zijn plaats viel:
‘Daarom
heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam geschonken,
opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen…’
Geen mantra of naam van
een vreemde afgod maar de Naam van Jezus, de Messias. Eindelijk had ik gevonden
waar ik naar zocht.”
Oosterse meditatie leidt niet tot de Drie-enige God maar brengt ons onder invloed van allerlei machten en krachten die niet van God zijn en ons leven gaan beheersen.
Dr. Kranenborg is niet weg van Transcendente Meditatie, omdat het geen neutrale methode is, maar ziet wel iets goeds in de ontspanning die de T.M. biedt.[10] Als het om gewone ontspanning zou gaan, zou hij gelijk hebben. Maar hij onderkent niet dat we met een bedrieglijke vrede in contact kunnen komen, als we onze geest leegmaken. In het hoofdstuk over de yoga zullen we nader op deze problematiek ingaan.
Dat wil niet zeggen dat ieder stilte en zelfbezinning verkeerd zijn. Christenen houden stille tijd om gemeenschap met God te hebben. Men trekt zich een tijd in stilte terug om de Bijbel te overdenken, te bidden of simpel aan de voeten van Jezus te zitten en naar zijn stem te luisteren. Christelijke meditatie is alleen geen zelfverzinking of een opgaan in het goddelijke, maar is gericht op een persoonlijke relatie met God.
Prof. H. van Straelen is dan ook radicaal van zijn zen-beoefening teruggekomen. Hij weet uit eigen ervaring dat zo’n oosterse meditatietechniek tot geestelijke verwarring leidt en niet te verenigen is met het christelijk geloof. Hij omschrijft als volgt het verschil tussen zen en christelijke meditatie:
“[Christelijk] mediteren is niet het volkomen ledigen van de geest, maar alleen ledigen van dat wat slecht is, om daarna vooral positief te werk te gaan. Alles op God, het goede, richten.”[11]
HET TIBETAANSE BOEDDHISME
De Dalai Lama
Naast de Japanse Zen-meditatie
en de Indiase Transcendente Meditatie is vooral het Tibetaanse boeddhisme heel
populair aan het worden en wel dankzij de charismatische New Age leider, de 14de
Dalai Lama. Vele westerlingen ontdekken door hem de weg naar de oosterse
religiositeit en laten zich door hem inwijden in de Kalachakra Tantra,
een Tibetaans boeddhistisch geschrift. In oktober 2002 heeft de Dalai Lama een
gigantisch inwijdingsritueel in Graz, in Oostenrijk, gehouden. Daar was grote
belangstelling voor. In Duitsland is een onderzoek gehouden wie men de
verstandigste mens ter wereld vindt. Het volgende lazen we in de krant:
“Duitsers
vinden de Dalai Lama de verstandigste mens ter wereld.
De
Tibetaanse leider in ballingschap en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede
(1989) kreeg 33 procent van de stemmen in een representatieve enquête. Daarmee
laat hij paus Johannes Paulus II, de tweede op de lijst, ver achter zich. De
rooms-katholieke kerkleider kwam uit op 14 procent…
Onder
rooms-katholieke ondervraagden staat de Dalai Lama met 37 procent in nog hoger
aanzien in vergelijking met het gemiddelde. De paus kreeg 19 procent van hun
stemmen…” (ND, 16-1-2002).
De Dalai Lama is een zeer
charismatische persoonlijkheid, die overkomt als een vredesapostel en
voorstander van de oecumenische dialoog. Met andere woorden: hij lijkt de
idealen van de moderne mens te vertegenwoordigen: vrede, harmonie, vrijheid,
spiritualiteit, democratie, de dialoog. Een lijfuitspraak van hem is:
“Omdat
wij allen deze kleine planeet aarde delen, moeten we leren in harmonie en vrede
met elkaar en met de natuur te leven.”
In Graz prees een persbericht
van het bondsministerie het gebeuren als volgt aan:
“De
Kalachakra is een platform voor vrede en tolerantie. Met behulp daarvan wordt
Oostenrijk en in het bijzonder Stiermarken tot een plaats van hoop, vrede en
spirituele kracht. We zijn er trots op dat we dit project kunnen ondersteunen.”
Maar is de Kalachakra Tantra
werkelijk zo vreedzaam als ze lijkt? Draagt ze werkelijk bij de wereldvrede?
Gaat het inderdaad om een spiritualiteit waarin de moderne mens zijn idealen
kan herkennen? Er is ook een tegenbeweging met kritiek op de Dalai Lama op gang
gekomen en bepaald niet alleen van christelijke zijde. De Duitse
cultuurfilosofen Victor en Victoria Trimondi, die aanvankelijk ook achter de
Dalai Lama stonden, hebben bijvoorbeeld in een lijvig boekwerk Der Schatten
des Dalai Lama[12]
de Kalachakra Tantra grondig onderzocht en zijn bepaald niet tot een
positieve conclusie gekomen. Hun ontdekkingen zijn zelfs schokkend te noemen.
Wat zij ontdekten is het complete tegendeel van de christelijke en in het
algemeen van de humanistische waarden die in het moderne Westen als geldend
worden geaccepteerd. Achter zijn glimlach gaat een geestelijke wereld schuil
waarvan maar weinig mensen weet hebben. De vraag is dus wat het Tibetaanse
boeddhisme voor een religie is en welke spiritualiteit de Dalai Lama de moderne
mens aanbiedt.
In het Tibetaanse boeddhisme
speelt het geloof in goden, geesten en demonen een grote rol. John Snelling
schrijft:
“Het
tantrische pantheon bestaat uit een fantasmagorie van ongelooflijke godheden.
Mannelijke zoals als vrouwelijk, die krachtig en kleurrijk zijn afgebeeld in de
Tibetaanse religieuze kunst, vol krachtige symboliek. Sommigen zijn goedhartig,
schenken een gelukzalige glimlach en houden hun handen op in zachtaardige en zegenende
gebaren. Tara en Avalokiteshvara zijn voorbeelden van zulke goden. Anderen zijn
echter uitzonderlijk beangstigend: met een akelige grijns om de mond, met
slagtanden, omhuld door vlammen en zwaaiend met schedels, afgehouwen hoofden,
dolken en andere afgrijzenwekkende parafernalia… Allen zijn archetypen van
oerenergieën; ze zijn hartstochten die getransformeerd en persoonlijk gemaakt
zijn.”[13]
Ook de grote Moedergodin – in
India Kali genoemd - is een angstwekkende gestalte. Dit alles wijst erop dat
het om demonische machten gaat. Demonische machten bestaan werkelijk en zijn
niet slechts personificaties van oerenergieën, zoals John Snelling meent. Het
is eerder andersom: deze demonische machten kunnen energie bemiddelen. We
hebben gezien dat demonische machten ambivalent zijn en ook vriendelijk kunnen
lijken. Ze hebben twee gezichten…
Het Tibetaanse boeddhisme is
heel occult. Wat bij de occulte praktijken het meest in het oog springt, zijn
de visualisatieoefeningen. Tsering schrijft daarover:
“De
tantristische meester geeft elke leerling een godheid om zich voor ogen te
stellen. Deze goden, die meest in toornige of monsterlijke vorm verschijnen,
moeten de leerling helpen de verlichting te bereiken. Als iemand zijn
visualisatietechniek beoefent, probeert hij zelf te worden wat hij ziet.
Sommige Tibetaanse boeddhisten zeggen dat ze demonen zichtbaar kunnen maken. In
tantristisch denken kan men, door zich een bevrijd wezen voor te stellen, ook
zelf zo iemand worden.”[14]
Door visualisatietechnieken
roept men demonen op.
Nu kan men zich afvragen of de
Dalai Lama dan afgerekend heeft met de Tibetaanse godenwereld en de occulte
praktijken. Als hij een toespraak houdt voor het Europese parlement, kun je
hier toch niets van merken. Maar helaas, hij zit zelf nog volledig in deze
religieuze wereld gevangen. Als beschermgodin vereert hij Palden Lhamo, een
verschrikkelijke vrouwelijke godheid. Volgens de boeddhistische overlevering
heeft deze godheid haar eigen zoon eigenhandig vermoord, omdat hij het
boeddhistische geloof niet wilde aannemen. Met de huid van het lijk van haar
zoon moet ze tenslotte het zadel van haar muildier overtrokken hebben. Palden
Lhamo rijdt door een bloedig meer om iedere vijand van het boeddhisme te
vernietigen. Een tweede wrede demonische macht, een voormalige Mongoolse
krijgsgod, behoort tot de spirituele bondgenoten van de Dalai Lama: Pehar. Het
staatsorakel Pechung, dat het medium is van deze god, wordt door hem bij
belangrijke beslissingen om raad gevraagd.
De Dalai Lama beveelt ook
visualisatietechnieken ter meditatie aan. Hij schrijft in een boek dat “een
praktische Gids voor de stadia van meditatie” pretendeert te zijn:
“Om u
beter te helpen visualiseren is het goed om een afbeelding te hebben van de
godheid waarover u mediteert, zoals Boeddha Shakyamuni, de meester van de leer
en daar vaak naar te kijken… Degene die
mediteert, moet zich door eigen geestkracht een eigen werkelijkheid scheppen…
Denk er over na dat, net als alle levende wezens, u het potentieel, het zaad
van het Boeddhaschap bezit, en ook tot de middelen toegang hebt waardoor dit
potentieel met succes kan worden ingeschakeld. Denk: Ik zal deze potentialiteit
tot een maximum benutten en ik zal uit de mogelijkheid die zich nu voordoet het
maximum halen.”[15]
Ook worden mandala’s gebruikt
als hulpmiddel bij de meditatie. Het tekenen van mandala’s – bij ons een
tekenoefening voor kinderen! – heeft in het boeddhisme een occulte kracht. Mandala’s
worden getekend om boeddha’s, goden of asura’s (demonen) aan te roepen en uit
te nodigen in het “mandala-paleis” hun woonplaats te vestigen. In het magische
wereldbeeld van het boeddhisme heeft de installatie van een mandala
invloed op de persoon die deze beschouwt en erover mediteert.
Wat er in de praktijk kan gebeuren
wanneer men zich door een Tibetaanse lama laat inwijden, daarvan getuigt de
volgende brief die de Trimondi’s van een Duitse vrouw kregen:
Zeer geachte mevrouw Trimondi,
Zeer geachte heer Trimondi,
Allereerst wil ik u heel
hartelijk danken en mijn achting uitspreken voor uw omvangrijke goed
gefundeerde werk.
Door Der Schatten des Dalai
Lama ervaar ik nu tot mijn grote vreugde wat de energiebal te betekenen
heeft. In de zomer van 1997 in Italië tijdens een cursus van een week die
geleid werd door ….., die ik sinds
herfst 1995 ken, rolde op de tweede avond bij een vuurritueel een energiebal in
mijn schedelchakra.
Hij trad als sjamaan op: bloot
bovenlichaam, met een ketting van beenderen, grote kroon met spiegel en
doodskop. Op mijn innerlijke vraag: “Wat is dat?” hoorde ik “bescherming”.
Op de laatste avond luisterden
we naar de lezing van een Tibetaanse arts, en de Lama yogi zat ernaast op zijn
troon.
Plotseling ging de innerlijke
ruimte van mijn hart open, ik ervoer licht. Toen hield de lezing abrupt op. Er
was iets wezenlijks gebeurd. Sindsdien beleef ik de constante aanwezigheid van
de yogi in mij. De innerlijke ruimten
werden gescheiden. Nu is het echter bedreigend!
Ik ben apathisch, lethargisch
en ik heb een gezoem in mijn oor, alsook sterke trillingen van hart en
schedel. In 1998 kon ik slechts een half
jaar werken, nu beperk ik mijn werk. Nadat ik in uw boek had gelezen,
galoppeerde mijn hart na vier dagen en ik hoorde: “Nu ben ik er helemaal in.”
Ik voelde me bedreigd door deze vreemde energie, die me van het leven
vervreemdt. Wat kan ik ertegen doen? Is het mogelijk dat deze energie eigenlijk
wel in hart komt, of zijn het magische verbindingen?
Kan mijn wezen bedreigd worden?
Kan deze vreemde energie zich
in mij vastzetten?
In deze nood, waarin ik me nu
bevind, is mijn vraag: Hoe kan ik van de massieve inwerking van deze vreemde
energie vrijkomen?
Kunt u mij advies geven of kunt
u me iemand aanbevelen, die mij kan helpen en me opheldering kan geven over de
samenhang van deze werkingen?
Dit is in het kort mijn
verhaal. In september 1993 onderging ik een energiebehandeling. Kort daarna
beleefde ik een dramatische kundalini-kracht die zelfs op de elektrische
apparaten inwerkte. In oktober 93 ontmoette ik Rinpoche… in Garmisch-Partenkirchen op de conferentie
“Humanistische Geneeskunde”. Toen ging mijn schedelchakra als een fontein open.
Dat had ik nog nooit beleefd.
Tijdens de retraite te
Kirchheim in 93-94 wilde ik met hem een persoonlijke afspraak maken om dit
gebeuren te bespreken. Maar daar ging hij niet op in. Daar hield ik me actief
met boeddhisme bezig als deelneemster en mijn interesse werd nog groter toen ik
aan de cursus deelnam. In de zomer van 1996 was ik op grond van een
lichtcascade in de schedelchakra tijdens een meditatiecursus in een zeer
ontredderde toestand geraakt. En weer ontmoette ik Rinpoche… in september op
een conferentie. Van boven stroomde iets “vochtigs” binnen. In juni 1997 kwam
door Lama…… , genezer, mahasiddha, een energiebal bij een vuurritueel binnen.
Drie weken later was er weer een retraite, waar hij bij een vuurritueel
telepathisch verkondigt: “Ik ben in het geheim je goeroe.” Daarbij voelde ik
dat er iets uit me stroomde, mijn benen trilden en het was alsof de aarde zich
opende.
Wat toen gebeurde is zo onwaarschijnlijk
en angstaanjagend. Toen ik ’s morgens wakker werd, was ik totaal uitgeput, mijn
periode bleef uit enz. In december 1997 was ik met een vriendin (ze is arts,
boeddhiste, psychotherapeute en nu in een psychotherapeutische kliniek als
patiënte) in Boroboedoer tijdens een retraite van 17 dagen op de stoepa met de
genezer. Daar was ik een totaal ander mens. Hij gebruikte mij als een medium
voor andere bereiken. Het is mijn
energie, dat is me pas door uw boek duidelijk geworden. In 1998 ontmoette ik
hem drie keer. Dat is slechts mogelijk door de energiebal die mijn wil, mijn
ik, mijn hele wezen in beslag heeft genomen, want ik wilde eigenlijk helemaal
niet. In de zomer in Italië bracht hij mij, met nog twee aanwezige Indiërs, in
trance. Ik handelde op andere niveaus, die ik zelf griezelig vond (ook op het
kerkhof). Eind september 98 begon een inwijding met Rinpoche…. In het Zwarte
Woud. Ik kende hem van een Phowa-cursus in 1996, waarbij hij een reusachtig
vuurritueel voor gestorvenen uitvoerde en mijn wekker een uur bleef stilstaan!
Hij kwam op mij overigens heel liefdevol over!
De cursus was in het Zwarte Woud in 1998 op 30 september afgelopen en op 7 oktober was mijn schedel zo kokend heet dat ik er bij mijn werk een koude lap oplegde. Van 7 tot 10 oktober, hier thuis, was ik buiten bewustzijn. Ik kan me van deze tijd niets herinneren. Toen ik weer bij bewustzijn kwam, hoorde ik: “Phowa”. En mijn hart en borstbeen deden geweldig pijn. Ik heb een EKG laten maken en ik had een ontsteking aan het borstbeen. Gelooft u dat een Phowa van drie dagen op deze wijze slechts mogelijk was door de energiebal of is dit een gangbare praktijk?
De Lama’s hebben een grote
macht door hun tantristische rituelen.
Het zou kunnen zijn dat de
vrouw die me met energie behandelde en die zogenaamd met een “beschermgeest”
samenwerkt, maar toen echter me helemaal niet kon helpen en ook niet weet wat
ze heeft uitgericht, van nut kan zijn.[16]
8. HELDERZIENDHEID IN VERLEDEN
EN TOEKOMST
Bijna alle New Agers geloven in
reïncarnatie: we zouden reeds meerdere malen op aarde geleefd hebben; iedere
keer opnieuw zouden we als baby geboren worden. Na een lezing kwam er een keer
een man op me af die voor de grap zei: “Ik geloof niet in reïncarnatie. Daar
heb ik in mijn vorige leven al niet in geloofd en daar zal ik in mijn volgend
leven ook niet in geloven.” Voor velen gaat het echter om een bloedserieus
idee.
In India waar deze leer heel gewoon en wijdverbreid is, vindt men dit idee van reïncarnatie helemaal niet aantrekkelijk. Het feit dat men steeds weer op deze aarde geboren wordt, beschouwt men als een zware last. Verlossing betekent in hindoeïsme en boeddhisme daarom ook dat men niet meer op aarde hoeft terug te komen.
Toch is voor veel westerlingen
reïncarnatie een aantrekkelijk idee en steeds meer mensen geloven erin. Het is
op zichzelf wel te begrijpen dat in het moderne westen reïncarnatie niet meer
als een last, maar eerder als een kans wordt beschouwd. In India is het aardse
leven vaak vol pijn en moeite en dan kan men snakken naar verlossing uit het
aardse leven. De moderne westerse mens heeft het vaak goed in een omgeving vol
comfort en luxe en dan wil je nog wel een keer terugkomen.
Het is begrijpelijk dat moderne
mensen die hun geloof in de christelijke toekomstverwachting verloren hebben,
hun toevlucht tot een alternatieve toekomstverwachting nemen. Tenslotte wil de
mens graag het idee hebben dat hij verder leeft. Voor velen is een eeuwig leven
in de hemel niet langer aantrekkelijk. Wat vooral afschrikt is het idee dat één
leven beslissend is voor de eeuwigheid. Het oordeel van God vindt men
angstaanjagend. Dan lijkt het toch mooier dat we steeds weer een nieuwe kans
krijgen.
De leer van de reïncarnatie is
verbonden met het idee van karma: de wet van oorzaak en gevolg. Als we
goed handelen is ons volgend leven beter, en als we slecht handelen, is ons
volgend leven slechter.
Ds. Stolp spreekt heel positief
en aantrekkelijk over de wet van het karma.
“Karma wordt ook wel de wet van genade genoemd, omdat ons in de overwinning op negatieve drijfveren in ons (die in een vorig leven de wet van oorzaak en gevolg in beweging brachten) verlossing en vergeving geschonken wordt….
Daarnaast
is karma geen ijzeren wet: wanneer de mens zich richt op de liefde van God,
daaruit put en daaruit leeft, dan voegt dat ‘een factor toe aan de rekening en
verantwoording van het lot, waardoor de uitkomst anders wordt.’”[17]
Dit lijkt allemaal wel zo mooi,
maar er wordt te weinig rekening met de realiteit gehouden. Stel dat ons leven
nu op een mislukking uitloopt. Ikzelf kwam ook op de puinhopen van mijn leven
terecht. Dan hebben we er de volgende keer nog last van. Dan moeten we onze
fouten uitboeten. Wijlen pater Karel Douven vertelde een keer voor de TV dat
hij last had van astma, omdat hij in zijn vorige leven bij de inquisitie was
geweest. Deze schuld uit zijn vorige leven moest hij nu uitboeten. In een
christelijk jongerenblad las ik dat, als
je met een verlamd been wordt geboren, dat komt omdat je in een vorig leven
zelfzuchtig bent geweest. Dan heb je wat in orde te maken. Dit is wel degelijk
een keiharde leer. Er is niet werkelijk sprake van genade. Zoals we hebben
gezien, kan men een valse geest herkennen aan de hardheid. Je moet zelf alles
in orde maken, en als dat niet lukt, is er geen hoop en troost. Dat je in een
vorig leven een beroemd persoon bent geweest, lijkt nog wel een interessant
idee. Maar ook problemen kun je uit vroegere levens meekrijgen. Zo las ik dat,
als je als vrouw in een lift bang bent, de oorzaak kan zijn dat je in een vorig
leven in een donkere ruimte verkracht bent. Er bestaat zelfs een
regressietherapie, waarbij je onder hypnose naar zogenaamde vorige levens wordt
teruggevoerd om de oorzaak van je problemen op te sporen.
Er zijn steeds meer christenen
die menen dat ze reïncarnatie en christelijk geloof kunnen combineren. De
voorstelling van een eeuwige hemel en hel na dit leven moet wijken voor een
herhaaldelijke terugkeer naar de aarde. Bekende propagandisten van deze leer
zijn ds. Hans Stolp en Aleid Schilder en was ook wijlen pater Karel Douven.
Laten we onderzoeken waarom ds. Hans Stolp het geloof in de hemel en de hel
heeft verwisseld voor de leer van de reïncarnatie. Hij is nog wel opgegroeid
met de traditionele kerkelijke leer omtrent hemel en hel. Hij schrijft:
“De
voorstelling die ik als kind meekreeg was die van de hemel en de hel, waar wij
na onze dood voorgoed zouden belanden. Had je je best gedaan en kwam je in de
hemel, dan zou God je alles vergeven wat je verkeerd gedaan had en mocht je,
van alle fouten zoals scheefgroei, nare karaktertrekken enzovoort bevrijd,
voorgoed bij God wonen. Had je daarentegen niet je best gedaan dan kwam je in
de hel, waar je voor eeuwig in het vuur zou branden. Hemel en hel waren dan ook
een eindstadium.
De
katholieken kenden – anders dan de protestanten – nog een tussenstadium: het
vagevuur. Wie in het vagevuur terechtkwam, kon van daaruit na verloop van tijd
alsnog in de hemel terechtkomen.
Bij die
oude voorstelling van een hemel, hel en vagevuur paste helemaal niet de
gedachte aan een terugkeer naar de aarde om er een volgende levensles op te
doen.”[18]
Het is vreemd dat hij zo de
nadruk legt op het feit dat je zèlf je best moet doen om in de hemel te komen.
Het eeuwige leven in de hemel is een genade van Godswege, mogelijk gemaakt door
het verlossingswerk van Jezus Christus. Maar juist dit laatste stoot hem af.
Het moet allemaal niet te gemakkelijk gaan. Liever zwoegt hij levenslang om op
zijn bestemming te komen. Hij schrijft:
“Zo
groeide er een breuk tussen die oude opvatting, dat God mij na mijn dood met
een handomdraai zal genezen van al mijn tekortkomingen, al mijn fouten en mijn
onvolmaaktheden (en ik voel wel aan, dat er nog heel veel in mij groeien moet,
wat mij nu nog volkomen ontbreekt) en mij tot volmaaktheid zal omvormen. Zó
gaat het dus niet. Ik moet zélf de stappen zetten, waardoor ik liefdevoller,
rijper en wijzer word en daarom heb ik ook zoveel levens nodig.”[19]
Stolp beseft niet dat hij het
allerkostbaarste geschenk dat God de mens kan geven: het eeuwige leven,
achteloos wegwerpt. Hij denkt ook wel erg zwart-wit over de hemel. Het is toch
ook denkbaar dat we ook in de hemel mogelijkheden tot groei hebben. Het leven
in de hemel hoeft niet zo eentonig te zijn als hij denkt.
Ds. Stolp beseft waarschijnlijk
niet dat het feit dat hij een bestaan in de hemel van de hand wijst, samenhangt
met het moderne levensgevoel dat meer rekening houdt met het “hiernumaals”,
het hier en nu, dan met het hiernamaals. De leer van de reïncarnatie kent
weliswaar ook een bestaan in de hemel of hel na dit leven, maar dat is slechts
tijdelijk. Het gaat erom hoe het volgende leven op aarde zal zijn. Terwijl
reïncarnatie dus nog wel met een hiernamaals rekent, zijn er tegenwoordig genoeg
mensen die helemaal niet meer in een hiernamaals geloven. Ze menen dat met de
dood alles is afgelopen. Er zijn echter veel voorkomende ervaringen die erop
wijzen dat het met de dood niet is afgelopen: de bijna-doodervaringen. Vaak
hebben mensen bijzondere ervaringen als ze klinisch dood zijn. De verhalen die
men in de literatuur vindt, lijken veel op elkaar. Zo ervaart men dat men uit
het lichaam treedt en van boven af op het eigen lichaam neerkijkt. Meestal gaat
men door een tunnel met aan het einde daarvan een prachtig licht. Men ontmoet
daarbij vaak engelen of gidsen die de mensen rondleiden. Wat deze mensen zien,
is vaak zo prachtig dat ze alles wat hen lief is, gemakkelijk los zouden kunnen
laten. Na deze ervaringen hebben mensen geen angst voor de dood meer.
Deze ervaringen wijzen erop dat
er werkelijk een hemel bestaat. Maar wat
te denken van de hel? Is het niet overdreven om in een hel te geloven? We zijn
toch allen op weg naar dit wonderbaarlijke licht? Zo denkt in ieder geval de
paranormale genezer Van der Heide erover. De meeste auteurs, zoals bijvoorbeeld
Elisabeth Kübler Ross, schrijven positief over bijna-doodervaringen, maar er
bestaan ook getuigenissen van mensen die angstaanjagende ervaringen hebben
gehad. Zij kwamen in een plaats terecht van diepe duisternis en
onbeschrijflijke eenzaamheid, waar wel andere mensen waren, maar er was geen
liefde. Christine Eastell, die zo’n negatieve bijna-doodervaring heeft
meegemaakt, vertelde in een televisieprogramma dat zij in een duistere “put”
werd weggevoerd, waar ze zich met geen mogelijkheid tegen kon verzetten. Zij
voelde een kwade aanwezigheid rondom haar. Zij omschreef dat het daar als het
ware “extra donker” was. Zij begreep absoluut niet waarom zij het had verdiend
om daar terecht te komen. Ze had een heel normaal leven geleid, had niemand
kwaad gedaan en zij geloofde dat God bestaat. Zulke ervaringen zijn reëel!
(In mijn New-Age tijd heb ik
ook niet meer in het bestaan van een hel geloofd, maar juist in die tijd kreeg
ik zulke helse ervaringen, speciaal in dromen, dat ik wel moest toegeven dat er
inderdaad een hel kan bestaan.)
Volgens de getuigenissen komt
men bij een grens waar men niet overheen mag; men weet dat men niet meer terug
kan, als men daar overheen gaat. Zulke ervaringen zeggen dus in wezen niet
alles over onze uiteindelijke bestemming, maar ze wijzen er wel op dat de hemel
en de hel wel degelijk bestaan.
In de Bijbel vinden we een
prachtige positieve bijna-doodervaring, als we die zo mogen noemen. Wanneer
Stefanus gestenigd wordt, ziet hij, voordat hij sterft, de hemel geopend.
“Maar
vervuld van de Heilige Geest sloeg Stefanus zijn ogen op naar de hemel, en hij
aanschouwde de glorie van God en zag Jezus staan aan Gods rechterzijde. ‘Zie,
de hemel is open’, zei hij, ‘en ik zie de Mensenzoon staan aan de rechterzijde
van God’” (Hand. 7:55,56).
Veel christenen hebben vlak
voor hun dood een teken van God gekregen dat ze naar de hemel gingen. Zul je
dan ooit nog naar de aarde terugwillen?
Als er inderdaad een
hiernamaals bestaat, heeft dan consequenties voor onze visie op zelfmoord en
euthanasie. Want dan zijn we door zelfmoord of euthanasie niet zomaar van alles
af en dan moeten we overwegen wat de daad om zichzelf te doden of zich te laten
doden voor het lot in het hiernamaals betekent. Daarover schrijft dr. Raymond
Moody in zijn boek over bijna-doodervaringen Leven na dit leven het
volgende naar aan leiding van een vraag over het gevolg van een poging tot
zelfmoord:
“Inderdaad
zijn mij enkele gevallen bekend waarin een poging tot zelfmoord de oorzaak
vormde van de ‘dood’. Deze ervaringen werden eenstemmig als onplezierig
gekenschetst.
Zoals
een vrouw zei: ‘Als je hier als een gekwelde ziel vandaan gaat, zul je ook daar
een gekwelde ziel zijn.’ Kort gezegd, ze vertellen dat de conflicten waar ze
door hun zelfmoord aan wilden ontsnappen bij hun dood nog steeds aanwezig
waren, met nog meer complicaties dan voorheen. In hun ontlichaamde toestand
waren ze niet in staat om ook maar iets aan hun problemen te doen en ze moesten
ook de onfortuinlijke gevolgen van hun daad onder ogen zien.
Een man
die diep wanhopig was over de dood van zijn vrouw schoot zichzelf neer,
‘stierf’ als gevolg daarvan, en werd weer tot leven gewekt. Hij verklaart:
Ik ging
niet echt naar waar mijn vrouw was. Ik kwam in een afschuwelijk oord terecht…
Ik zag dadelijk in, wat voor een fout ik
had begaan… Ik dacht: ‘Ik wou dat ik het niet gedaan had.’
Anderen
die in dit onplezierige oord hebben vertoefd, zeiden me dat ze het gevoel
hadden dat ze daar lange tijd zouden verblijven. Dat was hun straf voor het
‘overtreden van de regels’, het zich voortijdig onttrekken aan wat in feite een
‘taak’ was – de taak een zeker levensdoel inhoud te geven.
Zulke
opmerkingen komen overeen met hetgeen mij is verteld door verschillende mensen
die weliswaar aan andere oorzaken ‘stierven’, doch niettemin zeiden dat hun, in
die toestand, te kennen was gegeven dat zelfmoord een zeer ongelukkige daad was
die ernstig gestraft werd.”[20]
Dit komt dit overeen met wat de
Bijbel over (zelf)moord zegt als een overtreding van een van de tien geboden
van God. Ik zou niet willen oordelen over gevallen van zelfmoord waarbij mensen
niet toerekeningsvatbaar waren daar zij bijvoorbeeld psychotisch waren. God
oordeelt barmhartig..
Na deze excursie naar het
hiernamaals gaan we terug naar de leer van de reïncarnatie.
De grote vraag is hoe men aan
dit idee is gekomen. Voor ds. Hans Stolp gaat het simpel om een vanzelfsprekend
idee. Hij weet gewoon dat het waar is. In werkelijkheid betekent deze
vanzelfsprekendheid dat hij kritiekloos een intuïtie volgt, zonder zich
kritisch af te vragen of reïncarnatie eigenlijk wel kan bestaan. (Vroeger nam
ik ook vanzelfsprekend aan dat ik in een vorig leven in India had geleefd. Ik
verklaarde zo mijn interesse voor India. Nu weet ik dat ik deze interesse ook
op een andere manier kan verklaren en dat dit idee simpel een fantasie was.)
Maar waar komt deze fantasie dan vandaan?
Oosterlingen zeggen dat ze zich
in diepe meditatie, als ze in trance zijn, vorige levens gaan herinneren. Zo
kon de Boeddha na zijn verlichting zich een dertigtal vorige levens herinneren.
Ook brengt men cliënten, zoals bij de regressietherapie, onder hypnose. Hypnose
is een vorm van trance. Op een bepaald moment gaan ze dan, als ze in trance
zijn, over vorige levens vertellen, die ze gehad zouden hebben. Jaren geleden
werd er op de TV een film vertoond over enkele vrouwen die onder hypnose werden
gebracht en zich dan zogenaamde vorige levens konden herinneren. Wat ze over hun
vorige leven vertelden, werd gecontroleerd en het een en ander daarvan bleek
waar te zijn. Dat werd als een bewijs gezien dat reïncarnatie inderdaad
bestaat. Maar is dat waar? Het gebeuren leek precies op een spiritistische
seance. De vrouwen begonnen ook met een andere stem te spreken, hetgeen erop
wijst dat er een andere geest door hen sprak. Men kan de vraag stellen: kan de
stem die spreekt, niet de stem zijn van de persoon die men in het vorige leven
was? Nee, dat kan niet, want volgens de leer van de reïncarnatie desintegreert
de oude persoonlijkheid en ook de stem blijft niet bestaan.
Als mensen in trance zijn of
onder hypnose worden gebracht, zijn ze uiterst gevoelig voor invloeden vanuit
de verkeerde geestenwereld. Ik denk dan ook dat er waarzeggende geesten door
hen heen gingen spreken. Boze geesten zijn vaak waarzeggende geesten, die het
een en ander aan informatie doorgeven, ook over het verleden. Niet alles is
bedrog in zo’n experiment. De proefpersonen krijgen wel degelijk beelden uit
het verleden en die beelden kunnen waar zijn. Er is helderziendheid in de
toekomst, maar ook in het verleden. De vraag is alleen door welke geest in dit
geval die helderziendheid veroorzaakt wordt. We kunnen van God een openbaring
ontvangen, maar ook door de Boze bedrogen worden. We hebben geleerd dat we
bedrogen kunnen worden, als we door een techniek contact zoeken met de
onzienlijke wereld. Zo is het mogelijk dat een demon aan de proefpersoon
informatie doorgeeft over een persoon uit het verleden, die werkelijk heeft
geleefd. Nu is het merkwaardige dat men denkt dat men in een vorig leven die
persoon zelf is geweest. We kennen het verschijnsel van de identificatie. Men
identificeert zich met iemand die men zelf niet is. Bekend is de persoon die
denkt dat hij Napoleon is. Ik geloof dat zo’n identificatieproces aan het
gevoel ten grondslag ligt dat men in een vorig leven een bepaald persoon, bijv.
Napoleon, is geweest. Die suggestie legt een demon op je.
Nog frappanter dan deze sessies
zijn de verhalen van kinderen – een beroemd geval is Santi Devi in India – die
spontaan over een vorig leven vertellen en daarover nauwkeurige informatie
doorgeven. Je zou bijna in reïncarnatie gaan geloven. Maar ook zulke gevallen
kunnen aan bezetenheid te danken zijn. Ik heb ook gelezen dat zulke kinderen
daardoor in hun leven onder een zware last gebukt gaan, hetgeen wijst op het
werk van een kwade geest.
Er worden tegenwoordig
krampachtige pogingen ondernomen om de leer van reïncarnatie in de Bijbel terug
te vinden. Volgens ds. Hans Stolp gaat het om een esoterische lering die door
Jezus en de apostelen in het geheim werd doorgegeven, bij de oude gnostici in
de kerk bekend waren, maar later door de officiële kerk (ten onrechte) is
afgewezen. Hij beroept zich o.a. op het feit dat Jezus bepaalde dingen alleen
aan zijn discipelen uitlegde. Dat is waar, maar dat wil niet zeggen dat het
hierbij om esoterische leringen en in het bijzonder om reïncarnatie ging. Het
is een vreemde gedachtegang van Stolp, want het idee van reïncarnatie was in
India vanouds aan iedereen bekend, en het ging hier helemaal niet om een
esoterische lering. Waarom zou het dan in het Nieuwe Testament wel een
esoterische lering zijn?
Zowel in het Oude als in het
Nieuwe Testament is het idee van reïncarnatie onbekend. We hebben slechts één
leven en dan volgt het oordeel (Hebr. 9:27).
Men komt met het “bewijs”
aandragen dat Johannes de Doper de teruggekeerde Elia is. Maar de engel des
Heren zegt alleen: “Johannes zal voor God uitgaan in de geest en de kracht van
Elia” (Luc. 1:17). Bovendien verschijnt Elia op de berg der verheerlijking en
hij is dus niet gereïncarneerd.
De leer van de reïncarnatie is
volledig in tegenspraak met het Evangelie. Om een paar punten te noemen:
Het is de geest van de
antichrist die het verlossingswerk van Jezus Christus loochent en de mens deze
heilloze fantasie voortovert.
Zoals we hebben gezien zijn de
geesten waarmee New Agers communiceren waarzeggende geesten die allerhande
informatie kunnen doorgeven. Ze kunnen informatie doorgeven over het verleden,
maar kunnen ook de toekomst voorspellen. En een mens is van nature nieuwsgierig
naar de toekomst. Behalve channeling zijn er diverse hulpmiddelen die men
raadpleegt om meer over de toekomst aan de weet te komen: glaasje draaien,
tarotkaarten, handlezen, het Chinese orakelboek I Tsing en astrologie. Omdat
het raadplegen van horoscopen het vaakst voorkomt, willen we daar speciaal onze
aandacht op richten. In hoeverre is er bij astrologie ook sprake van occulte
waarzeggende geesten? Maar eerst iets over profetie en toekomstvoorspelling in
het algemeen.
We kunnen wel iets weten over
onze toekomst. We weten allen zeker dat we eens zullen sterven. Maar we weten
niet precies wanneer. Het meeste heeft God voor ons verborgen gehouden en dat
is maar goed ook.
Toch kan God via zijn profeten
iets van de toekomst openbaren. Maar dan heeft het ook duidelijk een zin. Zo
lezen we in Genesis dat de farao van Egypte twee dromen had: een over zeven vette
en zeven magere koeien en een ander over zeven mooie, rijpe aren en zeven dunne
aren (Gen. 41:1-7). Jozef, de zoon van aartsvader Jacob, die in Egypte in een
gevangenis terecht was gekomen, kon deze dromen uitleggen. Het waren
voorspellende dromen over zeven vette en zeven magere jaren. Omdat zo duidelijk
was dat er hongersnood zou komen, konden er voorzorgsmaatregelen genomen
worden, zodat er ook in de magere jaren voldoende graan was.
God kan ook van tevoren
aankondigen dat er een ramp op komst is. Zo liet Hij de profeet Jona weten dat
Hij van plan was om de stad Nineve te verwoesten. Maar dat doet Hij om de mens
een kans te geven om zich te bekeren. Toen het volk van Nineve zich bekeerde,
ging de ramp niet door.
De apostel Johannes kreeg op
Patmos openbaringen over de eindtijd. Waarom werden hem al die rampen en de
strijd tussen Christus en de antichrist geopenbaard? Ik denk omdat we zo kunnen
begrijpen wat er in deze wereld gebeurt. We kunnen bijvoorbeeld de
krijgsplannen van de Kalachakra Tantra in de eindtijd een plaats geven.
Dan weten we ook dat God alles in zijn hand heeft en zijn we getroost dat de
overwinning over het kwaad zeker is.
God gaf Jozef ook een
persoonlijke profetie via een droom. Hij droomde dat de schoven van zijn broers
zich neerbogen voor zijn schoof (Gen. 37:5-8). Waarom zou Jozef deze droom
hebben gehad? Ik denk dat God hem een bemoediging heeft willen geven met het
oog op zijn gevangenistijd in Egypte. Dan kon hij aan zijn droom terugdenken en
hoop houden dat het goed zou aflopen. Hij wist dat God een plan met zijn leven
had.
Als we dan naar de
voorspellingen van waarzeggende geesten kijken, komen we in een ander
geestelijk klimaat. De voorspellingen betreffen vaak – het hoeft natuurlijk
niet altijd - rampen en de dood. Toen ik nog op school zat, ontmoette ik een
Griek die me de hand las. Hij voorspelde me dat er iets ergs zou gebeuren
voordat ik stierf. Als er een negatieve voorspelling wordt gedaan, is die niet
voorwaardelijk, maar het is eenvoudigweg: je zult dan en dan sterven, of: je
zult over een paar jaar een ongeluk krijgen. Een meisje dat aan glaasje draaien
meedeed, kreeg te horen dat ze op haar 32ste zou overlijden! Dit is
het werk van een valse waarzeggende geest.
Aan de andere kant kunnen valse
waarzeggende geesten hele mooie beloften doen. Denk maar aan de geest Ezechiël
die Janny Post beloofde dat zij een paradijs op aarde kan maken. Maar valse
geesten maken niet waar wat ze beloven.
Er zijn ook waarzeggende
geesten die je de lotto of de sporttoto laten winnen. Maria Duval, die in een
krant de grootste helderziende ter wereld wordt genoemd, heeft een talisman
aangeboden die je volgens haar zeggen geluk en voorspoed geeft en je de lotto
laat winnen. De goeroe in India, Mira Alfassa, vertelde dat het om entiteiten
gaat die een spelletje met je spelen. Eerst laten ze je veel geld winnen, maar
op een bepaald moment komt er een keer en dan verlies je weer alles.
De astrologie, die let op de
stand der sterren, d.w.z. van zon, maan en planeten, is een hele oude manier om
de toekomst te voorspellen, die al in bijbelse tijd bekend was.
Op zichzelf hoeft het niet
verkeerd te zijn om op de sterren te letten. Reeds Bileam profeteerde over een
bijzonder ster uit Jakob (Num. 24:16). De wijzen uit het Oosten zagen aan een
ster dat de verlosser was geboren. In het boek Job lezen we dat God de
sterrenbeelden heeft geschapen.
“Doet
gij de tekens van de Dierenriem te rechter tijd opgaan, en bestuurt gij de Beer
met zijn jongen?” (Job 38:32, NBG).
De grote vraag is welke
betekenis God aan de sterrenbeelden heeft gegeven. Is het Gods bedoeling
geweest om ons leven door de sterren te laten bepalen? Wat de Bijbel in ieder
geval verbiedt, is het raadplegen van sterrenwichelaars om meer over onze toekomst
te weten. De profeet Jesaja waarschuwt:
“Velen
gaven u raad, tot u er moe van werd. Laten zij u dan redden, zij die de hemel
in kaart brengen, de sterren waarnemen en van maand tot maand uw toekomst
voorspellen.
Maar
zij zijn als stoppels, het vuur zal hen verbranden, uit de vlammen weten zij
zich niet te redden.
Het is
dan ook geen vuur om bij te gaan zitten, geen vuur om je aan te warmen” (Jes.
47:13v.).
Het verbod geldt dus het buiten
God om voorspellen van de toekomst.
Wat te denken van de filosofie
achter de astrologie? De astrologie wordt niet alleen voor het voorspellen van
de toekomst gebruikt, maar ook om op grond van een geboortehoroscoop een beter
inzicht in het karakter van de mens en zijn mogelijkheden te krijgen. Elizabeth
Teissier, die een van de bekendste astrologen in Europa is, duidt de astrologie
als volgt aan:
“Het is
een systeem van universele onderlinge samenhang, als de wetenschap van de
invloed van het zonnestelsel op aardmagnetisch, psychologisch, fysiologisch en
sociaal gebied, op de mens en alles wat hier beneden bestaat.”[21]
Het is heel goed mogelijk dat
er bepaalde kosmische verbanden bestaan. God heeft wetmatigheden in de
schepping gelegd. Dat wil echter nog niet zeggen dat het aanbevelenswaardig is
zich intens met astrologie te gaan bezighouden. Uit astrologieboeken blijkt dat
het niet zomaar om een neutrale wetenschap gaat. Elizabeth Teissier geeft te
kennen dat er voor een goede beoefening van astrologie ook een flinke dosis
intuïtie nodig is, d.w.z. paranormale gevoeligheid.
Volgens astrologe Karen
Hamaker-Zondag heeft astrologie in zichzelf niets van een religie, en zelfs
niet van een levensbeschouwing[22],
maar zij spreekt dit echter zelf tegen door te zeggen:
“Als de
astrologie al in iets wil laten geloven, dan is het in de oude
alchemistenspreuk: ‘Zo boven – zo beneden’.”[23]
De grondgedachte waarvan de
astrologen uitgaan, evenals in de
alchemie en in New Age filosofie, is dat alles één is: God, mens en de
natuur. De mens wordt beschouwd als een microkosmos, een kleine wereld die een
afspiegeling is van de grote wereld, de macrokosmos. Deze macrokosmos, zo zegt
men, wordt in stand gehouden door een oerkracht of oerenergie. God is een
kracht en de mens is een stukje van God. Op een Ankh Hermes symposium heeft
Karen Hamaker een paar geleide meditaties gehouden waaruit blijkt dat zij inderdaad een New Ager in haar denken is. We lezen in Prana:
“Ik
vind” zo zegt ze tijdens de meditatie, “ de kracht om open te staan voor het
goddelijke in mij… Het licht leidt je naar je innerlijke stem en je innerlijke
genezer.
Het
licht is de Christus in je, een liefde die je draagt en steunt, waar je ook
gaat.”[24]
Ook Teissier zit diep
vastgeklonken in het New Age denken, zo blijkt uit haar boek. Ze schrijft
bijvoorbeeld:
“Al het aardse vloeit voort uit een en
dezelfde energie, de kosmische energie.”[25]
Als we ons in deze wereld
begeven, komen we onder een geestelijke invloed. Zij bekent dat astrologie “ons
bindt aan de kosmos.”[26]
We raken gebonden aan de wereldgeesten. Dit kan kwalijke gevolgen hebben. Een
jongeman die zich intens met astrologie ging bezighouden, werd zwaar
depressief. Toen ik de genoemde boeken doorlas, ervoer ik ook duisternis.
Als christen laten we ons niet
door de wereldgeesten leiden, maar door de Heilige Geest. We zijn een nieuwe
vrijheid binnengetreden. Paulus schrijft:
“Allen die zich laten leiden door de Geest van
God, zijn kinderen van God” (Rom. 8:14).
Vroeger vertelde mij een
psycholoog die aan astrologie deed, het frappante feit dat, als mensen een
bekering meemaken en christen worden, de horoscoop niet meer uitkomt!
Horoscopen zijn tegenwoordig in
tijdschriften te raadplegen en op de startpagina van Internet kan je ook op ‘uw
horoscoop’ klikken. Kan het kwaad dit te doen?
Volgens Karen Hamaker is er bij
dergelijke horoscopen vaak sprake van humbug.
“Iemand
die bij een grote krant werkte, vertelde me eens dat er op zijn krant om
gevochten werd wie de astrologische rubriek nu weer uit zijn duim mocht zuigen.
En was er weinig tijd voor, dan namen ze eenvoudig rubrieken van zo’n vijf jaar
geleden en schoven dan alle tekens van de dierenriem wat op.”[27]
Maar serieuze voorspellingen
zijn er ook. Ook in dat geval waarschuwt Karen Hamaker voor een gevaar dat op
de loer ligt.
“Maar
stel dat een astroloog zou voorspellen: ‘Over twee jaar gaat Saturnus het
tiende huis binnen en dan zul je zeer waarschijnlijk ontslagen worden of anders
op je werk in grote moeilijkheden komen.’ Wat doe je in zo’n geval? Tot mijn
grote verdriet heb ik vaak gezien dat mensen naar zo’n voorspelling toe te gaan
leven en haar in feite zelf waarmaken. Door zo’n uitspraak gaan mensen al gauw
denken: ‘Als ik dan toch niet word gewaardeerd en bovendien nog in de
moeilijkheden raak, dan ga ik de komende twee jaar mijn goeie tijd energie niet
verspillen aan werk dat misschien toch een verloren zaak is! Dus je bepaalt je
op je werk tot het hoogst noodzakelijke en doet verder geen moeite meer om je
in positieve zin te onderscheiden van anderen… Als dan Saturnus door je tiende
huis gaat lopen, heb je inderdaad een gerede kans om uit de boot te vallen.”[28]
Het is een feit dat
voorspellingen kunnen uitkomen. Ik zie daarvoor nog een andere mogelijke
verklaring, namelijk dat je onder invloed komt van demonische machten, als je
horoscopen gaat raadplegen. Je geeft deze waarzeggende geesten de macht om op
je leven invloed uit te oefenen. En dan kan gebeuren wat ze voorspellen.
Een beroemd voorbeeld hoe
gevaarlijk het is waarzeggers te raadplegen is Pim Fortuyn. In het Algemeen
Dagblad stond het volgende verhaal:
Een waarzegster op de kermis in Best heeft Pim Fortuyn twee jaar geleden voorspeld dat hij ‘gruwelijk’ aan zijn einde zou komen. Dat zegt Henk Krol, hoofdredacteur van de GayKrant, met wie Fortuyn de kermis heeft bezocht.
“Hij
kwam die avond met enkele anderen bij ons thuis eten. Het was een geanimeerd
diner. Pim hield van discussiëren, dus als je een muur net rood had geverfd,
wilde hij graag beweren dat het toch een andere kleur was, en na de maaltijd
stelde hij tot onze verrassing voor om nog even over de kermis te lopen”,
herinnert Krol zich.
“We
kwamen daar langs zo’n onbenullig caravannetje waarin een waarzegster zat. Daar
wilde hij naar binnen. Ook dat hadden we niet verwacht van zo’n rationele man
als Pim was. Maar hij deed het en kwam er na enige tijd heel bleek uit en heeft
nooit willen zeggen wat hij te horen had gekregen.” Fortuyn bewaarde het
stilzwijgen. Het werd zelfs een running gag.
Krol: “Iedere keer dat ik hem zag vroeg ik wat de waarzegster hem had verteld. Tot twee weken geleden voor een interview in de GayKrant. Toen hadden we het over bedreigingen aan zijn adres en hij begon er zelf over. Hij vertelde dat zij had gezegd dat hij wel eens op een gruwelijke manier aan zijn einde zou kunnen komen. Als je dat hoort, sta je toch even met je ogen te knipperen. En dan gebeurt later ook nog wat je niet voor mogelijk hebt gehouden” (AD, 8.5.02).
Als je echter naar een waarzegger toegaat en je hecht geloof aan de toekomstvoorspelling, kom je, zo willen we nog een keer met nadruk zeggen, onder de invloed van die waarzeggende geest en dan kan inderdaad gebeuren wat voorspeld is. Pim Fortuyn heeft helaas niet geweten dat zo’n vloek in de naam van Jezus Christus verbroken kan worden. Mochten er lezers zijn die onder de last van een negatieve voorspelling leven, dan mogen ze weten dat deze vloek in de naam van Jezus verbroken kan worden.
De vraag is of het kwaad kan
een horoscoop in een tijdschrift te raadplegen, zomaar om eens te kijken wat er
staat, uit nieuwsgierigheid. Ik geloof dat het geen onschuldige zaak is, net zo
goed als glaasje draaien geen onschuldig spelletje is, en dat we dit beter
kunnen laten. Als we gaan lezen, begint er al een beïnvloeding. God wil niet
dat we horoscopen en sterrenwichelaars raadplegen, maar dat we bij Hem te rade
gaan. Zo nodig, zal de Heilige Geest ons de toekomst voorzeggen. De toekomst
die God geeft, is een hoopvolle toekomst!
In het New Age denken speelt de
kosmische energie een belangrijke rol. God wordt vooral onpersoonlijk
beleefd als een oerkracht, een oerenergie. Men beschouwt de mens als een deel
van het goddelijke geheel. Deze goddelijke kracht zou dus ook in de mens zijn.
Alleen kan die kracht, zo zeggen de New Agers, niet altijd vrijelijk stromen.
We kunnen blokkades oprichten en dan worden we ziek. Als we gezond willen zijn,
moeten we dus de blokkades opheffen, zodat de genezende energie die in ons is,
zijn werk kan doen. Daarom luidt hét principe van genezing in New Age: wij zijn
zelf onze eigen genezer. Wel zijn er hulpmiddelen om de kosmische energie te
activeren zoals yogaoefeningen en kunnen genezers de kosmische energie op een
ander overdragen. In de New Age beweging zijn een aantal geneeswijzen zoals
bijvoorbeeld reiki populair, die de doorstroming van de kosmische
energie bevorderen. Onze grote vraag is nu wat we van deze kosmische energie
moeten denken.
Kosmische energie natuurlijk?
Steeds weer lezen we in boeken
van healers dat het om een natuurlijke neutrale energie gaat. Inderdaad is er
een natuurlijke genezende energie. Wanneer het lichaam verwond raakt, treedt
een natuurlijk genezingsproces op. Ook als een moeder over de pijnlijke knie
van haar kind wrijft, kan dat verlichting van pijn geven. En zo beschouwen de
healers de kosmische energie waarmee ze werken als een natuurlijk energie, die
alleen maar positief kan werken en dus absoluut geen kwaad kan. We zouden dus
geen enkel kwaad hoeven te vrezen als we voor een behandeling naar een magnetiseur
gaan. De bekende magnetiseur Frank den Ouden schrijft dat Jezus ook aan
handoplegging deed, dus een magnetiseur was en hij is er verbaasd over dat er
nog steeds mensen zijn die denken dat dit praktijken van de duivel zijn.[29]
Inderdaad, in het Nieuwe Tijdsdenken is het bestaan van de duivel afgeschaft of
men denkt dat hij een goede geest is. Daardoor overweegt men totaal niet of er
soms een demonische oorsprong aan de genezing ten grondslag kan liggen. Het
maakt New Agers helemaal niet uit waar die kosmische energie precies vandaan
komt. Elisabeth Kübler Ross, die bekend is om haar onderzoek van
bijna-doodervaringen, schrijft:
“De
genezer dient op te treden als kanaal, dat wil zeggen als geleiding van een
helende entiteit of kracht, of je deze nu God, Christus, de Innerlijke Leraar
of wat dan ook wilt noemen.”[30]
Het enige wat telt is dat de
methode werkt. Sun Bear schrijft:
“Ik
geloof dat er bepaalde vormen van energie of intelligentie in het universum
zijn die de genezer helpen. Je kunt dit God, de Grote Geest, Spirituele Gidsen,
of wat dan ook noemen. Ik trek de boodschappen die ik ontvang niet in twijfel
en ik ben niet dogmatisch over de toe te passen methode. Het enige wat me
interesseert is of een patiënt met een bepaalde methode geholpen kan worden.”[31]
Men maakt dus geen enkel
onderscheid tussen God en afgoden en beseft niet dat er ook demonische krachten
kunnen werken. We vinden daarentegen de gedachte dat deze kosmische energie
twee verschillende kanten heeft, licht en duister. In China noemt men deze twee
aspecten yin en yang. Yang is de positieve, mannelijke kracht uit de
sterrenhemel, en yin is de negatieve vrouwelijke uit de aarde. Voor de healers
is die kracht desondanks altijd goed. Als er iets niet goed gaat, moet het dus
aan de persoon zelf liggen. Dan heb je zelf weerstanden. Als je in harmonie
bent met de kosmos, is er niets aan de hand. Het is maar hoe je met die
krachten omgaat. Zo worden ervaringen met negatieve energie weggepraat. Is dit
echter niet tegenstrijdig en vreemd, een neutrale energie die twee kanten
heeft?
In de Bijbel vinden we andere,
begrijpelijker taal. Er wordt meer recht gedaan aan de realiteit van licht en
duisternis. God is enkel Licht. De apostel Johannes schrijft:
“God is
licht en er is in Hem geen spoor van duisternis” (1 Joh. 1:5).
Volgens de Bijbel moeten we
onderscheid maken tussen licht en duister. God heeft het licht en de duisternis
gescheiden. We moeten wel degelijk kunnen onderscheiden of een kracht, wanneer
die niet natuurlijk is, van God komt of van duistere machten. Jezus waarschuwde
voor valse tekenen en wonderen. Zo is er zuivere en zwarte energie.
Het is niet gemakkelijk om het
een van het ander te onderscheiden. Alhoewel we tussen twee verschillende
bronnen, een zuivere en een onzuivere, hebben te onderscheiden, is er van
oorsprong maar één bron van energie. In zekere zin hebben New Agers wel een
beetje gelijk. De Heilige Geest, de Geest Gods is de oerbron van alle energie.
De kracht die van satan en zijn demonen uitgaat, is van oorsprong goddelijke kracht.
Maar New Agers houden er geen rekening mee dat satan en de demonen die kracht
echter verkeerd gericht hebben en daardoor hebben verontreinigd en dat ze die
kracht nu gebruiken om mensen aan zich
te binden. Het blijft wel in principe een zelfde soort kracht. Verontreinigd
water blijft water. Maar we moeten geen verontreinigd water drinken, want dan
worden we ziek.
Toen een spiritistisch medium
na haar bekering in een christelijke kapel kwam, had ze een opmerkelijke
ervaring, die ze aan haar vriend meedeelde:
“Zodra
ik je kapel binnenkwam en op een stoel tussen de mensen ging zitten, was ik me
bewust van een bovennatuurlijke macht. Ik was me bewust van dezelfde soort
bovennatuurlijke macht als die waar ik in onze spiritistische bijeenkomsten aan
gewend was, maar er was een groot verschil: ik had het gevoel dat de macht in
jouw kapel een reine macht was.”[32]
John White geeft hierna als
commentaar in zijn boek:
“Deze
vrouw had een subjectieve kennis van geestelijke macht. Ze was zich hiervan
bewust op een manier die slechts weinig hedendaagse christenen delen. De enige
macht die zij ooit had meegemaakt, kwam uit een kwaadaardige bron, totdat ze
die kapel binnenkwam waar de heilige Geest in opwekkingskracht aan het werk
was. De ervaring bestond voor haar uit twee lagen. Intellectueel en objectief
gezien, had ze de waarheid gezien.”
(Omdat ik zelf ook ervaring heb
gehad met zwarte energie, ken ik nu ook het verschil tussen de zuivere kracht
van de Heilige Geest en de onreine energie waarmee ik vroeger in het paranormale
circuit te maken heb gehad. We kunnen nu ook begrijpen dat de Duitse vrouw die
door een lama was ingewijd, ook het slachtoffer was van zwarte energie.)
Dat een methode werkt, is nog
geen garantie dat het om een kracht van God gaat, want ook occulte kracht werkt
effectief. In het begin kan het lijken dat men werkelijk geneest. Demonen
beginnen goed. Om een voorbeeld te geven. In India maakte ik kennis met een
vrouw uit Australië die vertelde dat ze op een bepaald moment met mediteren was
begonnen en toen stemmen ging horen. Ze was verslaafd aan het roken en deze
stemmen zeiden dat ze moest ophouden met roken. Dat gebeurde ook. Dan zou je
denken dat het goede geesten zijn, daar ze haar van de verslaving afhielpen.
Maar het verhaal ging verder. Toen zeiden de stemmen dat ze niet langer
getrouwd kon zijn en moest scheiden, als ze een spiritueel leven wilde leiden.
Toen is ze gescheiden. Daarna ging ze naar de ashram in India waar ik haar
ontmoette. Maar ze had geen rust, ze wilde naar Duitsland toe en verdween. Ze
werd door de geesten opgejut. Maar het begon goed.
Dat er duistere krachten
werkzaam kunnen zijn, betekent natuurlijk nog niet dat daarom bij voorbaat alle
alternatieve geneeswijzen verkeerd moeten zijn. Er is bijvoorbeeld niets mis
met kruidentherapie en we hoeven niet voor ieder zalfje en drankje uit het
Reformhuis bang te zijn. De vraag is wel met welke kracht we te maken hebben,
als healers gebruik maken van kosmische energie. We willen per geval bekijken
of we met zuivere of onreine energie te maken hebben en in het bijzonder de
methoden van magnetisme, yoga en reiki onder de loep nemen.
De magnetiseur Frank den Ouden
omschrijft magnetiseren als volgt:
“Het is
het geven van liefde in de vorm van energie, waarbij het opruimen van blokkades
centraal staat. De balans tussen lichaam en geest wordt hierdoor hersteld.”[33]
Magnetiseurs vertellen dat ze
de energie die ze uit de kosmos opvangen, op een ander overdragen om hem te
helpen. Dat doen ze gewoonlijk door met hun handen over de zieke plek te
strijken. Ook volgens Frank den Ouden gaat het hierbij om een natuurlijke gave.
Bij nader inzien blijkt er
echter meer aan de hand te zijn. Toen Mesmer (1734-1815), die de leer van het
magnetisme in Europa introduceerde, zijn theorieën in praktijk ging brengen,
bleken er namelijk vreemde dingen te gebeuren. De cliënten raakten tijdens of
na de behandeling vaak in trance. Door trance of hypnose wordt men overgevoelig
voor de verkeerde geestenwereld.
Ook bij Frank den Ouden blijkt
het niet zomaar om een natuurlijke gave te gaan, want hij wordt bij zijn werk
geholpen door spirituele gidsen. Hij vertelt hoe op een bepaald moment een
innerlijke stem tot hem begon te spreken: “Je wordt geholpen door de kosmos,
laat het maar gewoon gebeuren.” En hij vervolgt:
“Ik
liet het gebeuren en het was verrassend dat de resultaten van het magnetiseren
beduidend beter werden. De patiënten voelden zich sneller beter en werden
eerder gezond. Vanaf die tijd kwam die
innerlijke stem geregeld terug. Gaf mij zelfs specifieke aanwijzingen om
plekken in het lichaam te behandelen door mijn handen erop of erboven te
houden.
Na
enige tijd begon ik ook te voelen dat de energie waaruit die stem kwam, links
achter mij was. Het verontrustte mij totaal niet, want de patiënten voelden
zich na de behandeling immers heerlijk ontspannen en ‘beter’.
Ik werd
me steeds bewuster van die energie als een vrouwelijke energie, en voelde haar
steeds vaker om me heen. Zij zei me, dat ze mijn gids was, mijn engelbewaarder,
en dat ik ook maar eens op de andere zijde van mijn lichaam moest letten. Daar
stond namelijk nog een gids… een man, die mij vriendelijk aankeek.
Spoedig
raakte ik goed bevriend met mijn gidsen. Hun namen zijn Lena en Alfons. Tot op
heden zijn ze bij me, en ze hebben me gezegd bij mij te zullen blijven tot het
einde van dit leven… en daarna!”[34]
Dit geeft aan dat de
“genezende” energie niet neutraal is, maar bemiddeld wordt door geesten uit de
onzichtbare geestenwereld. De vraag is dan om wat voor geesten het gaat. Goede
beschermengelen bestaan, maar we hebben ook gezien dat er in de New Age wereld
herhaaldelijk sprake is van geleidegeesten die in werkelijkheid demonen zijn.
Ook bij Frank den Ouden zijn er aanwijzingen dat de inspiratie niet uit een
zuivere bron komt. Hij heeft eigenmachtig zijn gevoeligheid voor de paranormale
wereld ontwikkeld en we hebben gezien dat we op zo’n manier met de verkeerde
geestenwereld in contact kunnen komen. Een genezende gave die van God komt,
kunnen we daarentegen niet zelf ontwikkelen. Die kan ons alleen als
genadegave worden geschonken.
Hij blijkt de New Age filosofie
aan te hangen dat de mens van nature een stukje van God is.
“Aangezien wij deel uitmaken van die kosmische
kracht, hebben wij ook deel aan de goddelijke kracht, heel eenvoudig gezegd: in
ons ‘woont’ een deel van God.”[35]
Er staat weliswaar in de tweede
brief van Petrus, “dat wij daardoor deel krijgen aan Gods eigen wezen” (2 Petr.
1:4), maar dit is niet van nature het geval; het geschiedt uit genade, als we
zijn wedergeboren uit Gods Geest.
“Vroeger was u Gods volk niet, nu wel; vroeger
heeft God u zijn barmhartigheid onthouden, nu heeft Hij u zijn barmhartigheid
getoond (1 Petr. 2:10).
En dit betekent ook niet dat we
een stukje van God zelf zijn.
Verder gelooft hij in de lering
van de reïncarnatie, die we als demonisch hebben ontmaskerd. Hij voert zelfs
mensen terug naar zogenaamde vorige levens.
Wanneer we te maken hebben met
een occulte kracht die niet van God is, bemerken we dit aan de gevolgen.
Veelvuldig zijn de verhalen van mensen die door een magnetiseur weliswaar eerst
van een lichamelijke kwaal zijn afgeholpen, maar later psychische klachten,
bijvoorbeeld angstaanvallen of een depressie kregen en zich gebonden wisten.
Een occulte genezing is slechts tijdelijk van aard. Door magnetisme blijken
we onder een geestelijke invloed te komen. Een dominee vertelde mij dat er op
zijn catechisatielessen twee meisjes waren die belijdenis wilden doen. Maar
opeens, vlak voordat de belijdenis zou plaatsvinden, haakten ze af. De dominee
ging met hen praten omdat hij aan de weet wilde komen, wat er gebeurd was.
Allebei waren ze bij een magnetiseur geweest. Plotseling waren ze hun geloof
kwijt.
Dat deze kracht niet van God
is, werd duidelijk uit de ervaring van een vrouw die naar een magnetiseur
toeging. Ze wist niet of het wel goed was wat ze deed en ze besloot daarom in
de wachtkamer te gaan bidden. Toen kwam de magnetiseur met een rood hoofd van
kwaadheid binnen en zei: “Er moet hier iemand zijn die bidt, want ik kan mijn
werk niet meer doen.”
Magnetiseren is een heel oude
geneeswijze en was reeds ten tijde van de Bijbel bekend. We vinden een toespeling op deze geneeswijze in het
boek der Koningen. Wanneer Naäman, de melaatse, bij de profeet Elisa komt,
verwacht hij dat deze hem als een magnetiseur zal helpen.
“Ik had
gedacht dat Elisa persoonlijk naar buiten zou komen en beleefd voor mij zou
blijven staan, om daarna de naam van de Heer, zijn God aan te roepen, met zijn
hand over de zieke plek te strijken en mij zo van de huidziekte te genezen” (2
Kon. 5:9-11).
Maar dit is niet de weg van
God, ook al zou Elisa erbij bidden. God wil dat Naäman op Hem vertrouwt en zich
in de Jordaan laat onderdompelen.
Er kunnen hierbij nog wel
vragen opkomen. Als een magnetiseur het goed bedoelt en mensen wil helpen, kan
er toch moeilijk sprake zijn van een verkeerde kracht? We hebben het verhaal
gehoord van de waarzeggende slavin in Filippi die mensen hielp met haar
paranormale gave. We gaan ervan uit dat deze slavin het goed bedoelde. De
mensen waren haar ook dankbaar zodat ze voor haar bazen veel geld verdiende. De
alternatieve genezers bedoelen het ook goed. Ik bedoelde het ook goed. Ik zocht
naar God en wilde ook mensen helpen. Toch kun je met je goede bedoelingen
worden misleid.
Is het dan niet onredelijk dat
je met goede bedoelingen misleid wordt, kun je denken. We kunnen dan bedenken
dat je met goede bedoelingen op reis kunt gaan, maar je desondanks in een
moeras kunt wegzinken, doordat je geen goede kaart bij je hebt.
Maar, kunnen we denken,
alternatieve genezers geloven toch ook in God? De paragnost Croiset vertelde
dat zijn gave een gave van God was. Maar welke hogere macht bedoel je
werkelijk? Croiset had een afkeer van het Evangelie van Jezus Christus. Zijn
God was niet de God van de Bijbel.
Maar misschien denkt u: je kunt
toch ook als gelovige van nature zo’n gave hebben? Het komt inderdaad voor dat
men met zo’n gave wordt geboren. Maar we moeten wel bedenken dat een paranormale
gave vanuit het voorgeslacht kan worden overgeërfd. In zo’n geval is het
raadzaam de gave niet te gebruiken.
We leren uit het Nieuwe
Testament dat de enige veilige weg van energieoverdracht, als die boven het
natuurlijke uitgaat, is in de naam van Jezus de handen op te leggen en voor de
zieke te bidden. Dan is men een instrument van de Heilige Geest en heeft men
met zuivere energie te maken.
WAT IS YOGA?
In een vorig hoofdstuk hebben
we gezien dat het gevaarlijk kan zijn oosterse meditatietechnieken toe te passen. Maar geldt dit ook voor de
yogaoefeningen? Laten we eerst de motieven van de voorstanders overwegen.
Yoga een natuurlijke zaak?
Ten eerste zou het bij yoga om
een natuurlijke zaak gaan. Volgens abt Jeroen Witkam van het trappistenklooster
in Zundert, waar aan yoga en zen wordt gedaan, hebben de oosterlingen vanuit
een eeuwenlange traditie methodes ontwikkeld die de mens helpen de diepte van
zijn eigen wezen te ontdekken.[36]
Volgens de yogaleraren in het Westen zou het inderdaad om een eeuwenoude
methode gaan om op een natuurlijke manier evenwicht te brengen in lichaam en
geest. Het zou dus om natuurlijke ontspanning gaan. Maar ze zeggen ook dat yoga
je een andere wijze van denken en doen geeft.
Dan is er meer aan de hand. In India, waar de yoga vandaan komt, leren
de yogaleraren dat alle yoga, ook al gaat het om lichaamsoefeningen, niet puur
lichamelijk, maar geestelijk is.
Toen ik vroeger de boeken van yogi’s begon te lezen, onderging ik een geestelijke invloed. Ik voelde geen behoefte meer om naar de kerk te gaan, mijn gebedsleven functioneerde niet meer en bovenal kreeg ik een ander Jezusbeeld. Hij was niet langer meer de eniggeboren Zoon, maar werd zoals voor de hindoe een van de vele goeroes. Dan is het ook niet verwonderlijk te horen dat een jongeman, nadat hij een cursus in het klooster te Zundert gevolgd had, het christelijk geloof heeft verloren en boeddhist is geworden. We kunnen dus niet beweren dat het bij de yoga alleen om een pure natuurlijke zaak gaat.
Ten tweede zouden we gerechtigd
zijn uit andere godsdiensten goede elementen over te nemen. Natuurlijk is er
niets op tegen om te leren van hetgeen goed is. Paulus zelf erkende dat
heidenen waarheden kunnen uitspreken: “zoals sommige van uw eigen dichters
hebben gezegd” (Hand. 17:28). Er is een natuurlijke wijsheid ook bij de
heidenen. Maar anderzijds waarschuwt Paulus voor de heidense godsdiensten: “De
heidenen offeren aan de duivels en niet aan God” (1 Kor. 10:20).
De lezer zal nu misschien wel
denken: dat je door boeken geestelijk wordt beïnvloed, kunnen we nog wel
begrijpen, maar wat kunnen zulke lichaamsoefeningen met demonen te maken
hebben? We zullen onderzoeken of men yoga kan beoefenen zonder dat men zich met
de hindoeïstische achtergrond bezig houdt.
Ten derde zouden we door het
doen van yogaoefeningen gezonder worden. Aan de vruchten kent men toch de boom.
Hier staat tegenover dat velen door hun betrokkenheid bij de yoga geestelijke
en/of lichamelijke klachten hebben gekregen. Yogi’s in India waarschuwen zelf voor
de gevaren die op de loer liggen. De yogakracht, zo weten ze, kan ook
vernietigend werken. Menig yogi is ten prooi gevallen aan krankzinnigheid of is
aan zijn trance gestorven. De vraag is
dus hoe we dit dubbele effect kunnen verklaren: sommigen hebben er, naar het
schijnt, baat bij en anderen komen in nood. Het wordt nu tijd te onderzoeken
wat yoga werkelijk is.
In de Bhagavad Gita, een
beroemd hindoeïstisch geschrift, betekent yoga eenheid met God. Het gaat erom
dat men zelf goddelijk wordt. In nog oudere Indiase geschriften, de Upanishaden,
is de belangrijkste religieuze ervaring als volgt verwoord: “Aham asmi
Brahman”, “ik ben zelf het goddelijke”. Evenals de New Agers in onze tijd
meenden de Hindoes dat de mens een stukje van God is. Alleen moet men zich daar
nog bewust van worden. Het doel van de yoga is dat de mens zich van zijn eigen
goddelijkheid bewust wordt. Yoga betekent letterlijk “juk”. Het vraagt een
strenge discipline om zover te komen. Daar kun je zelfs meerdere levens voor
nodig hebben. De vraag is zelfs of je er ooit komt.
Men wil dus boven het menselijk
bestaan uitstijgen en zelf als God worden. Men kan zich zelf afvragen of het
eigenlijk wel om God gaat. In de klassieke yoga van Patanjali is het hoogste
doel niet een relatie met God, maar gaat het om het eigen hoogste bewustzijn en
de eigen gelukzalige roes. Het hoogste doel is het bereiken van een trance
waarbij men in het goddelijke opgaat.
Het gaat bij de yoga dus om een
geestelijk doel. Ook de lichamelijke oefeningen dienen dit doel. De yoga, die
uit lichaamsoefeningen bestaat, de zogenaamde Hathayoga, die hier in het Westen
zo populair is geworden, is in feite een onderdeel van de deze klassieke
rajayoga van Patanjanli.
De rajayoga kent drie fasen.
Eerst is er een ethische voorbereiding. Er zijn edele principes, zoals de
waarheid spreken, die bijbels aandoen. Maar het grondmotief om goed te doen, is
niet naastenliefde, maar de wens zelf geestelijk hogerop te komen.
De volgende fase bestaat uit
lichaams- en ademhalingsoefeningen. Een belangrijk motief om deze oefeningen te
doen is het lichaam zo te beheersen dat men urenlang ongestoord kan mediteren.
Ook bij de lichaamsoefeningen gaat het niet om de verbetering van het
natuurlijke leven, maar om de opheffing daarvan. Daarom zijn de oefeningen in
principe ook statisch en tegennatuurlijk. Men moet bijvoorbeeld heel lang op
één been kunnen staan. De ademhalingsoefeningen zijn ook niet bedoeld om beter
te leren ademhalen, maar om het ademhalen zo veel mogelijk te beperken. Er zijn
zelfs yogi’s die hun adem stopzetten en zich levend laten begraven.
De hoogste fase is de
meditatie. Men moet leren zijn gedachten op één punt te concentreren en
tenslotte helemaal uit te schakelen. Daarover hebben we in een vorig hoofdstuk
het nodige gezegd.
We hebben dus gezien dat yoga
geen gewone gymnastiek is, maar een geestelijk doel dient. Toch is niet
onmiddellijk duidelijk dat men, simpel door lichamelijke oefeningen te doen, in
contact komt met occulte krachten die niet van God zijn. Zijn daar ook
aanwijzingen voor?
Door het doen van de oefeningen
ontwikkelt men een kracht, die de kundalini-kracht wordt genoemd,
slangenkracht. Dit is niet zomaar een gewone natuurlijke kracht. Er zijn yogi’s
die zoveel energie krijgen dat ze niet meer moe worden en geen slaap meer nodig
hebben. Dit is niet natuurlijk. Zelfs Jezus was moe na een drukke dag en had
ook rust nodig. Een dominee die yogaoefeningen ging doen bemerkte dat hij een
paranormaal vermogen kreeg; hij begon helderziend te worden. Zo kreeg hij door
dat het geen gewone gymnastiek is en hij is er ook ijlings mee opgehouden. Ook
al is men zich niet bewust van de geestelijke achtergrond, men wordt toch
geestelijk beïnvloed.
Maar wat dan te denken van de
ontspanningsoefeningen? Ontspanningsoefeningen kunnen toch geen kwaad? De vraag
is echter om wat voor soort ontspanning het gaat. Yogavrede, alsook de vrede
die men in de T.M. ervaart, is geen gewone natuurlijke ontspanning. In India
had ik eens een opmerkelijke ervaring van wat yogavrede werkelijk is. Toen ik
in de Aurobindo Ashram, waar ik een jaar verbleef, de trap opging om de kamer
van de overleden goeroe Aurobindo te bezoeken, daalde er opeens een vrede op me
neer die zo hard was als een blok steen. In de yoga moet je afzien van al je
emoties. Je bereikt de yogavrede als niets je meer raakt wat er ook gebeurt. Je
mag geen verdriet meer hebben en ook niet echt blij zijn. Bovendien werd ik
vrij van gedachten. Dan kom je inderdaad in een soort gelukzalige roes, die
echter maar even duurt. Ook kreeg ik een verlamd gevoel, alsof ik niets meer
kon doen. Deze vrede was indrukwekkend, maar maakt je hard, gevoelloos en
passief. Dit is niet de vrede van God. De Heilige Geest maakt ons niet
ongevoelig, maar fijngevoelig.
Dat het bij de yogaontspanning
niet om een natuurlijke zaak gaat, bekende een ex-yogaleraar. Hij onthulde dat
yogaontspanning in feite een vorm van hypnose is en dat hij van die toestand
gebruik maakte om zijn leerlingen geestelijk te beïnvloeden.
Een bericht op teletekst
bevestigde dat men door yoga onder de invloed van een duistere macht komt:
“Een
gevangenis in Noorwegen stopt met het geven van yogalessen aan de
gedetineerden, omdat bleek dat sommige gevangenen door de yoga in plaats van
kalmer juist agressiever werden.
De
Ringerike-gevangenis bij Oslo begon in januari met de proef. Gehoopt werd dat
ademhalingsoefeningen, meditatie en yoga de mannen zou helpen hun woede om te
zetten in iets positievers. Het effect op de zwaarste criminelen bleek averechts.
Sommigen raakten zo geïrriteerd dat ze niet meer konden slapen.”
De yogavrede is wezenlijk
anders dan de vrede die God geeft. De Heilige Geest geeft een vrede die alle
verstand te boven gaat. En Jezus heeft gezegd:
“Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast
zijt, en Ik zal u rust geven” (Mat. 11:28).
We moeten nog wel zien te
begrijpen waarom de yogaoefeningen een occulte kracht kunnen opwekken, terwijl
gewone gymnastiek dat effect niet heeft. Om dat te begrijpen moeten we de bron
achter de oefeningen opsporen. De yogi’s zeggen dat ze hun inspiratie van de
hindoegoden hebben ontvangen. Bij de oefeningen gaat het niet om neutrale
houdingen, maar ze zijn – in ieder geval bepaalde - symbolisch bedoeld als een
toewijding aan de hindoegod. Wie yoga gaat doen, krijgt contact met de
hindoegoden en komt onder hun macht. Daardoor komt men in het bezit van
paranormale vermogens. De meester van de yoga is in het bijzonder de god Shiva.
Shiva is de grote vernietiger, maar heeft ook een scheppende kracht als de god
van de ascese. Er is een slang om zijn hals gekronkeld en zijn hals is
blauwzwart omdat hij gif heeft ingeslikt. We kunnen hem daarom moeilijk
vergelijken met de Drie-enige God die wij uit de Bijbel kennen.
Wie is hij dan wel? Shiva wordt
door de satanist Anton LaVey geïdentificeerd met Lucifer, de duivel. Inderdaad
zijn er opvallende gelijkenissen. Het wezen van Shiva is ambivalent. Hij
schenkt een kracht die een mens geweldig veel energie kan geven, maar die hem
ook kan vernietigen. Nu, de Bijbel leert dat de satan een ambivalent karakter
heeft. De satan verzocht Jezus door Hem al de heerlijkheden van de wereld te
beloven. Hij kan je gezondheid en energie geven. Maar daar schuilt de bedoeling
achter om je in zijn greep te krijgen en uiteindelijk is hij op je vernietiging
uit. In beide gevallen gaat het om een geest van vernietiging. Daar blijkt men
verschillend tegenaan te kunnen kijken. In de Bijbel is Satan de macht van het
kwaad, de grote vijand van God. New Age aanhangers echter beschouwen Lucifer
als een goede geest en niet als een echte duistere geest. Het feit blijft dat
we in de yoga met een vernietigende kracht in aanraking kunnen komen.
Er is een nieuwe vorm van yoga
in opkomst: Poweryoga. In de krant van Albert Heyn: AllerHande (aug.
2001) las ik het volgende bericht:
“Poweryoga
is de nieuwste vorm van bewegen, waarin ook steeds vaker op sportscholen les
wordt gegeven. Het is een dynamische en aerobische vorm van yoga, waarbij poses
uit de traditionele yoga worden gebruikt, die in een doorlopend tempo worden
uitgevoerd. Het is niet alleen goed voor het uithoudingsvermogen, maar ook voor
de lenigheid van spieren en souplesse van gewrichten. Belangrijk is er op een
speciale, diepe manier bij te ademen, waardoor ook de geest een oppepper
krijgt.”
Deze yoga is dynamischer dan de
traditionele yoga en lijkt meer op gewone gymnastiek. In de informatie op het
internet zegt men:
“Het is
niet-dogmatisch, niet cult gebonden en volgt geen religie.”
Maar is dit waar? In de
informatie, die men op internet geeft, komt men zelf uit voor de hindoeïstische
achtergrond. Men ondergaat een geestelijke beïnvloeding.
“Het is
een aantal jaren geleden dat Sri Krishnamacharya en Pattabhi Jois, beide
gerenommeerde Sanskrit-geleerden, werkzaam aan de universiteit van Calcutta,
een manuscript ontdekten in de universiteitsbibliotheek. Het was een
verzameling van werken, geschreven op bladeren en samengebonden. Het
manuscript, getiteld ‘Yoga Korunta’, heeft een geschatte leeftijd tussen 500-1500
jaar. Het werd ontcijferd door Sri Krishnamacharya en Pattabhi Jois en
beschrijft een yoga systeem, genaamd Ashtanga en wordt 5000 jaar oud
geschat.”
WAT IS REIKI?
Er zijn in het alternatieve
circuit verschillende methoden om energie over te dragen. Behalve het gewone
magnetiseren zijn er diverse alternatieve geneeswijzen die met kosmische
energie werken, zoals bijvoorbeeld ‘therapeutic touch’, acupunctuur en
klankschalentherapie. Jomanda spreekt over liefdesenergie.
Ook bij reiki gaat het om overdragen
van energie en wel door middel van handoplegging. Er worden allerhande –
gewoonlijk dure - cursussen aangeboden om reiki-meester te worden. Want een
inwijding is vereist om reiki-energie te
kunnen doorgeven. Deze methode wordt steeds populairder. Frits van Dam vertelt
dat het zelfs in kleuterscholen op kinderen wordt toegepast.
“Een kleuterleidster doet aan Reiki. Een van
de kinderen op de kleuterschool huilt en heeft hoofdpijn. De leidster zegt:
“Kom maar” en legt haar handen op het hoofdje van het kind. Een ander kind is
gevallen en heeft een zere knie. “Kom maar”, roept de leidster en legt haar
Reiki handen op de knie.” Dit kan gebeuren tegen de wil van de ouders in.
“Maatschappelijk werk stuurt een gezinsverzorgster naar een familie waar net een
kindje is geboren. Het kindje huilt af en toe, gebruikelijk bij baby’s. De
gezinsverzorgster zegt: “Ik doe aan reiki; zal ik mijn handen op het hoofdje
leggen, dan is het zo stil.” De ouders zijn geschokt, en kunnen de verleiding
bijna niet weerstaan, toch wijzen ze het af. De gezinsverzorgster gaat naar de
kinderkamer en brengt er ongevraagd een ritueel symbool aan op de muur. Vanaf
dan is er in de kinderkamer een vreemdsoortig licht.”[37]
Wat is hier aan de hand?
De geneeskracht van reiki is
aan het einde van de 19e eeuw ontdekt door dr. Usui (1865-1926), die
rector was aan een katholieke universiteit in Japan. Een student vroeg hem
waarom Christus zulke grote wonderen kon doen, maar men die tegenwoordig niet
meer ziet. Kon Usui hem laten zien hoe Jezus dat deed? Deze vraag inspireerde
Usui om te gaan onderzoeken welke kracht Jezus gebruikte om mensen te genezen.
Om het antwoord te vinden, gaf
Usui zijn positie op en ging het christendom bestuderen in een christelijk
land. Hij ging naar Amerika, waar hij aan de universiteit van Chicago studeerde
en hij werd daar doctor in de theologie. Hij vond echter het antwoord noch in
de christelijke, noch in de Chinese geschriften. Hij reisde naar Noord-India en
bestudeerde daar de heilige teksten. Terug in Japan ontdekte hij op een dag in
oude boeddhistische soetra’s (geschriften) een paar symbolen en formules die
het antwoord op zijn vragen bevatten. De volgende dag ging hij de eenzaamheid
in op de berg Kuriyama om daar te mediteren en te vasten. Hij las de soetra’s,
zong en mediteerde. Toen ontwaarde hij na 21 dagen een stralend licht dat naar
hem toekwam. We lezen in het boek van Ursula Klinger Raatz:
“Nadat
hij door het licht was aangeraakt, veranderde zijn bewustzijnstoestand. Hij
zonk neer op de bodem en zag snel achter elkaar, in een soort lichtballen, de
door hem in zijn studies ontdekte symbolen verschijnen, die diep in zijn
bewustzijn inbrandden en voor hem sleutels tot de goddelijke geneeskracht
bleken.”[38]
Dit was zijn inwijding in reiki.
Toen bleek hij mensen te kunnen genezen.
Dit verhaal over zijn zoektocht
wordt echter ook tegengesproken. Het is dus de vraag of het waar is. Diane Stein schrijft namelijk in haar boek:
“Reikimeester
William Rand ontdekte tijdens zijn speurtocht naar schriftelijk materiaal dat
Mikao Usui nooit op de Doshisha universiteit is geweest, noch als rector
magnificus en hoogleraar, noch als student. Bovendien was er niets te vinden
over zijn studie aan de universiteit van Chicago. De christelijke aspecten van
het verhaal zijn er in het Westen aan toegevoegd om de kracht van reiki-healing
voor Amerikanen acceptabel te maken.”[39]
Zij schrijft ook dat het licht
zijn derde oog raakte en hij een tijd lang zijn bewustzijn verloor. Dit wijst
op een demonische bezetting.
De vraag is dus actueel wat
voor licht dr. Usui heeft gezien. Er zijn ook valse occulte lichten. Wij
bemerken dat hij niet kritisch heeft getoetst of hij het ware Licht wel had
gezien. Paulus zag ook een licht op de weg naar Damascus, maar dat licht was
van de persoon Jezus Christus. Daar was bij de ervaring van Usui geen sprake
van. Het licht dat hij zag had niets met Jezus Christus te maken, maar met
boeddhistische symbolen.
Reiki-energie natuurlijk?
Over de boeddhistische
achtergrond van reiki wordt gewoonlijk gezwegen door de reiki-meesters. Ze
vertellen simpel dat het om een natuurlijke energie gaat die geen enkel kwaad
kan doen en alleen maar positief werkt. Een reiki-meester schrijft in haar
folder:
“Reiki
betekent universele levensenergie of kracht van de zon, en is
aanwezig in alles wat leeft. Reiki is een natuurlijke geneesmethode door middel
van handoplegging, afkomstig uit Japan. Reiki ontspant lichaam en geest,
stimuleert genezing en persoonlijke groei, brengt je in balans. Het opent je
innerlijke genezingskanaal.”
Maar toch lezen we in boeken
over reiki dat het niet gaat om een kracht waarover de mens van nature
beschikt, het gaat niet om zijn eigen energie. We lezen in het boek van
Baginski en Sharamon:
“Het is
dus niet zijn eigen, beperkte energie, die hij aan anderen doorgeeft en
daardoor verliest. Integendeel, terwijl de universele levensenergie door hem
heen stroomt, versterkt en harmoniseert ze hem gelijk mee.”[40]
Als het niet om een kracht gaat
waarover we van nature beschikken, moeten we onderzoeken uit welke bron de
energie voortkomt. Volgens de reiki-meesters gaat het om een neutrale
universele kracht en Baginski en Sharamon benadrukken dat reiki geen speciaal
geloof of een of andere religie inhoudt. Maar toch schrijven ze ook dat het
volgen van deze weg de vernietiging van de oude (d.w.z. christelijke!)
structuren betekent. We lezen:
“We
staan op de drempel van een nieuwe tijd, die of door de opbouw van nieuwe
waarden van het menselijk bewustzijn veroorzaakt kan worden, of door de
radicale vernietiging van de oude, achterhaalde structuren opgebouwd moeten
worden.”[41]
Hier openbaart zich een
antichristelijke geest! We worden door reiki dus ook geestelijk beïnvloed. We
lezen:
“Zo
gebeurt het niet zelden dat de ontvanger van reiki na een paar behandelingen in
aanraking komt met nieuwe gedachten, dat hij bijvoorbeeld begint aan een
geestelijke techniek als meditatie, autogene training of yoga, boeken over
positief denken gaat lezen, of zijn voedingswijze verandert, of dat hij zelf
een cursus reiki gaat volgen.”[42]
Reiki werkt in op de gehele
mens, op geest, ziel en lichaam.
Ook volgens Diane Stein is de
reiki geen godsdienst, maar ze noemt wel de energiebron waarmee men door de
inwijding verbonden wordt Godin. Ze is een heks en beoefent de Wicca-godsdienst
(hekserij). Ook schrijft ze dat reiki naar deze planeet werd gebracht door de
Tantra godheid Shiva. Dan heeft reiki wel degelijk met een bepaalde religie te
maken.
Baginski en Sharamon beweren
dat reiki niets met occultisme en demonie te maken heeft:
“Reiki is absoluut geen vorm van spiritisme of
oproeping van geesten of zelfs demonen. Reiki heeft ook niets te maken met
occultisme, hypnose of een andere psychotechniek. Als je reiki geeft, word je
geen magiër of ‘psychotovenaar’.”[43]
Maar is dit waar? Om
reiki-meester te kunnen worden, moet men een inwijding ondergaan. Er zijn zelfs
drie inwijdingen mogelijk. Raatz schrijft:
“Een
reiki-inwijding kan louter door een reiki-meester gegeven worden. Hij maakt
daarbij gebruik van symbolen en mantra’s, die door dr. Usui herontdekt zijn en
van meester op meester doorgegeven worden.”[44]
Diane Stein vermeldt dat de
reiki-symbolen bij de inwijding boven of op de kruin en in de handen worden
getekend.
We hebben bij de Transcendente
Meditatie gezien dat een mantra geen gewone spreuk is, maar het
machtswoord van een hindoegod. Volgens Diane Stein kunnen symbolen met een mantra
worden vergeleken. Ze schrijft:
“Nadat ik het nieuwe reikisymbool had gezien,
was mijn eerste gedachte: ‘Natuurlijk, het is de spiraal van de Godin.’”[45]
Net als de mantra’s brengen de
reiki-symbolen de inwijdeling in contact met goden en geesten.
Een reiki-meester stelde
terecht de vraag: “Waarom is een boeddhistisch symbool demonisch en het zien
van Jezus wel goed?” Als je niets weet van de achtergrond van deze
boeddhistische symbolen is het verschil niet duidelijk. Het gaat erom welke
macht achter de symbolen schuilgaat. In ieder geval hebben de reiki-symbolen
niets met Jezus Christus en het christelijk geloof te maken. De reiki-symbolen
komen specifiek uit het Tibetaanse boeddhisme. Dat is een totaal andere
geestelijke wereld, vol goden, geesten en demonen, zoals we hebben gezien.
Reiki-meesters ervaren dat ze
bij hun werk door persoonlijke geesten geholpen worden, die nog wel eens
“engelen” worden genoemd. Bij de inwijding worden wel degelijk geesten
opgeroepen. Raatz schrijft:
“Mijn
werk met reiki en edelstenen leidt me steeds weer naar nog verborgen, in mij
sluimerende gaven en vermogens, zodat ik ze in het ‘licht’ kan brengen, d.i. me
er bewust van kan worden. Zo verschenen de engelen, of preciezer gezegd vier
aartsengelen en de edelsteen- en kristalengelen, in mijn leven en werk, en na
mijn inwijding tot reiki-meester ook de opgestegen meesters en hoge dragers van
het licht die, uit oneindige liefde voor ons allemaal, onafgebroken de grootse
kleurstralen uit goddelijke bron in onze levensstroom geleiden.”[46]
Diane Stein heeft het over de
spirituele gidsen die bij de inwijding worden opgeroepen. Ze schrijft:
“De tweede
graad-reiki zoals ik die onderwijs, bestaat uit informatie over drie symbolen
en hoe ze te gebruiken, karma-healing, healing op afstand, toepassen van de
symbolen buiten healing om en het contact met de spirituele gidsen.”[47]
Voor haar horen spirituele
gidsen gewoon bij de mens. Ze schrijft:
“Ieder
van ons heeft een aantal spirituele gidsen. Mijn eigen levensgids was vroeger
een Ojibwa shamaan en helpt mij mijn boeken te schrijven. Een andere gids van
mij is Theresia van Avila, die zegt dat ze ook een van mijn vorige levens is
geweest. Ze zorgt voor mijn lichaam en onderwijst mij healing-methoden. Een
gids die ik Moeder noem is de godin Isis.”[48]
De echte Theresia van Avila,
een bekend christelijk mystica, leent zich hier bepaald niet voor. Stein beseft
niet dat ze bedrogen wordt door een demon die zich voor Theresia uitgeeft.
Volgens haar wordt een
spirituele reiki-gids aan iedere healer toegewezen vanaf het moment waarop de
reiki-graad werd verkregen. Als men wordt ingewijd krijgt men dus contact met een
demon die helpt bij de healing. Ze schrijft:
“Zodra de energie begint te stromen bij een
healing, verschijnen de reiki-gidsen.”[49]
De meeste cliënten die zich
laten behandelen – en vermoedelijk ook de reiki-meesters - zullen niet
beseffen, wat er in werkelijkheid gebeurt. Soms bemerken ze wel dat er meer
handen zijn dan die van de reiki-meester. Diane Stein schrijft:
“Ik heb
vaak healings gedaan waarbij het voelde of de kamer vol mensen was. Soms zie ik
hen en soms voel ik hun aanwezigheid alleen. Soms denkt de ontvanger van een
healing dat mijn handen nog steeds op haar rusten als dat allang niet meer het
geval is. Soms voelt iemand meerdere handen terwijl alleen mijn handen er
zijn.”[50]
Die andere handen zijn van de
aanwezige geesten.
De reacties op een behandeling
kunnen heel verschillend zijn, zo lezen we in het boek van Baginski en
Sharamon. Laten we bedenken dat demonen goed beginnen en ook genezingen kunnen
verrichten. Het is dan ook mogelijk dat mensen door een reiki-behandeling eerst
een weldadig gevoel in hun lichaam krijgen en het gevoel hebben er beter van te
worden. We lezen:
“Een
tachtigjarige dame na haar eerste behandeling: ‘Ik heb nog nooit zo’n diepe
ontspanning gevoeld. Ik was heel rustig en stil, alles in me was heel ruim. En toen
voelde ik het in de zieke plaatsen van mijn lichaam beginnen te werken. Dat er
zoiets heerlijks bestaat.’
Een
bejaarde heer: ‘Vandaag was het heel anders dan anders. Mijn benen kriebelden
de hele tijd. Ik ben helemaal onrustig geworden.”[51]
Wat niet wordt verteld is dat
mensen behoorlijk ziek kunnen worden van reiki. Ik ken diverse gevallen van
mensen die door reiki ziek zijn geworden en gebonden zijn geraakt.
Zelf weet ik uit eigen ervaring
wat het is door een goeroe ingewijd te worden en de handen opgelegd te krijgen.
Dit werd de “zegen van de Moeder” genoemd, maar helaas, daar is een vloek van
uitgegaan.
Reiki is een imitatie van de bijbelse handoplegging.
10. BEVRIJDING
Breken met occulte praktijken
We hebben gezien dat we gebonden raken, als we met de occulte wereld vol demonische krachten in aanraking zijn gekomen. De gevolgen daarvan kunnen ernstig zijn. Men is in zijn geloof geblokkeerd of men kan last krijgen van psychische of lichamelijke klachten. Men lijdt dan bijvoorbeeld aan een depressie of men voelt zich lichamelijk moe. Als men met een of andere vorm van occultisme besmet is, moet men bevrijd worden.
Het is daarvoor nodig dat we breken met alle occulte praktijken. In dit verband wil ik erop wijzen dat we ook afstand moeten doen van occulte voorwerpen of het nu gaat om bijvoorbeeld een ingestraald kaartje of een Boeddhabeeld. Het is mogelijk dat demonen zich verbinden met voorwerpen of plaatsen en daarvan wil ik een paar voorbeelden geven.
Derek Prince, de bekende bijbelleraar, vertelt het volgende verhaal in zijn boek Zegen of vloek. Hij had een Chinees doek met vier schitterend geborduurde draken geërfd en bij hem thuis opgehangen.
“Omstreeks deze tijd begon ik een soort tegenstand te ervaren tegen het succes van mijn bediening, die ik niet kon definiëren. Deze manifesteerde zich in allerlei frustraties die geen verband met elkaar hielden, maar die een steeds grotere druk op mij legden. Ik ondervond communicatiestoornissen, die nooit eerder hadden plaatsgevonden, met mensen die mij na aan het hart lagen. Anderen, die ik altijd had vertrouwd, hielden zich niet aan hun afspraken. Een belangrijk legaat uit de nalatenschap van mijn moeder werd tot in het oneindige uitgesteld door inefficiënt beheer van een advocaat.
Tenslotte nam ik tijd voor een periode van intensief gebed en vasten. Al spoedig begon ik een verandering te bemerken in mijn houding ten opzichte van de draken. Als ik naar ze keek, vormde zich van tijd tot tijd de vraag in mijn gedachten: ‘Wie wordt er in de Bijbel als draak uitgebeeld?’ Ik had daarover niet de minste twijfel. Dat was Satan (Op. 12:1-12).
Daarna kwam er een andere vraag op: ‘Past het jou, als dienstknecht van Christus, in je huis voorwerpen uit te stallen die de grote tegenstander van Christus, Satan, symboliseren?’ Opnieuw was het antwoord duidelijk: Nee! Mijn innerlijke worsteling duurde enige tijd, maar tenslotte deed ik de draken weg. Ik deed dat als een eenvoudige daad van gehoorzaamheid, zonder verdere bijbedoelingen.
In die tijd diende ik als bijbelleraar voor de Gemeente in haar totaliteit en sprak ik voor groepen van diverse pluimage. Mijn inkomen, afkomstig van de honoraria die ik ontving, was juist voldoende om de eerste behoeften van mijn gezin te dekken. Kort nadat ik de draken had weggedaan, onderging mijn financiële positie echter een drastische verbetering. Zonder enige speciale planning van mijn kant of enige opmerkelijke verandering in de aard of omvang van mijn bediening, werd mijn inkomen meer dan verdubbeld. Ook het lang vertraagde legaat kwam er eindelijk door…
Hoe meer ik hierover nadacht, des te meer zekerheid ik erover kreeg dat die geborduurde draken een vloek in mijn huis hadden gebracht. Door ze weg te doen, had ik mij van deze vloek bevrijd en mij opengesteld voor de zegen die God voor mij wilde.”[52]
Wat voor voorwerpen geldt, geldt ook voor occulte boeken. Zelf heb ik al mijn occulte boeken, dertien vuilzakken vol, met vrienden naar de vuilverbranding gebracht. Ik werd van slapeloosheid verlost.
In het boek Handelingen lezen we dat de bekeerde tovenaars al hun boeken verbrandden.
“Een groot aantal van hen die magie bedreven hadden, gooide hun boeken op een hoop en verbrandde ze in het openbaar. Men berekende er de waarde van en kwam uit op vijftigduizend zilverstukken” (Hand. 19:19).
Vermoedelijk zouden ze ook Harry Potter-boeken hebben verbrand.
Demonen kunnen ook aan plaatsen verbonden zijn. Luister naar het volgende verhaal van Eshleman over het filmteam dat de Jezusfilm in een dorp op het platteland van Thailand had vertoond.
“Ze hadden afgesproken om die nacht in het dorp door te brengen en de volgende dag naar huis terug te keren. Ze kregen te horen dat ze in de plaatselijke boeddhistische tempel konden slapen. Er werd hun niet verteld dat deze tempel in de wijde omtrek bekend stond als een hoofdzetel van demonen. Anderen die daar hadden getracht te slapen, waren er voor het aanbreken van de dag uitgerend. Sommigen had men, naar men zegt, de volgende dag dood aangetroffen.
Kort nadat het team was gaan slapen, zo vertelt Eshleman, schrokken ze allemaal plotseling wakker van de onstoffelijke aanwezigheid van een afgrijselijk beest. Daarin de hoek van de kamer verscheen de meest afschrikwekkende gestalte die men ooit had gezien. Schrik vervulde hen allen alsof ze met een ijzeren vuist waren geslagen.
Het verschrikte team besloot in praktijk te brengen wat ze Jezus in hun eigen film hadden zien doen. Ze baden samen en wierpen de demon stoutmoedig uit de tempel in de naam van Jezus. Ze hoefden verder niets meer te doen en sliepen de rest van de nacht vredig.
De dorpsbewoners kwamen ’s ochtends vroeg om de uitrusting van het team mee te nemen; ze verkeerden in de zekere veronderstelling dat die daar wel achtergelaten was, nadat de christenen waren weggevlucht of door de demonen waren gedood. Toen ze ontdekten dat ze gezond en wel lagen te slapen, werden ze geconfronteerd met het onloochenbare feit dat God machtiger is dan alle andere krachten.”[53]
Gelukkig kunnen we tegen de
lezers die in het occulte verstrikt zijn geraakt zeggen dat er door Jezus
Christus bevrijding mogelijk is. Hij heeft aan het kruis gezegevierd over al
deze machten en krachten (Kol. 2:15). Hij is de levende opgestane Heer.
Jezus Christus is de Zoon van
God en heeft ons door zijn kruisdood met God verzoend. Zijn verlossingswerk
heeft echter nog een aspect dat in deze tijd speciaal actueel is. De apostel
Johannes schrijft:
“De Zoon van God is verschenen om het werk van de duivel ongedaan te maken” (1 Joh. 3:8).
Hij heeft op Golgotha de duivel
overwonnen. Zijn macht gaat verre uit boven alle andere machten en krachten. In
Hem hebben we de betrouwbare Gids gevonden, de Leidsman ten leven.
Velen hebben ervaren dat Jezus’
macht groter is dan alle andere machten. Hesley Dijkgraaf die aan T.M. deed en
de I Tjing raadpleegde, kwam in contact met christenen. Toen ze hem vroegen
Jezus in zijn leven toe te laten, stelde hij een voorwaarde: dat Jezus hem een
ervaring zou geven die alle yoga-ervaringen zou overstijgen. Dat gebeurde ook.
Hij vertelt:
“Die
eerste nacht kreeg ik allerlei visioenen. De wezens die altijd bij me waren,
ook bij je puja, dat inwijdingsritueel, en zich altijd heel aangenaam
voordeden, lieten toen ineens hun ware gedaante zien. Echt demonisch. Ze wilden
me meetrekken een put in, de hel in. Ik zag ook dat er een strijd gevoerd werd
tussen de engelen van God en de engelen van het kwaad…
Toen
kwam er uit de hemel een lichtstraal die mij helemaal vervulde. Dat begon bij
mijn voeten en benen. Ik werd helemaal vervuld met een sprankelend licht of een
zilverachtig water. Het reinigde mij helemaal.”[54]
Dit was het ware Licht dat de
duisternis ontmaskert en ons verlicht. In yoga en reiki kan er ook sprake zijn
van een reinigingsproces. We hebben daar te maken met een imitatie van de
reiniging die door de Heilige Geest plaatsvindt.
Wanneer Jezus geneest en
bevrijdt, zo hebben velen ervaren, is de genezing echt en blijvend en hoeft men
daarvoor geen prijs te betalen. Jezus maakt werkelijk vrij! Zijn verlossing is
pure genade!
Iedereen heeft weer een eigen
verhaal. Soms is men in één keer bevrijd en ook genezingen kunnen spectaculair
zijn. In andere gevallen, speciaal wanneer men heel diep in het occulte heeft
gezeten, kan de bevrijding om een volhardende strijd vragen. Daar weet ik zelf
van mee te praten. Naäman werd ook niet gelijk genezen, maar moest zich zeven
maal in de Jordaan onderdompelen. Ds. Blumhardt had twee jaar nodig om
Gottliebin Dittus van demonie en zwarte magie te bevrijden. Maar de overwinning
komt, vroeg of laat!
Datgene wat men in de alternatieve paranormale wereld zoekt, zoals vrede, geluk en genezing, kan men in het Evangelie vinden! In die paranormale wereld vindt men slechts een surrogaat van het echte!
Tot slot wil ik een voorbeeld
geven van een bevrijding uit het boek van Basilea Schlink: De onzichtbare
wereld van engelen en demonen.
“Een jong meisje in China was
bezeten door boze geesten. Toen haar broer, een lid van de Rode Garde, met
verlof thuiskwam, was hij geschokt toen hij de verandering zag bij zijn zuster,
die een jaar geleden nog zo’n knap en levenslustig meisje was geweest. Nu zag
ze er uit als een oude heks, wierp verwilderde blikken om zich heen en haar
gezicht was verwrongen van angst. Een stem als van een man schreeuwde uit haar:
‘Er is er maar Eén, voor wie ik bang ben, maar Eén… Jezus van Nazareth.’
Diep getroffen ging de jonge
Chinees op zoek naar de verblijfplaats van deze Jezus van Nazareth, die de
enige was, die zijn zuster kon helpen. Maar niemand in het dorp kende Hem. Toen
werd hij plotseling herinnerd aan iets dat op weg naar huis was gebeurd. Door
een defect van de bus had hij een gedwongen oponthoud gehad en de tijd
doorgebracht in een gemeenschap, waar hij heel gastvrij werd opgenomen. Toen
hij op het punt stond om te vertrekken zei de leider tegen hem: ‘Moge onze Heer
Jezus je zegenen! Ga heen en zijn vrede zij met je.”
Wanhopig over het lot van zijn
zuster ging de jonge Chinees nog diezelfde nacht naar die gemeenschap terug,
omdat hij voelde, dat dit de enige plaats was, waar hij hulp kon verwachten. En
werkelijk, twee mannen van deze ‘Jezus-familie’ (een van de vele christelijke
centra in Noord-China, die bekend staan als huizen of families van Jezus),
gingen met hem mee om zijn zuster in haar grote nood te helpen.
Toen ze bij het meisje kwamen,
vonden ze haar zittend op de grond met de handen in het haar. Vanaf het
ogenblik dat de mannen het huis waren binnengekomen, was ze erger dan ooit
tekeer gegaan. Als een gewond dier keek zij hen aan met een bijna krankzinnige,
verwilderde blik in haar ogen. ‘Wat willen jullie?’ brult de diepe mannenstem
in haar.
De twee christenen strekken hun
rechterhand uit. ‘Bedekt door het bloed van Jezus, bevelen we je in de naam van
Jezus, jij kwelgeest, jij naamloze demon, naar buiten te komen en je
slachtoffer te verlaten. Met de autoriteit van Jezus en in zijn naam bevelen we
je dadelijk naar de plaats te gaan die Jezus voor je heeft bestemd. Daar zal
Hij je voor altijd binden. Je kunt niet meer terugkeren. Want Jezus is
Overwinnaar!’
Kalm en vastberaden wordt woord
voor woord en zin voor zin gesproken. Het meisje kronkelt over de vloer. Vanuit
haar binnenste antwoordt de mannenstem: ‘Ik zal gaan,’ en nog eens. ‘Ik zal
gaan.’ Steeds zwakker worden deze
woorden ‘Ik zal gaan, ik zal gaan, ik zal…’ tot het geluid van de stem in de
verte wegsterft.
Een van de christenen gaat naar
het meisje toe, legt haar de handen op en zegt: ‘Jezus Christus is Overwinnaar
en Hij heeft alle macht in hemel en op aarde en je staat onder zijn
bescherming, mijn dochter. Jezus is jouw vrede voor tijd en eeuwigheid. Ontvang
de Heilige Geest. Moge de Heer je behoeden en bewaren voor de boze en voor alle
kwaad en moge Hij je helpen en je sterk maken in alle goed werk. Amen.’
Het meisje ligt als dood op de
grond. De tweede man gaat naar haar toe, grijpt haar bij de hand, trekt haar
overeind en zegt: ‘Sta op! Jezus is Overwinnaar! Wie de Zoon vrijgemaakt heeft,
is werkelijk vrij.’ De vader van het meisje kan zijn ogen nauwelijks geloven
als hij zijn dochter ziet opstaan. Na al die maanden wordt haar gezichtsuitdrukking
weer normaal. Het is alsof ze zojuist wakker is geworden uit een diepe slaap en
moeizaam probeert zich iets te herinneren. Ze haalt enkele malen diep adem, dan
ziet ze haar vader onder de aanwezigen en gaat glimlachend op hem toe: ‘Vader,
roept ze vol vreugde uit, ‘ik kan weer ademhalen, ik ben weer bij u terug.’”[55]
Als u door dit verhaal geraakt
bent en Jezus in uw leven wil toelaten, dan kunt u dit gebed bidden:
“O Here Jezus, vergeef mij alle
zonden, die ik in mijn leven heb gedaan. Ik geloof nu dat U voor mij bent
gestorven en ik dank U dat U mijn zonden vergeeft. Ik nodig U uit op dit moment
mijn leven binnen te komen en mijn persoonlijke Verlosser en Heer te zijn. Neem
de leiding van mijn leven over en help mij U te volgen en te gehoorzamen. Maak
van mij iemand over wie U zich kunt verheugen, Dank U, Here Jezus.”
De Heer zal u zegenen.
[1] Geciteerd
in: H.J.J.M. van Straelen S.V.D. De duisternis van Zen en het licht van de
christelijke mystiek, Tilburg 1979.
[2] H.J.J.M. Van Straelen S.V.D. De
niet-christelijke Godsdiensten en het Christendom, Tabor, 1991, p. 171,172.
[3] Id.,
p.171.
[4] Zie: Ante-Nicene
Fathers, deel V, brief 1.
[5] Id, p.
169.
[6] Tussen wetenschap en mystiek, p. 69.
[7] Zie: Tussen
wetenschap en mystiek, p. 72,73.
[8] Id., p.
37.
[9] Id., p.
58.
[10] Zie: Dr. R. Kranenborg. Transcendente
Meditatie, Kampen: Kok, 1977,
p.114vv.
[11] Id., p.
12.
[12] Victor en Victoria Trimondi. Der Schatten des Dalai Lama, Düsseldorf 1999.
[13] P. van
Kampen. Liefde tot de leegte, Zoetermeer: Boekencentrum, 1995, p. 129.
[14] Id.,
p.126.
[15] Id., p.
127.
[16] Zie:
www.trimondi.de
[17] Id.,
p.106.
[18] Hans
Stolp. Karma, reïncarnatie en christelijk geloof, Baarn: Ten Have,
1996, p.7.
[19] id., p.
15.
[20] Dr. Raymond A. Moody. Leven na dit leven, Strengholt, 1982, p.111,112.
[21] Elizabeth
Teissier. Astrologie, wetenschap van de XXIste eeuw, Den Haag: BZZTôH,
1996, p. 21.
[22] Drs. Karen
Hamaker-Zondag. Astrologie in het dagelijks leven, Amsterdam: Schors,
1996, p. 175.
[23] Id., p.
31.
[24] Prana nr 128, p. 43,45.
[25] Astrologie, wetenschap van de XXIste eeuw, p. 22.
[26] Id., p.
21.
[27] Astrologie
in het dagelijks leven, p. 61.
[28] Id., p. 83.
[29] Frank den
Ouden. Magnetiseren – wat is dat?, Amsterdam: Schors, 1998, p. 11.
[30] Healers over healing,
ed. Richard Carlson en Benjamin
Shield, Utrecht/Antwerpen: Kosmos, p. 135.
[31] Id., p.
157.
[32] John
White. Tekenen van Gods kracht?, Hoornaar: Gideon, 1988, p. 154.
[33] Magnetiseren
– wat is dat?, p. 12.
[34] Id., p. 24.
[35] Id., p. 23.
[36] Jeroen
Witkam. Bewaak je hart
[37] F.A.J. van
Dam. Reiki Ontmaskerd, Doorn: Joh. Multimedia.
[38] Ursula
Klinger Raatz. Reiki en edelstenen, Amsterdam: Schors, 1990, p. 8.
[39] Diane
Stein. De kern van reiki, Haarlem: Becht, 1996, p. 15.
[40] J. Baginski en Shalila
Sharamon. Reiki: de
universele levensenergie voor totale genezing van onszelf en van anderen, Deventer: Ankh Hermes, 1988, p. 17.
[41] Id, p.18.
[42] id., p.
32.
[43] Id., p.
17.
[44] Reiki
en edelstenen, p. 11.
[45][45] De kern
van reiki, p.112.
[46] Reiki en edelstenen, p. III.
[47] De kern
van reiki, p.68.
[48] id., p. 86.
[49] Id., p. 87.
[50] Id., p. 87.
[51] Reiki, p. 30.
[52] Derek
Prince. Zegen of vloek, Hoornaar: Gideon, 1990, p. 21-23.
[53] C. Peter Wagner. Spiritual warfare, Crowborough: Monarch, 1997, p. 76.
[54] Visie,
11 april 1999.
[55] M. Basilea Schlink. De onzichtbare wereld van engelen en demonen, Hoornaar: Gideon, p. 40v.